T&C: doe het zelf

De Boysz houden mijn mail veel beter in de gaten dan ik zei de gek. Na de ontvangst van het eerste mailtje van PostNL Extra waren zij de koning te rijk. Woensdag 31 maart beloofde de warmste maart-dag ever te worden. De heren zagen zich al lekker relaxt in de zon liggen. Het mailtje dat de levering niet doorging bleek de eerste teleurstelling. De weersvoorspelling voor donderdag en het Paasweekend werd teleurstelling nummer twee., en toen bleek het ook nog om een bouwpakket te gaan.

‘Zal ik even een boterham voor je smeren,’ zei Rozi, ‘dan kan jij de bank in elkaar zetten.’ Ik knikte van nee. ‘Sorry jongens, maar ik moet verder met mijn werk en neem dadelijk een rustige pauze. Zonder doe het zelven.’ Vol ongeloof en ongeduld werd er op de thuiskomst van Zoon gewacht. Die net zo min als ik aanstalten maakte om het bankje in elkaar te zetten. Iets wat ikzelf ook wel teleurstellend vond, als ik eerlijk moet zijn. ‘Dan doen we het zelf wel,’ bromde Moeltje. Helaas, het pakket bleek te zwaar voor de drie knuffels om naar buiten te duwen. Dat werd echt wachten.

‘Wat eten we vandaag,’ vroeg Zoon een kwartiertje later. Voor ik iets kon zeggen piepte Rozi: ‘We bestellen vandaag en we willen een beetje op tijd eten.’ Ik vond het wel een goed idee, zei niets, en werkte verder. Om vijf uur werd het eten al bezorgd. Om half zes schoof ik de doos, met daarin het bankje, naar buiten. Terwijl ik alle afzonderlijke delen over het balkon verspreidde en de schroeven en ander klein spul uitzocht, bekeken de Boys bouwtekening.

‘It’s simpel,’ bromde Moeltje. ‘Joes moet det thingy vastmaken aan det two andere thingy’s.’ Hij wuifde wat met zijn rechterpootje. ‘Den it’s tijd for duh leggies end Bob is joes uncle.’ Ik pak de bouwtekening en wuif de Boys naar binnen. ‘Ga de kussens maar vast uitpakken,’ zeg ik maar helaas … buiten commentaar geven is veel leuker dan binnen de kussens uitpakken.

Det thingy blijkt de zitting te zijn. Een van de twee andere thingy’s is het voorfrontje. Twee schroeven later zitten beide onderdelen aan elkaar vast en kan ik gaan puzzelen hoe ik thingy nummer drie, aka de rugleuning, moet bevestigen. Ik kom tot de conclusie dat de instructie van Ikea niet klopt. Eerst de rugleuning en dan pas het frontje was handiger geweest. Nu kom ik handen tekort. ‘Kunnen jullie even..’ vraag ik en drie paar handen schieten te hulp. Ik pak de rugleuning en zitting met frontje vallen met een klap op het balkon. ‘Pap in de armen,’ giechelt Rozi. Ik voorzie dat het een lange avond gaat worden. Dan steekt Zoon een handje toe. Twee schroeven verder staat de bank stabiel genoeg om de andere zes schroeven er zelf in te draaien.

Dan zijn de leggies aan de beurt. Vanwege het lerend vermogen van de Boysz houd ik de ergste vloeken binnen. Ik zie waar het probleem zit. Ik heb het verkeerde zijstuk in de handen. Ik zet het zijstuk aan de kant en pak het andere exemplaar. Dat blijkt te passen. Alleen ligt nu het bevestigingsmateriaal net buiten bereik. ‘Kunnen jullie…?’ begin ik maar de Boysz schudden van nee. ‘Wai hef oatmiel in duh arms,’ stelt Moeltje. Zijn vriendjes lachen mij vriendelijk toe.

Zuchtend bedwing ik de neiging de heren van het balkon te laten vliegen. Ik leg het zijstuk aan de kant en pak het benodigde bevestigingsmateriaal. Vijf minuten later zit zijstuk één op z’n plaats. Tien minuten later draait Zoon de schroeven nog even extra aan en is de bank klaar.

Ik pak de kussens uit, Zoon ruimt het papier op. Ik leg de kussens op de bank, verzamel al het plastic en breng dat naar de container. Dan zet ik koffie en wandel het balkon op. De bank is in gebruik genomen door de Boysz. ‘Ah, lekker koffie. Dat hebben wij na al dat doe het zelven wel verdient,’ jubelt Toet.

Ahhhhrrrrrrgggg… Ik ben op zoek naar een stuk behang van 50 bij 50 centimeter en een tube gorillalijm!

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

T&C: gezond?!

In een poging wat groener en diervriendelijker door het leven te gaan ben ik de consumptie van dierlijke producten aan het minderen. Ik maak kleine stapjes. Ben vooral nog aan het minderen en soms schrap ik het helemaal. Mijn margarine is plantaardig (zonder palmolie), de yoghurt is gemaakt van soja. Ik lees over kalfjes die veel te jong bij hun moeder weg worden gehaald en denk, de hoogste tijd voor plantaardige melk. Die melk prijkt bovenaan mijn boodschappenlijstje waar verder iets lekkers en slagroom op staat.

