Totaal onverwacht

Het bleek een vreemde tijd om aan een nieuwe baan te beginnen. Ik wist net zonder verdwalen de weg naar kantoor te vinden toen Miss Corona roet in het eten gooide. Oké, mijn keukentafel kan ik ook zonder navigatie vinden, maar vreemd was het wel. Slechts half ingewerkt werden collega en ik op de organisatie losgelaten. Ik iets meer dan zij. Collega werkt al sinds haar zeventiende bij deze organisatie, en hoewel ik haar senior ben, schelen we (snel geteld) anderhalf jaar. Peanuts dus. Dat leeftijdsverschil bedoel ik dan.

Omdat ik ben wie ik ben deed ik vanaf dag één mijn stinkende best. Dat viel meer mensen op. Mijn directe collega’s zeiden wel eens dat zij blij met mij waren. Ook uit de mond van iets minder directe collega’s hoorde ik dat soort berichten. Maar ja. Een deel van mij weet dat ik een hardwerkend, slim en soms zelfs sociaal mens ben, het andere deel is nogal onzeker. In combinatie met twee ziekmeldingen binnen twee jaar, wat resulteerde in een medisch traject waarvan het einde nog niet in zicht is, maakte die onzekerheid dat serieus rekening hield met het feit dat mijn contract volgend jaar februari niet verlengd zou worden.

Vrijdag had ik een evaluatiegesprek met mijn leidinggevende. Ik kreeg de vraag of ik mijn werk leuk vond, en of ik dacht dat ik een toekomst heb binnen de instelling. Kei leuk, ze ik, gevolgd door, ik heb nog geen behoefte om iets anders te gaan doen. De leidinggevende vond dat fijn om te horen en vroeg, Wat zou je er van zeggen wanneer we je contract voor bepaalde tijd omzetten naar onbepaalde tijd.

Met ingang van 1 november heb ik een vast contract. Ik kan het nog steeds nauwelijks geloven. Een vast contract. Dat in deze tijd en met mijn status als dame van een zekere leeftijd. Ik ben een blije gup.

Brede grijns op mijn gezicht

Aan het einde van de dag neem ik samen met een collega de dag door. Ik klaag een beetje over mijn ochtend te midden van een hele school digi-xyztjes. Collega, ooit onderdeel van de Helpdesk, wist te vertellen dat het nog erger kon. ‘Ooit,’ zei zij, ‘had ik iemand aan de lijn die vroeg of ik haar met x kon helpen. Ik wees haar op de handleiding maar die bleek zij er al bij gezocht te hebben, Het werkt alleen niet, klaagde de vrouw. Collega nam de pc over en keek op afstand mee. De vrouw had inderdaad de handleiding geopend, en klikte driftig op het plaatje in de handleiding waar klik hier bijstond.’

Ik dacht aan die ene medewerker voor wie ik een gedeelde mailbox had aangevraagd. Vanuit klant/servicegericht denken had ik haar alvast de werkinstructie ‘gedeelde mailbox toevoegen’ gemaild zodat zij zodra de mailbox aangemaakt was, er meteen mee aan de slag kon. Kreeg ik een uurtje later per mail de vraag, bij punt vier wordt gevraagd de naam van de mailbox in te voeren, maar er staat niet bij welke mailbox!

Na het horen van het verhaal van Collega, kukkelde ‘mijn’ mevrouw zo van haar eerste plaats af. Op een plaatje in de handleiding klikken verdient een ereplaats! In de wetenschap dat het morgen weer een nieuwe dag is, met nieuwe kansen om mij te verbazen, ging ik met een brede grijns op mijn gezicht naar huis.

Verre gaande digitalisering

Aan het begin van de eerste werkdag bij mijn huidige werkgever kreeg ik een laptop overhandigd. Formaat 13 inch. Iets waar ik, in combinatie met twee enorme schermen, een docking-station, toetsenbord en muis, totaal geen last van heb. Dat zei ik twee weken later ook tegen de jongeman van Lokaal Beheer (ie beheerder van de hardware) die aanbood mijn laptop te wisselen voor eentje van 15 inch met numeriek toetsenbord. ‘Ben je gek,’ zei ik, ‘doe geen moeite. Voor die enkele keer dat ik thuis werk.’ Dat was de eerste week van maart.

