Even slikken

De mens, in ieder geval dit mens, zit gecompliceerd in elkaar. Natuurlijk ben ik de Koningin te rijk dat mijn hart klopt zoals het kloppen moet. mijn bloed ongehinderd stroomt naar waar het moet gaan en dat mijn longen schoon zijn. Maar ja, daarmee is mijn conditieverlies niet verklaard nog opgelost. Hoewel ik merk dat ik qua gezondheid stappen vooruit aan het zetten ben, zijn er ook dagen dat ik achteruit loop. Dan willen lijf en geest niet wat ik wil. Zeker op dat soort dagen wil ik weten wat de oorzaak is. Gisteren was zo’n dag.

Omdat diverse mensen met verstand van zaken hebben aangegeven dat mijn klachten wel heel erg op post-corona klachten lijken, heb ik mijn bloed laten onderzoeken op de aanwezigheid van anti-stoffen. Ik was van te voren al gewaarschuwd dat de kans dat er negen maanden na dato nog anti-stoffen gevonden worden vrij klein is. Daar werd ook bij gezegd dat geen anti-stoffen niet betekend dat ik geen corona heb gehad, omdat mijn klachten duidelijk genoeg ‘corona’ schreeuwen.

Voorbereid of niet, het was toch even slikken toen de uitslag negatief bleek. Vermoedens van medici zijn natuurlijk best wel educated guesses maar geen 100% zekerheid. En nee, het gaat niet eens om corona. Ik had graag de hypochonder in mij het zwijgen opgelegd. Soms zegt iemand, ‘het zou ook nog xxxxx kunnen zijn‘ en twijfel ik even. Dan slaat mijn hypochonder op hol en neemt mijn gedachten met zich mee. Stel dat?

Gelukkig is mijn hypochonder lui en makkelijk om te kletsen. Heb ik alle vertrouwen in mijn behandelend artsen. Als zij zeggen dat het waarschijnlijk zo is, dan zal het wel zo zijn. Uit ervaring weet ik dat dit gevoel van ‘ik had het graag met zekerheid geweten’ over gaat. Het heeft gewoon even de tijd nodig. Net als het herstelproces. Hé, we zijn weer terug bij af. 😉

Terwijl ik met mijn hypochonder worstel, poog de regelmatig terugkerende brainfog te negeren, kom ik onderstaand nummer van Lex Uiting tegen. Door Lex in opdracht van VieCuri, mijn voormalig werkgever, geschreven. Over dit bijzondere jaar. Ik hoor het één, twee, drie, vier keer op rij. Zie het tientallen keren op mijn tijdlijn (Facebook) voorbij komen. Word wiebelig en moet slikken. Alweer!

Ineens is daar het besef, zekerheid bestaat niet. Maar ook, een nieuw jaar, een nieuwe ronde en nieuwe kansen om elke dag een beetje sterker te worden. Of even stil te staan. Een stapje terug te doen, adem te halen, en weer een stapje naar voren te zetten. De oorzaak is niet belangrijk. Het gaat om het herstel. En in herstel heb ik alle vertrouwen.

Douze points

Het korte lontje van een deel van de Nederlanders richting zorgverleners is al jaren een hot item, en in de bijzondere tijd zijn er meer lontjes kort, en andere lontjes nog veel korter geworden. Ik lees regelmatig verhalen van op andere gebieden weldenkende en sociale mensen, die he-le-maal los gaan over het feit dat een doktersassistente het lef heeft om te vragen wat de klachten zijn. Alsof ik dat aan een telefoniste ga vertellen, ik wil de dokter spreken. Buiten de weigering te vertellen wat de klachten zijn, kan de doktersassistente ook nog wat scheldwoorden en soms zelfs bedreigingen naar haar hoofd geslingerd krijgen. Ja, wij zijn een bijzonder volkje.

