Toet&Co: Water en Brood

Halverwege de middag was de rust wedergekeerd in huize Rianne. Het boompje mag nog een maandje blijven staan, het vuurwerkverbod was bij de heren al bekend. Dat er geen oliebollen en kinderchampagne was, daar konden zij mee leven. En wat betreft bedtijd: Als jij naar Youp gaat kijken, gaan wij wel naar bed. Goed geregeld dus. Scheelt een hoop grappen uitleggen en plooien gladstrijken. Oudjaarsavond 2020 beloofde zowel buiten als binnen een rustige avond te worden.

Aan het begin van de avond las ik wat blogs, waaronder dit exemplaar van Levensjutters. Bij het lezen van het woord tijdmachine zakte mijn mond open en haalde fluitend adem. ‘Wat is er?’, vroeg Toet, waarmee hij weer eens bewees dat hij 9 van de 10 keer selectief doof is. Voor ik kon antwoorden zat hij al naast mij en las mee. ‘Tijdmachine,’ jubelde hij. ‘Voorlezen.’ Ik las voor. Het meeste wat Anuschka schreef ging hen boven de pet maar toen… ook eens mee te reizen in de tijdmachine van de Boysz. Weg rust. De Boysz danste en stuiterde door de kamer. Scandeerde ‘We zijn beroemd roemd roemd. We worden genoemd noemd noemd’.

Ik zag vanaf tien uur rust in rook opgaan. Ik moest iets verzinnen om de Boysz wat rustiger te krijgen. Ik las iets over een lichtshow #venlomienhert, zag dat het Gemeentehuis hier om de hoek in het licht gezet was en ik dacht, even naar buiten is misschien geen slecht idee. De Boys waren voor, stapte zonder morren in de rugzak en we vertrokken. Al snel zag ik het begin van de stralen en de Boysz zagen het einde. ‘Ohhhhh,’ hoorde ik achter mij, toen de stralen van kleur veranderde. In stevig tempo liep ik richting het Gemeentehuis.

In de buurt van de zijingang bleef ik even staan om een foto te maken en de verdere route uit te stippelen. De zijingang was open, en vanuit een kleine witte bus werd apparatuur naar binnen gedragen. Ik zette de rugzak op de grond en maakte wat foto’s. Aansluitend keek ik nog even rond en pakte toen de rugzak op. Die iets verder open stond dan nodig is om alles goed te bekijken. ‘Zijn jullie er jongens?’ vroeg ik. ‘Yeas!’ hoorde ik Moeltje zeggen. Ik slingerde de rugzak weer op mijn rug en wandelde verder. Voorbij het Gemeentehuis, de stadsbrug op. Aan het einde van de brug keerde ik mij om en bekeek het lichtspel.

Bron: Internet / Fotograaf Lé Giesen

Ineens verdween twee van de stralen, alsof er iets voor het lichtpunt stond. De stralen verschenen weer. Een projecteerde een muis en de andere een olifant in de lucht. Moeltje, die uit de rugzak was gekropen en in de capuchon van mijn trui plaats had genomen verzuchte vlak bij mijn oor. ‘Look, Toet end mai elifriend.’ Ik glimlachte. Inderdaad leken beide projecties enorm op de Toet en Rozi. ‘Kijk jongens, jullie evenbeelden hangen in de lucht.’ Het bleef stil. ‘Jongens, kijk eens. Wat vinden jullie ervan?’ Weer geen reactie. Langzaam begon tot mij door te dringen dat ik twee van de Boysz kwijt was.

Ik hoorde politiesirenes steeds dichterbij komen. De politieauto vloog over de brug, schuin de stoep op bij het Gemeentehuis. Twee agenten sprongen uit de auto en verdwenen om de hoek van het gebouw. Langzaam wandelde ik diezelfde kant op. Zag de stralen weer normaal worden.

Tegen de tijd dat ik bij de zijingang van het Gemeentehuis aankwam, zag ik een politieagent naar buiten komen met de Boysz in zijn hand. De agent zette de Boys op de motorkap van de auto, en maakte het portier open. Via de portofoon hoorde ik hem praten met de centrale. ‘Stuur versterking. We hebben de knuffels gevonden, maar niet de persoon die de knuffels geplaatst heeft. We moeten het hele Gemeentehuis doorzoeken.’ Rustig wandelde ik voorbij de politiewagen richting een enorm donker hoekje. Daar plaatste ik de rugzak, met de rits helemaal open, op de grond,

Met zijn rug naar de Boysz hield de agent de ingang van het Gemeentehuis in de gaten. Daar maakte de Boys gebruik van door zich zachtje van de politiewagen af te laten glijden en richting vrijheid te tijgeren. ‘Yeas,’ fluisterde het beertje vijf lange minuten later. ‘Sai sain back. Wie ken go home now.’ Zo geruisloos mogelijk pakte ik de rugzak op, wandelde buiten gehoorafstand van de agent en nog iets verder. Toen siste ik, ‘Zijn jullie helemaal gek geworden. Jullie hadden wel in de cel kunnen belanden. De komende weken op water en brood moeten leven. Sterker nog, het wordt voorlopig water en brood voor jullie. Stelletje doerakken. Hoe komen jullie op het idee.’ Drie knuffels begonnen tegelijkertijd te kwetteren. Wat zij zeiden was onverstaanbaar.

De een na de ander viel stil, tot alleen Rozi aan het woord was. ‘Wij zijn beroemd roemd roemd, wij worden genoemd noemd noemd…. Wij zijn geen bajesklant, en morgen staan we in de krant.’ Ik keek de olifant streng aan. ‘Ik mag het hopen van niet. Maar voor de zekerheid blijven jullie bij het raam weg. Want als de politie jullie vindt zullen ze nooit geloven dat dit een actie van jullie was en word ik gearresteerd.’ ‘So then joe hef to live on water endde bread,’ zei het beertje ondeugend. ‘Ja Moel, en jullie moeten op een houtje bijten, want wie gaat dan de boodschappen doen…?’

Jullie snappen, met zo’n uiteinde heb ik niet echt behoefte aan een spetterend begin. Fijne dag, weekend, week, maand, jaar allemaal.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: Afblijven!

Het is niet dat ik het niet gezellig vind, zo’n boompje met lichtjes in de kamer. Maar zo op de rand van Oud naar Nieuw had ik bedacht de vaas met (kunst)bloemen terug op het tafeltje te zetten en het boompje elders in huis te laten overwinteren.

