Zevenentwintig jaar geleden

Verloor ik rond de klok van vijf uur ‘s-morgens ‘spontaan’ zes pond. Mocht ik de hele dag in bed blijven liggen. Deed iemand anders de was, de vaat en de boodschappen. Werd er voor me gekookt, en naar de stofzuiger hoefde ik ook niet om te kijken. Eigenlijk een perfect moment om lekker bij te slapen, maar ondanks dat het een dinsdag was, en niet de eerste maandag van de maand, werd ik wakker gehouden door een menselijke sirene. Dat er uit zo’n klein lijfje zoveel geluid kan komen.

Vandaag heb ik me verslapen. Heb k de was aangezet, en hij de vaatwasser uit, weer ingeruimd, en aangezet. Heb ik de boodschappen gedaan en heeft hij ze opgeborgen. Ga ik zo eens stofzuigen, en zorgt hij voor het eten. Of door een druk op de knop, of door het aanzwengelen van de oven.

Zevenentwintig jaar moeder. Time flies. En wat older and wiser betreft. Het eerste klopt, het tweede is kansloos.

Pin me er niet op vast

Persoonlijk

Ik weet hoe moeilijk het is grote maar zelfs kleine veranderingen in je leven aan te brengen, andere gewoontes door te voeren, dat ik geen voorstander van ben van goede voornemens aan het begin van een nieuw jaar. Zo’n fris en fruitig jaar wat vraagt om dromen die uit gaan komen en roept om vooruitgang, want stil staan is achteruit gang (volgens het gezegde).

Maar laten we wel wezen, 1 januari is gewoon een hele slechte dag om aan een betere versie van jezelf te werken. De meeste mensen zijn pas vroeg in de ochtend naar bed gegaan, staan dus wat later op, duwen als brunch die laatste, niet echt meer lekkere, oliebol onder hun neus door en denken dan, sjips, daar gaat mijn goed voornemen. Gaat er één, dan volgt de rest vanzelf. Wanneer gewichtsverlies één van de voornemens is, volgt er rond maart/april, wanneer we de eerste zonnige dagen hebben, nog een herleving plaats, maar dat is vaak niet meer dan een oprisping.

Jaren heb ik niet aan goede voornemens aan het begin van het jaar gedaan. Ik heb wel aan mijzelf gewerkt, maar nam een andere startdatum, behandelde het als een uitdaging en altijd met het idee ik ga het proberen. En als het moet, dan probeer ik het 100 keer!

De ene keer lukt een uitdaging om een maand x-gedrag te vertonen als een tierelier, om de maand erop als een plumpudding in elkaar te storten. De andere keer kom ik tot de ontdekking dat dat waarvan ik dacht dat het goed voor mij zou zijn, toch niet zo goed was, en soms bleek het gewoon te moeilijk. Oude gewoontes te sterk en mijn lichaam en geest te zwak.

Na de enorme pas op de plaatst die 2020 voor mij is geweest voel ik een lichte dwang om voor 2021 wat dingetjes met mijzelf af te spreken. Wel vanuit de gedachten, pin mij er niet op vast, al voelt dat ook een beetje als opgeven nog voordat ik begonnen ben. Toch is het mij gisteren gelukt om wat algemene doelen te formuleren.

  1. > 12 ontmoetingen met vrienden
  2. gezonde levensstijl ((door)ontwikkelen)
  3. meer schrijven (Lamme Urgh uitwerken, Het boek van Toet of iets heel nieuws)
  4. studeren als in ‘mijn hersenen aan het werk zetten’
  5. nutteloze screentijd (scrollen over het internet) verminderen
  6. lief zijn voor Me, Myself & I

Een mooi en do-able lijstje als je het mij vraagt. Vandaag heb ik al een eerste klein stapje richting punt 4 gezet door mij aan te melden voor een (schrijftelijke) yoga opleiding van een jaar. Een opleiding waar ik vier vliegen in één klap mee sla. Ik zet mijn hersenen aan het werk (4), maar ook mijn lichaam (2), want alles wat ik leer moet in praktijk gebracht worden. Last but not least, wanneer ik studeer heb ik geen tijd om over het net te scrollen (5).

En last but not least werk ik ook aan punt 6. Dit behoeft wat uitleg. Ik ben jaren lid geweest bij een yoga-studio. De eerste paar lessen gaan altijd goed, dan komt er de klad in en zit ik ‘s-avonds zinloos scrollend over het net boos te zijn op mijzelf. Wederom lid worden van zo’n studio werkt voor mij niet. Vandaar een studie. Ook daar komt regelmatig de klad in, maar uiteindelijk maak ik een studie altijd af en over het algemeen ook met goede resultaten. Ook al kost het mij alle tijd (drie jaar in dit geval) die mij wordt gegeven. Als dat niet onder de noemer ‘lief zijn voor jezelf’ valt dan weet ik het ook niet meer.

