Toet & Co: ‘Erbes ar goed for joe

Vrijdagavond komt Zoon thuis met een doos vol drank. IJsthee, ranja, cola en meer van dat spul. De koelkast is groot, maar niet groot genoeg. De fles Schrobbeler, die al maanden zo niet langer in de deur staat, moet verhuizen en eindigt als een eye-catcher boven op de koelkast.

Ik ben niet de enige die de fles heeft zien staan. Ik zie de boysz er regelmatig naar kijken. Aan het einde van de avond kan Moeltje zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. ‘Whoat is det?’ ‘Sjchrobbelaer,’ verkracht ik de Limburgse uitspraak van het spul. Moeltje knikt alsof dat alles verklaart en de heren gaan in conclaaf. Zacht smiespelend wordt er overlegd. Lang overlegd. De gemoederen lopen op en ik hoor Rozi piepen, ‘Het is een schoonmaakmiddel. Om mee te schrobben.’ Even later hoor ik Toet ‘koelkast’ mompelen.

Zaterdagochtend breek ik bijna mijn nek over een stoel die midden in de keuken, pal voor het koffiezet apparaat staat. ‘Zeg jongens, als jullie koffie willen pakken is dat prima, maar zet daarna de stoel wel weer terug,’ zeg ik boos, terwijl ik over mijn scheenbeen wrijf. Zo’n stoel die onverwachts van rechts komt, kan een mens aardig beschadigen.

Als antwoord hoor ik een zacht gegiechel. Ik kijk in de richting van het geluid en zie….

Rozi die genietend,met donker roze oortjes, iets uit een kommetje drinkt.

Moeltje die op zijn gemak uit een ander kommetje lebbert.

Toet die hoofdschuddend toekijkt. Iets wat die andere twee later op de dag beslist niet zullen doen, ben ik bang. Toet ziet mijn blik. ‘Ik zei nog, dit moeten jullie niet doen. Daar zit alk zijn hol in en daar wordt je ziek van, maar Moeltje zei, “Er zitten ‘erbes in, erbes are goed for joe..” Nou ja, toen heb ik ze een beetje geholpen want anders was de fles misschien gevallen en dat is zonde. Bovendien was je daar vast wakker van geworden en je sliep zo lekker. Ik heb ze maar een heel klein beetje gegeven hoor. Een paar druppeltjes.’

Aan zijn blik zie ie dat hij een compliment verwacht omdat hij zo voorzichtig is geweest. Ik zeg even niets. Zuchtend klim ik op de stoel en pak de twee kommetjes en zie dat er inderdaad niet veel in heeft gezetten. Maar Rozi en Moeltje zijn zo klein, dat ze ook niet veel nodig hebben. Dan pak ik de twee kleintjes op en breng ze naar hun vaste slaapplek. Moeltje slaapt voordat zijn hoofd de schapenvacht raakt.

Rozi wil nog wat zeggen maar slaat verschrikt zijn pootjes voor zijn snuit. Ik zie wat fluf en stuf tussen zijn pootjes doorlopen. Tranen beginnen te biggelen. Ik neem hem mee terug naar de keuken en maak hem schoon. Daarna leg ik hem naast zijn partner in crime en haal twee zakdoeken die ik een beetje vochtig maak en bij de heren op het hoofd leg. Ook Rozi krijgt dat niet meer mee. Zacht snurkend ligt hij te slapen.

Het is al avond wanneer eerst Rozi en aansluitend Moeltje wakker wordt. Rozi kreunt een beetje. Moeltje gaat rechtop zitten, grijpt naar zijn hoofd en zakt weer in elkaar. ‘Oh mai, main head explodes. I thought ‘erbes where good for you.’

Ik denk dat het niemand verbaasd dat de twee kleintjes zelfs nu nog meer dan stilletjes zijn. Toet trouwens ook. ‘Ik had misschien iets duidelijker moeten vertellen wat alk zijn hol met je doet,’ fluistert hij mij toe.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Het waait een beetje

Het mag dan twintig graden zijn, dankzij windkracht zeven vind ik het geen weer voor de Boysz om buiten te spelen. Ze mogen dan stoer zijn, het zijn niet bepaald zwaargewichten. Gezeten op de vensterbank protesteren zij luid. Dan vouwt de berk tegenover het huis zich dubbel en vallen de heren stil. Misschien… misschien heeft hun mens zo maar gelijk.