Door omstandigheden, gevolgd door een c-c-c-crisis, werk ik sinds de tweede week van maart thuis. Op een 13 inch laptop. Na een week kon Zoon het niet meer aanzien en koppelde een groot scherm aan de laptop. Twee weken later kocht ik een laptop standaard, zes weken later een bureau en een goede stoel. Alles went, dus ook een 13 inch scherm. Wat ik vooral mistte was het numerieke toetsenbord. Maar ja, mijn huis, en daarmee ook mijn werkplek, is niet extreem groot, en voor een los toetsenbord heb ik geen ruimte.

Omdat altijd thuis werken best eenzaam is, wijk ik soms uit naar de werkplek van Lokaal Beheer. Zo ook afgelopen woensdag. De collega die mij zeven maanden geleden die locatie heeft laten zien was er ook. Het was zijn één na laatste werkdag bij ons. Ineens viel mijn oog op zijn laptop en vooral op het numerieke toetsenbord. ‘Kunnen we geen laptops ruilen,’ zei ik voor de gein, ‘Dat jij de mijne inlevert, en ik in het vervolg die grote met dat numerieke toetsenbord gebruik?’ ‘Dat doen jullie niet,’ reageerde de collega van Lokaal Beheer. ‘Als jij een grotere laptop nodig hebt moet je het zeggen. Dan ligt er vrijdag eentje voor je klaar.’

Eigenlijk… eigenlijk wil ik geen grotere laptop, maar met de oplopende positief geteste corona-gevallen zie ik mijzelf de eerste tijd nog niet vaak op locatie werken. Na een snelle check of een 15 inch laptop in mijn rugzak past (ja) zei ik ja.

Vanmorgen ben ik de laptop gaan gaan ruilen. Halverwege de ochtend was het zover. Op de ene laptop uitloggen en op de andere inloggen bleek een fluitje van een cent. Ik had ook niet anders verwacht. Tenslotte ben ik thuis mijn eigen Helpdesk en Lokaal Beheer.

Toen begon de ellende.

  • Profiel laden,
  • MS teams installeren,
  • camera aanzetten
  • beeldscherm instellingen aanpassen,
  • instellingen Outlook en OneNote herstellen,
  • snelkoppelingen naar de lokale versies van Outlook, Excel, Word, MS teams, OneNote herstellen,
  • synchronisatie herstellen en
  • SIM -kaart preventief deblokkeren.
  • Eenmaal thuis connectie maken met het thuis-wifi-netwerk en
  • wederom beeldscherm instellingen aanpassen (tenzij je gebruik maakt van eenzelfde opstelling als op het werk, of alleen de laptopgebruikt zonder extra schermen).

Met uitzondering van de eerste keer beeldscherminstellingen aanpassen (omdat de jongeman van Lokaal Beheer en ik vanaf mijn werkplek, op veilige afstand van elkaar, aan eenzelfde teams meeting deelnamen en hij geen zin had die ene collega driemaal in beeld te hebben) en de camera aanzetten, heb ik, op mijn verzoek, alles zelf gedaan. Het was soms wat zoeken, maar als digi-aatje met een innige vriendschap met Google lukt mij dat allemaal wel. Bovendien heb ik geen bijzondere software op mijn laptop staan die opnieuw geïnstalleerd moet worden.

Het klinkt zo simpel, even een laptop omruilen. Maar ik snap nu waarom Lokaal Beheer voor een laptop-wissel op de werklocatie een uur tot anderhalf uur uittrekt, en waarom de meeste medewerkers aansluitend dankbaar gebruik maken van de diensten van de Helpdesk om de thuiswerkplek weer up and running te krijgen. Zelfs voor een digi-aatje zoals ik bleek het een behoorlijke kluif waar enige frustratie en wat gevloek aan te pas kwam.

