Note to my future self

Sinds twee weken werk ik officieel niet meer Op de Berg maar Over het Water. Ons nieuwe pand werd vroeger bewoond door het waterschap en ligt aan de andere kant van de Maas. Nu wil dat weinig zeggen. Het grootste deel van Nederland ligt aan de andere kant van de Maas.

Niet alleen qua pand is het een enorme vooruitgang ten opzichte van hoe wij vroeger woonden. De indeling is ruim van opzet. Naast normale kantoorruimtes zijn er meerdere ontmoetingsplekken en hoekjes waar je lui kunt werken of in een informele sfeer, op een prettige bank gezeten, kunt overleggen.

Als klap op de vuurpijl staan er her en der door het pand verspreid nieuwe koffiemachines. De bonen worden gemalen waar je bij staat, en naast een standaard kopje zwarte koffie maakt dat apparaat zonder moeite een latte macchiatto, cappuccino, chocolademelk en nog wat lekkere varianten op koffie of chocolademelk.

Vorige week was ik een paar uur op locatie en liet mijn personeelspasje achter het dusdanig aangepast kon worden dat het vanaf het moment van aanpassen geschikt is om deuren te openen. Vandaag ging ik het pasje ophalen en nam mijn laptop mee. Iets met een klusje met veel dwarscontroles en hoe groter mijn schermen dan zijn, des te makkelijker dat de controle gaat.

Ik begon de ochtend met een cappuccino. Een paar uur later nam ik nummer twee, en rond de lunchpauze nummer drie. Lekker spul en het glijdt soepel weg. Kopje drie had een beetje een kruimelige afdronk. Suiker, dacht ik. Ik liep twee trappen af om even iets aan een collega te vragen. Ineens hadden we het over de koffie. Ik noemde de afdronk. Cappuccino zeker, zei een andere collega. Ik knikte. Daar zit 65 gram suiker in, wist zij mij te vertellen.

65 gram suiker. Geen wonder dat het zo soepel naar binnen glijdt. Ik maakte meteen een afspraak met mijzelf ook op het werk voor zwarte koffie te gaan, en de cappuccino en andere varianten voor zo af en toe te bewaren. Anders zet het wandelen of fietsen naar het werk, en zelfs het traplopen, geen enkele zoden aan de dijk.

Nu alleen nog onthouden. Als het om koffie gaat is mijn geheugen soms net een zeef.

Durf het bijna niet te zeggen …

Ik schreef het eerder. In het jaar dat ik geen collega’s had, heb ik mij voorgenomen niet meteen nee te zeggen tegen borrels, recepties en andere collegiale samenkomsten die niet helemaal of helemaal niet synchroon lopen met mijn werktijden. Zo nam ik van de zomer deel aan een (fysieke) afdelingsborrel, heb virtueel van twee collega’s afscheid genomen en zat ik gisteren én vandaag in mijn makkelijkste kleding onder/voor mijn laptop om te nieuwjaars-borrelen.

De fysieke borrel was gezellig, het virtueel afscheid nemen niet zoals het hoort en.. het digitaal nieuwjaars-borrelen is mij beide dagen 100% meegevallen. Ik durf het bijna niet te zeggen maar eigenlijk wil ik zo wel altijd het nieuwe jaar ingaan. Niks ongemakkelijk hangend aan een statafel. Geen luide muziek op de achtergrond. Nee, lekker gemakkelijk zitten. Favoriete hapjes en drankjes bij de hand en de gesprekken waren goed te volgen.

Maar bovenal. Geen zoenende mensen. Wat mij betreft houden we die er in!

Al wordt het wel weer eens tijd om de collega’s in het eggies op 1,5m te passeren en te spreken. Zeker omdat ik vanaf maandag niet meer Op de Berg werk, maar Aan de Overkant en ik toch wel heel nieuwsgierig ben naar ons nieuwe stekje. Nou ja, nog even de lockdown doorbijten, en dan zal het er echt wel een keer van komen.