Het dorp rouwt

Voordat ik begon met bloggen stortte ik mijn schrijfsels uit over een forum voor alleenstaande ouders. Door de leden vaak het dorp genoemd. Had ik het gewild, had ik daar vragen kunnen stellen over de opvoeding van Zoon, maar dankzij een fantastische oppasmoeder met veel gezond verstand had ik dat deel van het forum niet  nodig. Ook het deel waar je met vragen over de scheiding terecht kon, was niet mijn ding. Na een weekje lezen op het forum wisten dat hij en ik een soort model scheiding hadden, en dat wij er samen wel uitkwamen, zonder advies van mensen die niet altijd begrepen dat je, ook als je gescheiden bent, er nog samen voor je kind kunt zijn.

Nee, wat mij door de lange eenzame avonden heeft getrokken, was het vrolijke deel van de site. Slap ouwehoeren met andere ouders die, net als ik met een kind in bed of nog even op de bank, ‘s-avonds geen kant op konden. Tussen alle grapjes door werd er voldoende gedeeld. Even zeuren over een baas, mekkeren over een collega, een vraagje over een recept, en trots momentje over je kind delen.

Het dorpsleven speelde zich niet volledig virtueel af. Fysieke uitjes maken onderdeel uit van de beleving. Wandelen, feesten, samen koken, samen bakken, samen kunst maken. Het kwam allemaal voorbij, veel mensen kwamen voorbij. Vriendschappen ontstonden, verdiepte zich of verwaterde. Net het echte leven.  In 2007 kreeg ik een burn-out. Ik startte een item over mijn wandelingen, en regelmatig liepen er mensen IRL mee. Zo kon ik zaken op een rijtje zetten en beslissingen maken.

Eind 2010 werd mijn vader ziek. Vasculaire dementie. Zijn ziekteproces en wat dat met mij deed schreef ik daar van mij af. Ik kreeg steun, advies, troost. Virtueel en in het eggies.

Net als in de echte wereld benauwd het dorp mij bij tijd en wijlen. Dezelfde praat, dezelfde roddels, dezelfde mensen die dezelfde dingen (blijven) doen en zich blijven verwonderen over het waarom. Uit het echte dorp ben ik één keer vertrokken, uit het virtuele dorp meerdere keren. Hoewel de tussenpozen steeds groter worden, blijf ik terugkomen. Ook al is het bij aankomst soms zoeken om te vinden wat ik mij herinner.

Na anderhalf jaar keerde ik in september van dit jaar terug in het dorp. Een dorp waar, net als in het echte leven. Corona een hot topic was. Testen en uitslagen werden gedeeld, net als de angst om het te krijgen. Ik merkte dat er voor mij veel was veranderd. Voelde niet de behoefte om mijn fysieke ongemakjes met het dorp te delen en vroeg mij af, waarom ben ik hier nog?

Ik stond op het punt om weer te vertrekken toen één van de dorpsgenoten positief testen. Zij was beslist niet de eerste, maar zij was wel een reden om nog even te blijven plakken. Gewoon om zeker te zijn dat zij er, ondanks haar angst, zonder al te veel kleerscheuren doorheen kwam.

De titel zegt het al. Zij is er niet doorheen gekomen. Het dorp rouwt. Om een vrouw die, na een leven vol tegenslagen en vechten tegen de bierkaai, veel te jong is gestorven. Velen uit het dorp gingen haar voor. Velen uit het dorp zullen haar volgen. We worden er allemaal niet jonger (en gezonder) op.

Het dorp rouw en ik weet weer waarom ik altijd terugkeer op het dorp. Omdat wanneer de omstandigheden er om vragen het dorp één is. Samen even echt samen is.

Misschien dat ik maar gewoon moet blijven plakken daar.

Even slikken

De mens, in ieder geval dit mens, zit gecompliceerd in elkaar. Natuurlijk ben ik de Koningin te rijk dat mijn hart klopt zoals het kloppen moet. mijn bloed ongehinderd stroomt naar waar het moet gaan en dat mijn longen schoon zijn. Maar ja, daarmee is mijn conditieverlies niet verklaard nog opgelost. Hoewel ik merk dat ik qua gezondheid stappen vooruit aan het zetten ben, zijn er ook dagen dat ik achteruit loop. Dan willen lijf en geest niet wat ik wil. Zeker op dat soort dagen wil ik weten wat de oorzaak is. Gisteren was zo’n dag.