Het is maandagochtend, Zoon heeft vroege dienst. De perfecte condities om mijn huis een goede beurt te geven. Normaal begin ik met de was af te halen. Dit keer laat ik het rek voor de balkondeur staan (want de boysz gebruiken het als klimrek), en begin aan de badkamer.

Dan…

Hoor ik ineens het geluid van de wind. Met een rotklap slaat het raam op mijn slaapkamer dicht. Dan hoor ik hoe de balkondeur in de klem schiet gevolgd door het geschreeuw van drie knuffels. Ik ren de kamer in en zie de boysz door de lucht dwarrelen. De twee kleintjes botsen onzacht tegen de balkon muur en glijden langzaam naar beneden. Toet heeft minder geluk. Hij schiet zo over de balkonrand heen.

Ik ren het balkon op en hoor de vuilniswagen. Ik steek mij hoofd over de balkonrand en zie hoe Toet op de vuilniswagen is geland. Langzaam schuift hij richting de klep met de shredder ‘TOET!!!,’ gil ik. Eén van de vuilnismannen heeft Toet ook zien vliegen. Hij drukt op de nood-stop-knop. Samen zien we hoe Toet van het dak de gapende achterkant van de vuilniswagen inglijdt. Langzaam komt de shredder tot stilstand.

Toet is ook tot stilstand gekomen. Doodstil ligt hij op het vuilnis. Hij beweegt niet wanneer de shredder omhoog wordt gedaan. Hij beweegt zelfs niet wanneer de vuilnisman hem in zijn zak steekt en samen met Toet op de vuilniswagen klimt. Met de woorden, ‘zeg tegen de kleine dat hij beter op zijn knuffel past,’ gooit de vuilnisman Toet naar mij toe.

Ik vang de stinkende knuffel op. Zijn oogjes glimmen van de schrik of de schik. Met Toet weet je het maar nooit. Ik bedank de vuilnisman en zet Toet bij zijn vriendjes op de grond. ‘Joe stinkt,’ bromt Moeltje. ‘Behoorlijk ja,’ zegt Rozi, met dichtgeknepen slurfje. ‘Maar ik heb wel gevlogen. Zonder tijdmachine!!,’ jubelt Toet. Dan bekijkt hij zijn velletje eens goed. ‘Ik kan wel een bad gebruiken,’ stelt hij.

Ik ben het met hem eens. Een minuut of tien later zitten de boysz in een heerlijk warm bad. Met bubbels. In de tijdmachine, veilig op de badkamervloer. Een uurtje later vis ik de boys één voor één uit bad en spoel hen goed na. Daarna draai ik hen in een warme handdoek en zet hen voor de TV. Sesamstraat.

Aan het gejoel te horen doen ze nieuwe, wilde plannen op. Het is wachten op het volgende avontuur.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Strakke actie

Vrijdagochtend. Via de chat heb ik een goedemorgen gesprek met een collega. Rozi is op mijn bureau geklommen en leest mee. Of beter gezegd, kijkt mee. De betreffende collega beschikt over een heel arsenaal aan leuke gifjes. Iets waar Rozi helemaal blij van wordt. Maandag wordt het 20 graden, schrijft collega. Met een Terwijl jij werkt ga ik lekker op het balkon liggen, beëindig ik het gesprek.

‘Twee en nul,’ leest Rozi. ‘Twintig,’ zeg ik. ‘Wat is twintig?’ vraagt Rozi. ‘Collega zegt dat het maandag twintig graden wordt,’ verduidelijk ik. ‘Lekker,’ glundert Rozi. Ik lees mijn mail en reageer niet. Rozi blijft nog even naar het scherm met de chat en gifjes kijken maar wanneer er geen nieuwe plaatjes meer verschijnen klautert hij van het bureau op de vensterbank en voegt zich bij zijn vrienden.