De Boysz dachten er heel anders over en gooide al hun fluff en stuff in de strijd. ‘Afblijven!’ riepen zij in koor. ‘Kom aan boompje en je komt aan ons!’ Jullie begrijpen het; gezelligheid troef in huize Rianne.

Ps. Denken jullie dat dit het juiste moment is om de Boys te vertellen dat de regering een vuurwerkverbod heeft ingesteld en dat zij dus gewoon om acht uur naar bed kunnen? Offffeee is dat niet handig zo aan het einde van 2020?

Enfin, wij (kleine letter w dus ik heb het niet over het koninklijke trio Me, Myself & I maar Me & the Boysz) wensen iedereen die hier leest veel succes met het afsluiten van het bizarre en bijzondere jaar wat 2020 bleek te zijn. Onthoud de mooie dingen, geef alles wat een plekje mag krijgen een plekje en laat de rest gaan.

Tot ziens in 2021!

Toet&Co: Swavelstickie meisje

Aan de voormiddag van Kerstavond geef ik toe aan het gezeur van de Boysz en steek ik een kaarsje aan. De Boysz kruipen dicht bij elkaar. Moeltje kent een very sad kerstverhaal en Rozi en Toet hangen aan zijn lippen. ‘….. All the people hadden haast. Nobody zag duh kleine meisje with duh swavelstickies. Rillend van duh kou kroop duh kleine meisje in een portiek. Hier waaide duh wind not so hard en not so koud. Haar buikje was leeg end deed pain. Slowly sai pakte een swavelstickie end stak duh stickie aan. Duh small flame deed nothing om haar te warmen but the light let her see hur mammy. Sai had haar mammy for a long time not gesien. Hur mammy was dead. End when the flame of the swavelsticky died, so dit duh kleine meisje….’

De laatste paar woorden zijn nauwelijks te verstaan door de tranen die hem hoog zitten. Rozi biedt zijn vriendje de punt van zijn sjaatje aan. ‘Snuit maar eens flink Moeltje,’ piept het olifantje. Ook zijn stem is iel van de tranen. ‘Hoezo deden al die mensen niets om dat kleine weeskindje te helpen?’ vraagt Toet boos. ‘Weet niet,’ fluistert het beertje. ‘Duh verhaal verteld ded not.’ ‘Ja maar,’ sputtert Toet, ‘je laat toch klein meisje eenzaam en alleen doodgaan in een portiek. De mensen van dat huis zaten binnen natuurlijk ook nog eens lekker te eten.’ Het beertje knikt. ‘Yes. Ai wos ded vergeten te vertellen, but de piepels in duh house hadden genoeg te eten. End a big vuur.’ Toet snuift eens diep. ‘Genoeg te eten. Een groot vuur. Juist ja. Ik weet genoeg. Trek je warmste kleren aan, pak wat boterhammen kaas, een thermosfles warme thee met veel suiker en een dekentje in. Wij gaan het Swavelstickie meisje redden.’

Tien minuten later verdwijnt een afgeladen volle Tijdmachine met een flits richting het eind van het sprookje. Dit keer wanneer het meisje huilend (‘Ze huilt, dat had je er niet bij gezegd Moeltje,’ fluister Rozi, en veegt een traantje weg) in het portiek kruipt, volgen drie kleine gestaltes haar. ‘Boterham?’ piept een roze olifant. ‘Cup of tea my dear? vraagt een klein bruin Beertje. ‘Hier heb je een warme dekker,’ bromt een uit de kluiten gewassen muis, en stopt haar stevig in. Ik droom zo raar. Ik ga vast dood, denkt het kleine meisje, maar de boterham smaakt naar echt brood met kaas, de thee is heerlijk zoet en de deken is zo zacht als als… Het meisje heeft geen woorden voor de zachtheid van de deken. Lekker warm en met een volle maag valt het meisje in slaap.

‘En nu?’ fluistert Rozi. ‘Wat doen we nu?’ Hij kijkt zijn vriendje aan. ‘Daar heb ik nog niet over nagedacht,’ mompelt Toet. ‘Ik wilde er eerst voor zorgen dat ze niet hier koud, zielig en alleen dood zou gaan.’ ‘Ded is sweet,’ bromt Moeltje, ‘But sai kan here not blijven liggen. Ded deken is nice end warm, but duh wind is terrible cold end ut is freezing. Sai is freezing.’ Verstrooid knabbelt hij wat aan het korstje brood wat het meisje niet meer op kon. ‘Haar mama is dood, fluistert Rozi, ‘maar hoe zit het met haar vader? Heeft zij een grootmoeder? Een tante? Grote zus… Wie kan er voor het meisje zorgen want wij kunnen haar niet mee naar huis nemen.’ Moeltje haalt zijn vertwijfeld zijn schouders op. ‘If sai hef family, I hef det not in duh verhaal gehoord.’

‘Tohoet!’ piept Rozi. ‘Bedenk wat. Het is kerstavond en als jij niet snel iets bedenkt gaat het meisje toch nog dood.’ Toet denkt zo diep dat zijn fluf en stuf net zo hard kraakt als het ijs op de ramen. ‘Hurry up Toet,’ moedigt het beertje hem aan. ‘ja ja,” snuift Toet, ‘Ik denk. Ik denk. Maar waar is de goede petemoei als je er eentje nodig hebt? Als je een wonder nodig heb.’ ‘Petemoei?’ vraagt Moeltje. ‘Zoals in Doornroosje?’ piept Rozi. ‘Oh, a fairy godmother. There is no…. ohhhhh…. The godmother. Yeas. Miracles. Ai snap het.’

Het beertje gaat er eens goed voor zitten. ‘End while duh kleine meisje lekker warm in de portiek lag te slapen, came duh koets det bracht haar big sister back home, steeds dichterbij. Duh koets stopte bai de kleine huisje waar sai was opgegroeid. Het huisje was donker. Sai deed de deur open. Called out voor her mammy end her kleine susje. Sai kreeg geen antwoord. ‘I see lttle voetsteps in duh sneeuw,’ said duh man det reed de koets. Together with duh man de grote sister followed in duh footsteps of her sister. Found her, wrapped lekker warm in a blanket in un portiek.’

