Dubieus ..

‘Dat is een dubieuze combinatie,’ zeg Zoon. Op de aanrecht staat een pot nutella met en leper er naast. Ik vind het dubieuze wel meevallen. In de magnetron staat een beker melk warm te worden. Warme melk en een lepel nutella: het recept voor mijn avonddrankje.

Vroegah kwam mijn chocolademelk in poedervorm uit de bekende gele bus. Drie lepels poeder op één beker melk. Hoe goed ik ook roerde, er zaten altijd klontjes in. Daar waar de melk goed te drinken was, waren de klontjes yuk. Smaakte naar koetjesrepen. Chocolade die de naam chocolade eigenlijk niet verdiende.

Melk met nutella. Waarschijnlijk smaakt het anders dan ooit maar ben ik ooit gewoon vergeten. Er zit in ieder geval een heul vaag vleugje hazelnoot aan. Maar door het niet egale mengel, en de klontjes, is het een trip down memory lane. Leuke bijkomstigheid: de klontjes zijn nu wel te hachelen. In die zin is deze combinatie wel wat dubieus ja. 😉

Doe’s lief

Bij het maken van mijn avondplanning mag ik graag rekening houden met mijn dagplanning. Niet zozeer qua drukte, want als ik daar rekening mee zou houden kwam ik nooit aan een avondplanning toe. Nee, ik kijk vooral naar het aantal vergadermomentjes dat ik op een dag heb. Hoe handig het videobellen ook is, het kost mij meer energie dan een normale vergadering. Op dagen met drie of meer teamvergaderingen kan je mij rond vijf uur opvegen en kan ik geen beeldscherm meer zien. Dat gevoel duurt zelden langer dan een half uur, anders kwam er geen blog meer uit mijn vingers.

Gisteren stonden er twee vergaderingen op de planning en ineens waren het er drie. De twee van vandaag kregen gezelschap van een gepland en een ongepland exemplaar en zo zat ik op vier. Wat niets is in vergelijk met morgen. Vier afspraken werden er zes, en dan moet de dag nog beginnen. Het feit dat ik gepland had vanavond ook nog minimaal anderhalf uur geconcentreerd naar een scherm te kijken, onderwijl luistert naar een al dan niet goede spreken, en te pogen niet naar de andere aanwezige te kijken omdat dat teveel prikkels op levert, stond mij rond het middaguur ineens tegen.

Vroeger, lees een week of zo geleden, had ik gedacht, pech, gepland is gepland, had je maar beter na moeten denken. Vandaag dacht ik, Doe’s lief en stuurde een appje om mij af te melden, Inderdaad, doe’s lief geldt niet alleen voor anderen maar ook voor mijzelf. En dan is het nu tijd voor een kopje decafé met een lekkere schuimkraag van vers opgeklopte melk.

Fijne avond allemaal. En misschien dat ik morgen weer kom lezen. Vandaag beperk ik mijn schermtijd enigszins! ❤

Minder soepel

Omdat ik het kind in mij koester, wilde ik vandaag mijn nieuwe jas aan naar het werk. De nieuwe jas, superlang en vol bloemen, vraagt om een fleurig kledje. Het fleurige kledje om een petticoat en de petticoat om laarsjes met een hak. Wat gezien de lengte van de jas sowieso geen slecht idee is.

Hoewel ik op die hakken prima vooruit kan, en de ommetjes mij steeds makkelijker af gaan, leek het mij slimmer om dit keer op de fiets naar het werk te gaan. Niet alleen omdat fietsen sneller gaat maar ook omdat ik, met uitzondering van de fietstest bij de cardioloog, sinds augustus niet meer gefietst heb en ik wilde weten hoe het zou gaan.

Donderdag ging ik keurig op tijd naar bed en deed geen oog dicht. Ondanks het open raam was het warm op mijn slaapkamer en mijn lijf was meer dan rusteloos. Om vier uur verzette ik de wekker van zes naar zeven uur. Om kwart over zes werd ik wakker en ondanks mijn pogingen weer in dromeland te geraken floepte mijn ogen telkens weer open.

Ik had met mijn jas, tas, kledje, petticoat, hakken en slaapgebrek gewoon in de auto moeten stappen. Maar ja, het kind in mij had zich verheugd op een fietstochtje. Drie en een halve kilometer enkele reis en met uitzondering van de Stadbrug nauwelijks hoogteverschil. In een rustig tempo fietste ik naar de voet van de brug, schakelde naar de één en tien seconden later deed alles pijn en wandelde ik met de fiets aan de hand de brug op. Eenmaal over het hoogtepunt heen, stapte ik op en vervolgde als een speer mijn weg. Tenminste, tot onder aan de brug. Daarna werd het weer zwoegen. Blerick blijkt is heuvelachtiger dan gedacht.

