Puzzelstukje

Persoonlijk

Drie weken nadat de hooikoorts roet in het bloedgeven had gestrooid, lag er een nieuwe oproep in de bus. Ervaring uit het verleden leert mij dat de voorraad B- op het randje verkeert. Anders duurt het langer voordat ik een herhaalde oproep krijg. Jaja, sommige dingen blijven plakken.

Helaas was mij ook iets ontschoten. Eén van de standaard vragen is namelijk ‘Heeft u de afgelopen 4 dagen ontstekingsremmers geslikt’. Ooit, voordat ik aan een mijn bloedbank-stop begon, stopte ik op het moment dat ik de uitnodiging ontving met slikken, zodat ik op het moment supreme de vraag met ‘nee’ kon beantwoorden. Nu stond er een ja.

De jongedame zocht uit of ik dan wel bloed mocht geven. Dat mocht; alleen de rode bloedplaatjes waren niet meer geschikt en zouden er in het laboratorium uitgefilterd worden. ‘Zal ik volgende week terug komen?’ vroeg ik maar nee, ik was er nu, en zij liet mij niet meer gaan.

Bloeddruk en HB werden gemeten. Zoals altijd was mijn bloeddruk goed maar mijn HB was te laag om bloed te mogen geven. Het wondje in mijn vinger was nog open, en er werd nogmaals een beetje bloed afgenomen. Dit keer zat ik precies op de grens. Het verschil met de vorige keer dat ik bloed heb gegeven was enorm.

Nu heb ik mijn hele leven al te kampen gehad met schommelingen in mijn ijzerhuishouding. Als jong ding heb ik regelmatig staalpillen moeten slikken. Echt, te smerig voor woorden. Maar de laatste jaren, sinds ik glutenvrij eet en mijn darmen niet meer altijd rommelen, is mijn HB redelijk stabiel

Terwijl mijn arm klaar bloed-geef-klaar werd gemaakt vroeg de jongedame of zich veranderingen in levensstijl hadden voorgedaan. Anders gaan eten of zo. ‘Ik eet eens wat vaker een vleesvervanger’ vertelde ik haar. Een goede verandering, vond ook zij. ‘Let alleen wel op dat je varianten eet die rijk zijn aan ijzer,’ adviseerde zijn, ‘Plantenijzer wordt door het lichaam minder goed opgenomen dan dierlijk ijzer.’

Zucht. Weer een puzzelstukje. Weer een onderdeeltje van het ‘ff niet zo lekker in mijn vel zitten gevonden. Maar ook: meer lees- en onderzoekswerk voorafgaand aan het boodschappen doen. Geen gluten, wel een hoog ijzergehalte. Pffff. Vanavond eet ik gewoon een stukje koe.

Denkfoutje

Hoewel ik dus niet meer zo soepel ben als ik ooit was, ben ik ook niet zo stijf als een plank. Toch zijn er een paar yoga oefeningen waar ik enorm veel moeite mee heb. Het betreft alle opvouw oefeningen. Je weet wel, met gestrekte benen vanuit de heupen voorover buigen en de grond aanraken. Eerst gaf ik mijn hamstrings, blubberknieën en afwezige beenspieren de schuld maar toen ik vanuit een zittende positie met gestrekte benen mij tenen vast moest pakken kon ik er niet meer omheen. Mijn buik zit in de weg. Mijn buik?

Inderdaad. Mijn buik. Ik snapte er niets van. Ja, ik had de laatste maanden wat last van snaaibuien, maar dat heb ik om de zoveel tijd, zonder dat het tot problemen leid. Al gebiedt de eerlijkheid mij te zeggen dat enig passende spijkerbroek niet meer echt comfortabel zit. Ik ging op de weegschaal staan en schrok mij te pletter. Ik was drie kilo aangekomen. In twee maanden. Waar kwamen die kilo’s vandaan?