Het beertje valt stil. In de verte klinken de stemmen van een man en een vrouw door de nacht. Snel springen de drie vriendjes in de tijdmachine en flitsen een boom in. Zien hoe de man en vrouw het meisje vinden. Zien hoe de vrouw het slapende meisje voorzichtig in haar armen neemt. Slaperig doet het meisje haar ogen open. Ik droom alweer, denk zij. ‘Aarzelend zegt zij, ‘Mama?’ De jonge vrouw drukt haar tegen zich aan. ‘Nee lief zusje,’ fluistert zij, ‘Ik ben niet je mama maar je grote zus. Ik ben samen met mijn man hier naartoe gereisd om je op te halen, mee naar huis te nemen. Zodat je nooit meer alleen bent.’

De man tilt het meisje, nog steeds gewikkeld in de deken, op. ‘Kom, we gaan terug naar het huisje van je moeder om wat te eten en te slapen, en morgen gaan we naar huis. Met een paar passen zijn de mensen, nagestaard door drie tevreden knuffels, in de donkere nacht verdwenen.

‘Goed gedaan Moel,’ complimenteert Toet het kleine beertje. ‘Dankzij jou is dit verhaal goed afgelopen.’ Het beertje glundert. ‘Yeas. Det was the better denkwerk van mai.’ Tevreden staart hij de duisternis in. Onderdrukt een rilling van de kou. Zijn snuitje versombert en hij zegt, ‘But how gaan wai Rianne vertellen dat hur warme blanket in un fairytale is achtergebleven?’ Toet haalt zijn schouders op, schiet dan in de lach. ‘Ach dat leest zij straks wel op ons blog, en dan is zij gewoon hartstikke trots op ons en vergeet boos te worden.’

Met die woorden flits de tijdmachine terug naar de toekomst, de echte wereld, naar huis.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: Kern van waarheid

Duh elf on duh shelf bleek geen lang leven beschoren. Terwijl zijn vriendjes met hun rug naar de kamer langzaam tot tien telde, en al snel de zeven kwijt waren, dook Toet de laptoptas in. Tegen de tijd dat de kleintjes via een omweg bij tien waren aangekomen, had Toet al genoeg van zijn verstopplekje en deed er alles aan om gevonden te worden. ‘Nu mag ik,’ jubelde Rozi maar ik schudde mijn hoofd. ‘The elf on a shelf verplaatst zich ‘s-nachts door het huis, en zelfs wanneer hij gevonden is, verplaatst hij zich pas de volgende nacht. Dus Toet, terug in de tas in, en Rozi mag zich pas verstoppen wanneer de andere twee slapen.’

‘Stom spel,’ mompelde Toet en zo ging Elf on duh shelf naadloos over in verstoppertje spelen. Niet lang, want toen speelde de heren tikkertje en net toen ik in wilde grijpen nestelde Moeltje zich in de stoel met schapenvacht om een dutje te doen, trok Toet de deur van de koelkast open op zoek naar een stukje kaas, en begon Rozi een conversatie met, naar ik dacht een denkbeeldig vriendje, maar het bleek een kleine huisspin te zijn.

Ik mompelde iets over spanningsboog en ging weer aan het werk. Moeltje bleek toch wakker, en had mijn gehoord. ‘Wai hef no bow,’ zei hij. Ik keek hem verbaasd aan. ‘Wai hef wel bows gehad, but wai hef nouw un lichie opgestoken end wai weten nouw det playing cowboy enduh indian is un-eti-kool.’ Toet neemt nog een hapje kaas en bromt, ‘Ook als je geen cowboy en indiaantje speelt is kool oneetbaar. We hebben nog even naar Robin Hoed gekeken, om te zien of dat wat was, maar nee!’

Ik denk even na. ‘Doet Robin Hood niet mee aan een boogschietwedstrijd?’ vraag ik, enigszins verbaasd. Het antwoord is een vernietigende blik van zowel Toet als Rozifantje. Dan blijkt dat Moeltje nog niet sliep. ‘Toet end my Elifriend, zai zien er ridiculus uit in mama-joos. Hun bellies sain toooo big.’ Er verschijnt een brede lach op zijn snuitje. ‘Ai on duh other hand looked fabulous, splendid, blended in reaaaaaalllllly nice.’ Lachend draait het beertje zich om. Langzaam gaat zijn gelach over in gesnurk. Uit mijn ooghoek zie ik hoe Toet de rest van de plak aangekloven kaas terug in de koelkast legt.

Ik vermoed dat er een kern van waarheid in de opmerking van Moeltje zit. 😉

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Peace on earth

Je zou verwachten dat nu de Boysz een eigen kerstboom met lichtjes hebben, de verdere aanloop naar Kerstmis rustig zou verlopen. Niets blijkt minder waar. De heren maken ruzie over van alles en nog wat maar vooral over, de ironie, Kerstmis.

‘Dan vieren we de geboorte van het babietjes Jezus,’ piept Rozi. Moeltje schudt van nee. ‘No, no, no no, duh feest was er al long before det babietje was born. It was duh feest of light. Om te vieren det de deeys become longer again, end det de sun was still alive in duh sky.’ Toet zucht eens diep. ‘Moetlje, Rozi en ik, wij waren bij de geboorte van het babietje en geloof mij nou maar, met kersmis vieren we zijn geboorte.’

‘Het is duh feest of light,’ houdt Moeltje vol. ‘Om duh longest night end duh kortst deey te vieren. To do det, duh piepels of Europe (hoewel het toen nog geen Europe was) light big fires in the woods, end partied drie deeys end nights. BECAUSE THEY WERE HAPPY FOR THE SUN TO COME BACK!’

‘BABIETJE JEZUS,’ roepen zijn vrienden in koor. ‘EXPLAIN THE TREE’S AND THE LIGHTS!’ gilt het beertje. ‘END SANTA, END DUH ELF ON THE SHELF!!!

‘BABIETJE JEZUS!!’ roept Rozi. Toet kijkt Moeltje nadenkend aan. ‘Elf on a shelf?’ vraagt hij aarzelend. ‘YEAS ELF ON a shelf,’ antwoord het beertje, terwijl hij weer kalmeert. ‘Wat is ‘duh elf on a shelf.’ ‘X-mas traditions,’ bromt Moeltje. ‘The elfs are Santa’s helpers end soms wan of duh elfs verlaat duh Northpole om bij de piepels te gaan wonen. To kinda spy on the piepels so dey kunnen Santa vertellen of de piepels lief zijn geweest, en cadeautjes hef verdient. Dey look like a beeldje bud dey move around duh house. On their own.’