De verregaande digitalisering van de huidige wereld wordt vaak verkocht als een versimpeling van het leven, maar volgens mij is er niets simpels aan. Het wordt er alleen maar ingewikkelder door. Gelukkig maakt het numerieke toetsenbord veel goed.

Helpdesk

Back in the olden day, toen ik mijn eerste schreden op de arbeidsmarkt zette, waren computers een nieuwigheidje. Dat ik met een word processor mocht gaan werken was bijzonder. De meeste van mijn collega’s kreunde en steunde achter de elektrische typemachine met, als zij geluk hadden, ingebouwd correctietape. Maar ja, moest je niet alleen een document maken maar ook vier doorslagen, dan was een correctie aanbrengen met correctietape of tipp-ex een crime. Secuur werken en blind typen was een must.

Tegen de tijd dat ik mijn tweede baan bij mijn eerste werkgever verliet, was de computer gemeengoed geworden. Schijnbaar deden die dingen het begin jaren negentig van de vorige eeuw gewoon altijd, want ik kan mij niet herinneren ooit contact met een Helpdesk te hebben gehad.

Mijn eerste kennismaking met de Helpdesk vond plaats in 2001. Ik herinner mij de irritatie van mijn kant. Natuurlijk had ik al gecontroleerd of alle kabels goed verbonden waren, de stroom het deed, en alles ook daadwerkelijk aan stond. Ik had het ding meestal zelfs al een keer of twee opnieuw opgestart want lieve mensen, een laptop of pc een keer uit en weer aanzetten doet vaak wonderen.

Na ongeveer drie maanden had ik alle medewerkers van de Helpdesk meerdere keren aan de lijn gehad en wisten zij dat ik niet zomaar belde. De standaard vragen werden niet meer gesteld. Ik was gepromoveerd tot digi-aatje. Geen hardcore ICT-er, maar zeker geen digi-zetje.

Ik werd applicatiebeheerder en deed ook nog wat Helpdesk ervaring op. De belangrijkste vaardigheid in het contact met de eindgebruiker was het correct inschatten van het digi-vaardigheidsniveau van de beller. Tegen een digi-vaardige eindgebruiker kan je zeggen, wis even je browsergeschiedenis, bij een digi-zetje begin je heel basaal met checken of het niet werkende beeldscherm überhaupt aan staat. Wanneer je dit werk een tijdje doet, leer je je papenheimers kennen.

Vandaag kreeg ik vanuit de Helpdesk een melding doorgezet. Een spoedje. Ik zag de naam van de melder. Iemand die ik op ICT gebied hoog heb zitten. Ik beoordeelde het probleem als ernstig en schaalde meteen op. Hier moest een expert naar kijken. Een uur later kreeg ik een reactie. Het probleem was opgelost. De persoon in kwestie had de hele week zijn pc nog niet uit en aan gezet, en had daarmee een belangrijke update gemist.

Er stonden ondertussen twee gelijksoortige meldingen op mij te wachten. Ik belde de Helpdesk om hen te vertellen wat de oplossing van het probleem was. De reactie van de medewerker van de Helpdesk maakte dat ik niet meer zo twijfelde over mijn inschattingsvermogen. Wat? Normaal is dat het eerste wat wij vragen, heb je de pc al uit en aangezet, maar bij hem ga ik ervan uit dat hij dat al gedaan heeft. Hij heeft echt gevoel voor ICT.

Maar soms even niet. Soms hebben ook digi-aatjes hun dag niet.

Een oudje maar hij blijft leuk…

Thuiswerken; misvattingen, valkuilen en de gulden middenweg

Ik werk nu ruim zes maanden bij mijn huidige werkgever. Van die zes maanden heb ik ongeveer een maand op kantoor doorgebracht. De rest van mijn werktijd heb ik eerst aan de keukentafel, en later, toen duidelijk werd dat mevrouw Corona niet zomaar het veld ging ruimen, aan mijn eigen thuiswerkplek-bureautje doorgebracht. Hoewel het vreemd is om zo kort na je indiensttreding qua werk grotendeels op jezelf aangewezen te zijn, kom ik mijn werkdagen goed door. Mocht ik vragen hebben, dan kan ik mijn collega’s via MS Teams benaderen. Of even videobellen, of even chatten. Antwoord laat zelden lang op zich wachten.