Omdat diverse mensen met verstand van zaken hebben aangegeven dat mijn klachten wel heel erg op post-corona klachten lijken, heb ik mijn bloed laten onderzoeken op de aanwezigheid van anti-stoffen. Ik was van te voren al gewaarschuwd dat de kans dat er negen maanden na dato nog anti-stoffen gevonden worden vrij klein is. Daar werd ook bij gezegd dat geen anti-stoffen niet betekend dat ik geen corona heb gehad, omdat mijn klachten duidelijk genoeg ‘corona’ schreeuwen.

Voorbereid of niet, het was toch even slikken toen de uitslag negatief bleek. Vermoedens van medici zijn natuurlijk best wel educated guesses maar geen 100% zekerheid. En nee, het gaat niet eens om corona. Ik had graag de hypochonder in mij het zwijgen opgelegd. Soms zegt iemand, ‘het zou ook nog xxxxx kunnen zijn‘ en twijfel ik even. Dan slaat mijn hypochonder op hol en neemt mijn gedachten met zich mee. Stel dat?

Gelukkig is mijn hypochonder lui en makkelijk om te kletsen. Heb ik alle vertrouwen in mijn behandelend artsen. Als zij zeggen dat het waarschijnlijk zo is, dan zal het wel zo zijn. Uit ervaring weet ik dat dit gevoel van ‘ik had het graag met zekerheid geweten’ over gaat. Het heeft gewoon even de tijd nodig. Net als het herstelproces. Hé, we zijn weer terug bij af. 😉

Terwijl ik met mijn hypochonder worstel, poog de regelmatig terugkerende brainfog te negeren, kom ik onderstaand nummer van Lex Uiting tegen. Door Lex in opdracht van VieCuri, mijn voormalig werkgever, geschreven. Over dit bijzondere jaar. Ik hoor het één, twee, drie, vier keer op rij. Zie het tientallen keren op mijn tijdlijn (Facebook) voorbij komen. Word wiebelig en moet slikken. Alweer!

Ineens is daar het besef, zekerheid bestaat niet. Maar ook, een nieuw jaar, een nieuwe ronde en nieuwe kansen om elke dag een beetje sterker te worden. Of even stil te staan. Een stapje terug te doen, adem te halen, en weer een stapje naar voren te zetten. De oorzaak is niet belangrijk. Het gaat om het herstel. En in herstel heb ik alle vertrouwen.

Douze points

Het korte lontje van een deel van de Nederlanders richting zorgverleners is al jaren een hot item, en in de bijzondere tijd zijn er meer lontjes kort, en andere lontjes nog veel korter geworden. Ik lees regelmatig verhalen van op andere gebieden weldenkende en sociale mensen, die he-le-maal los gaan over het feit dat een doktersassistente het lef heeft om te vragen wat de klachten zijn. Alsof ik dat aan een telefoniste ga vertellen, ik wil de dokter spreken. Buiten de weigering te vertellen wat de klachten zijn, kan de doktersassistente ook nog wat scheldwoorden en soms zelfs bedreigingen naar haar hoofd geslingerd krijgen. Ja, wij zijn een bijzonder volkje.

Gezien jarenlange, over het algemeen, positieve ervaringen met doktersassistenten heb ik geen moeite mijn vraag en/of klacht aan hen voor te leggen. Daar zijn zij tenslotte voor opgeleid. Zo ook afgelopen woensdag. Nu ik weet dat het conditieverlies en de pijnklachten niet van mijn hart afkomen maar mogelijk gerelateerd zijn aan een doorgemaakte corona-infectie dacht ik, een onderzoek op de aanwezigheid van antistoffen kan geen kwaad. Ik belde mijn huisarts en na een tijdje in de wacht te hebben gestaan kreeg ik een voor mij vreemde assistente aan de lijn. Ondanks de drukte liet zij mij mijn verhaal doen. Sprak dezelfde twijfel uit die ik zelf ook heb (als ik het heb gehad is dat een maandje of negen geleden, en blijven antistoffen wel zo lang aantoonbaar?), maar beloofd met de dokter te overleggen. Belt u morgenmiddag even terug?

Zo gezegd, zo gedaan. Gisterenmiddag hing ik weer aan de lijn. Weer zoveel wachtende voor me. Weer die rustige, vriendelijke stem. Ik noemde mijn naam, wilde mijn vraag stellen en zij zei, De antistoffen test toch? Ik heb het met de dokter overlegd, en hij vindt het een goed idee. Alles ligt hier klaar, dus we kunnen meteen een afspraak maken om bloed te prikken. Volgende week vrijdag was de eerste optie. Mij hoor je niet zeuren, dus ik vroeg al ‘hoe laat’ maar toen zei zij. Ik werk morgen ook. Ik ga even kijken of ik wat kan schuiven zodat u morgen al kunt komen.