Ondanks goede koffie bleef het zwoegen al ging het ommetje wat ik samen met een collega wandelde, mij soepel af. Vol goede hoop begon ik aan de terugweg, maar die hoop vervloog snel. Net zo snel als mijn vermogen tot doorademen. Ver voordat ik bij de brug was zag ik een bekend punt; een oud stagebedrijf van Zoon. Het voelde als de fietstest all over again. Ik overwoog serieus mijn fiets daar naar binnen te schuiven en Zoon te bellen dat hij mij op moest komen halen. Maar ja, koppig en eigenwijs en er staat nergens geschreven dat ik mijn fiets niet aan de hand mee kan leiden.

De rest zal ik jullie besparen. Minder soepel is een goede samenvatting. Natuurlijk werkte het gebrek aan slaap niet mee. Maar voorlopig ben ik weer genezen. De rest van de maand laat ik mijn fiets gewoon staan, en houd het bij wandelen. Dat vind mijn conditie gewoon veel en veel leuker dan fietsen.

Al begin ik heel voorzichtig aan iets elektrisch te denken. Nu de mindset nog. Ik gok dat ik nog een teleurstellend ritje of zes voor de boeg heb voordat het zover is. Ik houd jullie op de hoogte.

Bijzondere dag

Ik sta er niet zo bij stil. Een aantekening in mijn agenda. De sterfdagen van mijn ouders. Life goed on en er zijn dagen dat zij of Pap niet in mijn gedachten zijn. In ieder geval niet bewust. Dan ineens spelen zij de hoofdrol. De één wat meer dan de ander, afhankelijk van de situatie. Zoals van de week, toen ik vergat een kopje onder de koffiemachine te zetten. Even Mam bellen, dacht ik. Die kan daar wel om lachen. Maar bellen heeft weinig zin.

Vanmorgen ging ik aan de wandel. Ik dacht dat het droog was, maar helaas. Terwijl ik in de regen over de Maas uitkeek dacht ik mooi weer om je tranen te verbergen en dacht, welke tranen? In ineens kwam het als een mokerslag binnen. Vandaag is het drie jaar geleden dat Mam overleed. Ineens is mijn afwezigheid en emotionele incontinentie verklaard. Weer thuis was zei ik tegen Zoon Ik weet wat wij vandaag drie jaar geleden aten. Hij keek verbaasd. Grieks, zei ik en hij reageerde, Is die kleine al weer drie jaar dood. Wat gaat de tijd toch snel.

Drie jaar alweer. De tijd gaat snel.

Ze doen het nog ..

Met nog maar één paar maandlenzen op voorraad, wist ik dat het de hoogste tijd was om eens bij de Parel binnen te wandelen. Maar ja, zelfs zonder corona is dat een afspraak die ik graag voor mij uitschuif. Niet omdat het belastend is, maar omdat ik altijd het idee heb dat het geen fluit uitmaakt en ik, zeker bij de groen/rode vlakken, negen van de tien keer geen verschil zie.

Maandag wandelde ik een stukje door het centrum van Venlo en zag dat de Parel open was. Helaas alleen voor mensen met een afspraak. Die ik niet had. Ik besloot even burgerlijk ongehoorzaam te zijn, zette mijn mondkapje op, stapte naar binnen, desinfecteerde mijn handen, zag het bord hier wachten en bleef op de mat staan. ‘Je mag doorlopen hoor,’ zei de dame achter de toonbank. ‘Ik heb geen afspraak,’ biechtte ik op en wandelde dichterbij. ‘Maar ik was in de buurt, zag dat jullie open zijn, en ik heb nog maar één maandset lenzen op voorraad en dacht, even bijbestellen.’

Volgens de dame kon ik beter toch eerst een controle afspraak maken. Ik zei dat ik dat niet nodig vond, want ik zag alles nog goed, maar de dame wist mij te overtuigen van het feit dat het zicht slechts een klein deel van mogelijk problemen was. Haarvaatjes, netvliezen, oogdruk en zo. Dan maar een afspraak maken.

Ik bleek geluk te hebben. De andere aanwezige bleek een optometrist zonder afspraken, dus ik mocht doorlopen. Toen maakte ik de eerste fout. Ik maakte mijn jas wel los, maar hield die aan. Al uitwasemend van de wandeling nam ik plaats in de stoel, en zag hoe de apparatuur werd ontsmet. Daarna werden mijn gegevens erbij gezocht. Ik bleek in december 2019 voor het laatst te zijn geweest. Nu draag ik vaak een bril, maar dit is toch wel heel erg veel te lang. Maar goed..