Bron: The Financial Diet

De thuiswerker als lanterfanterende uitvreter

Het beeld wat veel reaguurders op social media van thuiswerken hebben, strookt niet met mijn ervaring. Als thuiswerker schijn ik mijn werkdag in bed te beginnen. Als ik de werkdag al begin. Omdat ik toch niemand tegenkom, vergeet ik het concept persoonlijke hygiëne, woon dagen en nachten achter elkaar in dezelfde pyjama. Als ik een keer een Teams meeting heb, kam ik mijn haar en trek een net truitje aan, maar verder zit ik met mijn blote voeten in het pierenbadje. Ik ben bij met mijn huishouden, hang de hele dag rond op social media en wanneer ik daar niet te vinden ben, Netflix ik, doe de boodschappen, ben mijn tuin aan het opknappen of mijn huis aan het verbouwen. Het leven van een thuiswerker is relaxt. Output is niet te controleren. Echt, het is één hele lange, betaalde vakantie. En je hoeft je er niet schuldig over te voelen, want we leven midden in een pandemie, een crisis, en dat is al zwaar genoeg.

De thuiswerker die geen privé leven meer heeft

Een ander idee wat de ronde doet omtrent thuiswerken is dat een thuiswerker nooit klaar is. Werk en privé lopen door elkaar. Om tien uur ‘s-avonds ben je nog mailtjes aan het beantwoorden en zodra je ‘s-morgens wakker wordt ga je daar mee verder. Je staat altijd aan. Ik las een (vrij vertaalde) tekst We moeten stoppen met het thuiswerken te noemen, maar het over ‘leven op je werk’ hebben. Inderdaad het andere uiterste.

Waar sta ik?

Het eerste beeld voelt voor mij als volslagen wereldvreemd maar ook het tweede beeld komt niet overeen met mijn werkelijkheid. Rond half acht zit ik gewassen en aangekleed achter mijn laptop. Kopje koffie bij de hand. Rond vijf uur klap ik de laptop weer dicht. Inderdaad, ik hanteer mijn oude werktijden. Aangezien al mijn collega’s en de dienstverleners waar ik mee te maken heb dat ook doen, werkt dit het beste.

Ik beschouw mijn thuiswerk dag als een gewone kantoor dag, met vaste begin- en eindtijden. Ik hoef niet te schrikken van een onverwachte video oproep, ik kan gewoon in beeld verschijnen. Al moet ik toegeven dat ik vaak wel een super comfortabele broek met elastiek aan heb. Zo eentje waar ik normaal in het openbaar niet in gezien wil worden. Maar dat is geen valkuil. Niet echt in ieder geval.

Hé kijk, een valkuil!

Wat wel een valkuil van mij is, is de neiging om 9,5 uur aan een stuk hyper gefocust aan het werk te zijn. Geen tijd neem om even adem te halen. Regelmatig de lunch overslaan want *ping* die ene collega heeft mij nu nodig. Niet meer bewegen dan van bureau naar koffiezet apparaat of van bureau naar toilet. Ik woon niet extreem groot dus dat zijn de afstanden die ik afleg ook niet.

De poging elke dag voorafgaand aan de werkdag een half uurtje wandelen regende en rilde al snel uit mijn systeem. En ik wil na zo’n werkdag wel een eindje gaan wandelen, maar wanneer het huishouden aan de kant is, en ik mijn laatste kopje (decaf) koffie van de dag heb gedronken, heb ik nergens meer zin in. Ja, door social media scrollen want daar ben ik de rest van de dag niet mee bezig.

Op zoek naar de Gulden Middenweg

Ik weet dat het niet goed is wat ik doe. Maar ja, hyper focus en geen collega die even tegen je kletst. Geen wandeling richting koffiemachine, toilet of vergaderruimte. Geen collega’s die je wijzen op het idee pauze. Vooral, geen afleiding en geen fiets- of wandeltochtje om op de werklocatie te komen.