Vandaag om kwart voor tien kan ik al terecht. Echt, al heeft ze van bloedprikken geen kaas gegeten, alleen al vanwege haar patiëntvriendelijke en rustige manier van handelen heeft zij twaalf punten verdient.

Een uur later kreeg ik een appje van Zoon. Er zit een slimmerik bij de huisarts aan de telefoon. Heeft me een andere neusspray aangeraden die zonder recept te krijgen is en beter werkt op ontstoken holtes dan het zoutwater (wat hij nu gebruikt, en voor is geschreven door onze vorige huisarts). Twee keer twaalf punten dus.

Het mooiste verjaardagscadeau ever

Persoonlijk

Na alle onderzoeken (huisarts, afdeling cardiologie, de fietstest en de CT-scan) mocht ik mij vandaag om kwart over twee bij de Cardioloog in opleiding melden voor de uitslag. Ondanks dat ik het idee heb dat er niets aan de hand is, ondanks het feit dat er duidelijk progressie in mijn conditie zit, was ik toch wel een beetje nerveus. Want ja, die fietstest was niet echt soepel gegaan en een vrouwenhart zit nu eenmaal anders in elkaar dan een mannenhart.

Keurig op tijd werd ik binnengeroepen en kon het gesprek beginnen. Het voelde als een lovend functioneringsgesprek waarbij je zelf zit te wachten op de maar. Het bloedonderzoek had niets schokkends opgeleverd, het hartfilmpje was goed. Uit de echo was gebleken dat de pompfunctie van mijn hart perfect is en de kleppen sluiten goed. De fietstest was goed en de CT-scan heeft laten zien dat er geen spettertje kalk in mijn aderen zit.

Toen kwam de maar

Bij een vrouw zitten de problemen over het algemeen veel minder in de grote aderen maar veel meer in de haarvaatjes. Daardoor kunnen problemen alleen opgelost worden door medicijnen, want dotteren is niet mogelijk. En die medicijnen, die kennen nogal wat bijwerkingen. Ik slikte. Toch die verrekte fietstest

‘Gelukkig is dat voor jou niet nodig!’

Ik keek de beste man verbaasd aan. ‘Alles ziet er gewoon goed uit, en als ik hoor dat nu je wat gas terug genomen hebt de klachten beduidend minder zijn geworden, maak ik mij nergens zorgen over en is er geen enkele reden om je medicijnen voor te schrijven.’

‘En de fietstest?’ vroeg ik. ‘Die ging echt belachelijk slecht.’ De jongeman keek even naar zijn scherm en begon te lachen. ‘Slecht? Juist niet. Toen je stopte stond de weerstand al een stuk hoger dan normaal voor mensen van jouw leeftijd, en je bloeddruk en hartslag herstelde zich binnen de normale tijdspanne.’

‘Dus toch de leeftijd,’ zei ik

Een collega had gezegd, ‘Je bent geen twintig meer. Op een gegeven moment gaat alles wat langzamer.’ De Cardioloog knikte. ‘De leeftijd speelt inderdaad mee.’ Omdat ik er toch zat en er duidelijk nog tijd over was heb ik mijn vermoeden, dat ik in maart misschien wel Corona heb gehad waarvan dit de restklachten zijn, uitgesproken. Volgens de Cardioloog was dat heel goed mogelijk.

Mijn huisarts wordt door de Cardioloog middels een brief op de hoogte gesteld van het feit dat mijn hart perfect klopt, en mochten de klachten weer erger worden, mag ik mij bij de huisarts melden of meteen bij de Cardioloog aankloppen.

Deze uitslag voelt als het mooiste verjaardagscadeau ever

En daar waar ik helemaal niet zo van het vieren ben, ben ik op de terugweg toch even bij de grootgrutter binnen gewandeld en heb iets lekkers voor bij de koffie, iets lekkers voor in de koffie en slagroom gekocht. Omdat ik vandaag mijn 58ste verjaardag in goede gezondheid vier!

Proost allemaal!

Blij met een dagje vrij

Hoewel mij gevraagd was om op tijd te komen, niet te laat maar zeker niet te vroeg, was ik dat laatste wel. Toch mocht ik meteen doorlopen naar de wachtruimte bij de CT-scan, en lag ik een kwartier voor het afgesproken tijdstip al op het bedje waar de CT-scan een beetje omheen draait.

Ik werd voorzien van plakkers. Links werd een infuus geprikt, rechts de bloeddruk gemeten wat resulteerde in een harde piep. ‘Heb je normaal al een lage hartslag?’ vroeg de analist. Euh, best wel. ‘Wat is-ie nu?’ vroeg ik. ‘Negenenveertig,’ was het antwoord. ‘Vandaar die alarmbel.’