De boysz zijn in geen velden of wegen te zien wanneer ik besluit dat het tijd is voor iets lekkers met slagroom. Ik leg een brownie op een bordje en spuit er een flinke dot slagroom naast. Naast ja. In een vlaag van schuldgevoel heb ik soja-slag, of hoe het ook heten mag, gekocht en ik weet niet of het te haggelen is. Ik zet het bordje op de salontafel en loop terug naar de keuken om mijn koffie te halen. Achter mij hoor ik hoe de boysz zich door de huiskamer snellen om voor mij bij het lekkers te zijn. Toet grijpt de brownie en Moeltje valt met zijn neus in de euh… geslagen dinges. Terwijl ik gespannen toekijk zie ik hoe hij tevreden zijn neusje schoonlikt om dan met een pootje een flinke dot richting zijn mond te schuiven.

Toet heeft de brownie ondertussen in stukjes gebroken en haalt een van de grotere stukken door de slagroom. ‘Ahhhh, zo lekker,’ mompelt hij met volle mond. Ook Rozi laat zich niet onbetuigd en Moeltje… Moeltje ziet er uit als een ijsbeer met bruine vlekken die nodig gewassen moet worden. Tevreden likt hij zijn velletje schoon. ‘Joes need meer whipped room,’ smekt hij, ‘wai hef alles al bijna op. Wai wil meer whipped room’.

Ik vertel de heren dat zij varkens zijn en dat zij ongevraagd en met ongewassen pootjes aan mijn, mijn brownie en mijn sojaroom hebben gezeten. Rozi stamelt een excuus, Toet bewijst dat wanneer je een mond vol brownie hebt onschuldig fluiten niet lukt en Moeltje likt vrolijk verder. ‘Diz cow had mighty nice cream,’ verzucht hij tussen twee likjes door.

‘Zei jij nou soja voor de room?’ piept Rozi. Ik knik ja. ‘Stop met eten jongens!‘ brult het olifantje. ‘Dit is weer zo’n trucje van haar om ons meer groente te laten eten!‘ zijn stem slaat over van verontwaardiging. Zijn vriendjes kijken hem verbaasd aan. ‘Dat is geen slagroom,’ zegt het olifantje. ‘Dat spul is gemaakt van soja. Da’s varkensvoer.’ Hij kijkt eens naar Moeltje die langzaam maar zeker weer bruin wordt. Naar Toet die de laatste kruimels brownie uit zijn snuitje veegt. Drie paar ogen kijken mij priemend aan. ‘Nee, het was niet mijn bedoeling om jullie meer groenten te laten eten,’ stamel ik. ‘Daar heb ik helemaal niet over nagedacht. Ik kocht dit spul om dierenleed tegen te gaan, niet om jullie gezond te laten eten.’

De boys zeggen niets. Nemen afstand van het slagveld wat ooit een brownie met slagroom was. Beginnen met elkaar te smiespelen. Net wanneer ik wil zeggen dat sojaroom ook vol suiker en chemische zooi zit en dus nooit gezond kan zijn wijst Moeltje met zijn pootje naar het nu bijna lege bord en zegt, ‘Ai weet not how joes erover denken, but ai denk diz veggies are very tastie so…. can ai hef some more veggies please?’ Even aarzelen zijn vriendjes nog, maar dan geven ook zij aan dat een tweede portie, misschien een derde, meer dan wenselijk is.

Iets zegt mij dat deze fles sneller leeg is dan een aan de onderkant lekkende emmer. Wat op zich wel goed is. Bij het bestuderen van de ingrediënten zag ik ‘palmolie’ staan. Da’s eigenlijk net zo slecht voor het milieu als dierlijke producten. Beide veroorzaken dierenleed.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

T&C: Pie pai

‘Vandaag is het pai dee,’ verkondigt het beertje. ‘Pai?’ vraagt Rozi. ‘Wat is pai.’ ‘Pai is yummie,’ bromt het beertje. Als het over eten gaat is Toet er altijd als de kippen bij. Zo ook dit keer. ‘Dus je kunt het eten,’ bemoeit hij zich er mee. ‘Wat voor eten is het?’ ‘Yummie,’ antwoordt het beertje en likt eens langs zijn lippen. ‘Ai laik pai het best met whipped cream but zonder it is ook very nais.’ Toet zet zijn fluf en stuf aan het werk. Je ziet de stofdeeltjes dwarrelen. ‘Geslaagde room?’ vraagt hij aarzelend. ‘Slagroom!’ jubelt Rozi en likt net als Moeltje zijn lippen af. ‘Pai is dat soms taart?’ vraagt hij, bij voorbaat smakend. Moeltje knikt van ja.

‘Waarom is het pai dee vandaag?’ vraagt Toet. Moeltje haalt zijn schouders op. ‘Iets with duh deet of vandaag,’ Mijn planner wordt erbij gepakt. Daar, op zaterdag 14 maart, staat een rode stip met mam erachter. ‘Oh, oma was jarig,’ piept Rozi. ‘Kunnen wij dan wel taart eten, nu zij er niet meer is?’ vraagt hij aarzelend. Toet knikt van ja. ‘Tuurlijk wel. Omdat oma er niet meer is kunnen wij nog best haar leven en herinnering vieren.’ Hij pakt mijn telefoon en schrijft ‘taart’ op het boodschappenlijstje.

Moeltje is nog niet overtuigd. ‘Ai hef begrepen det pai dee is internationally. Ai weet not of duh hele world knows oma well enough to celebrate her.’ Hij veegt met zijn pootje wat kwijl weg. ‘But write duh whipped cream also op duh list. Better safe than sorry,’ smekt hij.