Elke week, elke dag neem ik mij voor nu wel even dat momentje te pakken om een was in te zetten, rustig een kopje koffie te drinken, even een stukje te wandelen. Even energie opdoen voor de rest van de dag.

Ergens in juli, tijdens een afdelingsborrel (veilig op afstand van elkaar, zonder Grapperhauser momenten) bleken meer collega’s door en door en door te gaan en te weinig rustmomenten te pakken. ‘Ga na elke Teams meeting even een stukje lopen,’ zei de baas. ‘Laat de collega die tussen de middag belt lekker bellen. Normaal was je lunchpauze houden en ook niet beschikbaar. NEEM JE RUSTMOMENTEN! Je kunt geen hele dag beschikbaar en bezig zijn. Dat houdt niemand vol.’

Het bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Elke werkdag tussen het moment van de afdelingsborrel en mijn vakantie, ging ik de mist in. Het maar morgen ga ik echt beginnen gevoel veranderde als snel in na mijn vakantie ga ik het anders doen. Beter doen. Zou ik regelmatig ontspanningsmomenten zoeken. Aan het eind van de eerste werkdag na de vakantie had de griep (in ieder geval geen covid-19 weet ik van de GGD) mij in haar greep. De rest van de week stond ik officieel ziek gemeld, maar werkte tussen de koortspieken in gewoon door. De aard van het beestje, en het voordeel van thuiswerken.

Eén zwaluw

Wat ik tussen de koortspieken door ook deed was mijn vaste vrije dag verzetten van de woensdag naar de maandag. Mijn eerste vrije maandag gebruikte ik om mijn huis goed te poetsen, en mijn werkplek te verplaatsen. In plaats van in de keuken, zonder zicht op de buitenwereld, zit ik nu voor het raam. Wanneer ik nadenk kijk ik niet mijn huiskamer in, maar de straat op. Zo zag ik dinsdag aan de kleding van de mensen op straat dat het best lekker weer was. Dus toen ik een berichtje van de apotheek kreeg dat mijn medicijnen klaar lagen zei ik tegen collega, ‘Ik wandel even naar de apotheek.’ Dat wandelingetje smaakte naar meer.

Woensdag zette ik niet alleen een was in, maar hing die ook op. Dronk een uur later een kopje koffie op het balkon. Wandelde tussen de middag een flink stuk. Omdat één zwaluw geen zomer maakt, rolde ik in de middag van de ene Teams meeting de andere in, en ging aansluitend, zonder eerst even een rustmomentje te pakken, super geconcentreerd aan de slag met dat wat afgesproken was.

Maar ik heb mijn eerste stappen op weg naar een goede thuiswerker zijn, gezet. Nu is het alleen een kwestie van doorpakken. Collega’s die zo af en toe zeggen nu even niet zijn daarbij welkom. Want als ik het alleen moet doen, grijpt de aard van het beestje waarschijnlijk weer de macht en blijft het bij één zwaluw.

Bron: The Financial Diet

Echt, thuiswerken. Het lijkt zo makkelijk, maar soms valt het vies tegen.

Het bewijs …

‘En,’ vroeg Collega van de week, ‘Ruim je je werkplek ook op als je dadelijk vakantie hebt?’ Ik zei ja, begon over lades en batterijen leeg laten lopen, maar ik zag de twijfel bij Collega.

Wat Collega niet weet, of misschien wel, maar dan is dat puur per ongeluk, is dat gisteren CoCoVid is begonnen. CoCo staat voor Costume College, een jaarlijks vierdaags evenement in Los Angeles, waar heel veel costumers komen. Oftewel mensen die genieten van de mooie kleding uit vervlogen tijden, en deze kledingstukken namaken.

Ik ben niet zo handig met naald en draad, en heb niet de beurs om voor vier dagen naar Los Angeles te vliegen, maar dankzij Covid-19 hebben een aantal van de vaste deelnemers een alternatief programma in elkaar gedraaid. Via youtube. Dan wordt het ineens andere koffie. Het werk wat ik vanmorgen op de planning had staan kon ik makkelijk doen terwijl ik met een schuin oog naar youtube kijk. Alleen past die extra laptop niet op mijn bureau. Dus verhuisde ik vanmorgen naar mijn oude werkplek bij de balkondeur.