Nou euh…Waar zal ik beginnen? Begin februari gaf ik eindelijk aan mijzelf toe dat mijn plan om vier tot vijf kilo af te vallen, om weer terug te komen op het gewicht wat ik tijdens één van de stress volste periodes van mijn leven had, niet ging werken. Ik mistte, godzijdank, de daartoe benodigde stress, en werd horendol van de tweemaandelijkse teleurstelling wanneer de kilo die ik de maand ervoor had verloren, de weg naar mijn heupen weer had gevonden. Ik besloot te accepteren dat dit mijn lijf is, en te stoppen met… Tja, met wat. Diëten kan ik het niet noemen. Gewoon opletten wat ik onder mijn neus doorduw, niet te veel of te vaak snaaien en regelmatig bewegen.

Ik maakte een denkfoutje. Dacht dat niet te veel of te vaak snaaien een restrictie was om af te vallen, terwijl het eigenlijk de reden was waarom ik zo mooi op gewicht bleef. Anders kan ik een schommeling van slechts een kilo per maand niet noemen. Ik zat emotioneel even niet lekker in mijn vel en gunde mijzelf zo af en toe, en steeds vaker, een extraatje. Gaf toe aan het idee van eten staat gelijk aan troost, en stopte dankzij de hooikoorts ook met het maken van dagelijkse wandelingen, met een letterlijke uitbreiding van mijn persoonlijke ruimte tot gevolg.

Ondertussen ben ik wat fanatieker aan het yoga-en, en las ook weer wat vaker een wandeling in. Alleen het minderen met snaaien (zeg maar gerust schranzen) lukt niet al te best. Iets met het feit dat gebaande paden veel makkelijker te bewandelen zijn dan ongerepte natuur. Hoewel ik weet dat minder eten kan leiden tot minder gewicht en minder gewicht automatisch leidt tot makkelijker bewegen, minder pijn en afbouwen van ontstekingsremmers is het stemmetje wat mij dat verteld zelf ook erg makkelijk om te kopen met een cracker kaas om tien uur ‘s-avonds.

Tijd om terug te grijpen op iets wat al eerder goed heeft gewerkt. Mijzelf een beloning in het vooruitzicht stellen. Als ik 30 dagen niet snaai mag ik (vul hier een beloning in). Als ik 60 dagen niet snaai mag ik (vul hier een grotere beloning in). Ik weet het, het is te kinderlijk voor woorden, maar het werkt (meestal) wel. Dus voor nu omarm ik het kind in mij (ik weet zeker dat met die uitdrukking wat anders wordt bedoeld maar vooruit) en spaar snaaivrije dagen zodat ik een beloning verdien.

Yoga

Herinneren jullie de reden nog waarom ik een yoga-studie ging doen? Dat ik na een paar lessen yoga excuses begin te bedenken waarom ik niet naar de les zou kunnen (lees willen) en na een paar gemiste lessen de pijp aan Maarten geef? Yoga en ik, dat is een combinatie van lik me vestje. Een soort augurken-ijs maar dan anders. Gewoon niet aan beginnen. Maar ja, de idee is soms sterker dan mijn verstand en vanuit de redenatie hoe yuk ik een opleiding ook vind, hoe vaak ik ook stop, uiteindelijk haal ik de eindstreep wel melde ik mij aan voor een yoga-studie. En omdat ik eigenwijs ben. Vooral dat laatste.

Vol goede moed begon ik aan de studie. De eerste lessen waren weinig praktijk en veel theorie. Iets met studie. Kuch. Het huiswerk bestond (en bestaat) vooral uit het doen van oefeningen en beschrijven wat dat met je doet. Het betere soul searchen. Ik heb niks tegen soul searchen. Echt niet. Ik beoefen die tak van sport met enige regelmaat. Maar op commando. Mijn beschrijving van wat een oefening met mij doet waren voornamelijk lichamelijke beschrijving met één grote conclusie: ik ben zo stijf als een plank. Maar niet de oefening, want (om met Moeltje te spreken) ai hef oatmiel in the arms.