Ik kreeg uitleg. Over adem inhouden en het effect van de contrastvloeistof. ‘Je krijgt het warm en daarna het gevoel dat je in je broek plast.’ Ik ben een zeikerd dus kon alleen maar duimen dat ik niet per ongeluk het gevoel in waarheid om zou zetten.

Sneller dan gedacht op basis van de thuis gestuurde informatie zat het onderzoek erop. Na van alle opgeplakte en ingeprikte onderdelen te zijn verlost ging ik zitten en sprong van het bed. ‘He, ik moest dat bed nog laten zakken,’ riep de analist. ‘Dat zit bij de prijs inbegrepen.’ Lachend zei ik, ‘Ik vraag wel een refund van 2 euro aan.’

Aansluitend gingen Zoon en ik nog even bij mijn voormalig collega’s langs. Een kwartiertje of zo. Daarna wandelde we naar de auto. Ineens hakte het effect van de contrastvloeistof erin en wist ik waarom ik niet zelf naar huis mocht rijden.

Nu hang ik op de bank en ben ik blij dat ik vandaag vrij ben. Over anderhalve week krijg ik alle uitslagen. Tot die tijd draait de wereld gewoon door. Daarna trouwens ook. Dat is de aard van onze planeet.

Wanneer je kind meer weet dan jij..

Spaarzaam typetje of niet, op het moment dat het nodig is, kan ik best geld aan/voor mijzelf uitgeven. Zeker in een maand waarin ik naast mijn salaris ook een extraatje krijg. Eindejaarsuitkering dit jaar. Precies op tijd want mijn Chromebook vertoond steeds meer kuren. Het touchscreen reageert niet meer op mijn aanraking en bij tijd en wijle weigert de muis pertinent om naar de rechterbovenhoek te gaan. De hoogste tijd dus voor een nieuwe schootverwarming.

Lang heb ik gedacht om weer voor een Chromebook te gaan maar nu ik voor het werk een echte laptop heb, merk ik dat dat toch wel voordelen heeft. Nadeel is het keuzeproces. De tijd dat je uit slechts zes apparaten kon kiezen ligt ver achter ons. Ik ging naar de website van een media gigant en begon mijn eisen en wensenpakket in te voeren. Tot mijn stomme verbazing zag ik tussen alle opties een MacBook staan. Ik ben een sucker voor Apple-producten. Ik besloot niet verder te zoeken.

Een paar uur later deelde ik mijn voornemen mede aan Zoon. Hij ging naar dezelfde site, zocht het betreffende MacBook en zei, ‘Wil je dat je nieuwe laptop sneller is dan je Chromebook?’ Aangezien mijn Chromebook niet vooruit te branden is zei ik ja. Daar ging het MacBook. ‘Die is maar net zo snel als je Chromebook en heeft te weinig werkgeheugen.’

In een razend tempo begon hij vragen te stellen en vinkjes te zetten. In datzelfde moordende tempo werden zoekopdrachten aangepast. ‘Dat wil ik ook,’ zei ik, die tussen het zetten van elk vinkje een minuut moet wachten. Hij opende een vergelijkingssite en ik ging verder werken.

Na het eten liep ik weer even bij hem binnen. Kijken wat er uit zijn vergelijking was gekomen. Zei ik al dat de keuze tegenwoordig reuze is. Nee, ik heb nog geen definitieve keuze gemaakt. Wel staan er twee laptops op het verlanglijstje van Zoon. Morgen, wanneer we terug komen uit het ziekenhuis, gaan we (als alles goed gaat) bij de mediagigant lang. Even de laptops in het echt bekijken en mijn vingers over het toetsenbord laten glijden. Misschien wel mijn keuze veranderen. Het zou zo maar kunnen wanneer Zoon en betere deal vindt.

Het is even wennen, zo’n kind wat meer dan jij weet. Maar leuk is het zeker. En zeker €200 goedkoper. Dat heeft-ie toch van zijn moeder. Want hoe mooi en fijn ik een MacBook ook vind, meer voor minder, daar kan ik heel goed mee leven.

Aftellen

Persoonlijk

Donderdag mag ik naar het ziekenhuis voor de CT-scan. Tijdens zo’n scan is het van belang dat je hartslag zo laag mogelijk is. Daarom moest ik vandaag beginnen met het slikken van betablokkers. Dat spul brengt je hartslag en bloeddruk naar beneden. Nu zijn mijn hartslag en bloeddruk sowieso niet erg hoog, dus een aantal (mogelijke) bijwerkingen zoals duizelig worden wanneer je te snel opstaat, daar ben ik mee bekend. Volgens de bijsluiter begint het spul na een uur of drie tot vier te werken.