Ik sta al bijna buiten wanneer ik eraan denk dat het wel handig is om mijn boodschappenlijstje mee te nemen. Ik loop naar binnen en pak de telefoon uit Toet’s handen. ‘Taart en slagroom?’ vraag ik verbaasd. ‘Hebben jullie iets te vieren?’ ‘Omdat oma jarig is, is het internationale pai dee,’ piept Rozi. Knikkend zetten zijn vriendjes zijn woorden kracht bij. ‘Pai?’ vraag ik. Dan gaat er een lampje branden. Bedoelen jullie soms pi?’ vraag ik hen. ‘Pie, pai, what’s in a name?’ schokschoudert Moeltje. ‘Pi is een rekenkundig symbool,’ reageer ik, ‘en pie kan je eten. Maar je hebt gelijk. Het is vandaag pi-dag.’

‘Whai heeft een thingy thingy symbol his own dee?’ wil het beertje weten. Ik graaf in mijn nauwelijks meer aanwezige wis- en meetkundige kennis. ‘Iets met omtrek en diameter van een cirkel,’ zeg ik vaagjes. Het symbool voor pi is π (ik maak een tekening in mijn agenda); Pi een getal wat begint met 3,14 en dan nog een hele rits getallen. In Amerika schrijven ze 3.14 en zo schrijven zij ook de datum van vandaag. Eerst de maand, dan een punt, en dan de dag. En zo is pi-day geboren.’ Ik val even stil. ‘Wij noemen het symbool pi, Engelssprekende mensen noemen het pie en…’ ‘det is whai wai taart willen eten vandaag.’ Ik aarzel. ‘En natuurlijk ook een beetje om Oma’s verjaardag te vieren,’ vult Toet aan. ‘Jaha, want zij is geboren op pai dee,’ jubelt Rozi, ‘dus dubbel zoveel reden om taart te eten.’

‘Drie point foortien reden toe eat pai,’ bromt Moeltje breed grijnzend. Drie punt veertien redenen vind ik wat veel. Eén rede is genoeg. Dat wordt zoeken naar iets lekkers voor bij de koffie. En slagroom voor in de koffie. De dood is geen rede om het leven niet te vieren.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Geen pi, pie of taart… Dus vergrepen de heren zich aan mijn glutenvrije brownie…

T&C: Between duh ears…

Morgen wordt het lente-achtig warm, zegt de weerman. De Boysz, die slechts twee seizoenen kennen, zomer en alles wat geen zomer is, luisteren gespannen. Lente-achtig zegt hen niets. Warm des te meer. ‘Morgen begint de zomer,’ jubelt Toet. ‘Snel snel, wai need our somercloos,’ bromt Moeltje. Het beertje laat zich van de bank glijden en rent naar mijn slaapkamer. De sokkenla om precies te zijn.

Toet rent achter hem aan. Rozi en ik volgen wat rustiger. Als wij de slaapkamer binnen lopen trekt Toet net met een sierlijke zwaai de wintersok van zijn oren. Moeltje wil zijn voorbeeld volgen, maar bij gebrek aan beer zit het grootste deel van de sok rondom zijn nek gewikkeld. Het perfecte moment voor een stukje dramatiek. ‘Ai krijg geen adem. Ai stik.’ Ondertussen blijft hij aan de sok trekken. Dat schiet niet op. Ik pak hem op en maak de sok los. ‘Zenk joe,’ raspt hij. ‘Ai was afraid ai would dij.’

Dan ziet hij de sokken die Toet omhoog houdt. ‘Det met duh stipszzz en duh straips,’ jubelt hij en vergeet te raspen. Hij grist een sok uit Toet’s pootje en rent naar de huiskamer. Op de voet gevolgd door Rozi en Toet. Had ik al gezegd dat het niets warm is op mijn slaapkamer. Iets met een open raam en gelegen op het noorden. Ik help de Boys met het aantrekken van hun zomertenu. ‘Ik wil alleen een sjaal,’ zegt Toet gedecideerd. ‘Ik laat mijn oortjes lekker in de warme wind wapperen.’ Moeltje is minder dare devil. en gaat voor zijn standaard outfit. Alleen wat dunner.

De volgende morgen zien we met zijn vieren hoe de zon begint te stralen. ‘Ik ben blij dat ik gisteren mijn zomersok om heb gedaan,’ zegt Toet stellig. ‘Anders was ik nu vast gaan smelten, zo warm is het.’ Moeltje knikt. ‘Ai hef de sweat in mai eartjes staan,’ bromt hij. Ik vind het niks warm en werp een blik op de thermostaat. Die geeft aan dat de ketel nog aan het stoken is. Negentien graden zie ik. Nog niks warms aan. Ik zie dat Rozi zijn zomer- en winter Dr Who sjaal een keertje extra rond zijn nek draait. Voor hem is het ook nog geen zomer.

Een rilling onderdrukkend wrijft Toet demonstratief over zijn voorhoofd, om het denkbeeldige zweet weg te wissen. ‘No koffie for mai,’klappertand Moeltje. ‘Ai want un cold drankje todee,’ ‘Zeker weten?’ vraag ik, en blaas in mijn koffie. ‘Ik vind het nog maar koud.’ Meewarig kijken Toet en Moetlje mij aan. ‘Het is warm,’ bromt Toet, ‘Kijk die zon eens stralen.’ Hij trekt zijn sjaalsok stevig om zijn nek. ‘It’s nais weer,’ bromt Moeltje. ‘The cold. Det zit between duh ears.’