Gezien jarenlange, over het algemeen, positieve ervaringen met doktersassistenten heb ik geen moeite mijn vraag en/of klacht aan hen voor te leggen. Daar zijn zij tenslotte voor opgeleid. Zo ook afgelopen woensdag. Nu ik weet dat het conditieverlies en de pijnklachten niet van mijn hart afkomen maar mogelijk gerelateerd zijn aan een doorgemaakte corona-infectie dacht ik, een onderzoek op de aanwezigheid van antistoffen kan geen kwaad. Ik belde mijn huisarts en na een tijdje in de wacht te hebben gestaan kreeg ik een voor mij vreemde assistente aan de lijn. Ondanks de drukte liet zij mij mijn verhaal doen. Sprak dezelfde twijfel uit die ik zelf ook heb (als ik het heb gehad is dat een maandje of negen geleden, en blijven antistoffen wel zo lang aantoonbaar?), maar beloofd met de dokter te overleggen. Belt u morgenmiddag even terug?

Zo gezegd, zo gedaan. Gisterenmiddag hing ik weer aan de lijn. Weer zoveel wachtende voor me. Weer die rustige, vriendelijke stem. Ik noemde mijn naam, wilde mijn vraag stellen en zij zei, De antistoffen test toch? Ik heb het met de dokter overlegd, en hij vindt het een goed idee. Alles ligt hier klaar, dus we kunnen meteen een afspraak maken om bloed te prikken. Volgende week vrijdag was de eerste optie. Mij hoor je niet zeuren, dus ik vroeg al ‘hoe laat’ maar toen zei zij. Ik werk morgen ook. Ik ga even kijken of ik wat kan schuiven zodat u morgen al kunt komen.

Vandaag om kwart voor tien kan ik al terecht. Echt, al heeft ze van bloedprikken geen kaas gegeten, alleen al vanwege haar patiëntvriendelijke en rustige manier van handelen heeft zij twaalf punten verdient.

Een uur later kreeg ik een appje van Zoon. Er zit een slimmerik bij de huisarts aan de telefoon. Heeft me een andere neusspray aangeraden die zonder recept te krijgen is en beter werkt op ontstoken holtes dan het zoutwater (wat hij nu gebruikt, en voor is geschreven door onze vorige huisarts). Twee keer twaalf punten dus.

Het mooiste verjaardagscadeau ever

Persoonlijk

Na alle onderzoeken (huisarts, afdeling cardiologie, de fietstest en de CT-scan) mocht ik mij vandaag om kwart over twee bij de Cardioloog in opleiding melden voor de uitslag. Ondanks dat ik het idee heb dat er niets aan de hand is, ondanks het feit dat er duidelijk progressie in mijn conditie zit, was ik toch wel een beetje nerveus. Want ja, die fietstest was niet echt soepel gegaan en een vrouwenhart zit nu eenmaal anders in elkaar dan een mannenhart.

Keurig op tijd werd ik binnengeroepen en kon het gesprek beginnen. Het voelde als een lovend functioneringsgesprek waarbij je zelf zit te wachten op de maar. Het bloedonderzoek had niets schokkends opgeleverd, het hartfilmpje was goed. Uit de echo was gebleken dat de pompfunctie van mijn hart perfect is en de kleppen sluiten goed. De fietstest was goed en de CT-scan heeft laten zien dat er geen spettertje kalk in mijn aderen zit.

Toen kwam de maar

Bij een vrouw zitten de problemen over het algemeen veel minder in de grote aderen maar veel meer in de haarvaatjes. Daardoor kunnen problemen alleen opgelost worden door medicijnen, want dotteren is niet mogelijk. En die medicijnen, die kennen nogal wat bijwerkingen. Ik slikte. Toch die verrekte fietstest

‘Gelukkig is dat voor jou niet nodig!’

Ik keek de beste man verbaasd aan. ‘Alles ziet er gewoon goed uit, en als ik hoor dat nu je wat gas terug genomen hebt de klachten beduidend minder zijn geworden, maak ik mij nergens zorgen over en is er geen enkele reden om je medicijnen voor te schrijven.’

‘En de fietstest?’ vroeg ik. ‘Die ging echt belachelijk slecht.’ De jongeman keek even naar zijn scherm en begon te lachen. ‘Slecht? Juist niet. Toen je stopte stond de weerstand al een stuk hoger dan normaal voor mensen van jouw leeftijd, en je bloeddruk en hartslag herstelde zich binnen de normale tijdspanne.’