‘Net als wij,’ piept Rozi. ‘Yeas, just like us,’ beaamt het beertje. ‘Een soort verstoppertje spelen dus? Met een beetje klikken?’ vraagt Toet. ‘A little bitje well?’ knikt Moeltje. ‘Ik heb een idee,’ zegt Toet. Hij wenkt zijn vriendjes dichterbij. Er volgt wat gesmiespel. Gevolgd door de volgende stemverheffing over wie de Elf is, en wie mag beginnen.

Ik heb er genoeg van. ‘STIL JULLIE DRIE!’ verhef ik mijn stem. ‘We hebben nog drie weken tot het nieuwjaar is. Dat is één week Moel op een Stoel, één week Rozifant op een plant en één week Muis in Huis.’ Verbaasd over zoveel slimmigheid kijken de heren mij aan. Dan gaan ze ruziën over wie als eerst mag. Ook daar heb ik aan gedacht. Snel schrijf ik drie cijfers onder de tien op een briefje en om de beurt mogen zij een nummer raden.

Ja lieve mensen, de volgorde is bepaald. De rust is wedergekeerd. Binnenkort meer.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet &Co: Feest van het licht

Sinds ongeveer half november hebben de overburen een lichtshow rondom de voordeur bevestigd. Een week later werd een tweede huis versierd, plaatste de onderburen een boom met lichtjes op het balkon en ook diverse flats in de verte zijn ‘s-avond een stralend middelpunt. De Boysz vinden het kaasje. Vooral Moeltje is gecharmeerd van de lichtvervuiling. Het moge duidelijk zijn, ik ben geen voorstander.

Twee weken lang zeuren de jongens om lichtjes. Twee weken lang zeg ik nee. Dan slepen zij een kandelaar en waxinelichtje vanaf het balkon mijn huis in. Ik leg uit dat ik een echt kaarsje, een echte vlam, geen goed idee vind. Ik praat over brandgaten, schroeiende velletjes en smeulend fluf en stuf. De Boysz beloven plechtig dat zij echt echt, echt, echt heel voorzichtig zullen zijn, en ik ga overstag.

Inderdaad, ik ben een weke toffee. Het echte vlammetje vraagt om marshmallows (nee, dat wordt knoeien, ik ken de Boysz) en daarna om een kerstboom. Weke toffee of niet, bij een kerstboom trek ik mijn grens. Moeltjes onderlip begint te trillen. ‘I miss climbing in trees,’ zegt hij met een bibberend stemmetje en er verschijnt een traantje in zijn ogen. Ik overweeg nog eerder hen met marshmallows te laten knoeien dan dat er een boom in huis komt. Dat eerste zeg ik wijselijk niet.

Een aantal dagen blijven de Boysz zeuren maar wanneer ik niet toegeef krijg ik the silent treatment en word doodgezwegen. Maandag kom ik terug van de Cardioloog en besluit dat na deze fijne uitslag iets lekkers bij de koffie wel op z’n plaats is. Terwijl ik bij de kassa sta valt mijn oog op een ieniemienie klein kerstboompje met lichtjes.

Zucht. Sentimentele opwellingsaankopen zijn nooit slim of verstandig. Maar de Boysz en ik zijn weer on speaking terms en dat is eigenlijk best wel prettig.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: ‘Erbes ar goed for joe

Vrijdagavond komt Zoon thuis met een doos vol drank. IJsthee, ranja, cola en meer van dat spul. De koelkast is groot, maar niet groot genoeg. De fles Schrobbeler, die al maanden zo niet langer in de deur staat, moet verhuizen en eindigt als een eye-catcher boven op de koelkast.

Ik ben niet de enige die de fles heeft zien staan. Ik zie de boysz er regelmatig naar kijken. Aan het einde van de avond kan Moeltje zijn nieuwsgierigheid niet meer bedwingen. ‘Whoat is det?’ ‘Sjchrobbelaer,’ verkracht ik de Limburgse uitspraak van het spul. Moeltje knikt alsof dat alles verklaart en de heren gaan in conclaaf. Zacht smiespelend wordt er overlegd. Lang overlegd. De gemoederen lopen op en ik hoor Rozi piepen, ‘Het is een schoonmaakmiddel. Om mee te schrobben.’ Even later hoor ik Toet ‘koelkast’ mompelen.

Zaterdagochtend breek ik bijna mijn nek over een stoel die midden in de keuken, pal voor het koffiezet apparaat staat. ‘Zeg jongens, als jullie koffie willen pakken is dat prima, maar zet daarna de stoel wel weer terug,’ zeg ik boos, terwijl ik over mijn scheenbeen wrijf. Zo’n stoel die onverwachts van rechts komt, kan een mens aardig beschadigen.

Als antwoord hoor ik een zacht gegiechel. Ik kijk in de richting van het geluid en zie….

Rozi die genietend,met donker roze oortjes, iets uit een kommetje drinkt.

Moeltje die op zijn gemak uit een ander kommetje lebbert.

Toet die hoofdschuddend toekijkt. Iets wat die andere twee later op de dag beslist niet zullen doen, ben ik bang. Toet ziet mijn blik. ‘Ik zei nog, dit moeten jullie niet doen. Daar zit alk zijn hol in en daar wordt je ziek van, maar Moeltje zei, “Er zitten ‘erbes in, erbes are goed for joe..” Nou ja, toen heb ik ze een beetje geholpen want anders was de fles misschien gevallen en dat is zonde. Bovendien was je daar vast wakker van geworden en je sliep zo lekker. Ik heb ze maar een heel klein beetje gegeven hoor. Een paar druppeltjes.’

Aan zijn blik zie ie dat hij een compliment verwacht omdat hij zo voorzichtig is geweest. Ik zeg even niets. Zuchtend klim ik op de stoel en pak de twee kommetjes en zie dat er inderdaad niet veel in heeft gezetten. Maar Rozi en Moeltje zijn zo klein, dat ze ook niet veel nodig hebben. Dan pak ik de twee kleintjes op en breng ze naar hun vaste slaapplek. Moeltje slaapt voordat zijn hoofd de schapenvacht raakt.