Ootmoedig geven Rozi en ik de twee andere gelijk. Onze blik van verstandhouding zegt iets anders. De zomer, die zit tussen twee paar oren in. En onze oren zijn het niet.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: De ondeugd

Tweedehands of niet, de sokken van Liesbeth zijn veruit de favoriete kledij van met name Toet en Moel. Rozi houdt niet zo van warme, rode oortjes. Voor die kleine olifant is een sjaaltje meer dan voldoende. In den beginne durfde de heren nauwelijks van sok te wisselen, uit angst een verkeerde keuze te maken, maar nu de hygiëneregels door de komst van corona zijn aangescherpt, moeten de heren er aan geloven. Om de opdracht extra moeilijk te maken mogen zij samen slechts één paar kiezen. Ik zit namelijk niet te wachten op twee halve paren sokken.

In het weekend was ik alle sokken, en hang deze over de verwarming om te drogen en beginnen de heren aan het keuzeproces. Zo ook deze week. ‘Ik wil rood,’ jubelt Toet, en gaat bij de rode sokken zitten. ‘Die kleuren zo fijn bij mijn neus.’ ‘Ai want something blue,’ sombert Moeltje. ‘Because ai em a bitje down.’ ‘Als je down bent, moet je juist vrolijke sokken dragen, antwoordt Toet. ‘Rood dus.’ ‘Belauw,’ sombert Moeltje.

‘Voordat jullie gaan vechten’ scheidsrechtert Rozi, die weet hoe het keuzemoment regelmatig in ruzie ontaard, ‘Stel ik voor dat jullie even naar deze sokken kijken. Blauw, met rode neusjes en … bolletjes. Dan is Moeltje zo weer in zijn nopjes.’ Toet heeft weinig aanmoediging nodig; Moeltje aarzelt nog want soms is een uurtje somberen best lekker, maar gaat ook overstag. Het wachten is nu op de droogkracht van de verwarming.

Het is Toet die een paar uur later als eerste een schone sok aantrekt. Blauw met witte stippen en een rood neusje. Hij trekt de sok over zijn oren en wikkelt de voet van de sok om zijn nek. ‘Lekker warm, zo in mijn nopjes,’ zegt hij. Moeltje pakt de tweede sok van de verwarming, draait hem door zijn pootjes, wil hem over zijn oren trekken en dan… ‘BUD det SOK ZET AI NOT OP. D’R IS A HOLE GAT IN!’ Toet schiet in de lach. ‘Natuurlijk zit er een gat in Moeltje. Hoe wil je de sok anders over je oren trekken?’ ‘Ik bedoel niet dat gat, maar dit gat,’ zegt het beertje en steekt zijn pootje waarover hij de hele sok heeft getrokken in een dramatisch gebaar uit. Nou ja, dramatisch. Daarvoor is zijn pootje een stukje te kort. ‘Kijk hier,’ en hij wiebelt met zijn pootje zodat het gaatje wat tussen de rimpels verborgen zat, zichtbaar wordt. Het is een gaatje van niets, vinden zijn vrienden. Hij moet niet zo zeuren maar zijn sok opzetten, zeggen zij er achteraan.

”But duh tocht,’ jammert het beertje. ‘How can mai oortjes be warm, when de koude wind can find it’s wee to mai eartje,’ Toet haalt zijn schouders op. ‘Stel je niet aan. Je slaat dat stuk van de sok drie keer om je nek. Denk je nu echt dat er ook maar een zuchtje tocht via dat gaatje bij je nek komt? Echt niet!’ Moeltje twijfelt maar is nog niet overtuigd. ‘Perhaps but… ‘ begint hij. ‘Die sok hoeft alleen maar over je oren, niet over je butt’ giechelt Rozi. Het olifantje pakt de sok, zet hem op zijn hoofd en begint de sok rond zijn nek te draaien. ‘Echt Moeltje, er komt geen zuchtje wind bij je oortjes,’ zegt hij. ‘Kijk maar,’ Rozi houdt zijn slurfje tegen het gaatje en blaast zo hard hij kan. De lucht komt niet verder dan de eerste bocht.

Het beertje is overtuigd en neemt de sok van Rozi aan. Met een royaal gebaar trek hij de sok over zijn oren en grabbelt naar achteren om de rest van de sok vast te pakken en om zijn nek te wikkelen. Maar dan… Dan voelt hij de hete adem van Rozi via zijn nek naar zijn oortjes kruipen. Het hele stuk sok vanaf de band bolt op. Verschrikt draait hij zich om en verliest daarbij zijn sok. Die heeft Rozi namelijk stevig tegen zijn slurfje aan gedrukt. Toet rolt over de grond van het lachen en ook Rozi proest het uit. ‘Sorhory Moeltje,’ hikt hij, ‘Maar ik moest even blazen.’ Even lijkt het erop dat Moeltje weer gaat simmen maar… dan lacht hij met zijn vriendjes mee. Eerst nog als een boer met kiespijn, maar niet lang.

Lachend trekt hij de sok over zijn oren,en wikkelt de voet om zijn nek. Daarbij zorgend dat de neus met het gaatje niet op zijn rug eindigt, maar onder zijn kin. ‘Jai ken mai eenmaal voor de gek houden, but not twice,’ mompelt hij al lachend tegen zijn vriendje wiens ogen nog steeds ondeugend twinkelen.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: Water en Brood

Halverwege de middag was de rust wedergekeerd in huize Rianne. Het boompje mag nog een maandje blijven staan, het vuurwerkverbod was bij de heren al bekend. Dat er geen oliebollen en kinderchampagne was, daar konden zij mee leven. En wat betreft bedtijd: Als jij naar Youp gaat kijken, gaan wij wel naar bed. Goed geregeld dus. Scheelt een hoop grappen uitleggen en plooien gladstrijken. Oudjaarsavond 2020 beloofde zowel buiten als binnen een rustige avond te worden.