Zo stijf als een plank dus. Met een houding van lik me vestje en de neiging elke oefening af te raffelen alsof het een must was in plaats van een wens. Met regelmatige rugpijn tot gevolg. Het was even schrikken toen dat tot mij doordrong. Van 2002 tot en met 2012 ben ik maandelijks naar een Mensendieck therapeut geweest. Ik leerde oefeningen om soepel te blijven, sterke spieren te houden, mijn houding te verbeteren en een paar maanden na de laatste therapiesessie liet ik alles los. Ik had dan wel minder pijn dan in 2002 (dat wandelen is nog ergens goed voor net als het regelmatig slikken van een ontstekingsremmer) maar ik kon wel janken van de staat van mijn spieren en gewrichten.

En hoe graag ik het ook zou willen, ik kon niemand anders dan mijzelf hier de schuld van geven.

Ik zei toch dat ik geen problemen heb mijn soul searching. Toen deed ik iets waar ik zelf nog steeds versteld van sta. Ik schoof mijn yogamat niet onder de bank, maar nam mijn studie, en daarmee mijzelf, eens serieus. Ik veranderde mijn studieschema. In plaats van er elke week één les doorheen te rauzen, neem ik de tijd om de oefeningen eerst goed onder de knie te krijgen voordat ik zover ben dat ik ga voelen wat een oefening met mij doet. Wat ik ook veranderde was het aantal oefeningen. In plaats van mij te beperken tot alleen de oefeningen van de les, heb ik een sessie samengesteld bestaande uit een selectie van de oefeningen die ik al heb geleerd, een aantal oefeningen die zijn blijven hangen uit mijn Mensendiecktijd aangevuld met een aantal anti-hernia oefeningen. Dat allemaal onder de bezielende leiding van een yogalerares die ik nog nooit heb gezien maar die in haar reacties op mijn huiswerk wel de juiste snaar weet te raken.

Afhankelijk van de hoeveelheid tijd en zin begin ik sinds een paar weken mijn dag met yoga. Dat is niet helemaal correct. Ik begin mijn dag met koffie, en rol daarna mijn matje uit om, afhankelijk van zin en tijd, tussen de 15 en 30 minuten op te gaan in de wereld van yoga. Hoewel ik nog steeds het idee heb ik dat ik zo stijf ben als een plank, hoef ik niet meer op mijn tenen te staan wanneer ik de pot met koffiecups van de plank pak. Ik ben gewoon een centimeter of twee gegroeid. Ook het uittrekken van mijn sokken en het wassen en drogen van mijn voeten gaat tegenwoordig steeds makkelijker. Dat doe ik gewoon staand op één been. Want mijn enkels worden sterker en mijn balans beter.

Ondertussen weet ik ook waar mijn gevoel nog steeds zo stijf als een plank vandaan komt. Maar daarover later meer.

Schermtijd

Ik snap werkelijk niet waar al die commotie over telefoonverslaving vandaan komt. Echt lieve mensen, ik heb totaal geen probleem met het wegleggen van mijn telefoon. Easy peasy, lemoon squeezy. Sterker nog: het geluid staat meestal uit, het aantal apps op mijn telefoon stelt niets voor, en ik voor de meeste apps heb ik de meldingen uit staan. Echt lieve mensen, ik heb totaal geen telefoonverslaving.

Ik gebruik liever mijn laptop. En boy, heb ik een probleem met schermtijd.

Ik heb weinig tot niks met dat gek*t op een telefoonschermpje, maar ik heb echt wel een probleem. Tijdens mijn vorig leven werd er via een PC-privé project een computer aangeschaft. Daar mocht ik na een dag hard werken (achter een computer) en drie uur reistijd, graag wat op rondfröbelen. Ook al stond dat ding op een koude slaapkamer. Later, toen meneer P. te E. een spelcomputer had uitgevonden, werd dat een favoriet speeltje.

Sinds ik een laptop maar vooral sinds ik toegang heb tot het internet, zijn laptop en ik met elkaar vergroeid.