‘Het wordt maandag twintig graden,’ piept Rozi. ‘Dan kunnen we lekker buiten spelen!’ ‘Twenty! Det sounds un beetje like summer.’ ‘Ja,’ jubelt Toet, ‘en zomer betekent zwemmen! Ik heb een idee…’ Wat het idee is krijg ik niet mee want ik ben aan het bellen en de boys steken de koppen bij elkaar.

‘Oké, dus Rozi, jij haalt de auto’s en het andere speelgoed, Moel zorgt voor de parasol en ik pak de Tijdmachine even,’ smiespelt Toet zachtjes. De twee kleintjes knikken. Dan laten de boysz zich van de vensterbank glijden. De twee kleintjes rennen naar de hal en Toet buik-schuift naar de badkamer.

Ik heb de verbinding net verbroken wanneer ik een ijselijk kreet hoor. Nee, twee ijselijke kreten. Vanuit de badkamer hoor water klotsen en uit de hal klinkt een zware klap. Alsof iemand met een auto mijn huis binnen is gereden. Aangezien de badkamer waterdicht is ren ik naar de hal. De parasol staat niet langer in het winterhoekje maar ligt op de grond, dwars over het lijfje van Moeltje heen. Snel til ik de steel op en bevrijd Moeltje. Ik ben Moel nog aan het controleren op blijvende verwondingen wanneer ik een gesmoord ‘Help’ hoor. Ik zet de parasol overeind, en zie Rozi tussen de auto’s liggen. Ik raap de kleine olifant op en klop het stof van hem af.

Met de twee kleintjes in mijn hand loop ik naar de badkamer. De Tijdmachine ligt op z’n kop op de grond, maar Toet is nergens te bekennen. Ik zet de kleintjes op de wasmachine, til de Tijdmachine op en zie een kleddernatte Toet liggen. Zuchtend til ik hem op en knijp voorzichtig het meeste water uit zijn fluf en stuff.

‘Wat is hier de bedoeling van?’ vraag ik, terwijl ik een pleister op het buikje van Moel plak. Niet dat de kleine beer beschadigd is, maar om de een of andere reden doen pleisters psychologische wonderen. ‘Maandag begint de zomer,’ piept Rozi. ‘End wai thought joe te helpen bai making the balcony summerproof.’ ‘Ja, en wat is een zomerproof balcony zonder zwembad,’ eindigt Toet de verklaring.

Ik geloof dat het tijd wordt de boysz de seizoenen uit te leggen en iets over zwaartekracht te vertellen.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Van de bank

‘Dus een kwart van het huis is van jou, en de rest is van de bank?’ vraagt Toet. Hij heeft zojuist mijn blog over versneld aflossen gelezen en is geïntrigeerd door het concept ‘van de bank’. ‘Welk deel is van jou?’ is de volgende vraag. Ik haal mijn schouders op. ‘Maakt dat wat uit?’ stel ik een wedervraag. Verbaasd over zoveel dommigheid geeft Toet geen antwoord. Hoofdschuddend nestelt hij zich tussen zijn vriendjes in de stoel bij de verwarming en toont zijn beste ‘ik denk heel diep na’ snuitje aan de buitenwereld.

‘Waer think joe aan?’ vraagt Moeljte na een paar uur. ‘Dit huis,’ mompelt Toet. ‘W’rom,’ piept Rozi. ‘Nou, omdat ik altijd dacht dat dit huis van haar is, en een beetje van Zoon, maar nu blijkt dat het maar voor een kwart van haar is, en de rest is van de bank. Van dat ding dus!’ Zijn ogen blijven rusten op de tweezitter tegenover hem. ‘Eerst was het huis helemaal van de bank,’ voegt hij eraan toe.

Nu zijn drie paar ogen op de bank gericht. ‘Denk je dat de bank daarom kleiner is geworden?’ piept Rozi. ‘Omdat hij nu minder huis heeft? Maar welk deel is van de bank, en welk deel is van haar? En vindt de bank het wel goed dat zij nu ook een werkplek thuis heeft waardoor hij nu op een ander plekje staat? Mogen wij wel zomaar overal komen, of moeten we eerst toestemming vragen aan de bank?’