Aan het begin van de avond las ik wat blogs, waaronder dit exemplaar van Levensjutters. Bij het lezen van het woord tijdmachine zakte mijn mond open en haalde fluitend adem. ‘Wat is er?’, vroeg Toet, waarmee hij weer eens bewees dat hij 9 van de 10 keer selectief doof is. Voor ik kon antwoorden zat hij al naast mij en las mee. ‘Tijdmachine,’ jubelde hij. ‘Voorlezen.’ Ik las voor. Het meeste wat Anuschka schreef ging hen boven de pet maar toen… ook eens mee te reizen in de tijdmachine van de Boysz. Weg rust. De Boysz danste en stuiterde door de kamer. Scandeerde ‘We zijn beroemd roemd roemd. We worden genoemd noemd noemd’.

Ik zag vanaf tien uur rust in rook opgaan. Ik moest iets verzinnen om de Boysz wat rustiger te krijgen. Ik las iets over een lichtshow #venlomienhert, zag dat het Gemeentehuis hier om de hoek in het licht gezet was en ik dacht, even naar buiten is misschien geen slecht idee. De Boys waren voor, stapte zonder morren in de rugzak en we vertrokken. Al snel zag ik het begin van de stralen en de Boysz zagen het einde. ‘Ohhhhh,’ hoorde ik achter mij, toen de stralen van kleur veranderde. In stevig tempo liep ik richting het Gemeentehuis.

In de buurt van de zijingang bleef ik even staan om een foto te maken en de verdere route uit te stippelen. De zijingang was open, en vanuit een kleine witte bus werd apparatuur naar binnen gedragen. Ik zette de rugzak op de grond en maakte wat foto’s. Aansluitend keek ik nog even rond en pakte toen de rugzak op. Die iets verder open stond dan nodig is om alles goed te bekijken. ‘Zijn jullie er jongens?’ vroeg ik. ‘Yeas!’ hoorde ik Moeltje zeggen. Ik slingerde de rugzak weer op mijn rug en wandelde verder. Voorbij het Gemeentehuis, de stadsbrug op. Aan het einde van de brug keerde ik mij om en bekeek het lichtspel.

Bron: Internet / Fotograaf Lé Giesen

Ineens verdween twee van de stralen, alsof er iets voor het lichtpunt stond. De stralen verschenen weer. Een projecteerde een muis en de andere een olifant in de lucht. Moeltje, die uit de rugzak was gekropen en in de capuchon van mijn trui plaats had genomen verzuchte vlak bij mijn oor. ‘Look, Toet end mai elifriend.’ Ik glimlachte. Inderdaad leken beide projecties enorm op de Toet en Rozi. ‘Kijk jongens, jullie evenbeelden hangen in de lucht.’ Het bleef stil. ‘Jongens, kijk eens. Wat vinden jullie ervan?’ Weer geen reactie. Langzaam begon tot mij door te dringen dat ik twee van de Boysz kwijt was.

Ik hoorde politiesirenes steeds dichterbij komen. De politieauto vloog over de brug, schuin de stoep op bij het Gemeentehuis. Twee agenten sprongen uit de auto en verdwenen om de hoek van het gebouw. Langzaam wandelde ik diezelfde kant op. Zag de stralen weer normaal worden.

Tegen de tijd dat ik bij de zijingang van het Gemeentehuis aankwam, zag ik een politieagent naar buiten komen met de Boysz in zijn hand. De agent zette de Boys op de motorkap van de auto, en maakte het portier open. Via de portofoon hoorde ik hem praten met de centrale. ‘Stuur versterking. We hebben de knuffels gevonden, maar niet de persoon die de knuffels geplaatst heeft. We moeten het hele Gemeentehuis doorzoeken.’ Rustig wandelde ik voorbij de politiewagen richting een enorm donker hoekje. Daar plaatste ik de rugzak, met de rits helemaal open, op de grond,

Met zijn rug naar de Boysz hield de agent de ingang van het Gemeentehuis in de gaten. Daar maakte de Boys gebruik van door zich zachtje van de politiewagen af te laten glijden en richting vrijheid te tijgeren. ‘Yeas,’ fluisterde het beertje vijf lange minuten later. ‘Sai sain back. Wie ken go home now.’ Zo geruisloos mogelijk pakte ik de rugzak op, wandelde buiten gehoorafstand van de agent en nog iets verder. Toen siste ik, ‘Zijn jullie helemaal gek geworden. Jullie hadden wel in de cel kunnen belanden. De komende weken op water en brood moeten leven. Sterker nog, het wordt voorlopig water en brood voor jullie. Stelletje doerakken. Hoe komen jullie op het idee.’ Drie knuffels begonnen tegelijkertijd te kwetteren. Wat zij zeiden was onverstaanbaar.

De een na de ander viel stil, tot alleen Rozi aan het woord was. ‘Wij zijn beroemd roemd roemd, wij worden genoemd noemd noemd…. Wij zijn geen bajesklant, en morgen staan we in de krant.’ Ik keek de olifant streng aan. ‘Ik mag het hopen van niet. Maar voor de zekerheid blijven jullie bij het raam weg. Want als de politie jullie vindt zullen ze nooit geloven dat dit een actie van jullie was en word ik gearresteerd.’ ‘So then joe hef to live on water endde bread,’ zei het beertje ondeugend. ‘Ja Moel, en jullie moeten op een houtje bijten, want wie gaat dan de boodschappen doen…?’

Jullie snappen, met zo’n uiteinde heb ik niet echt behoefte aan een spetterend begin. Fijne dag, weekend, week, maand, jaar allemaal.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1997 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: Afblijven!