Lang heb ik mijzelf voorgehouden dat ik niet verslaafd ben. Dat ik de laptop niet mis wanneer ik dat ding niet bij de hand heb. Dat ik het onder controle heb. Maar toch. Gemiddeld het derde ding wat ik doe nadat ik ben opgestaan, is de laptop aanzwengelen. Een uurtje later zet ik de laptop uit en na een snelle douche, gaat de werklaptop aan. Zodra de werkdag erop zit, gaat mijn eigen laptop weer aan en die gaat pas uit wanneer ik naar bed ga. Oh, en in mijn pauzes zet ik mijn eigen exemplaar weer even aan. Daar is volgens mij een term voor.

@VERSLAAFD!

Inderdaad, ik ben verslaafd en het nadeel van een laptop/internet verslaving is dat je er nooit voor 100% mee kunt stoppen. Ten eerste leven we in een verregaand gedigitaliseerde wereld en ten tweede verdien ik de kost door achter (lees voor) zo’n apparaat te zitten. Daarnaast is het een hobby en ieder mens heeft recht op en de behoefte aan een hobby, en in de zomermaanden …. Jullie zien, ik schrijf zelfs als een verslaafde.

Het roer moest om…

Tijdens mijn blogpauze nam ik de tijd wat persoonlijke issues op een rijtje te zetten. Eén van die issues was deze verslaving en het effect op mijn leven. Omdat ik de laptop niet aan de kant kon leggen kwam ik niet toe aan lezen. Stond de TV aan, maar zag ik het programma niet of maar half. Staarde ik nooit meer zomaar een uurtje in het luchtledige, om mijn gedachten de tijd te geven over elkaar te vallen en mijn gevoel de kans te geven zaken te verwerken. Bloggen vangt dat deels op; maar bloggen is ook een reden om de laptop open op schoot te hebben.

Het roer ging om …

Tijdens mijn blogpauze gebeurde er iets bijzonders. Ten eerste maakte ik gebruik van een aanval van inspiratie om zeven blogs te schrijven en die, vanaf de aangekondigde einddatum van mijn pauze, in te plannen. Aan het eind van de werkdag was de drang om de laptop te openen, en te beginnen met schrijven, verdwenen. In plaats daarvan zette ik de TV aan en keek, onder het koken, een stuk bewuster naar wat er op dat scherm gebeurde. Naar een programma wat ik bewust had gekozen. Op het moment dat er niets van mijn gading op TV was, ging (en gaat) de TV uit. Daardoor pakte ik eens wat vaker een boek. Niet echt vermindering van schermtijd, want ik heb een e-reader, maar een boek lezen is echt een andere manier van informatie opnemen dan doelloos over het net scrollen. Verder verbouwde ik de huiskamer een klein beetje met als gevolg dat het verlengsnoer van de laptop zo ligt, dat ik tijdens het laden niet op de laptop kan.

Een maand later ..

Een maand later gaat het mij steeds makkelijker af om de laptop niet aan te doen, of hem uit te zetten. Door de week gebeurt het nog maar zelden dat ik moet stoppen met scrollen omdat de batterij volledig leeg is. Ik begin weer wat actiever te worden, lees meer (ik ben aan boek tien voor dit jaar bezig), en kijk bewuster TV. Bovendien blog ik door de week nauwelijks meer. Dat doe ik in het weekend. Niet vanaf de bank met de TV aan terwijl ik eten aan het koken ben, maar gezeten op een goede stoel, met de laptop op het bureau. Met diezelfde batterij restrictie als bovengenoemd. Aansluitend aan het bloggen lees ik, of ga ik aan de wandel.

Doordat ik in het weekend blog, blijft mijn blogtijd door de week beperkt tot het (selectief) lezen bij anderen en de interactie met mijn lezers. Verder heb ik over het algemeen slechts een tabblad open staan. Dus ik ben of met mijn blog bezig, of met Facebook, LinkedIn, Youtube. Dat geeft rust in mijn hoofd.