In het afschakel proces ging ik zelfs zo ver om één van de koffiepauzes buiten op het balkon door te brengen. En terwijl de aardappelen voor de andyviestamppot stonden te garen, ruimde ik die tijdelijke werkplek weer op. Mijn huis is vakantie proof.

Hieronder de bewijslast!

Leg het nu eens uit aan je moeder …

Ik ken mijn beperkingen. Ik ben best een goede ICT-er, zie snel verbanden, snap best wel hoe het één en ander werkt, maar heb moeite met het jargon. Bitjes en bijtjes dat snap ik nog wel, ik weet wat een server is maar echt, er zijn grenzen. Toch wil ik wel altijd het naadje van de kous weten. Dus zodra onze externe dienstverlener een ingewikkeld probleem heeft opgelost ga ik eerst googlen en daarna bel ik even om mijn bevindingen te checken. Dat resulteert meestal in een jargon waarbij ik na drie woorden afhaak en alleen nog euh,… uhuh en ooooh weet uit te brengen waardoor ik aansluitend nog meer moet googlen.

Tegenwoordig doe ik dat anders. Zodra mijn gesprekspartner de techniek in duikt zeg ik ‘Ho, stop, nog een keer, en nu leg je het uit aan je moeder.’ Geloof mij, dat werkt bijna altijd en doordat ik niet constant aan het vertalen ben, weet ik ook nog wat extra vragen te stellen. Omdat ik het niet alleen snap maar ook nog begrijp.

Vandaag werkte ik op locatie. Daar zat ook een engineer van onze externe dienstverlener. Ik stelde een vraag over een probleem wat bij hun uitstaat, en hij ging de mogelijke oplossing uitleggen. In het technisch. Ik gooide mijn bekende term er tegenaan. Hij viel even stil, moest even schakelen, en daarna ging hij keurig over op z’n Jip en Jannekes. Kijk, dat kan ik iets mee.

Aan het eind van de dag sloot een collega van mij zich bij ons aan. Collega en de Externe kregen het over het eerder door mij aangekaarte probleem. De technische termen vlogen over en weer, maar nu kon ik het, dankzij de eerdere uitleg, wel volgen en mij er mee bemoeien. Langzaam verplaatste het gesprek zich van techniek naar communicatie skills en de bereidheid van de collega’s van Externe om de klant te woord te staan.

Ineens zei de Externe, ‘Ik spreek mijn collega’s er wel eens op aan wanneer zij in Jip en Janneke taal de klant te woord staan. Net alsof ze de klant niet voor vol aanzien. Vandaar dat ik vanmorgen echt mijn best deed niet te gaan mansplainen. Vraag jij of ik het simpeler kon vertellen.’

‘De klant in Jip en Janneke taal uitleggen wat het probleem is, is toch geen mansplainen,’ zei ik. ‘Wanneer jij mij gaat uitleggen waarom ik drie van de vier weken het zonnetje in huis bent, en de vierde week niet te pruimen ben, dan ben je aan het mansplainen.’ Daarna werd het pas echt gezellig. 😉

Ergonomische werkplek

Ik schreef het eerder: werken aan de keukentafel bleek niet ergonomisch verantwoord. Binnen een paar weken verkrampte mijn schouders enigszins en een maandje later bleek de hoeveelheid kontvet niet voldoende om een houten kont te voorkomen. Het werd tijd voor een echte thuiswerkplek en een dikke maand geleden heb ik die werkplek in gebruik genomen.

De laatste tijd werk ik zo af en toe ook weer aan het bureau wat mij op 16 februari van dit jaar is toegewezen. Omdat ook collega’s gebruik maken van deze werkplek (1,5 meter afstand en zo) begin ik elke werkdag met het instellen van de stoel, waarbij ik het idee heb dat het niet eens elke keer dezelfde stoel is.