Het is niet dat ik het niet gezellig vind, zo’n boompje met lichtjes in de kamer. Maar zo op de rand van Oud naar Nieuw had ik bedacht de vaas met (kunst)bloemen terug op het tafeltje te zetten en het boompje elders in huis te laten overwinteren.

De Boysz dachten er heel anders over en gooide al hun fluff en stuff in de strijd. ‘Afblijven!’ riepen zij in koor. ‘Kom aan boompje en je komt aan ons!’ Jullie begrijpen het; gezelligheid troef in huize Rianne.

Ps. Denken jullie dat dit het juiste moment is om de Boys te vertellen dat de regering een vuurwerkverbod heeft ingesteld en dat zij dus gewoon om acht uur naar bed kunnen? Offffeee is dat niet handig zo aan het einde van 2020?

Enfin, wij (kleine letter w dus ik heb het niet over het koninklijke trio Me, Myself & I maar Me & the Boysz) wensen iedereen die hier leest veel succes met het afsluiten van het bizarre en bijzondere jaar wat 2020 bleek te zijn. Onthoud de mooie dingen, geef alles wat een plekje mag krijgen een plekje en laat de rest gaan.

Tot ziens in 2021!

Toet&Co: Swavelstickie meisje

Aan de voormiddag van Kerstavond geef ik toe aan het gezeur van de Boysz en steek ik een kaarsje aan. De Boysz kruipen dicht bij elkaar. Moeltje kent een very sad kerstverhaal en Rozi en Toet hangen aan zijn lippen. ‘….. All the people hadden haast. Nobody zag duh kleine meisje with duh swavelstickies. Rillend van duh kou kroop duh kleine meisje in een portiek. Hier waaide duh wind not so hard en not so koud. Haar buikje was leeg end deed pain. Slowly sai pakte een swavelstickie end stak duh stickie aan. Duh small flame deed nothing om haar te warmen but the light let her see hur mammy. Sai had haar mammy for a long time not gesien. Hur mammy was dead. End when the flame of the swavelsticky died, so dit duh kleine meisje….’

De laatste paar woorden zijn nauwelijks te verstaan door de tranen die hem hoog zitten. Rozi biedt zijn vriendje de punt van zijn sjaatje aan. ‘Snuit maar eens flink Moeltje,’ piept het olifantje. Ook zijn stem is iel van de tranen. ‘Hoezo deden al die mensen niets om dat kleine weeskindje te helpen?’ vraagt Toet boos. ‘Weet niet,’ fluistert het beertje. ‘Duh verhaal verteld ded not.’ ‘Ja maar,’ sputtert Toet, ‘je laat toch klein meisje eenzaam en alleen doodgaan in een portiek. De mensen van dat huis zaten binnen natuurlijk ook nog eens lekker te eten.’ Het beertje knikt. ‘Yes. Ai wos ded vergeten te vertellen, but de piepels in duh house hadden genoeg te eten. End a big vuur.’ Toet snuift eens diep. ‘Genoeg te eten. Een groot vuur. Juist ja. Ik weet genoeg. Trek je warmste kleren aan, pak wat boterhammen kaas, een thermosfles warme thee met veel suiker en een dekentje in. Wij gaan het Swavelstickie meisje redden.’

Tien minuten later verdwijnt een afgeladen volle Tijdmachine met een flits richting het eind van het sprookje. Dit keer wanneer het meisje huilend (‘Ze huilt, dat had je er niet bij gezegd Moeltje,’ fluister Rozi, en veegt een traantje weg) in het portiek kruipt, volgen drie kleine gestaltes haar. ‘Boterham?’ piept een roze olifant. ‘Cup of tea my dear? vraagt een klein bruin Beertje. ‘Hier heb je een warme dekker,’ bromt een uit de kluiten gewassen muis, en stopt haar stevig in. Ik droom zo raar. Ik ga vast dood, denkt het kleine meisje, maar de boterham smaakt naar echt brood met kaas, de thee is heerlijk zoet en de deken is zo zacht als als… Het meisje heeft geen woorden voor de zachtheid van de deken. Lekker warm en met een volle maag valt het meisje in slaap.

‘En nu?’ fluistert Rozi. ‘Wat doen we nu?’ Hij kijkt zijn vriendje aan. ‘Daar heb ik nog niet over nagedacht,’ mompelt Toet. ‘Ik wilde er eerst voor zorgen dat ze niet hier koud, zielig en alleen dood zou gaan.’ ‘Ded is sweet,’ bromt Moeltje, ‘But sai kan here not blijven liggen. Ded deken is nice end warm, but duh wind is terrible cold end ut is freezing. Sai is freezing.’ Verstrooid knabbelt hij wat aan het korstje brood wat het meisje niet meer op kon. ‘Haar mama is dood, fluistert Rozi, ‘maar hoe zit het met haar vader? Heeft zij een grootmoeder? Een tante? Grote zus… Wie kan er voor het meisje zorgen want wij kunnen haar niet mee naar huis nemen.’ Moeltje haalt zijn vertwijfeld zijn schouders op. ‘If sai hef family, I hef det not in duh verhaal gehoord.’

‘Tohoet!’ piept Rozi. ‘Bedenk wat. Het is kerstavond en als jij niet snel iets bedenkt gaat het meisje toch nog dood.’ Toet denkt zo diep dat zijn fluf en stuf net zo hard kraakt als het ijs op de ramen. ‘Hurry up Toet,’ moedigt het beertje hem aan. ‘ja ja,” snuift Toet, ‘Ik denk. Ik denk. Maar waar is de goede petemoei als je er eentje nodig hebt? Als je een wonder nodig heb.’ ‘Petemoei?’ vraagt Moeltje. ‘Zoals in Doornroosje?’ piept Rozi. ‘Oh, a fairy godmother. There is no…. ohhhhh…. The godmother. Yeas. Miracles. Ai snap het.’