Het moet niet gekker worden

Het went, dat minder laptoppen. Minder naar een scherm staren. Het went dusdanig, dat ik de afgelopen week de werklaptop tijdens pauzes geblokkeerd heb. Zodat ik echt even af kan schakelen. Aangezien ik van mijzelf ook niet meer mag eten terwijl ik op een scherm kijk, en dit tegenwoordig steeds vaker aan de eettafel doe … Tel uit je winst.

Fier zijn op jezelf!

Ik weet het, het zijn babysteps en ik ben er nog lang niet. Maar elke centimeter vooruit is een centimeter in de goede richting. En gaat het een dag niet zoals ik wil, dan begin ik de volgende dag gewoon weer opnieuw. Zolang ik maar niet stop met stoppen, is er progressie. Ben ik fier op mijzelf. En uiteindelijk is dat laatste de belangrijkste reden om iets te doen.

Niet stoppen met stoppen

Een wijs mens zei ooit tegen mij, ‘Het is niet erg wanneer het niet lukt om te stoppen met (beats me waar ik in die tijd mee wilde stoppen, dat maakt ook niet uit) X, als je maar niet stopt met stoppen’.

Een zin waar ik heel lang over na heb moeten denken voordat de euro viel. Beter gezegd, de Turkse lira want we waren op dat moment in Istanboel. De gedachten achter de zin snijdt zoveel hout. Natuurlijk is het balen wanneer het niet lukt een beoogde verandering door te voeren, puur omdat je terugvalt in oude gewoonten. Maar zolang je na een stevige baalpartij het stokje weer oppakt, is er geen man (m/v) overboord. Het duurt alleen wat langer voordat je de eindstreep haalt.

Sinds deze zin / filosofie onderdeel is van mijn leven, ben ik een stuk aardiger voor mijzelf. Wanneer het niet lukt een verandering door te voeren, wanneer ik terugval in oude patronen, zie ik mijzelf niet meer als een mislukking. Ik neem gewoon een pauze. Om na te denken over mijn doel. De eindstreep te verleggen of een andere route te kiezen. Of om gewoon even lekker te zwelgen in het verleden.

De laatste jaren zijn de ‘dertig-dagen-challenges’ en ware trend op youtube. Ik ben altijd in voor een challenge, maar ik ben en blijf altijd realistisch over het resultaat. Dat wat de meeste youtubers laten zien, is een ‘gepolijste’ versie van de realiteit. Bovendien is het relatief makkelijk wanneer je 30 dagen iets moet doen, met het tonen van een positief resultaat aan de buitenwereld je brood verdient en daarna de nieuwe gewoonte gewoon weer los mag laten, omdat je doorgaat naar de volgende challenge.

Toch zijn er een paar youtubers die wel eerlijk zijn met hun publiek. Toegeven dat een challenge te lastig was en dat zij er daarom voortijdig mee zijn gestopt. Of wel hebben afgemaakt maar er zo’n hekel aan hadden dat het never nooit nieh een onderdeel van hun dagelijkse routine gaat worden. Een van hen heeft aan zijn traject om een beter mens te worden de two day rule toegevoegd. Wanneer het doel is om elke dag te gaan wandelen, dan is het niet erg om een dag te missen, maar nooit twee dagen op rij. De andere legt uit waarom zij een bepaalt doel opgeeft, of de route verlegt. Niet elk doel is voor iedereen weggelegd om over haalbaar nog maar te zwijgen.

De lezers van het begin weten het. Ik ben een sucker voor challenges. Altijd op zoek naar een manier om mijzelf te verbeteren. Slechte gewoontes af te leren. Vaste lezers weten ook dat ik regelmatig terugval in gedrag waar ik niet trots op ben. Maar ik stop niet met stoppen (of veranderen) want voordat een nieuwe gewoonte dusdanig gewoon is dat het een automatisme wordt is er heel wat water door de Maas gestroomd.

Inderdaad: ik heb de strijdbijl opgepakt en ben weer in gevecht met mijzelf. Op meerdere fronten. Wel met respect voor mijn tegenstander. En als er iets is wat je volgens de veranderexperts niet moet doen, is dat meerdere slechte gewoonten tegelijkertijd aanpakken. Dat vraagt om mislukken. Gelukkig ben ik eigenwijs en doe de dingen graag op mijn manier. Dat er dan wel eens wat teveel hooi op de vork ligt, so be it.