Rozi wil nog wat zeggen maar slaat verschrikt zijn pootjes voor zijn snuit. Ik zie wat fluf en stuf tussen zijn pootjes doorlopen. Tranen beginnen te biggelen. Ik neem hem mee terug naar de keuken en maak hem schoon. Daarna leg ik hem naast zijn partner in crime en haal twee zakdoeken die ik een beetje vochtig maak en bij de heren op het hoofd leg. Ook Rozi krijgt dat niet meer mee. Zacht snurkend ligt hij te slapen.

Het is al avond wanneer eerst Rozi en aansluitend Moeltje wakker wordt. Rozi kreunt een beetje. Moeltje gaat rechtop zitten, grijpt naar zijn hoofd en zakt weer in elkaar. ‘Oh mai, main head explodes. I thought ‘erbes where good for you.’

Ik denk dat het niemand verbaasd dat de twee kleintjes zelfs nu nog meer dan stilletjes zijn. Toet trouwens ook. ‘Ik had misschien iets duidelijker moeten vertellen wat alk zijn hol met je doet,’ fluistert hij mij toe.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Het waait een beetje

Het mag dan twintig graden zijn, dankzij windkracht zeven vind ik het geen weer voor de Boysz om buiten te spelen. Ze mogen dan stoer zijn, het zijn niet bepaald zwaargewichten. Gezeten op de vensterbank protesteren zij luid. Dan vouwt de berk tegenover het huis zich dubbel en vallen de heren stil. Misschien… misschien heeft hun mens zo maar gelijk.

Het is maandagochtend, Zoon heeft vroege dienst. De perfecte condities om mijn huis een goede beurt te geven. Normaal begin ik met de was af te halen. Dit keer laat ik het rek voor de balkondeur staan (want de boysz gebruiken het als klimrek), en begin aan de badkamer.

Dan…

Hoor ik ineens het geluid van de wind. Met een rotklap slaat het raam op mijn slaapkamer dicht. Dan hoor ik hoe de balkondeur in de klem schiet gevolgd door het geschreeuw van drie knuffels. Ik ren de kamer in en zie de boysz door de lucht dwarrelen. De twee kleintjes botsen onzacht tegen de balkon muur en glijden langzaam naar beneden. Toet heeft minder geluk. Hij schiet zo over de balkonrand heen.

Ik ren het balkon op en hoor de vuilniswagen. Ik steek mij hoofd over de balkonrand en zie hoe Toet op de vuilniswagen is geland. Langzaam schuift hij richting de klep met de shredder ‘TOET!!!,’ gil ik. Eén van de vuilnismannen heeft Toet ook zien vliegen. Hij drukt op de nood-stop-knop. Samen zien we hoe Toet van het dak de gapende achterkant van de vuilniswagen inglijdt. Langzaam komt de shredder tot stilstand.

Toet is ook tot stilstand gekomen. Doodstil ligt hij op het vuilnis. Hij beweegt niet wanneer de shredder omhoog wordt gedaan. Hij beweegt zelfs niet wanneer de vuilnisman hem in zijn zak steekt en samen met Toet op de vuilniswagen klimt. Met de woorden, ‘zeg tegen de kleine dat hij beter op zijn knuffel past,’ gooit de vuilnisman Toet naar mij toe.

Ik vang de stinkende knuffel op. Zijn oogjes glimmen van de schrik of de schik. Met Toet weet je het maar nooit. Ik bedank de vuilnisman en zet Toet bij zijn vriendjes op de grond. ‘Joe stinkt,’ bromt Moeltje. ‘Behoorlijk ja,’ zegt Rozi, met dichtgeknepen slurfje. ‘Maar ik heb wel gevlogen. Zonder tijdmachine!!,’ jubelt Toet. Dan bekijkt hij zijn velletje eens goed. ‘Ik kan wel een bad gebruiken,’ stelt hij.

Ik ben het met hem eens. Een minuut of tien later zitten de boysz in een heerlijk warm bad. Met bubbels. In de tijdmachine, veilig op de badkamervloer. Een uurtje later vis ik de boys één voor één uit bad en spoel hen goed na. Daarna draai ik hen in een warme handdoek en zet hen voor de TV. Sesamstraat.

Aan het gejoel te horen doen ze nieuwe, wilde plannen op. Het is wachten op het volgende avontuur.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Strakke actie

Vrijdagochtend. Via de chat heb ik een goedemorgen gesprek met een collega. Rozi is op mijn bureau geklommen en leest mee. Of beter gezegd, kijkt mee. De betreffende collega beschikt over een heel arsenaal aan leuke gifjes. Iets waar Rozi helemaal blij van wordt. Maandag wordt het 20 graden, schrijft collega. Met een Terwijl jij werkt ga ik lekker op het balkon liggen, beëindig ik het gesprek.

‘Twee en nul,’ leest Rozi. ‘Twintig,’ zeg ik. ‘Wat is twintig?’ vraagt Rozi. ‘Collega zegt dat het maandag twintig graden wordt,’ verduidelijk ik. ‘Lekker,’ glundert Rozi. Ik lees mijn mail en reageer niet. Rozi blijft nog even naar het scherm met de chat en gifjes kijken maar wanneer er geen nieuwe plaatjes meer verschijnen klautert hij van het bureau op de vensterbank en voegt zich bij zijn vrienden.

‘Het wordt maandag twintig graden,’ piept Rozi. ‘Dan kunnen we lekker buiten spelen!’ ‘Twenty! Det sounds un beetje like summer.’ ‘Ja,’ jubelt Toet, ‘en zomer betekent zwemmen! Ik heb een idee…’ Wat het idee is krijg ik niet mee want ik ben aan het bellen en de boys steken de koppen bij elkaar.

‘Oké, dus Rozi, jij haalt de auto’s en het andere speelgoed, Moel zorgt voor de parasol en ik pak de Tijdmachine even,’ smiespelt Toet zachtjes. De twee kleintjes knikken. Dan laten de boysz zich van de vensterbank glijden. De twee kleintjes rennen naar de hal en Toet buik-schuift naar de badkamer.

Ik heb de verbinding net verbroken wanneer ik een ijselijk kreet hoor. Nee, twee ijselijke kreten. Vanuit de badkamer hoor water klotsen en uit de hal klinkt een zware klap. Alsof iemand met een auto mijn huis binnen is gereden. Aangezien de badkamer waterdicht is ren ik naar de hal. De parasol staat niet langer in het winterhoekje maar ligt op de grond, dwars over het lijfje van Moeltje heen. Snel til ik de steel op en bevrijd Moeltje. Ik ben Moel nog aan het controleren op blijvende verwondingen wanneer ik een gesmoord ‘Help’ hoor. Ik zet de parasol overeind, en zie Rozi tussen de auto’s liggen. Ik raap de kleine olifant op en klop het stof van hem af.