De controle begon, en de glaasjes besloegen. ‘Doe het mondkapje maar even af,’ zei de optometrist, maar mijn zicht bleef naadje pet. Ik kreeg het er warm van, en kon geen letter lezen. ‘Ik kijk nog even met het andere apparaat naar pasvorm en zo, en daarna wil ik even het onderzoek doen zonder dat je lenzen in hebt.’ Somber stemde ik toe. Gelukkig bleek er verder niets mis te zijn met mijn ogen, en paste de lenzen alsof ze voor mijn ogen gemaakt waren.

Hij maakte het licht aan, en ik kon spontaan de letters lezen, en deed dat ook. Zonder iets te zeggen wijzigde hij kaart na kaart maar mijn ogen bleven het doen. Toen drukte hij mij de kaart voor het leesgedeelte in de handen. Zonder haperen begon ik aan het middelste stukje tekst, stapte over, naar de een na laatste regelen en las uiteindelijk de onderste regel. ‘Niks mis met jouw ogen,’ zei de beste man, en bestelde voor zes maanden lenzen inclusief vloeistof.

Gelukkig. Ze doen het nog gewoon.

Zevenentwintig jaar geleden

Verloor ik rond de klok van vijf uur ‘s-morgens ‘spontaan’ zes pond. Mocht ik de hele dag in bed blijven liggen. Deed iemand anders de was, de vaat en de boodschappen. Werd er voor me gekookt, en naar de stofzuiger hoefde ik ook niet om te kijken. Eigenlijk een perfect moment om lekker bij te slapen, maar ondanks dat het een dinsdag was, en niet de eerste maandag van de maand, werd ik wakker gehouden door een menselijke sirene. Dat er uit zo’n klein lijfje zoveel geluid kan komen.

Vandaag heb ik me verslapen. Heb k de was aangezet, en hij de vaatwasser uit, weer ingeruimd, en aangezet. Heb ik de boodschappen gedaan en heeft hij ze opgeborgen. Ga ik zo eens stofzuigen, en zorgt hij voor het eten. Of door een druk op de knop, of door het aanzwengelen van de oven.

Zevenentwintig jaar moeder. Time flies. En wat older and wiser betreft. Het eerste klopt, het tweede is kansloos.

Pin me er niet op vast

Persoonlijk

Ik weet hoe moeilijk het is grote maar zelfs kleine veranderingen in je leven aan te brengen, andere gewoontes door te voeren, dat ik geen voorstander van ben van goede voornemens aan het begin van een nieuw jaar. Zo’n fris en fruitig jaar wat vraagt om dromen die uit gaan komen en roept om vooruitgang, want stil staan is achteruit gang (volgens het gezegde).

Maar laten we wel wezen, 1 januari is gewoon een hele slechte dag om aan een betere versie van jezelf te werken. De meeste mensen zijn pas vroeg in de ochtend naar bed gegaan, staan dus wat later op, duwen als brunch die laatste, niet echt meer lekkere, oliebol onder hun neus door en denken dan, sjips, daar gaat mijn goed voornemen. Gaat er één, dan volgt de rest vanzelf. Wanneer gewichtsverlies één van de voornemens is, volgt er rond maart/april, wanneer we de eerste zonnige dagen hebben, nog een herleving plaats, maar dat is vaak niet meer dan een oprisping.

Jaren heb ik niet aan goede voornemens aan het begin van het jaar gedaan. Ik heb wel aan mijzelf gewerkt, maar nam een andere startdatum, behandelde het als een uitdaging en altijd met het idee ik ga het proberen. En als het moet, dan probeer ik het 100 keer!

De ene keer lukt een uitdaging om een maand x-gedrag te vertonen als een tierelier, om de maand erop als een plumpudding in elkaar te storten. De andere keer kom ik tot de ontdekking dat dat waarvan ik dacht dat het goed voor mij zou zijn, toch niet zo goed was, en soms bleek het gewoon te moeilijk. Oude gewoontes te sterk en mijn lichaam en geest te zwak.

Na de enorme pas op de plaatst die 2020 voor mij is geweest voel ik een lichte dwang om voor 2021 wat dingetjes met mijzelf af te spreken. Wel vanuit de gedachten, pin mij er niet op vast, al voelt dat ook een beetje als opgeven nog voordat ik begonnen ben. Toch is het mij gisteren gelukt om wat algemene doelen te formuleren.

  1. > 12 ontmoetingen met vrienden
  2. gezonde levensstijl ((door)ontwikkelen)
  3. meer schrijven (Lamme Urgh uitwerken, Het boek van Toet of iets heel nieuws)
  4. studeren als in ‘mijn hersenen aan het werk zetten’
  5. nutteloze screentijd (scrollen over het internet) verminderen
  6. lief zijn voor Me, Myself & I

Een mooi en do-able lijstje als je het mij vraagt. Vandaag heb ik al een eerste klein stapje richting punt 4 gezet door mij aan te melden voor een (schrijftelijke) yoga opleiding van een jaar. Een opleiding waar ik vier vliegen in één klap mee sla. Ik zet mijn hersenen aan het werk (4), maar ook mijn lichaam (2), want alles wat ik leer moet in praktijk gebracht worden. Last but not least, wanneer ik studeer heb ik geen tijd om over het net te scrollen (5).