In de volgende blogs spelen een aantal persoonlijke verbetertrajecten de hoofdrol. Jullie zijn gewaarschuwd.

Even wachten

In al die jaren dat ik stemrecht heb, is mijn stem slechts eenmaal verloren gegaan. Provincie, gemeente of waterschap, dat weet ik zo niet meer. Gevoelsmatig is mijn stem trouwens vaker verloren gegaan. Drie (ik schrijf dit op de verkiezingsdag dus wellicht vier) kabinetten Rutte is niet iets wat ik ooit voor ogen heb gehad. Maar zo werkt een democratie nu eenmaal. Zij met de meeste stemmen en de beste onderhandelaars eindigen in het pluche. Vanwege die democratie is niet stemmen voor mij trouwens geen optie. Iets met vier jaar lang je klep dicht moeten houden want niet gestemd is je recht op een grote muil verspillen.

Bij thuiskomst haal ik de brievenbus leeg. Buiten happy mail (planner stickers) ligt er een oproep van de bloedbank. Ik was al bang dat ze me vergeten waren. Blij met mijn volgende uitje vul ik de coronachecker in. Voordat ik ja invul op de vraag loopneus, niezen google ik even naar het standpunt van Sanquin inzake hooikoorts. Die is niet misselijk. Mensen schatten slecht in of ze corona hebben, lees ik. Ik twijfel even. Ik weet echt 100% zeker dat ik hooikoorts heb. Met dank aan de ubersterk geurende desinfectie gel waarmee ik mijn handen in het stembureau gedesinfecteerd heb, nies ik een paar flink en vul toch braaf ja in.

Het gevolg: ik mag nog even geen bloed geven. Dat wordt wachten op de volgende oproep. Willen alle mensen met bloedgroep B- de komende tijd extra voorzichtig zijn in het verkeer, tijdens het sporten en het klussen? Sanquin heeft 0,5 liter minder van dat spul op voorraad dan verwacht. 😎

Eten, liefde en troost

Ik ben groot geworden met eten als een uiting van liefde en troost. Een schepje groente extra, een beetje pudding meer, een glaasje prik op een doordeweekse dag of een keertje extra mogen kiezen wat er op tafel kwam. Niks groots, meeslepends of dramatisch dus. Wel een patroon. Een patroon wat ik al jaren probeer te doorbreken. Maanden gaat het goed, en dan krijg ik een terugval. Neem een stukje chocolade, chips, nootjes, één, twee ach doe maar drie boterhammen omdat ik me niet helemaal jofel voel, een fibromyalgie (pijn)aanval heb, teveel in mijn hoofd zit.

De snaaibui (niks mis met het beestje bij de naam noemen) wordt gevolgd door een gevoel van tevredenheid en geborgenheid. Een gevoel wat zeer tijdelijk van aard is. Buiten dat mijn hoofd baalt van mijn zwakte, reageert mijn lijf niet goed op teveel suikers, vetten, lactose en weet ik veel.

Zoals ik eerder schreef, deze tijd van het jaar ben ik niet op mijn best. Dankzij de gruwelijke temperatuurschommelingen kwam daar een fibromyalgie aanval bij die al een week of vier duurt, en over de lente met bijbehorende hooikoortsaanval wil ik het helemaal niet hebben. Mijn hoofd wil getroost worden. De suiker verergert de fibromyalgie. De pijn maakt dat ik extra moe word, en die vermoeidheid gilt om extra suiker. En dan is er nog de hooikoorts. Die is buiten rete-irritant de reden dat ik anti-histamine slik. Van dat spul krijg ik hoofdpijn, slaap ik minder en droom ik meer en krijg ik eet aanvallen. Een vieze cirkel waar je u tegen zegt. Zelfs op mijn leeftijd.