‘Houw ken de house be van de benk when de benk steed in de house?’ Isz diz something laik det cat in de Paradontax doos?’ peinst Moeltje. Zijn vriendjes kijken hem aan. ‘Welke kat?’ vraagt Toet. ‘Welke doos?’ piept Rozi. ‘Welll der is dis cat det woont in un box, and nobody wait if de cat is dead or alive. Det is un viezesokkelogical vraag.’

‘Zitten er luchtgaatjes in die doos?’ vraagt Toet. Moeltje haalt zijn schouders op. ‘Zit er een luchtje aan die doos?’ informeert Rozi. Weer haalt Moeltje zijn schouders op. ‘Dont no,’ mompelt hij. ‘Waarom is det belangrijk?’

‘Zonder luchtgaatjes gaat de kat dood,’ bromt Toet. ‘En dan gaat-ie stinken,’ piept Rozi. ‘Dan helpt tandenpoetsen echt niet meer hoor Moeltje! Maar wat heeft een dode kat te maken met een huis wat van de bank is? Zij woont toch ook in het stuk huis wat van haar is, dus waarom zou de bank niet in zijn eigen huis kunnen staan?’

Nu is het Moeltjes beurt zijn beste ‘ik denk heel diep na’ gezicht’ aan de wereld te tonen. ‘How ken de grootste deel ven de house be of the benk end not from her, terwijl sai de benk bai Ai-kie-ja gekocht hef? Det is de viezesokkenlogical vraag.’ Rozi kijkt of hem een lichtje gaat branden. ‘Ja, en waar heeft de bank al dat geld wat zij hem heeft gegeven verstopt?’ ‘Misschien wel in een vieze sok onder de matras,’ doet Toet een duit in het zakje.

‘Det sou stupid sain,’ bromt Moeltje. ‘Den sai ken haar geld beter to the benk bren….’ ‘Oh,’ zegt Toet, die het ineens begrijp. ‘Die bank. Best wel logisch eigenlijk.’ ‘Viezeosokkelogisch,’ piept Rozi. ‘Maar om nog even terug te komen op die kat. Waarom zou je een kat in een doos stoppen? Dat is toch niet leuk voor die kat, tenzij die kat dat zelf wil. Maar dan stop je de kat niet in een doos, dan stapt de kat in de doos en…. ‘

Iets zegt mij dat dit gesprek nog wel eventjes gaat duren!

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Gered door de waarheid …

Het Fido-avontuur van Toet werd spannender en spannender. Grootser. Meeslepender. Het was wachten op het moment dat één van de kleintjes hem leugens voor de voeten zou gooien. Of op zijn minst dikke duim. Het liep anders. ‘Tomorrow ochtend wai willen met jou mee gkaan wendelen. Wai wanne zie Fido!’ Nog sterker piepend dan normaal voegt Rozi hier aan toe, ‘Wij willen zijn drie koppen, zijn scherpe tanden, zijn enorme, bijna drakenklauwachtige klauwen en zijn hete adem waar de Vesuvius jaloers op zou zijn, ook zien.’

Toet gezicht staat op donderwolk. ‘Ze geloven mij niet,’ gromt hij. ‘Jij was er bij, vertel jij eens wat voor een monster die Fido is.’ Ik zeg niets. Kijk de muis alleen maar aan. Hij komt dichterbij, slaat zijn pootjes om mijn nek en fluistert, ‘Alsjeblieft, help me. Zal het niet meer doen.’ Ik doe er nog steeds het zwijgen toe. Laat die muis maar eens zweten. Ik zie bij hem een lichtje opgaan. ‘Mevrouw Nicky kent Fido ook. Kijk maar hier.’ Hij wijst naar de reactie van Nicky op zijn avontuur. Zijn vriendjes, die voor het betere leeswerk echt afhankelijk zijn van Toet, geloven hem nog steeds niet. ‘Het staat er echt,’ bevestig ik Toets’ opmerking.