Een jaar geleden …

Ik was nog net geen jaar werkzoekend, toen een vriendin eind oktober 2019 een vacature naar mij stuurde. Volgens mij zoeken ze jou, stond in het begeleidend schrijven. Ik gaf haar volmondig gelijk, al wachtte ik even met schrijven. Ik was namelijk net elders op gesprek geweest en hoewel er wel wat haken en ogen aan de betreffende functie kleefde, was ik op een punt in het zoekproces aangeland waarbij ik vond dat je een gegeven paard niet in de bek moest kijken.

Op 1 november was ik een jaar werkzoekend. ‘s-Morgens kreeg ik te horen dat de keuze voor de baan niet op mij was gevallen. Buiten een stukje gekrenkte trots voelde ik ook opluchting. Die middag ging ik er eens goed voor zitten en solliciteerde naar de baan waar mijn naam op stond. Brief en CV werden ingediend en er verscheen een ontvangstbevestiging op het scherm. Wijs geworden maakte ik een printscreen.

Een paar dagen later zag ik de vacature weer voorbij komen. Wel met iets gewijzigde tekst en aangepaste data voor de eerste gesprekken. Ik snapte het niet. De oorspronkelijke data waren nog niet verstreken en ik had nog geen boe of bah gehoord.

Het werd december. Ik vierde mijn verjaardag met een aantal vriendinnen en kneuterde over het feit dat ik nog steeds niets gehoord had. Eerste kerstdag ging ik wederom met een aantal vriendinnen op stap en zanikte over het feit dat ik nog steeds niets gehoord had.

Op 29 december kon ik de vacature nergens meer vinden. Ook niet op de eigen site van de instelling. Ik werd boos. Niet omdat ik, ondanks mijn idee dat ik geknipt was voor die baan, niet was uitgenodigd. Daar was ik zo onderhand wel aan gewend. Nee, ik was boos omdat ze niet eens het fatsoen hadden om een afwijzing te sturen. Ik zocht de opgeslagen vacature erbij waarin het telefoonnummer van de recruiter stond, en zag tot mijn verbazing de vacature weer online komen. Terwijl de stoom uit mijn oren kwam belde de recruiter om te vragen of hij mij iets meer kon vertellen over de sollicitatieprocedure, omdat ik die, zwak uitgedrukt, hoogst bijzonder vond.

De recruiter was verbaasd. Hij had alle brieven en CVs doorgezet naar de betreffende afdeling. Ik zei dat in het portaal waarin ik mijn sollicitatie kon volgen iets anders stond. Hij zei van niet. Geef me je mailadres en ik stuur je een printscreen, zei ik boos. Momentje, zei hij en drukte op wat knoppen. Er is iets fout gegaan. Ik zie nu nog een paar sollicitaties verschijnen. Ik mompelde iets over ballentent en iemand met mijn capaciteiten goed kunnen gebruiken. Hij vroeg mijn naam en brief en CV werden gevonden. Ogenblikje, zei hij en viel stil. Toen, Ik zie wel mogelijkheden en heb je brief en CV meteen doorgezet naar de afdeling. Ik ga even met hen in overleg. Ik bel je morgen terug.

Ik dacht, jaja, dat zal wel en ik kreeg gelijk. Hij belde namelijk nog diezelfde middag terug. Ik weet nog niet precies wanneer, iedereen is nu met vakantie, maar we gaan je uitnodigen voor een gesprek. Begin januari weet ik meer, dan bel ik terug. Ook die afspraak kwam hij niet na; aan het eind van de ochtend van de 31ste december belde hij met de vraag of ik vrijdagmiddag 10 januari tijd had om op gesprek te komen.

Ik zei ja dan kan ik wel, en de rest is geschiedenis. En ondanks dat 2020 een vreemd jaar is gebleken, is de tijd omgevlogen.