De eerste paar keer dacht ik dat het verbeelding was, of dat die lage rugpijn en strakke schouders door de wandeling naar en van het werk veroorzaakt wordt, maar sinds maandag weet ik wel beter. Maandag ging ik met de auto naar het werk en ook die avond had ik last van mijn rug en schouders. Zelfs een beetje erger dan anders. De wandeling doet mij duidelijk meer goed dan kwaad.

Dat gaat nog wat worden wanneer wij weer geacht worden vanaf kantoor te werken. Want om nu elke keer mijn eigen stoel van huis mee te nemen, dat vind ik wat overdreven. Buiten het feit dat de wieltjes zo snel slijten wanneer ze tweemaal per week 4 kilometer heen, en 4 kilometer terug over de straat worden gesleurd.

Nou ja, komt tijd komt raad. Rond de tijd dat we weer regelmatig op kantoor mogen werken zijn we vast al verhuisd naar de nieuwe locatie, en misschien zijn de werkplekken dan wel voorzien van nieuw, ergonomisch meubilair. Misschien….. Een mens mag toch dromen?

Opgesloten!

Voordat ik bij mijn huidige werkgever begon, heb ik zeventien jaar in een ziekenhuis gewerkt. In die tijd moest ik best wel met wat dingen rekening houden, maar over de openingstijden hoefde ik mij geen zorgen te maken. Maar ja, ik werk niet meer in het ziekenhuis maar bij een enorm grote zorgorganisatie. Afhankelijk van waar je werkplek is gesitueerd, heb je al dan niet dag en nacht toegang tot je werkplek. Nou ja, voordat mevrouw C roet in het eten gooide.

Mijn kantoor maakt deel uit van een cliëntenvleugel. Vanaf een uur of zeven kan ik daar binnen wandelen, en naar buiten is nooit een probleem. Op een van de andere locaties waar ik wel eens zit gaat om half zes de deur dicht en het alarm erop. Je moet het maar weten.

Vanmiddag zat ik in het zogenaamde Bestuursgebouw. Mijn laatste afspraak van de dag, het testen van een video conferentie systeem, duurde tot half vijf. Soms lopen de dingen niet zoals vooraf gepland. Tijdens het testen van het systeem door een andere medewerker van de instelling, begon het systeem kuren te vertonen, en tot overmaat van ramp crashte ook nog haar laptop. Zowel camera als microfoon weigerde ook nog maar iets te doen.

Na mijn test, die wel goed verliep, nam ik haar laptop over en probeerde camera en microfoon weer aan de praat te krijgen. Het lukte niet, dus schakelde ik een hulplijn in. De medewerker van de Helpdesk wist niet meer acties te bedenken dan ik al had uitgevoerd en schoot een call in bij de Buitendienst. Die ik ondertussen aan de lijn had. De medewerkster van de Buitendienst had nog wat tips om te checken of het aan de laptop of aan het lokale profiel lag. Ik mocht op de laptop inloggen. Wat een eeuwigheid duurde. Maar dan heb je ook wat. In ieder geval beeld en geluid. 😉 Het lag dus niet aan de laptop.

Er werd een afspraak ingepland om het lokale profiel te schonen, en de testmedewerker nam afscheid. Het was ondertussen half zes en ik schoot nog even een call in bij de buiten-buitendienst. Om tien voor zes stapte ik de vergaderzaal uit. Het gebouw oogde donker. Ik liep naar de uitgang en de eerste set deuren zwaaide voor mij open. De tweede set deuren weigerde dat. Ik pakte de klink vast en trok. De deur gaf geen krimp. Ik trok nog een keer.

Weer geen krimp. Ik ging op zoek naar een knop met een sleuteltje, maar vond die niet. Ik pakte mijn telefoon om de hulptroepen in te schakelen en realiseerde mij, dat ik binnen deze organisatie nog geen hulptroepen ken. Tenminste, niet in de buurt van dit gebouw. Ik kreeg het toch wel een beetje Spaans/Italiaans met een vleugje Portugees benauwd. Ik liep de gang in om te zien of er niet toch nog ergens licht branden. Nee dus. Ik wandelde een ander gangetje in. Buiten zag ik de fietsenstalling van het hoofdkantoor.