Nu gaat er bij mij een lampje branden. ‘Ik had Fido nog nooit eerder gezien,’ zeg ik, ‘en als mevrouw Nicky Fido ook kent, dan denk ik dat Fido en zijn baasje hier vorige week bij iemand op bezoek waren en zijn blijven slapen.’ Toet begint te knikken. ‘Ja, die meneer sprak een beetje anders dan wij. Ik dacht dat dat door de alkhol kwam, maar ik denk dat hij Amsterdams of Rotterknors sprak.’

‘Than wai pakken de time machine end go back in time to sunday morning last week.’ Rozi knikt. ‘Ietsjes eerder dan jullie gingen wandelen. Dan verstoppen we de tijdmachine, en verstoppen onszelf, zodat wij niet in de buurt van de drakenklauwen, drie kopen en Vesuvius adem hoeven te komen, en dan zien wij van een afstandje alles gebeuren.’ Toet kijkt bedenkelijk. ‘Deze tijdmachine is te groot voor jullie twee. Je hebt echt drie knuffels nodig om hem te besturen, en ik kan niet mee vanwege het tijdreizigerspara.. euh … dontax-effect.’ ‘We laten de shuttle wel thuis,’ piept Rozi gedecideerd, ‘bovendien is het maar een klein stukje. Dat gaat ons wel lukken.’

Zei ik iets over laat die muis maar zweten. Dat is gelukt. Dikke druppels staan op zijn voorhoofd. Nog even en hij is net zo nat alsof hij weer in de Maas is gevall .. euh…. gesprongen. Ik krijg medelijden met hem. ‘Dat reisje zal dan nog even moeten wachten,’ zeg ik gedecideerd en toon mijn meest groene gezicht. ‘De tijdmachine staat vol met water buiten, de planten hebben allemaal al natte voeten, en ik ga geen water verspillen omdat jullie zo nodig op stap willen. De gieter staat ook al vol, dus het water overhevelen kan ook niet.’

De twee kleintjes rennen naar buiten om mijn beweringen te controleren. Zelf schuif ik de lege emmer die nog in de kamer staat, uit het zicht. Teleurgesteld maar ook wel een beetje opgelucht, komen de twee kleintjes weer naar binnen. ‘Wai believe joe op jor weurd,’ bromt Moeltje. ‘Maar alleen omdat mevrouw Nicky Fido ook kent,’ piept Rozi. Toet haalt opgelucht adem. Hij is gered.

Gered door snelwerkende medewerkers van de waterleidingmaatschappij zodat al het voor de veiligheid getapte water niet nodig bleek en daarmee door de waarheid. En een beetje door Mevrouw Nicky.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Dat was een eend

Voorzichtig, om niemand in huis wakker te maken, trek ik mijn schoenen aan als voorbereiding op wandeling één van de dag. Vanaf de stoel onder de vensterbank hoor ik zachte slaapgeluidjes. En een beer die poogt een forse boom om te zagen. ‘Mag ik mee?’ hoor ik ineens achter mij fluisteren. Toet kijkt mij vragen aan. ‘Het wordt maar een kort rondje,’ fluister ik terug. Toet haalt zijn schouders op. ‘Is niet erg,’ zegt hij. ‘Ik wil gewoon even de Maas zien.’

‘Stap maar in de rugzak,’ zeg ik maar Toet schudt van nee. ‘Zelf lopen,’ bedingt hij. Ik wil een tegenwerping maken, maar ‘Sleeeppzzzzzzz, snurk,’ klinkt het vanaf de stoel onder de vensterbank. Bang om de twee kleintjes wakker te maken, geef ik Toet zijn zin. Ik verwacht dat het op dit vroege uur op de zondagmorgen niet erg druk zal zijn.

Samen wandelen we richting de Maas. Ondanks zijn korte beentjes weet Toet er een redelijk tempo in de houden zodat ik mijn pas niet eens zo heel veel extra in hoef in te houden. We zijn bijna op het punt waar Toet ooit een tijdje heeft steen gezeten wanneer er een enorme hond vanaf een zijpad op Toet afstormt. Toet bedenkt zich geen moment en rent (strompelt) over de Maas keien het water in. Ik hoor hem diep adem halen en dan is hij verdwenen. De hond plonst achter hem aan.