Toch wel heel erg leuk

In de 100 werkzame jaren die al achter mij liggen, heb ik altijd een beetje dubbel gevoel gehad bij het idee kerstpakket. In ruil voor mijn tijd, kennis en energie ontvang ik salaris. Extraatjes in de vorm van een kerstpakket zijn gevoelsmatig niet nodig. Sinds ik in de zorg werk waar altijd sprake is van geldtekort is dat gevoel verdriedubbeld. Het feit dat ik de laatste jaren al minimaliserend probeer te consuminderen maakt dat ik zo mogelijk nog sceptischer tegenover het principe kerstpakket sta.

Eind vorig jaar, ik was toen ongeveer een jaar werkzoekend, nam ik deel aan de kerstborrel van de ontmoetingsochtend voor werkzoekenden gemeente Peel en Maas. Aangezien ook borrels nooit hoog op mijn lijstje van favoriete bezigheden heeft gestaan, stond ik daar best wel van te kijken. Het jaar zonder werk had mij een andere kijk op zaken als afdelingsborrels en kerstpakketten gegeven. Ik realiseerde mij dat waardering verder gaat dan alleen de woorden ‘goed werk’, dat het niet om een loos gebaar gaat, en ik nam mij voor als ik ooit weer werk vond, met andere ogen naar borrels en pakketjes te kijken. Om de calvinist in mij te temmen.

Oude gewoonte leer je niet zomaar af. Ingesleten denkbeelden raak je niet zomaar kwijt. Maar ik werk eraan. Dus accepteerde ik tijdens de eerste coronagolf dat ik op mijn manier een zorgheld ben, nam deel aan een teamborrel bij een collega thuis en slikte slechts één keer toen ik de envelop met daarin een bouwpakket van een kerstboom en de inlognaam en code, nodig om je eigen kerstpakket samen te stellen, in de brievenbus vond. Accepteerde het gebaar van waardering wat mijn werkgever hiermee uit.

Woensdagavond ging ik er voor zitten. Eerst veranderde ik het bouwpakket in een kerstboom, daarna logde ik in op de site en snuffelde tussen de mogelijke cadeaus. Ondanks mijn voornemen te consuminderen zag ik diverse, meer dan leuke, artikelen verschijnen. De lijst favorieten groeide en ik voelde een aanval keuzestress opkomen. Terwijl ik mijn definitieve keuze bepaalde (een cadeautje voor mij en de rest voor de Alzheimer stichting) realiseerde ik mij ineens dit extra beetje waardering en aandacht, da’s is toch wel heel erg leuk.

Inderdaad. De calvinist is enigszins getemd. Oude gewoonte en overtuigingen kunnen soms zomaar poef verdwijnen en plaatsmaken voor iets nieuws. Ik denk dat ik hier wel aan kan wennen.

Kwartje is gevallen

Een maandje of wat geleden, besloot ik dat mijn werkplek te donker werd. Zo achter de kast, bijna in de raamloze keuken, moest ik aan het begin van de werkdag de lamp aanzetten. Niet erg duurzaam, vond ik en zo verhuisde ik mijn bureau naar een mooi plekje onder het raam.

Geen gelukkige keus, bleek al snel. Het uitzicht bleek voortreffelijk, maar de lichtinval was tijdens MS teams overleggen killing voor mijn toch al niet zo gekleurde snoet. Ik zag er overbelicht en ongezond uit.

Niet voor één gat te vangen verplaatste ik mijn bureau naar het uitzichtloze hoekje naast het raam. Dat was aan het begin van de herfst. Somber weer, veel regen, en de zon was op vakantie.

Ondertussen is de zon weer terug en blijkt het hoekje niet zo licht-neutraal als ik had gedacht. Vanaf ongeveer negen uur schijnt de zon mijn kamer binnen. Precies in dat hoekje. Dat houdt zij vol tot een uur of drie. Alleen de rolgordijnen laten zakken biedt uitkomst. Maar ja, dan wordt het wel heel donker in huis ;-/ en dat was nou net niet de bedoeling.

Ik overwoog mijn bureau wederom te verplaatsen. Dit keer naar de lange muur, tussen de eettafel en de kast in. Tegen een uur of drie trok ik het rolgordijn open, en zag dat de plant die nu op dat plekje staat, helemaal opfleurde door binnenvallend zonlicht.