Het beertje gaat er eens goed voor zitten. ‘End while duh kleine meisje lekker warm in de portiek lag te slapen, came duh koets det bracht haar big sister back home, steeds dichterbij. Duh koets stopte bai de kleine huisje waar sai was opgegroeid. Het huisje was donker. Sai deed de deur open. Called out voor her mammy end her kleine susje. Sai kreeg geen antwoord. ‘I see lttle voetsteps in duh sneeuw,’ said duh man det reed de koets. Together with duh man de grote sister followed in duh footsteps of her sister. Found her, wrapped lekker warm in a blanket in un portiek.’

Het beertje valt stil. In de verte klinken de stemmen van een man en een vrouw door de nacht. Snel springen de drie vriendjes in de tijdmachine en flitsen een boom in. Zien hoe de man en vrouw het meisje vinden. Zien hoe de vrouw het slapende meisje voorzichtig in haar armen neemt. Slaperig doet het meisje haar ogen open. Ik droom alweer, denk zij. ‘Aarzelend zegt zij, ‘Mama?’ De jonge vrouw drukt haar tegen zich aan. ‘Nee lief zusje,’ fluistert zij, ‘Ik ben niet je mama maar je grote zus. Ik ben samen met mijn man hier naartoe gereisd om je op te halen, mee naar huis te nemen. Zodat je nooit meer alleen bent.’

De man tilt het meisje, nog steeds gewikkeld in de deken, op. ‘Kom, we gaan terug naar het huisje van je moeder om wat te eten en te slapen, en morgen gaan we naar huis. Met een paar passen zijn de mensen, nagestaard door drie tevreden knuffels, in de donkere nacht verdwenen.

‘Goed gedaan Moel,’ complimenteert Toet het kleine beertje. ‘Dankzij jou is dit verhaal goed afgelopen.’ Het beertje glundert. ‘Yeas. Det was the better denkwerk van mai.’ Tevreden staart hij de duisternis in. Onderdrukt een rilling van de kou. Zijn snuitje versombert en hij zegt, ‘But how gaan wai Rianne vertellen dat hur warme blanket in un fairytale is achtergebleven?’ Toet haalt zijn schouders op, schiet dan in de lach. ‘Ach dat leest zij straks wel op ons blog, en dan is zij gewoon hartstikke trots op ons en vergeet boos te worden.’

Met die woorden flits de tijdmachine terug naar de toekomst, de echte wereld, naar huis.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet&Co: Kern van waarheid

Duh elf on duh shelf bleek geen lang leven beschoren. Terwijl zijn vriendjes met hun rug naar de kamer langzaam tot tien telde, en al snel de zeven kwijt waren, dook Toet de laptoptas in. Tegen de tijd dat de kleintjes via een omweg bij tien waren aangekomen, had Toet al genoeg van zijn verstopplekje en deed er alles aan om gevonden te worden. ‘Nu mag ik,’ jubelde Rozi maar ik schudde mijn hoofd. ‘The elf on a shelf verplaatst zich ‘s-nachts door het huis, en zelfs wanneer hij gevonden is, verplaatst hij zich pas de volgende nacht. Dus Toet, terug in de tas in, en Rozi mag zich pas verstoppen wanneer de andere twee slapen.’

‘Stom spel,’ mompelde Toet en zo ging Elf on duh shelf naadloos over in verstoppertje spelen. Niet lang, want toen speelde de heren tikkertje en net toen ik in wilde grijpen nestelde Moeltje zich in de stoel met schapenvacht om een dutje te doen, trok Toet de deur van de koelkast open op zoek naar een stukje kaas, en begon Rozi een conversatie met, naar ik dacht een denkbeeldig vriendje, maar het bleek een kleine huisspin te zijn.

Ik mompelde iets over spanningsboog en ging weer aan het werk. Moeltje bleek toch wakker, en had mijn gehoord. ‘Wai hef no bow,’ zei hij. Ik keek hem verbaasd aan. ‘Wai hef wel bows gehad, but wai hef nouw un lichie opgestoken end wai weten nouw det playing cowboy enduh indian is un-eti-kool.’ Toet neemt nog een hapje kaas en bromt, ‘Ook als je geen cowboy en indiaantje speelt is kool oneetbaar. We hebben nog even naar Robin Hoed gekeken, om te zien of dat wat was, maar nee!’

Ik denk even na. ‘Doet Robin Hood niet mee aan een boogschietwedstrijd?’ vraag ik, enigszins verbaasd. Het antwoord is een vernietigende blik van zowel Toet als Rozifantje. Dan blijkt dat Moeltje nog niet sliep. ‘Toet end my Elifriend, zai zien er ridiculus uit in mama-joos. Hun bellies sain toooo big.’ Er verschijnt een brede lach op zijn snuitje. ‘Ai on duh other hand looked fabulous, splendid, blended in reaaaaaalllllly nice.’ Lachend draait het beertje zich om. Langzaam gaat zijn gelach over in gesnurk. Uit mijn ooghoek zie ik hoe Toet de rest van de plak aangekloven kaas terug in de koelkast legt.

Ik vermoed dat er een kern van waarheid in de opmerking van Moeltje zit. 😉

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet & Co: Peace on earth

Je zou verwachten dat nu de Boysz een eigen kerstboom met lichtjes hebben, de verdere aanloop naar Kerstmis rustig zou verlopen. Niets blijkt minder waar. De heren maken ruzie over van alles en nog wat maar vooral over, de ironie, Kerstmis.