‘FIDO! HIERRRRRR!!!!!!’ hoor ik een man roepen. De hond blijft stilstaan. Kijkt zijn baas aan. Jankt een keer alsof hij wil zeggen, ‘Ik wil dat vreemde konijn pakken’ maar de baas is onverbiddelijk. Met zijn staart tussen de poten spettert Fido de Maas uit. Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe Toet zich stevig vasthoudt aan een steen. Ik hoop dat man en hond snel doorlopen maar helaas. ‘Zag je dat? Wat was dat voor een beest. ‘Volgens mij was het een eend,’ lieg ik met het aplomb van een autoverkoper. De man is niet overtuigd. ‘Het leek wel een knuffel,’ zegt hij verbaasd. Hij is ondertussen zo dichtbij gekomen dat ik de geur van verschraald bier ruik en zijn rood doorlopen ogen zie.

Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe Toet moeite heeft zich vast te houden aan de gladde steen. Mijn hersenen maken overuren. Dan… ‘Was het gezellig gisterenavond?’ vraag ik hem. ‘Het is vijf uur geworden,’ antwoordt hij trots. ‘Maar ja, daar heeft Fido geen boodsch……’ Het dringt tot hem door wat hij zojuist gezegd heeft. ‘Het zal de alcohollll in mijn bloed wel zijn,’ zegt hij beschaamd en met een ‘Fido volg!’ beent hij snel weg. Zodra hij om de hoek is verdwenen spetter ik het water in en red Toet. ‘De rugzak was denk ik toch een beter idee,’ kwettert hij vrolijk terwijl hij het water uit zijn oren schudt.

Op dat moment verteld de timer dat mijn acht minuten er op zitten. Tijd om om te keren. Met de kletsnatte muis in mijn handen wandel ik naar huis. Thuis laat ik de tijdmachine vollopen zodat Toet even het Maaswater kwijt kan raken. Tegen de tijd dat hij schoon en in en handdoek gewikkeld de kamer binnenkomt, zijn zijn vriendjes ook wakker en is het de hoogste tijd om zijn avontuur in geuren en kleuren te vertellen. En een beetje fantasie. Want dat Fido een driekoppig monster was, dat had ik niet gezien. 😉

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Dikscrimiteren

‘If un lot of witte piepels piepels met un kleurtje as lesser piepels zien, do dey den think det white bears beter sain den brown bears?’ Het beertje kijkt zijn vrienden vragend aan. ‘Volgens mij werkt het voor dieren anders,’ antwoordt Toet. ‘Of een muis nu wit, bruin of grijs is, mensen gillen toch wel. Baby beertjes zijn in elke kleur schattig, en bijna elk mens weet dat ongeacht de kleur een volwassen beer gevaarlijk is en hen kan doden.’ ‘Behalve koala’s,’ piept Rozi, ‘Die blijven schattig. Ook als ze volwassen zijn.’

‘Koala’s sain geen bears,’ bromt Moeltje. ‘Ohho Moeltje, dat mag je niet zeggen. Nu dikscrimiteer jij. Alle beren zijn gelijk,’ piept Rozi verontwaardigd. ‘Ik ben net zo goed een olifant als een grijs exemplaar.’ ‘Euh, Rozi, Moeltje heeft gelijk,’ zegt Toet. ‘Koala’s zijn buideldieren. Alleen zijn er mensen die vinden dat Koala’s op teddyberen lijken. Vandaar Koala beer. Maar dat slaat dus nergens op. Beer achter Koala zetten is een teken van onwetendheid.’

‘I hef begrepen det witte piepels piepels met un kleurtje often funny laten praten in books so det de reader knows det de piepel met een kleurtje een beetje dom sain. Is det correct?’ ‘Yup,’ antwoordt Toet. ‘Ai praat funny end ai ben een browne beer,’ vervolgt het beertje. ‘Does det mean det sai mai dikscrimiteert?’