Ik begon aan les 7 van de yoga opleiding. Het doel, zes buikoefeningen onder de knie, buik en schouder krijgen. Helemaal op het eind stond: ‘Al deze oefeningen bevorderen de spijsvertering. Je kunt dus eetaanvallen krijgen, maar probeer daar niet aan toe te geven.’ Lekker dan. Dat kon er ook nog wel bij. Soms zit het mee, en soms zit het tegen. Ineens zat het mee. De waarschuwing bleek voldoende om de teugels weer wat aan te trekken. Mij te beperken tot drie maaltijden en één fruithapje per dag. Het goede gevoel wat deze actie mij geeft is alle liefde en troost die ik nodig heb.

Zo simpel kan het dus zijn. Tot de volgende terugval natuurlijk.

Dubieus ..

‘Dat is een dubieuze combinatie,’ zeg Zoon. Op de aanrecht staat een pot nutella met en leper er naast. Ik vind het dubieuze wel meevallen. In de magnetron staat een beker melk warm te worden. Warme melk en een lepel nutella: het recept voor mijn avonddrankje.

Vroegah kwam mijn chocolademelk in poedervorm uit de bekende gele bus. Drie lepels poeder op één beker melk. Hoe goed ik ook roerde, er zaten altijd klontjes in. Daar waar de melk goed te drinken was, waren de klontjes yuk. Smaakte naar koetjesrepen. Chocolade die de naam chocolade eigenlijk niet verdiende.

Melk met nutella. Waarschijnlijk smaakt het anders dan ooit maar ben ik ooit gewoon vergeten. Er zit in ieder geval een heul vaag vleugje hazelnoot aan. Maar door het niet egale mengel, en de klontjes, is het een trip down memory lane. Leuke bijkomstigheid: de klontjes zijn nu wel te hachelen. In die zin is deze combinatie wel wat dubieus ja. 😉

Doe’s lief

Bij het maken van mijn avondplanning mag ik graag rekening houden met mijn dagplanning. Niet zozeer qua drukte, want als ik daar rekening mee zou houden kwam ik nooit aan een avondplanning toe. Nee, ik kijk vooral naar het aantal vergadermomentjes dat ik op een dag heb. Hoe handig het videobellen ook is, het kost mij meer energie dan een normale vergadering. Op dagen met drie of meer teamvergaderingen kan je mij rond vijf uur opvegen en kan ik geen beeldscherm meer zien. Dat gevoel duurt zelden langer dan een half uur, anders kwam er geen blog meer uit mijn vingers.

Gisteren stonden er twee vergaderingen op de planning en ineens waren het er drie. De twee van vandaag kregen gezelschap van een gepland en een ongepland exemplaar en zo zat ik op vier. Wat niets is in vergelijk met morgen. Vier afspraken werden er zes, en dan moet de dag nog beginnen. Het feit dat ik gepland had vanavond ook nog minimaal anderhalf uur geconcentreerd naar een scherm te kijken, onderwijl luistert naar een al dan niet goede spreken, en te pogen niet naar de andere aanwezige te kijken omdat dat teveel prikkels op levert, stond mij rond het middaguur ineens tegen.

Vroeger, lees een week of zo geleden, had ik gedacht, pech, gepland is gepland, had je maar beter na moeten denken. Vandaag dacht ik, Doe’s lief en stuurde een appje om mij af te melden, Inderdaad, doe’s lief geldt niet alleen voor anderen maar ook voor mijzelf. En dan is het nu tijd voor een kopje decafé met een lekkere schuimkraag van vers opgeklopte melk.

Fijne avond allemaal. En misschien dat ik morgen weer kom lezen. Vandaag beperk ik mijn schermtijd enigszins! ❤

Minder soepel

Omdat ik het kind in mij koester, wilde ik vandaag mijn nieuwe jas aan naar het werk. De nieuwe jas, superlang en vol bloemen, vraagt om een fleurig kledje. Het fleurige kledje om een petticoat en de petticoat om laarsjes met een hak. Wat gezien de lengte van de jas sowieso geen slecht idee is.