En last but not least werk ik ook aan punt 6. Dit behoeft wat uitleg. Ik ben jaren lid geweest bij een yoga-studio. De eerste paar lessen gaan altijd goed, dan komt er de klad in en zit ik ‘s-avonds zinloos scrollend over het net boos te zijn op mijzelf. Wederom lid worden van zo’n studio werkt voor mij niet. Vandaar een studie. Ook daar komt regelmatig de klad in, maar uiteindelijk maak ik een studie altijd af en over het algemeen ook met goede resultaten. Ook al kost het mij alle tijd (drie jaar in dit geval) die mij wordt gegeven. Als dat niet onder de noemer ‘lief zijn voor jezelf’ valt dan weet ik het ook niet meer.

Het dorp rouwt

Voordat ik begon met bloggen stortte ik mijn schrijfsels uit over een forum voor alleenstaande ouders. Door de leden vaak het dorp genoemd. Had ik het gewild, had ik daar vragen kunnen stellen over de opvoeding van Zoon, maar dankzij een fantastische oppasmoeder met veel gezond verstand had ik dat deel van het forum niet  nodig. Ook het deel waar je met vragen over de scheiding terecht kon, was niet mijn ding. Na een weekje lezen op het forum wisten dat hij en ik een soort model scheiding hadden, en dat wij er samen wel uitkwamen, zonder advies van mensen die niet altijd begrepen dat je, ook als je gescheiden bent, er nog samen voor je kind kunt zijn.

Nee, wat mij door de lange eenzame avonden heeft getrokken, was het vrolijke deel van de site. Slap ouwehoeren met andere ouders die, net als ik met een kind in bed of nog even op de bank, ‘s-avonds geen kant op konden. Tussen alle grapjes door werd er voldoende gedeeld. Even zeuren over een baas, mekkeren over een collega, een vraagje over een recept, en trots momentje over je kind delen.

Het dorpsleven speelde zich niet volledig virtueel af. Fysieke uitjes maken onderdeel uit van de beleving. Wandelen, feesten, samen koken, samen bakken, samen kunst maken. Het kwam allemaal voorbij, veel mensen kwamen voorbij. Vriendschappen ontstonden, verdiepte zich of verwaterde. Net het echte leven.  In 2007 kreeg ik een burn-out. Ik startte een item over mijn wandelingen, en regelmatig liepen er mensen IRL mee. Zo kon ik zaken op een rijtje zetten en beslissingen maken.

Eind 2010 werd mijn vader ziek. Vasculaire dementie. Zijn ziekteproces en wat dat met mij deed schreef ik daar van mij af. Ik kreeg steun, advies, troost. Virtueel en in het eggies.

Net als in de echte wereld benauwd het dorp mij bij tijd en wijlen. Dezelfde praat, dezelfde roddels, dezelfde mensen die dezelfde dingen (blijven) doen en zich blijven verwonderen over het waarom. Uit het echte dorp ben ik één keer vertrokken, uit het virtuele dorp meerdere keren. Hoewel de tussenpozen steeds groter worden, blijf ik terugkomen. Ook al is het bij aankomst soms zoeken om te vinden wat ik mij herinner.

Na anderhalf jaar keerde ik in september van dit jaar terug in het dorp. Een dorp waar, net als in het echte leven. Corona een hot topic was. Testen en uitslagen werden gedeeld, net als de angst om het te krijgen. Ik merkte dat er voor mij veel was veranderd. Voelde niet de behoefte om mijn fysieke ongemakjes met het dorp te delen en vroeg mij af, waarom ben ik hier nog?

Ik stond op het punt om weer te vertrekken toen één van de dorpsgenoten positief testen. Zij was beslist niet de eerste, maar zij was wel een reden om nog even te blijven plakken. Gewoon om zeker te zijn dat zij er, ondanks haar angst, zonder al te veel kleerscheuren doorheen kwam.

De titel zegt het al. Zij is er niet doorheen gekomen. Het dorp rouwt. Om een vrouw die, na een leven vol tegenslagen en vechten tegen de bierkaai, veel te jong is gestorven. Velen uit het dorp gingen haar voor. Velen uit het dorp zullen haar volgen. We worden er allemaal niet jonger (en gezonder) op.

Het dorp rouw en ik weet weer waarom ik altijd terugkeer op het dorp. Omdat wanneer de omstandigheden er om vragen het dorp één is. Samen even echt samen is.

Misschien dat ik maar gewoon moet blijven plakken daar.