Toen viel het kwartje. Ooit ben ik het met thuiswerken begonnen aan de eettafel. Met mijn rug naar de balkondeur. Ik draaide mijn werkplek al snel een kwartslag, omdat ik gestoord werd van het zonlicht op mijn scherm. Dat bleek maar deels te helpen, vandaar dat ik, toen ik een bureautje had gekocht, dat in de keuken heb geplaatst. Buiten het bereik van de zon.

Zucht.

Maandag maar weer de huiskamer verbouwen. Zoals het was, met de tafel bij de deur en de kast richting de keuken, wil ik eigenlijk niet meer. Want die kast, die houdt bij het bureau al het daglicht tegen.

Nou ja,. een paar dagen langer het bureau in het hoekje red ik wel. Kan ik even rustig nadenken over de volgende opstelling. Ik blijf zo wel lekker bezig!

ps. Ja, de laatste foto is door een professional gemaakt die duidelijk en een andere hoek en een andere lens heeft gebruikt. Want echt, zo enorm diep is mijn huiskamer niet.

Corona en de eerste werkdag ..

Vier weken voor Corona the talk of the town werd, stapte ik voor mijn eerste werkdag bij mijn nieuwe werkgever over de drempel. Ik werd opgewacht door een collega die, ondanks een overvolle agenda, die ochtend alle tijd nam om mij te helpen met telefoon en laptop en een rondje langs de aanwezige collega’s te maken. Later nam een tweede collega het stokje van hem over en kreeg ik al babbelend een beeld van het park en de hoofdlocatie.

Deze ontvangst maakte dat ik, ondanks dat ik duidelijk een vreemde eend in de bijt was, mij wel enorm welkom heb gevoeld. Uiteindelijk heb ik drie weken lang, vier dagen per week, contact gehad met mijn collega’s. Ik kan je zeggen, als je al eens een kopje koffie met iemand hebt gedronken, wordt iemand via MS Teams aanspreken een stuk makkelijker.

Ondertussen zijn er diverse nieuwe collega’s begonnen. Heb ik al aardig wat kennismakingsgesprekken via MS Teams gevoerd. Onlangs is een nieuwe collega begonnen, die naast collega ook kamergenoot is. Diezelfde collega die voor mij tijd in zijn agenda had ingeruimd, heeft dat voor deze nieuwe collega ook gedaan. Net als ik mocht deze collega op maandagochtend tegen een uur of negen als werknemer de deur van de locatie passeren. Dankzij Corona was later niemand om het stokje over te nemen, maar dat eerste menselijke contact, dat is waardevol.

Vandaag werkte ik eens niet thuis, liet de roze stoel de roze stoel, maar was naar het pand waar Lokaal Beheer domicilie heeft gegaan. Zo vlak voor het begin van een nieuwe maand komen daar veel nieuwe medewerkers langs om hun laptop (en soms meer) op te halen. Ik was aan het werk en lette niet echt op de stroom nieuwe medewerkers. Tot ik de naam van een collega, die normaal in het kantoor naast dat van mij werkt, hoorde. Ik vroeg mij af of de man achter het mondkapje mijn (volgende) nieuwe collega was.

Terwijl de collega van Lokaal Beheer de man met zijn laptop hielp hoorde ik hem zeggen Ik begin maandag, maar weet niet precies wat de bedoeling is? Ik dacht aan mijn eigen warme welkom, en omdat ik soms best een bemoeizuchtig typetje ben, stelde ik mij voor en vroeg hem wie zijn contactpersoon is. Hij noemde een naam, en ik klom meteen in MS Teams in een poging bekende en onbekende collega met elkaar in contact te brengen. Dat is mij niet gelukt want zittende collega zat in een overleg, maar hij beloofde wel om nog diezelfde dag contact op te nemen om de maandag door te spreken.

Mijn nieuwe collega kon mijn actie wel waarderen, zeker toen even later op mijn verzoek nog een aanwezige collega even binnen liep om alvast een handzwaai te maken en een paar woorden te wisselen. Het welkom was niet zo warm als mijn eigen welkom, maar we hebben in ieder geval ons best gedaan.