Hoewel ik op die hakken prima vooruit kan, en de ommetjes mij steeds makkelijker af gaan, leek het mij slimmer om dit keer op de fiets naar het werk te gaan. Niet alleen omdat fietsen sneller gaat maar ook omdat ik, met uitzondering van de fietstest bij de cardioloog, sinds augustus niet meer gefietst heb en ik wilde weten hoe het zou gaan.

Donderdag ging ik keurig op tijd naar bed en deed geen oog dicht. Ondanks het open raam was het warm op mijn slaapkamer en mijn lijf was meer dan rusteloos. Om vier uur verzette ik de wekker van zes naar zeven uur. Om kwart over zes werd ik wakker en ondanks mijn pogingen weer in dromeland te geraken floepte mijn ogen telkens weer open.

Ik had met mijn jas, tas, kledje, petticoat, hakken en slaapgebrek gewoon in de auto moeten stappen. Maar ja, het kind in mij had zich verheugd op een fietstochtje. Drie en een halve kilometer enkele reis en met uitzondering van de Stadbrug nauwelijks hoogteverschil. In een rustig tempo fietste ik naar de voet van de brug, schakelde naar de één en tien seconden later deed alles pijn en wandelde ik met de fiets aan de hand de brug op. Eenmaal over het hoogtepunt heen, stapte ik op en vervolgde als een speer mijn weg. Tenminste, tot onder aan de brug. Daarna werd het weer zwoegen. Blerick blijkt is heuvelachtiger dan gedacht.

Ondanks goede koffie bleef het zwoegen al ging het ommetje wat ik samen met een collega wandelde, mij soepel af. Vol goede hoop begon ik aan de terugweg, maar die hoop vervloog snel. Net zo snel als mijn vermogen tot doorademen. Ver voordat ik bij de brug was zag ik een bekend punt; een oud stagebedrijf van Zoon. Het voelde als de fietstest all over again. Ik overwoog serieus mijn fiets daar naar binnen te schuiven en Zoon te bellen dat hij mij op moest komen halen. Maar ja, koppig en eigenwijs en er staat nergens geschreven dat ik mijn fiets niet aan de hand mee kan leiden.

De rest zal ik jullie besparen. Minder soepel is een goede samenvatting. Natuurlijk werkte het gebrek aan slaap niet mee. Maar voorlopig ben ik weer genezen. De rest van de maand laat ik mijn fiets gewoon staan, en houd het bij wandelen. Dat vind mijn conditie gewoon veel en veel leuker dan fietsen.

Al begin ik heel voorzichtig aan iets elektrisch te denken. Nu de mindset nog. Ik gok dat ik nog een teleurstellend ritje of zes voor de boeg heb voordat het zover is. Ik houd jullie op de hoogte.

Bijzondere dag

Ik sta er niet zo bij stil. Een aantekening in mijn agenda. De sterfdagen van mijn ouders. Life goed on en er zijn dagen dat zij of Pap niet in mijn gedachten zijn. In ieder geval niet bewust. Dan ineens spelen zij de hoofdrol. De één wat meer dan de ander, afhankelijk van de situatie. Zoals van de week, toen ik vergat een kopje onder de koffiemachine te zetten. Even Mam bellen, dacht ik. Die kan daar wel om lachen. Maar bellen heeft weinig zin.

Vanmorgen ging ik aan de wandel. Ik dacht dat het droog was, maar helaas. Terwijl ik in de regen over de Maas uitkeek dacht ik mooi weer om je tranen te verbergen en dacht, welke tranen? In ineens kwam het als een mokerslag binnen. Vandaag is het drie jaar geleden dat Mam overleed. Ineens is mijn afwezigheid en emotionele incontinentie verklaard. Weer thuis was zei ik tegen Zoon Ik weet wat wij vandaag drie jaar geleden aten. Hij keek verbaasd. Grieks, zei ik en hij reageerde, Is die kleine al weer drie jaar dood. Wat gaat de tijd toch snel.

Drie jaar alweer. De tijd gaat snel.