Om zeven uur duwde ik de eerste pil naar binnen, iets over tienen ging ik aan de wandel. Ik blijf wel op weg, zei ik tegen collega. Langs de Maas schravelen lijkt mij nu niet handig. Zo gezegd zo gedaan. Een gezapige route, geen hoogteverschillen, vlakke straat. Volkomen anders dan anders. Ik kom er zelfs mensen tegen. De stoep is smal dus ik wijk uit. Voordat ik het fietspad op loop werp ik een blik over mijn schouder om te zien of er wellicht een fietser aankomt. Mijn wereld draait.

Een eindje verderop mag ik de straat oversteken. Ik kijk snel naar links en naar rechts, geef de lantaarnpaal even een hand en een schouder, en toen de wereld stopte met draaien (heel zachtjes maar wel waarneembaar) heb ik de kortste en veiligste route naar huis genomen. Nu is het aftellen geblazen. Vrijdag op z’n vroegst ga ik weer wandelen. Niet alleen Marie is wijzer geworden. Ik ook.

Voor de mensen die denken, stel dat je dat spul altijd moet gaan slikken. Daar maak ik mij (nog) geen zorgen over. Je schijnt er aan te wennen.

Het smaakte als ooit …

Mijn vader’s hobby was eten, die van mijn moeder koken. Inderdaad, dat vult elkaar heel goed aan. Mam ging ver in het ons op eet gebied naar de zin te maken en zeker wanneer je mee ging boodschappen doen, wilde zij best een pondje extra van die schandalig dure spinazie (whatever) kopen.

Met geld uitgeven aan eten buiten de deur, had Mam, zeker toen wij nog thuis woonden, wel een probleem. Drie gulden voor een koppie tomatensoep. Daar maak ik een hele pan voor. En die smaakt nog beter ook! Zelfs een terrasje pikken met Mam was lastig want zelfs de koffie smaakte elders niet zoals zij hem maakte.

Toen kwam MacDonalds naar Nederland. Ik legde haar het principe hamburger uit. Broodje, aan de binnenkant geroosterd, lapje vlees ertussen. Daar ging Mam de deur niet voor uit. Maar zij ging wel experimenteren en zo stond er op een dag vleestosti op het menu. Tussen twee verantwoorde bruine boterhammen prakte zij een balletje rundergehakt met uitjes en kruiden, en die boterham verdween voor een gevoelsmatig lange periode tussen de grill. Het effect was om je vingers bij af te likken. Daar kan Meneer Donalds niet aan tippen.

Gisteren zocht ik even op welke voedingsmiddelen je het beste kan eten om je hoeveelheid bloed zo snel mogelijk weer op peil te krijgen. Rood vlees stond bovenaan het lijstje. Ik kocht een paar tartaartjes. Gisteren bakte ik er een bij de gebakken aardappeltjes, vandaag maakte ik er eentje aan met ui en kruiden, belegde er twee dubbele boterhammen mee, en schoof deze, bij gebrek aan grill, in de koekenpan.

Ik weet niet wat ik had verwacht, maar dit niet. Die boterhammen, die smaakte naar ooit.

Van de wap …

Na een jaar of tien bloeddonor te zijn geweest ben ik er een jaartje of vier geleden mee gestopt. Het bloed geven koste mij teveel kruim. Of beter gezegd, het herstellen na het geven van bloed. Het ultieme dieptepunt was die keer dat ik naar huis fietsend het idee had dat ik flauw ging vallen, afstapte, rustig verder wandelde, toch even moest gaan zitten en bij kwam net voordat de ambulance naast mij parkeerde. Ik knapte snel genoeg op om zelf naar het bankje bij de ingang van de Spoed Eisende Hulp (SEH) te wandelen, terwijl de ene ambulancebroeder mijn fiets meenam. De portier van het ziekenhuis hield mij vanuit zijn loge nauwlettend in de gaten, en kwam zelfs een opbeurend praatje, van collega tot collega, maken. ‘Je lag strategisch precies tussen het mortuarium en de SEH,’ zei hij, ‘En het was afwachten wie als eerste bij je zou zijn.’ Het verhaal doet het nog altijd goed op feesten en partijen.

Hoewel latere bloedafnames nooit meer dusdanig dramatisch geëindigd zijn, merkte ik wel dat mijn herstelperiode vaak langer was dan die van andere bloeddonoren. Ik was soms een paar dagen van de kaart. Het was Zoon die als eerste de connectie tussen bloed geven en een paar dagen under the weather zijn maakte. Daarna duurde het nog even voordat ik het toe wilde geven, maar een paar jaar later besloot ik, met pijn in mijn hart, te stoppen met doneren.