‘Dan vieren we de geboorte van het babietjes Jezus,’ piept Rozi. Moeltje schudt van nee. ‘No, no, no no, duh feest was er al long before det babietje was born. It was duh feest of light. Om te vieren det de deeys become longer again, end det de sun was still alive in duh sky.’ Toet zucht eens diep. ‘Moetlje, Rozi en ik, wij waren bij de geboorte van het babietje en geloof mij nou maar, met kersmis vieren we zijn geboorte.’

‘Het is duh feest of light,’ houdt Moeltje vol. ‘Om duh longest night end duh kortst deey te vieren. To do det, duh piepels of Europe (hoewel het toen nog geen Europe was) light big fires in the woods, end partied drie deeys end nights. BECAUSE THEY WERE HAPPY FOR THE SUN TO COME BACK!’

‘BABIETJE JEZUS,’ roepen zijn vrienden in koor. ‘EXPLAIN THE TREE’S AND THE LIGHTS!’ gilt het beertje. ‘END SANTA, END DUH ELF ON THE SHELF!!!

‘BABIETJE JEZUS!!’ roept Rozi. Toet kijkt Moeltje nadenkend aan. ‘Elf on a shelf?’ vraagt hij aarzelend. ‘YEAS ELF ON a shelf,’ antwoord het beertje, terwijl hij weer kalmeert. ‘Wat is ‘duh elf on a shelf.’ ‘X-mas traditions,’ bromt Moeltje. ‘The elfs are Santa’s helpers end soms wan of duh elfs verlaat duh Northpole om bij de piepels te gaan wonen. To kinda spy on the piepels so dey kunnen Santa vertellen of de piepels lief zijn geweest, en cadeautjes hef verdient. Dey look like a beeldje bud dey move around duh house. On their own.’

‘Net als wij,’ piept Rozi. ‘Yeas, just like us,’ beaamt het beertje. ‘Een soort verstoppertje spelen dus? Met een beetje klikken?’ vraagt Toet. ‘A little bitje well?’ knikt Moeltje. ‘Ik heb een idee,’ zegt Toet. Hij wenkt zijn vriendjes dichterbij. Er volgt wat gesmiespel. Gevolgd door de volgende stemverheffing over wie de Elf is, en wie mag beginnen.

Ik heb er genoeg van. ‘STIL JULLIE DRIE!’ verhef ik mijn stem. ‘We hebben nog drie weken tot het nieuwjaar is. Dat is één week Moel op een Stoel, één week Rozifant op een plant en één week Muis in Huis.’ Verbaasd over zoveel slimmigheid kijken de heren mij aan. Dan gaan ze ruziën over wie als eerst mag. Ook daar heb ik aan gedacht. Snel schrijf ik drie cijfers onder de tien op een briefje en om de beurt mogen zij een nummer raden.

Ja lieve mensen, de volgorde is bepaald. De rust is wedergekeerd. Binnenkort meer.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.

Toet &Co: Feest van het licht

Sinds ongeveer half november hebben de overburen een lichtshow rondom de voordeur bevestigd. Een week later werd een tweede huis versierd, plaatste de onderburen een boom met lichtjes op het balkon en ook diverse flats in de verte zijn ‘s-avond een stralend middelpunt. De Boysz vinden het kaasje. Vooral Moeltje is gecharmeerd van de lichtvervuiling. Het moge duidelijk zijn, ik ben geen voorstander.

Twee weken lang zeuren de jongens om lichtjes. Twee weken lang zeg ik nee. Dan slepen zij een kandelaar en waxinelichtje vanaf het balkon mijn huis in. Ik leg uit dat ik een echt kaarsje, een echte vlam, geen goed idee vind. Ik praat over brandgaten, schroeiende velletjes en smeulend fluf en stuf. De Boysz beloven plechtig dat zij echt echt, echt, echt heel voorzichtig zullen zijn, en ik ga overstag.

Inderdaad, ik ben een weke toffee. Het echte vlammetje vraagt om marshmallows (nee, dat wordt knoeien, ik ken de Boysz) en daarna om een kerstboom. Weke toffee of niet, bij een kerstboom trek ik mijn grens. Moeltjes onderlip begint te trillen. ‘I miss climbing in trees,’ zegt hij met een bibberend stemmetje en er verschijnt een traantje in zijn ogen. Ik overweeg nog eerder hen met marshmallows te laten knoeien dan dat er een boom in huis komt. Dat eerste zeg ik wijselijk niet.

Een aantal dagen blijven de Boysz zeuren maar wanneer ik niet toegeef krijg ik the silent treatment en word doodgezwegen. Maandag kom ik terug van de Cardioloog en besluit dat na deze fijne uitslag iets lekkers bij de koffie wel op z’n plaats is. Terwijl ik bij de kassa sta valt mijn oog op een ieniemienie klein kerstboompje met lichtjes.

Zucht. Sentimentele opwellingsaankopen zijn nooit slim of verstandig. Maar de Boysz en ik zijn weer on speaking terms en dat is eigenlijk best wel prettig.

Toet, Rozifantje en Moeltje, aka de Boysz, zijn drie magische knuffels die mijn leven mooier maar op zijn tijd ook zwaarder maken. Toet is van oorsprong een CliniClown muis, Rozifantje iss een creatie van Appelig en daarmee one of a kind, en Moeltje is in 1998 in de rugzak van Zoon mee naar Nederland gekomen, en woont hier dus min of meer illegaal.