‘Dus toch de leeftijd,’ zei ik

Een collega had gezegd, ‘Je bent geen twintig meer. Op een gegeven moment gaat alles wat langzamer.’ De Cardioloog knikte. ‘De leeftijd speelt inderdaad mee.’ Omdat ik er toch zat en er duidelijk nog tijd over was heb ik mijn vermoeden, dat ik in maart misschien wel Corona heb gehad waarvan dit de restklachten zijn, uitgesproken. Volgens de Cardioloog was dat heel goed mogelijk.

Mijn huisarts wordt door de Cardioloog middels een brief op de hoogte gesteld van het feit dat mijn hart perfect klopt, en mochten de klachten weer erger worden, mag ik mij bij de huisarts melden of meteen bij de Cardioloog aankloppen.

Deze uitslag voelt als het mooiste verjaardagscadeau ever

En daar waar ik helemaal niet zo van het vieren ben, ben ik op de terugweg toch even bij de grootgrutter binnen gewandeld en heb iets lekkers voor bij de koffie, iets lekkers voor in de koffie en slagroom gekocht. Omdat ik vandaag mijn 58ste verjaardag in goede gezondheid vier!

Proost allemaal!

Blij met een dagje vrij

Hoewel mij gevraagd was om op tijd te komen, niet te laat maar zeker niet te vroeg, was ik dat laatste wel. Toch mocht ik meteen doorlopen naar de wachtruimte bij de CT-scan, en lag ik een kwartier voor het afgesproken tijdstip al op het bedje waar de CT-scan een beetje omheen draait.

Ik werd voorzien van plakkers. Links werd een infuus geprikt, rechts de bloeddruk gemeten wat resulteerde in een harde piep. ‘Heb je normaal al een lage hartslag?’ vroeg de analist. Euh, best wel. ‘Wat is-ie nu?’ vroeg ik. ‘Negenenveertig,’ was het antwoord. ‘Vandaar die alarmbel.’

Ik kreeg uitleg. Over adem inhouden en het effect van de contrastvloeistof. ‘Je krijgt het warm en daarna het gevoel dat je in je broek plast.’ Ik ben een zeikerd dus kon alleen maar duimen dat ik niet per ongeluk het gevoel in waarheid om zou zetten.

Sneller dan gedacht op basis van de thuis gestuurde informatie zat het onderzoek erop. Na van alle opgeplakte en ingeprikte onderdelen te zijn verlost ging ik zitten en sprong van het bed. ‘He, ik moest dat bed nog laten zakken,’ riep de analist. ‘Dat zit bij de prijs inbegrepen.’ Lachend zei ik, ‘Ik vraag wel een refund van 2 euro aan.’

Aansluitend gingen Zoon en ik nog even bij mijn voormalig collega’s langs. Een kwartiertje of zo. Daarna wandelde we naar de auto. Ineens hakte het effect van de contrastvloeistof erin en wist ik waarom ik niet zelf naar huis mocht rijden.

Nu hang ik op de bank en ben ik blij dat ik vandaag vrij ben. Over anderhalve week krijg ik alle uitslagen. Tot die tijd draait de wereld gewoon door. Daarna trouwens ook. Dat is de aard van onze planeet.

Wanneer je kind meer weet dan jij..

Spaarzaam typetje of niet, op het moment dat het nodig is, kan ik best geld aan/voor mijzelf uitgeven. Zeker in een maand waarin ik naast mijn salaris ook een extraatje krijg. Eindejaarsuitkering dit jaar. Precies op tijd want mijn Chromebook vertoond steeds meer kuren. Het touchscreen reageert niet meer op mijn aanraking en bij tijd en wijle weigert de muis pertinent om naar de rechterbovenhoek te gaan. De hoogste tijd dus voor een nieuwe schootverwarming.

Lang heb ik gedacht om weer voor een Chromebook te gaan maar nu ik voor het werk een echte laptop heb, merk ik dat dat toch wel voordelen heeft. Nadeel is het keuzeproces. De tijd dat je uit slechts zes apparaten kon kiezen ligt ver achter ons. Ik ging naar de website van een media gigant en begon mijn eisen en wensenpakket in te voeren. Tot mijn stomme verbazing zag ik tussen alle opties een MacBook staan. Ik ben een sucker voor Apple-producten. Ik besloot niet verder te zoeken.