Met de twee kleintjes in mijn hand loop ik naar de badkamer. De Tijdmachine ligt op z’n kop op de grond, maar Toet is nergens te bekennen. Ik zet de kleintjes op de wasmachine, til de Tijdmachine op en zie een kleddernatte Toet liggen. Zuchtend til ik hem op en knijp voorzichtig het meeste water uit zijn fluf en stuff.

‘Wat is hier de bedoeling van?’ vraag ik, terwijl ik een pleister op het buikje van Moel plak. Niet dat de kleine beer beschadigd is, maar om de een of andere reden doen pleisters psychologische wonderen. ‘Maandag begint de zomer,’ piept Rozi. ‘End wai thought joe te helpen bai making the balcony summerproof.’ ‘Ja, en wat is een zomerproof balcony zonder zwembad,’ eindigt Toet de verklaring.

Ik geloof dat het tijd wordt de boysz de seizoenen uit te leggen en iets over zwaartekracht te vertellen.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Van de bank

‘Dus een kwart van het huis is van jou, en de rest is van de bank?’ vraagt Toet. Hij heeft zojuist mijn blog over versneld aflossen gelezen en is geïntrigeerd door het concept ‘van de bank’. ‘Welk deel is van jou?’ is de volgende vraag. Ik haal mijn schouders op. ‘Maakt dat wat uit?’ stel ik een wedervraag. Verbaasd over zoveel dommigheid geeft Toet geen antwoord. Hoofdschuddend nestelt hij zich tussen zijn vriendjes in de stoel bij de verwarming en toont zijn beste ‘ik denk heel diep na’ snuitje aan de buitenwereld.

‘Waer think joe aan?’ vraagt Moeljte na een paar uur. ‘Dit huis,’ mompelt Toet. ‘W’rom,’ piept Rozi. ‘Nou, omdat ik altijd dacht dat dit huis van haar is, en een beetje van Zoon, maar nu blijkt dat het maar voor een kwart van haar is, en de rest is van de bank. Van dat ding dus!’ Zijn ogen blijven rusten op de tweezitter tegenover hem. ‘Eerst was het huis helemaal van de bank,’ voegt hij eraan toe.

Nu zijn drie paar ogen op de bank gericht. ‘Denk je dat de bank daarom kleiner is geworden?’ piept Rozi. ‘Omdat hij nu minder huis heeft? Maar welk deel is van de bank, en welk deel is van haar? En vindt de bank het wel goed dat zij nu ook een werkplek thuis heeft waardoor hij nu op een ander plekje staat? Mogen wij wel zomaar overal komen, of moeten we eerst toestemming vragen aan de bank?’

‘Houw ken de house be van de benk when de benk steed in de house?’ Isz diz something laik det cat in de Paradontax doos?’ peinst Moeltje. Zijn vriendjes kijken hem aan. ‘Welke kat?’ vraagt Toet. ‘Welke doos?’ piept Rozi. ‘Welll der is dis cat det woont in un box, and nobody wait if de cat is dead or alive. Det is un viezesokkelogical vraag.’

‘Zitten er luchtgaatjes in die doos?’ vraagt Toet. Moeltje haalt zijn schouders op. ‘Zit er een luchtje aan die doos?’ informeert Rozi. Weer haalt Moeltje zijn schouders op. ‘Dont no,’ mompelt hij. ‘Waarom is det belangrijk?’

‘Zonder luchtgaatjes gaat de kat dood,’ bromt Toet. ‘En dan gaat-ie stinken,’ piept Rozi. ‘Dan helpt tandenpoetsen echt niet meer hoor Moeltje! Maar wat heeft een dode kat te maken met een huis wat van de bank is? Zij woont toch ook in het stuk huis wat van haar is, dus waarom zou de bank niet in zijn eigen huis kunnen staan?’

Nu is het Moeltjes beurt zijn beste ‘ik denk heel diep na’ gezicht’ aan de wereld te tonen. ‘How ken de grootste deel ven de house be of the benk end not from her, terwijl sai de benk bai Ai-kie-ja gekocht hef? Det is de viezesokkenlogical vraag.’ Rozi kijkt of hem een lichtje gaat branden. ‘Ja, en waar heeft de bank al dat geld wat zij hem heeft gegeven verstopt?’ ‘Misschien wel in een vieze sok onder de matras,’ doet Toet een duit in het zakje.

‘Det sou stupid sain,’ bromt Moeltje. ‘Den sai ken haar geld beter to the benk bren….’ ‘Oh,’ zegt Toet, die het ineens begrijp. ‘Die bank. Best wel logisch eigenlijk.’ ‘Viezeosokkelogisch,’ piept Rozi. ‘Maar om nog even terug te komen op die kat. Waarom zou je een kat in een doos stoppen? Dat is toch niet leuk voor die kat, tenzij die kat dat zelf wil. Maar dan stop je de kat niet in een doos, dan stapt de kat in de doos en…. ‘

Iets zegt mij dat dit gesprek nog wel eventjes gaat duren!

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Gered door de waarheid …

Het Fido-avontuur van Toet werd spannender en spannender. Grootser. Meeslepender. Het was wachten op het moment dat één van de kleintjes hem leugens voor de voeten zou gooien. Of op zijn minst dikke duim. Het liep anders. ‘Tomorrow ochtend wai willen met jou mee gkaan wendelen. Wai wanne zie Fido!’ Nog sterker piepend dan normaal voegt Rozi hier aan toe, ‘Wij willen zijn drie koppen, zijn scherpe tanden, zijn enorme, bijna drakenklauwachtige klauwen en zijn hete adem waar de Vesuvius jaloers op zou zijn, ook zien.’