Er kleeft trouwens één heel groot nadeel aan kennismaken tijdens een Corona golf. Ik betwijfel of ik de beste man zonder mondkapje ooit nog ga herkennen. Nu ik erover nadenk, met mondkapje waarschijnlijk ook niet. 😉

Totaal onverwacht

Het bleek een vreemde tijd om aan een nieuwe baan te beginnen. Ik wist net zonder verdwalen de weg naar kantoor te vinden toen Miss Corona roet in het eten gooide. Oké, mijn keukentafel kan ik ook zonder navigatie vinden, maar vreemd was het wel. Slechts half ingewerkt werden collega en ik op de organisatie losgelaten. Ik iets meer dan zij. Collega werkt al sinds haar zeventiende bij deze organisatie, en hoewel ik haar senior ben, schelen we (snel geteld) anderhalf jaar. Peanuts dus. Dat leeftijdsverschil bedoel ik dan.

Omdat ik ben wie ik ben deed ik vanaf dag één mijn stinkende best. Dat viel meer mensen op. Mijn directe collega’s zeiden wel eens dat zij blij met mij waren. Ook uit de mond van iets minder directe collega’s hoorde ik dat soort berichten. Maar ja. Een deel van mij weet dat ik een hardwerkend, slim en soms zelfs sociaal mens ben, het andere deel is nogal onzeker. In combinatie met twee ziekmeldingen binnen twee jaar, wat resulteerde in een medisch traject waarvan het einde nog niet in zicht is, maakte die onzekerheid dat serieus rekening hield met het feit dat mijn contract volgend jaar februari niet verlengd zou worden.

Vrijdag had ik een evaluatiegesprek met mijn leidinggevende. Ik kreeg de vraag of ik mijn werk leuk vond, en of ik dacht dat ik een toekomst heb binnen de instelling. Kei leuk, ze ik, gevolgd door, ik heb nog geen behoefte om iets anders te gaan doen. De leidinggevende vond dat fijn om te horen en vroeg, Wat zou je er van zeggen wanneer we je contract voor bepaalde tijd omzetten naar onbepaalde tijd.

Met ingang van 1 november heb ik een vast contract. Ik kan het nog steeds nauwelijks geloven. Een vast contract. Dat in deze tijd en met mijn status als dame van een zekere leeftijd. Ik ben een blije gup.

Brede grijns op mijn gezicht

Aan het einde van de dag neem ik samen met een collega de dag door. Ik klaag een beetje over mijn ochtend te midden van een hele school digi-xyztjes. Collega, ooit onderdeel van de Helpdesk, wist te vertellen dat het nog erger kon. ‘Ooit,’ zei zij, ‘had ik iemand aan de lijn die vroeg of ik haar met x kon helpen. Ik wees haar op de handleiding maar die bleek zij er al bij gezocht te hebben, Het werkt alleen niet, klaagde de vrouw. Collega nam de pc over en keek op afstand mee. De vrouw had inderdaad de handleiding geopend, en klikte driftig op het plaatje in de handleiding waar klik hier bijstond.’

Ik dacht aan die ene medewerker voor wie ik een gedeelde mailbox had aangevraagd. Vanuit klant/servicegericht denken had ik haar alvast de werkinstructie ‘gedeelde mailbox toevoegen’ gemaild zodat zij zodra de mailbox aangemaakt was, er meteen mee aan de slag kon. Kreeg ik een uurtje later per mail de vraag, bij punt vier wordt gevraagd de naam van de mailbox in te voeren, maar er staat niet bij welke mailbox!

Na het horen van het verhaal van Collega, kukkelde ‘mijn’ mevrouw zo van haar eerste plaats af. Op een plaatje in de handleiding klikken verdient een ereplaats! In de wetenschap dat het morgen weer een nieuwe dag is, met nieuwe kansen om mij te verbazen, ging ik met een brede grijns op mijn gezicht naar huis.