Een paar uur later deelde ik mijn voornemen mede aan Zoon. Hij ging naar dezelfde site, zocht het betreffende MacBook en zei, ‘Wil je dat je nieuwe laptop sneller is dan je Chromebook?’ Aangezien mijn Chromebook niet vooruit te branden is zei ik ja. Daar ging het MacBook. ‘Die is maar net zo snel als je Chromebook en heeft te weinig werkgeheugen.’

In een razend tempo begon hij vragen te stellen en vinkjes te zetten. In datzelfde moordende tempo werden zoekopdrachten aangepast. ‘Dat wil ik ook,’ zei ik, die tussen het zetten van elk vinkje een minuut moet wachten. Hij opende een vergelijkingssite en ik ging verder werken.

Na het eten liep ik weer even bij hem binnen. Kijken wat er uit zijn vergelijking was gekomen. Zei ik al dat de keuze tegenwoordig reuze is. Nee, ik heb nog geen definitieve keuze gemaakt. Wel staan er twee laptops op het verlanglijstje van Zoon. Morgen, wanneer we terug komen uit het ziekenhuis, gaan we (als alles goed gaat) bij de mediagigant lang. Even de laptops in het echt bekijken en mijn vingers over het toetsenbord laten glijden. Misschien wel mijn keuze veranderen. Het zou zo maar kunnen wanneer Zoon en betere deal vindt.

Het is even wennen, zo’n kind wat meer dan jij weet. Maar leuk is het zeker. En zeker €200 goedkoper. Dat heeft-ie toch van zijn moeder. Want hoe mooi en fijn ik een MacBook ook vind, meer voor minder, daar kan ik heel goed mee leven.

Aftellen

Persoonlijk

Donderdag mag ik naar het ziekenhuis voor de CT-scan. Tijdens zo’n scan is het van belang dat je hartslag zo laag mogelijk is. Daarom moest ik vandaag beginnen met het slikken van betablokkers. Dat spul brengt je hartslag en bloeddruk naar beneden. Nu zijn mijn hartslag en bloeddruk sowieso niet erg hoog, dus een aantal (mogelijke) bijwerkingen zoals duizelig worden wanneer je te snel opstaat, daar ben ik mee bekend. Volgens de bijsluiter begint het spul na een uur of drie tot vier te werken.

Om zeven uur duwde ik de eerste pil naar binnen, iets over tienen ging ik aan de wandel. Ik blijf wel op weg, zei ik tegen collega. Langs de Maas schravelen lijkt mij nu niet handig. Zo gezegd zo gedaan. Een gezapige route, geen hoogteverschillen, vlakke straat. Volkomen anders dan anders. Ik kom er zelfs mensen tegen. De stoep is smal dus ik wijk uit. Voordat ik het fietspad op loop werp ik een blik over mijn schouder om te zien of er wellicht een fietser aankomt. Mijn wereld draait.

Een eindje verderop mag ik de straat oversteken. Ik kijk snel naar links en naar rechts, geef de lantaarnpaal even een hand en een schouder, en toen de wereld stopte met draaien (heel zachtjes maar wel waarneembaar) heb ik de kortste en veiligste route naar huis genomen. Nu is het aftellen geblazen. Vrijdag op z’n vroegst ga ik weer wandelen. Niet alleen Marie is wijzer geworden. Ik ook.

Voor de mensen die denken, stel dat je dat spul altijd moet gaan slikken. Daar maak ik mij (nog) geen zorgen over. Je schijnt er aan te wennen.

Het smaakte als ooit …

Mijn vader’s hobby was eten, die van mijn moeder koken. Inderdaad, dat vult elkaar heel goed aan. Mam ging ver in het ons op eet gebied naar de zin te maken en zeker wanneer je mee ging boodschappen doen, wilde zij best een pondje extra van die schandalig dure spinazie (whatever) kopen.

Met geld uitgeven aan eten buiten de deur, had Mam, zeker toen wij nog thuis woonden, wel een probleem. Drie gulden voor een koppie tomatensoep. Daar maak ik een hele pan voor. En die smaakt nog beter ook! Zelfs een terrasje pikken met Mam was lastig want zelfs de koffie smaakte elders niet zoals zij hem maakte.