Het werd 2020. Een vreemd jaar. Voor alles en iedereen en zo ook voor de bloedbank. Ik zag een aantal maal een oproep voor nieuwe donoren voorbij komen. Ondanks dat ik mij, met uitzondering van het conditieverlies, in jaren niet zo goed heb gevoeld, aarzelde ik om de stap te zetten. De explosie in Beiroet was wat mij uiteindelijk over de streep trok. Hoewel ik ervan uit ga dat de Nederlandse regering niet zo maf is om ergens, binnen de bebouwde kom, een dusdanig grote hoeveelheid explosieven te bewaren, zit een ongeluk in een klein hoekje. Ik melde mij weer aan als donor.

Het duurde even voordat mijn aanmelding was verwerkt, maar vandaag mocht ik mij voor het eerste onderzoek bij de bloedbank melden, en meteen bloed geven. Gezien het traject bij de cardioloog heb ik even geaarzeld, maar zoals ik al zei, als ik in een normaal tempo loop heb ik nergens last van, dus.

Dus stond ik om 10.20 uur aan de balie van de bloedbank. ‘Ik zie dat het je 20ste bloedafname wordt,’ zei de laborante die aan de balie zat. ‘Dit zijn de cadeautjes waar je uit kunt kiezen.’ Ik was even van de wap na deze mededeling. Zij trouwens ook. Want hoewel zij keurig een groene map, ten teken dat ik de uitgebreide keuring moest ondergaan, pakte, stopte zij er het standaard formulier in. Dat is uiteindelijk goed gekomen. Net als het bloed geven zelf.

En mijn cadeautje: een cadeaubon voor het Rode Kruis. Leverde mij twee goede doelen in één klap op. Met mijn karma zit het voorlopig wel weer goed.

‘Hij heeft verloren,’ fluisterde ik

Mam had het zwaar, de laatste jaren van haar leven. Haar grootste wens was in haar eigen huis te blijven wonen. ‘Als ik naar een verzorgingstehuis moet, ga ik dood,’ zei zij. Ondanks steeds meer fysieke beperkingen deed zij er alles aan om ‘zelfstandig’ te blijven wonen. Haar wereldje werd kleiner en kleiner. De terugvallen, met aansluitend een ziekenhuisopname en soms een revalidatieperiode in een verzorgingstehuis, volgde elkaar steeds sneller op. Telkens knokte zij zich weer terug. Ik sprak daar mijn verwondering wel eens over uit. ‘Ik heb nog genoeg om voor te leven,’ zei zij dan. ‘Ik wil graag weten wat er met die Trump gaat gebeuren.’

Je kan maar een reden hebben om voor je leven te vechten, nietwaar. Het bleek niet voldoende. In 2018 kwam zij te overlijden. Haar foto eindigde, samen met twee van haar planten, bij mij op de vensterbank naast de foto van pap. Een paar maanden geleden verhuisde mijn bureau richting het raam, en maakte ik de vensterbank deels leeg. De planten bleven, de foto’s verdwenen in de servieskast. ‘Minder stoffig,’ zei ik tegen de foto’s. Alsof ik de foto’s een verklaring verschuldig ben.

Ondertussen staat het bureau al weer ergens anders maar de foto’s staan nog steeds in de kast. Beide oudjes kijken uit over hun eigen serviesgoed. Ik weet zeker dat het Mams goed doet om te zien hoe vaak wij haar borden gebruiken. Gisteren las ik het nieuws over de overwinning van Biden. Hoewel het nog wel even zal duren voordat Trump zich hier bij neerlegt, en het Trumpisme waarschijnlijk nooit zal verdwijnen, kon ik het niet nalaten om de kastdeur te openen. ‘Hij heeft verloren,’ fluisterde ik zachtjes. ‘De democratie heeft gezegenvierd.’

Het zal verbeelding zijn, maar even dacht ik dat ik een zucht van verlichting hoorden.

Echt wel een vooroordeel

Ik ben geboren en getogen in Eindhoven. Ondanks dat voel ik mij geen ‘Brabantse’. Waarschijnlijk omdat de roots van mijn beide ouders elders lag, of misschien ben ik gewoon een druiloor. Wie zal het zeggen. Ik voel mij zelfs geen Eindhovense (meer). Er is slechts één ding waardoor ik mij nog als Eindhovense identificeer. Ik heb een vooroordeel over mensen uit Helmond. Die deugen niet, zijn onverstaanbaar en… dragen allemaal een camping smoking, aka een trainings/joggingspak. In het openbaar in jogging verschijnen, is daarmee gevoelsmatig not done. Iets met niet aangezien willen worden voor een Hellymonder.