Binnen hing een bordje. Trek de deur goed dicht, hij valt niet altijd in het slot. De deur zag er erg gesloten uit, maar ik probeerde hem toch. Ik had geluk en trok de deur goed achter mij dicht. Het begon weer te regen en ik bedankte mijn luie zelf dat ik tussen de middag in de auto was gestapt. Iets over zessen zat ik in de auto, een bijzondere gewaarwording rijker.

Nu vraag ik mij alleen af: is dat pand altijd rond half zes volledig verlaten, of was de deur gewoon kapot? Wie het weet mag het zeggen.

Veilig vergaderen

Dinsdag tijdens het afdelingsoverleg zei onze leidinggevende, Wij werken nog steeds zoveel mogelijk thuis. Mocht het nodig zijn dat we wel op locatie werken, dan hanteren we de regels zoals vastgelegd in het document Veilig Vergaderen.

Vandaag had ik een afspraak op locatie in een vergaderzaal. Ik bekeek de richtlijnen. Het bleek een flink boekwerk. De meeste regels komen aardig overeen met wat onze Minister President gisteren wederom herhaald heeft. Thuisblijven als je niet gezond bent, niezen in de elleboog, papieren zakdoeken gebruiken, handen wassen en afstand bewaren.

Alleen het handen wassen is vervangen door handen ontsmetten. Hiertoe staat zo ongeveer op elke tafel een fles hand sanitizer. Vroegah, bij mijn vorige werkgever, gebruikte ik bijna altijd de sanitizer. Daar hadden ze een of ander duur maar vooral goed spul. Sneldrogend en wanneer je aansluitend een boterham at, proefde je het spul niet.

Maar ja, toen werkte ik in een ziekenhuis, tegenwoordig binnen de verpleegtehuizen zorg. U weet wel, de sector die pas in aanmerking kwam voor persoonlijke beschermingsmiddelen toen het kalf samen met het schaap over de dam de put en de sloot aan het dempen waren. Wij hebben een voorraad van het door DSM gemaakte noodspul ontvangen.

Het droogt net zo snel als het dure spul, maar als je een kwartier na gebruik per ongeluk je mond aanraakt, krijg je acuut de sensatie of je ontsmettingsmiddel hebt gedronken. Een vieze, bittere smaak is het.

Nou ja, misschien dat ik nu eindelijk leer om van mijn gezicht af te blijven want ondanks het feit dat ik dat spul dik drie uur geleden voor het laatst heb gebruikt, en ik daarna nog een zak paprikachips soldaat heb gemaakt, smaak mijn onderlip nog steeds yuk. 😉

Langzaam went het…

Ik werkte nog niet zo lang toen de pleuris uitbrak en ik thuis moest gaan werken. Na een paar weken verzuchtte ik tegen Collega, ik vind het maar vermoeiend, al dat beeldbellen. Ik bleek niet de enige te zijn.

Ondertussen werk ik gemiddeld genomen eenmaal per week op locatie. In het begin zat ik grotendeels alleen, tegenwoordig komt Collega ook. Vorige week waren we zelfs in groter gezelschap. Na afloop zeiden wij tegen elkaar, het is wel vermoeiend, dat onder de mensen zijn.

Beeldbellen is beperkt. Iedereen zit achter een pc en je ziet alleen maar een klein stukje mens en een beetje achtergrond. Samen in een ruimte zijn voelt als een overload aan prikkels. Ik had er echt last van. Wat ik op zich bijzonder vindt. De overgang van werkloos en veel alleen thuis zijn naar werken met nog vijf collega’s in één ruimte heb ik fluitend gemaakt.

Vandaag was ik voor de derde week op rij samen met Collega op locatie. Enkel de middag, en deel van die middag had ik zelfs het kantoor voor mij alleen. Toen ik naar huis wandelde was ik wel moe, maar niet zo moe als de vorige keer. Volgens mij went het onder de mensen komen langzaam weer.