Toen kwam MacDonalds naar Nederland. Ik legde haar het principe hamburger uit. Broodje, aan de binnenkant geroosterd, lapje vlees ertussen. Daar ging Mam de deur niet voor uit. Maar zij ging wel experimenteren en zo stond er op een dag vleestosti op het menu. Tussen twee verantwoorde bruine boterhammen prakte zij een balletje rundergehakt met uitjes en kruiden, en die boterham verdween voor een gevoelsmatig lange periode tussen de grill. Het effect was om je vingers bij af te likken. Daar kan Meneer Donalds niet aan tippen.

Gisteren zocht ik even op welke voedingsmiddelen je het beste kan eten om je hoeveelheid bloed zo snel mogelijk weer op peil te krijgen. Rood vlees stond bovenaan het lijstje. Ik kocht een paar tartaartjes. Gisteren bakte ik er een bij de gebakken aardappeltjes, vandaag maakte ik er eentje aan met ui en kruiden, belegde er twee dubbele boterhammen mee, en schoof deze, bij gebrek aan grill, in de koekenpan.

Ik weet niet wat ik had verwacht, maar dit niet. Die boterhammen, die smaakte naar ooit.

Van de wap …

Na een jaar of tien bloeddonor te zijn geweest ben ik er een jaartje of vier geleden mee gestopt. Het bloed geven koste mij teveel kruim. Of beter gezegd, het herstellen na het geven van bloed. Het ultieme dieptepunt was die keer dat ik naar huis fietsend het idee had dat ik flauw ging vallen, afstapte, rustig verder wandelde, toch even moest gaan zitten en bij kwam net voordat de ambulance naast mij parkeerde. Ik knapte snel genoeg op om zelf naar het bankje bij de ingang van de Spoed Eisende Hulp (SEH) te wandelen, terwijl de ene ambulancebroeder mijn fiets meenam. De portier van het ziekenhuis hield mij vanuit zijn loge nauwlettend in de gaten, en kwam zelfs een opbeurend praatje, van collega tot collega, maken. ‘Je lag strategisch precies tussen het mortuarium en de SEH,’ zei hij, ‘En het was afwachten wie als eerste bij je zou zijn.’ Het verhaal doet het nog altijd goed op feesten en partijen.

Hoewel latere bloedafnames nooit meer dusdanig dramatisch geëindigd zijn, merkte ik wel dat mijn herstelperiode vaak langer was dan die van andere bloeddonoren. Ik was soms een paar dagen van de kaart. Het was Zoon die als eerste de connectie tussen bloed geven en een paar dagen under the weather zijn maakte. Daarna duurde het nog even voordat ik het toe wilde geven, maar een paar jaar later besloot ik, met pijn in mijn hart, te stoppen met doneren.

Het werd 2020. Een vreemd jaar. Voor alles en iedereen en zo ook voor de bloedbank. Ik zag een aantal maal een oproep voor nieuwe donoren voorbij komen. Ondanks dat ik mij, met uitzondering van het conditieverlies, in jaren niet zo goed heb gevoeld, aarzelde ik om de stap te zetten. De explosie in Beiroet was wat mij uiteindelijk over de streep trok. Hoewel ik ervan uit ga dat de Nederlandse regering niet zo maf is om ergens, binnen de bebouwde kom, een dusdanig grote hoeveelheid explosieven te bewaren, zit een ongeluk in een klein hoekje. Ik melde mij weer aan als donor.

Het duurde even voordat mijn aanmelding was verwerkt, maar vandaag mocht ik mij voor het eerste onderzoek bij de bloedbank melden, en meteen bloed geven. Gezien het traject bij de cardioloog heb ik even geaarzeld, maar zoals ik al zei, als ik in een normaal tempo loop heb ik nergens last van, dus.

Dus stond ik om 10.20 uur aan de balie van de bloedbank. ‘Ik zie dat het je 20ste bloedafname wordt,’ zei de laborante die aan de balie zat. ‘Dit zijn de cadeautjes waar je uit kunt kiezen.’ Ik was even van de wap na deze mededeling. Zij trouwens ook. Want hoewel zij keurig een groene map, ten teken dat ik de uitgebreide keuring moest ondergaan, pakte, stopte zij er het standaard formulier in. Dat is uiteindelijk goed gekomen. Net als het bloed geven zelf.

En mijn cadeautje: een cadeaubon voor het Rode Kruis. Leverde mij twee goede doelen in één klap op. Met mijn karma zit het voorlopig wel weer goed.