Toet gezicht staat op donderwolk. ‘Ze geloven mij niet,’ gromt hij. ‘Jij was er bij, vertel jij eens wat voor een monster die Fido is.’ Ik zeg niets. Kijk de muis alleen maar aan. Hij komt dichterbij, slaat zijn pootjes om mijn nek en fluistert, ‘Alsjeblieft, help me. Zal het niet meer doen.’ Ik doe er nog steeds het zwijgen toe. Laat die muis maar eens zweten. Ik zie bij hem een lichtje opgaan. ‘Mevrouw Nicky kent Fido ook. Kijk maar hier.’ Hij wijst naar de reactie van Nicky op zijn avontuur. Zijn vriendjes, die voor het betere leeswerk echt afhankelijk zijn van Toet, geloven hem nog steeds niet. ‘Het staat er echt,’ bevestig ik Toets’ opmerking.

Nu gaat er bij mij een lampje branden. ‘Ik had Fido nog nooit eerder gezien,’ zeg ik, ‘en als mevrouw Nicky Fido ook kent, dan denk ik dat Fido en zijn baasje hier vorige week bij iemand op bezoek waren en zijn blijven slapen.’ Toet begint te knikken. ‘Ja, die meneer sprak een beetje anders dan wij. Ik dacht dat dat door de alkhol kwam, maar ik denk dat hij Amsterdams of Rotterknors sprak.’

‘Than wai pakken de time machine end go back in time to sunday morning last week.’ Rozi knikt. ‘Ietsjes eerder dan jullie gingen wandelen. Dan verstoppen we de tijdmachine, en verstoppen onszelf, zodat wij niet in de buurt van de drakenklauwen, drie kopen en Vesuvius adem hoeven te komen, en dan zien wij van een afstandje alles gebeuren.’ Toet kijkt bedenkelijk. ‘Deze tijdmachine is te groot voor jullie twee. Je hebt echt drie knuffels nodig om hem te besturen, en ik kan niet mee vanwege het tijdreizigerspara.. euh … dontax-effect.’ ‘We laten de shuttle wel thuis,’ piept Rozi gedecideerd, ‘bovendien is het maar een klein stukje. Dat gaat ons wel lukken.’

Zei ik iets over laat die muis maar zweten. Dat is gelukt. Dikke druppels staan op zijn voorhoofd. Nog even en hij is net zo nat alsof hij weer in de Maas is gevall .. euh…. gesprongen. Ik krijg medelijden met hem. ‘Dat reisje zal dan nog even moeten wachten,’ zeg ik gedecideerd en toon mijn meest groene gezicht. ‘De tijdmachine staat vol met water buiten, de planten hebben allemaal al natte voeten, en ik ga geen water verspillen omdat jullie zo nodig op stap willen. De gieter staat ook al vol, dus het water overhevelen kan ook niet.’

De twee kleintjes rennen naar buiten om mijn beweringen te controleren. Zelf schuif ik de lege emmer die nog in de kamer staat, uit het zicht. Teleurgesteld maar ook wel een beetje opgelucht, komen de twee kleintjes weer naar binnen. ‘Wai believe joe op jor weurd,’ bromt Moeltje. ‘Maar alleen omdat mevrouw Nicky Fido ook kent,’ piept Rozi. Toet haalt opgelucht adem. Hij is gered.

Gered door snelwerkende medewerkers van de waterleidingmaatschappij zodat al het voor de veiligheid getapte water niet nodig bleek en daarmee door de waarheid. En een beetje door Mevrouw Nicky.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Dat was een eend

Voorzichtig, om niemand in huis wakker te maken, trek ik mijn schoenen aan als voorbereiding op wandeling één van de dag. Vanaf de stoel onder de vensterbank hoor ik zachte slaapgeluidjes. En een beer die poogt een forse boom om te zagen. ‘Mag ik mee?’ hoor ik ineens achter mij fluisteren. Toet kijkt mij vragen aan. ‘Het wordt maar een kort rondje,’ fluister ik terug. Toet haalt zijn schouders op. ‘Is niet erg,’ zegt hij. ‘Ik wil gewoon even de Maas zien.’

‘Stap maar in de rugzak,’ zeg ik maar Toet schudt van nee. ‘Zelf lopen,’ bedingt hij. Ik wil een tegenwerping maken, maar ‘Sleeeppzzzzzzz, snurk,’ klinkt het vanaf de stoel onder de vensterbank. Bang om de twee kleintjes wakker te maken, geef ik Toet zijn zin. Ik verwacht dat het op dit vroege uur op de zondagmorgen niet erg druk zal zijn.

Samen wandelen we richting de Maas. Ondanks zijn korte beentjes weet Toet er een redelijk tempo in de houden zodat ik mijn pas niet eens zo heel veel extra in hoef in te houden. We zijn bijna op het punt waar Toet ooit een tijdje heeft steen gezeten wanneer er een enorme hond vanaf een zijpad op Toet afstormt. Toet bedenkt zich geen moment en rent (strompelt) over de Maas keien het water in. Ik hoor hem diep adem halen en dan is hij verdwenen. De hond plonst achter hem aan.

‘FIDO! HIERRRRRR!!!!!!’ hoor ik een man roepen. De hond blijft stilstaan. Kijkt zijn baas aan. Jankt een keer alsof hij wil zeggen, ‘Ik wil dat vreemde konijn pakken’ maar de baas is onverbiddelijk. Met zijn staart tussen de poten spettert Fido de Maas uit. Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe Toet zich stevig vasthoudt aan een steen. Ik hoop dat man en hond snel doorlopen maar helaas. ‘Zag je dat? Wat was dat voor een beest. ‘Volgens mij was het een eend,’ lieg ik met het aplomb van een autoverkoper. De man is niet overtuigd. ‘Het leek wel een knuffel,’ zegt hij verbaasd. Hij is ondertussen zo dichtbij gekomen dat ik de geur van verschraald bier ruik en zijn rood doorlopen ogen zie.

Vanuit mijn ooghoek zie ik hoe Toet moeite heeft zich vast te houden aan de gladde steen. Mijn hersenen maken overuren. Dan… ‘Was het gezellig gisterenavond?’ vraag ik hem. ‘Het is vijf uur geworden,’ antwoordt hij trots. ‘Maar ja, daar heeft Fido geen boodsch……’ Het dringt tot hem door wat hij zojuist gezegd heeft. ‘Het zal de alcohollll in mijn bloed wel zijn,’ zegt hij beschaamd en met een ‘Fido volg!’ beent hij snel weg. Zodra hij om de hoek is verdwenen spetter ik het water in en red Toet. ‘De rugzak was denk ik toch een beter idee,’ kwettert hij vrolijk terwijl hij het water uit zijn oren schudt.