Die eerste twee punten, die gaan allang niet meer op (vanwege de huizenprijzen heeft half Eindhoven de overstap naar Hellymond gemaakt) maar die campingsmoking… Dat vooroordeel kan ik maar niet loslaten. Misschien omdat de keren dat ik met de trein ga, er altijd mensen in campingsmoking op het perron staan te wachten. Het kan toeval zijn, al zegt Zoon, die vijf jaar lang met enige regelmaat in een trein zat die op station Hellymond stopte, dat het gewoon de waarheid is. Aangezien hij in Limburg is geboren en getogen, kan dit niet het Eindhovense vooroordeel zijn, dus misschien is het wel gewoon waar.

Of het komt omdat er een sportopleiding in Hellymond gevestigd is. 😉

Ik heb dus een vooroordeel. Eentje waar niemand last van heeft, behalve ikzelf. Door dit stomme vooroordeel vind ik het dus lastig om in mijn joggingbroek naar buiten te gaan. Toen ik nog aan hardlopen deed ging het nog wel (want sportief en zo) maar tegenwoordig. Pfff.

Ik ben ondertussen zover dat ik het aandurf om in mijn joggingbroek naar de ondergrondse container te lopen maar ga ik verder van huis, dan trek ik mijn jeans of een jurkje aan.

Ik weet het. Ik heb daar alleen mijzelf mee. Maar toch. Het zit zo ingebakken …

Tussen de middag had ik een probleem. Mijn jeans (ik heb slechts een lange winterige broek die past) hing behoorlijk nat aan de waslijn, want ja, die bloedvlekken moesten eruit. Ik had geen zin om een jurkje aan te doen. Maar het zonnetje scheen zo lekker naar binnen, dat ik wel zin had in een wandeling.

Het was even slikken. Ik heb mijzelf een schop onder mijn kont gegeven, maar toen heb ik mijn wandelschoenen aangedaan, en mijn winterjas (want sportief model) en ben aan de wandel gegaan. Al wandelend vielen mij twee dingen op. Ten eerste was ik bij lange na niet de enige wandelaar in joggingbroek en ten tweede vind ik niets van al die wandelaars in gemakkelijke kleding.

Met een beetje doorzettingsvermogen van mijn kant moet ik het toch lukken om voor het einde van 2020 dat stomme gevoel van ieeeeeeee, ik lijk wel een Hellymonder los te laten. Misschien zelfs wel te omarmen.

Hoewel, er zijn grenzen.

Kan ik zelf wel …

Als klein frutje was mijn standaard opmerking Kan ik zelf wel. In combinatie met mijn gewoonte mijn woorden met daden kracht bij te zetten (zoals die ene heer op leeftijd mocht ervaren toen hij, luid mopperend op mijn moeder, mij van het ijs wilde oprapen en onzacht met mijn schaats in aanraking kwam) mocht ik ook heel veel dingen zelf uitproberen.

De Kan ik zelf wel mentaliteit is altijd een onderdeel van mijn leven gebleven. In de loop der jaren zijn er aardig wat momenten geweest waarop ik wel wat steun kon gebruiken, maar daar niet om vroeg want dat zit niet in mijn systeem. Om hulp vragen zit niet in mijn systeem. Punt.

Zoals geschreven verliep de fietstest vlekkeloos maar het afstappen / weer aankleden wat minder om over het naar huis wandelen nog maar te zwijgen. Na een rustig weekend om bij te komen ging ik maandag weer even aan de wandel. Dat wandelen viel een beetje tegen en maakte dat ik nadacht over de aankomende CT-scan.

Die vindt in het zelfde ziekenhuis maar een andere locatie plaats. Bepaald niet op loopafstand. Twee dagen voor de CT-scan moet ik beginnen met het slikken van betablokkers om mijn hartslag naar beneden te brengen. Vanwege die betablokkers mag ik niet zelf rijden. Ik had bedacht met het pendelbusje van locatie om de hoek naar locatie op 25 minuten rijden te gaan.

Al wandelend bedacht ik een ander plan, eentje waarvoor ik iets moet doen wat ik lastig vind. Hulp vragen. Het bleek niet eens zo heel moeilijk. Het resultaat: Zoon is die dag mijn chauffeur. Zo simpel kan het leven zijn.

Op de foto zijn de volgende personen te zien: de kabouter links ben ik op driejarige leeftijd, de jongen in de gebreide trui is Broer, de zittende dame in bontjas is Tantetje, en de kabouter rechts is mijn nichtje. En die mensen achter mij hebben niets te zoeken op deze foto.