‘Euh Moeltje,’ begint Rozi voorzichtig. ‘Jij praat wel grappig maar zegt geen domme dingen.’ ‘Niet dommer dan wij in ieder geval,’ grijnst Toetje met een behoorlijke portie zelfkennis. ‘Jij bent gemaakt voor de Amerikaanse markt. Nederlands is niet jouw moedertaal. Jij praat met een accent en struikelt soms over de grommatica.’

Het beertje neemt de woorden van zijn vriendjes tot zich. Overdenkt ze. Kauwt er even op en zegt dan, ‘Zeg joe nou det ai em un native American? Un piepel?’ De verwarring staat op zijn gezicht te lezen. ‘Ja en nee,’ zegt Toetje. ‘Jij bent een native American bruin knuffelbeertje met het geluk in Nederland te wonen, zodat jij ons als vriendjes hebt.’

Het beertje begint te stralen. ‘Yeas, ai am a lucky beertje det toevallig brown is. But det is not bad went piepels are soms a bitje stupid so mai color means nothing to de world. Zeker not too jullie, mai friends, end det is what counts.’

‘Klopt helemaal,’ bromt Toet, ‘Maar misschien kan het geen kwaad dat je een paar weken bij de nonnen in Vught op taalles gaat. Juist toe bie on de seef zide.’ Even kijkt het beertje een beetje beledigd. Even maar. Dan zegt hij, ‘Misjiems wai moeten samen gaan. Joe ken wal whoat English lessons gebruiken.’ Gierend van het lachen vallen de vriendjes elkaar in de armen. Vriendjes voor het leven.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: Waarom moet ik het altijd vragen?

Het is warm in Nederland maar daar waar Toet en Moeltje nauwelijks binnen komen, staart Rozi met een bedrukt snuitje naar buiten. Het zweet parelt op zijn voorhoofd; druppelt via zijn slurfje op de vensterbank. ‘Waarom ga je niet buiten spelen, even lekker afkoelen in jullie zwembad,’ vraag ik hem. Rozi zucht eens diep maar geeft geen antwoord. Dan zie ik hoe een traantje zich mengt met het zweet.

‘Maar jongen dan toch,’ zeg ik verschrikt. ‘Wat is er aan de hand. Hebben jullie ruzie of zo?’ Het olifantje schudt van nee, en de zweetdruppeltjes vermengd met tranen vliegen in het rond. ‘Ik wil wel gaan zwemmen, maar ik krijg mijn sjaaltje niet los. Mijn armpjes zijn te kort. En met een sjaaltje om zwemmen is gevaarlijk.’

Ik maak het met zweet doorweekte sjaaltje los, droog Rozi zijn tranen af en neem hem mee naar het balkon. Nog een beetje na snikkend rent het olifantje richting het zwembad en met een enorme sprong plonst hij zo het water in, waardoor Toet inclusief zonnebril en verfrissend drankje kopje onder schiet en Moeltje een grote golf water over zich heenkrijgt.

Terwijl hij het water uit zijn oren schudt vraagt Moeltje, ‘Héhé, woat took hoe so lang?’ ‘Ik kreeg mijn sjaaltje niet los,’ mompelt Rozi. ‘Ja maar, je hoeft ons maar te vragen, en wij helpen je. Dat weet je toch!’ bromt Toet. Even is hij stil en dan antwoordt Rozi heftig: ‘Waarom moet ik het altijd vragen? Waarom bieden jullie nooit aan om even te helpen. Jullie weten dat mijn armpjes te kort zijn. Jullie weten dat ik niet zo flexi bel ben als jullie. En jullie weten dat ik het moeilijk vindt om altijd te moeten vragen.’

Rozi heeft er een kleur van gekregen. Zijn vriendjes kijken hem even verbaasd aan. ‘Sjal ai smeer in joar back so ded joe not krijgt sonnebrend?’ vraag Moeltje op hetzelfde moment dat Toet vraagt, ‘Zal ik het water laten golven zodat het net is of je in zee zwemt?’

En ik… Ik vraag niks maar haal gewoon een extra handdoek en bekertje drinken. Dat heeft die kleine olifant wel verdient.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.