Op dat moment verteld de timer dat mijn acht minuten er op zitten. Tijd om om te keren. Met de kletsnatte muis in mijn handen wandel ik naar huis. Thuis laat ik de tijdmachine vollopen zodat Toet even het Maaswater kwijt kan raken. Tegen de tijd dat hij schoon en in en handdoek gewikkeld de kamer binnenkomt, zijn zijn vriendjes ook wakker en is het de hoogste tijd om zijn avontuur in geuren en kleuren te vertellen. En een beetje fantasie. Want dat Fido een driekoppig monster was, dat had ik niet gezien. 😉

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Dikscrimiteren

‘If un lot of witte piepels piepels met un kleurtje as lesser piepels zien, do dey den think det white bears beter sain den brown bears?’ Het beertje kijkt zijn vrienden vragend aan. ‘Volgens mij werkt het voor dieren anders,’ antwoordt Toet. ‘Of een muis nu wit, bruin of grijs is, mensen gillen toch wel. Baby beertjes zijn in elke kleur schattig, en bijna elk mens weet dat ongeacht de kleur een volwassen beer gevaarlijk is en hen kan doden.’ ‘Behalve koala’s,’ piept Rozi, ‘Die blijven schattig. Ook als ze volwassen zijn.’

‘Koala’s sain geen bears,’ bromt Moeltje. ‘Ohho Moeltje, dat mag je niet zeggen. Nu dikscrimiteer jij. Alle beren zijn gelijk,’ piept Rozi verontwaardigd. ‘Ik ben net zo goed een olifant als een grijs exemplaar.’ ‘Euh, Rozi, Moeltje heeft gelijk,’ zegt Toet. ‘Koala’s zijn buideldieren. Alleen zijn er mensen die vinden dat Koala’s op teddyberen lijken. Vandaar Koala beer. Maar dat slaat dus nergens op. Beer achter Koala zetten is een teken van onwetendheid.’

‘I hef begrepen det witte piepels piepels met un kleurtje often funny laten praten in books so det de reader knows det de piepel met een kleurtje een beetje dom sain. Is det correct?’ ‘Yup,’ antwoordt Toet. ‘Ai praat funny end ai ben een browne beer,’ vervolgt het beertje. ‘Does det mean det sai mai dikscrimiteert?’

‘Euh Moeltje,’ begint Rozi voorzichtig. ‘Jij praat wel grappig maar zegt geen domme dingen.’ ‘Niet dommer dan wij in ieder geval,’ grijnst Toetje met een behoorlijke portie zelfkennis. ‘Jij bent gemaakt voor de Amerikaanse markt. Nederlands is niet jouw moedertaal. Jij praat met een accent en struikelt soms over de grommatica.’

Het beertje neemt de woorden van zijn vriendjes tot zich. Overdenkt ze. Kauwt er even op en zegt dan, ‘Zeg joe nou det ai em un native American? Un piepel?’ De verwarring staat op zijn gezicht te lezen. ‘Ja en nee,’ zegt Toetje. ‘Jij bent een native American bruin knuffelbeertje met het geluk in Nederland te wonen, zodat jij ons als vriendjes hebt.’

Het beertje begint te stralen. ‘Yeas, ai am a lucky beertje det toevallig brown is. But det is not bad went piepels are soms a bitje stupid so mai color means nothing to de world. Zeker not too jullie, mai friends, end det is what counts.’

‘Klopt helemaal,’ bromt Toet, ‘Maar misschien kan het geen kwaad dat je een paar weken bij de nonnen in Vught op taalles gaat. Juist toe bie on de seef zide.’ Even kijkt het beertje een beetje beledigd. Even maar. Dan zegt hij, ‘Misjiems wai moeten samen gaan. Joe ken wal whoat English lessons gebruiken.’ Gierend van het lachen vallen de vriendjes elkaar in de armen. Vriendjes voor het leven.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: Waarom moet ik het altijd vragen?

Het is warm in Nederland maar daar waar Toet en Moeltje nauwelijks binnen komen, staart Rozi met een bedrukt snuitje naar buiten. Het zweet parelt op zijn voorhoofd; druppelt via zijn slurfje op de vensterbank. ‘Waarom ga je niet buiten spelen, even lekker afkoelen in jullie zwembad,’ vraag ik hem. Rozi zucht eens diep maar geeft geen antwoord. Dan zie ik hoe een traantje zich mengt met het zweet.

‘Maar jongen dan toch,’ zeg ik verschrikt. ‘Wat is er aan de hand. Hebben jullie ruzie of zo?’ Het olifantje schudt van nee, en de zweetdruppeltjes vermengd met tranen vliegen in het rond. ‘Ik wil wel gaan zwemmen, maar ik krijg mijn sjaaltje niet los. Mijn armpjes zijn te kort. En met een sjaaltje om zwemmen is gevaarlijk.’

Ik maak het met zweet doorweekte sjaaltje los, droog Rozi zijn tranen af en neem hem mee naar het balkon. Nog een beetje na snikkend rent het olifantje richting het zwembad en met een enorme sprong plonst hij zo het water in, waardoor Toet inclusief zonnebril en verfrissend drankje kopje onder schiet en Moeltje een grote golf water over zich heenkrijgt.

Terwijl hij het water uit zijn oren schudt vraagt Moeltje, ‘Héhé, woat took hoe so lang?’ ‘Ik kreeg mijn sjaaltje niet los,’ mompelt Rozi. ‘Ja maar, je hoeft ons maar te vragen, en wij helpen je. Dat weet je toch!’ bromt Toet. Even is hij stil en dan antwoordt Rozi heftig: ‘Waarom moet ik het altijd vragen? Waarom bieden jullie nooit aan om even te helpen. Jullie weten dat mijn armpjes te kort zijn. Jullie weten dat ik niet zo flexi bel ben als jullie. En jullie weten dat ik het moeilijk vindt om altijd te moeten vragen.’

Rozi heeft er een kleur van gekregen. Zijn vriendjes kijken hem even verbaasd aan. ‘Sjal ai smeer in joar back so ded joe not krijgt sonnebrend?’ vraag Moeltje op hetzelfde moment dat Toet vraagt, ‘Zal ik het water laten golven zodat het net is of je in zee zwemt?’

En ik… Ik vraag niks maar haal gewoon een extra handdoek en bekertje drinken. Dat heeft die kleine olifant wel verdient.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.