De juiste persoon

Ik ben net lekker aan het werk, wanneer het programma waarin ik aan het fröbelen ben van mijn scherm verdwijnt. Ik kijk naar de taakbalk. Mijn hoop dat ik het programma alleen maar heb geminimaliseerd verdwijnt als sneeuw voor de zon. Helaas. Het programma staat ook niet in de taakbalk. Vanwege de aard van de applicatie is alleen opnieuw opstarten geen optie. Dus log ik uit, en weer in. Normaal het wondermiddel. Dit keer niet.

Zuchtend log ik niet alleen uit maar sluit ook de laptop af. Loop drie rondjes door de kamer, zet een kop koffie, en druk op start. Ik log in op de laptop en aansluitend op het bedrijfsdomein. Ik klik op het programma en het keuzescherm opent zich. Ik klik op openen….. Er gaan wat rondjes draaien, ik zie iets op de taakbalk verschijnen, de rondjes stoppen met draaien en de taakbalk is weer leeg. Ik start nogmaals op maar krijg een foutmelding.

Ik trek mijn hele arsenaal eerste hulp bij computerproblemen uit de kast. Uit en aanzetten heb ik al gedaan. Ik gooi er een harde reset tegenaan. Log in via de SIM-kaart. Open taakbeheer en sluit alle mogelijke stoorzenders uit. Na een kwartier klootviolen moet ik erkennen dat dit probleem mijn kennis overstijgt. Ik bel de collega’s van de Helpdesk. Je moet me helpen, zeg ik. Ik sta op het punt de laptop uit het raam te gooien. Collega Helpdesk wil weten waar ik woon. Dan ga ik onder je raam staan en vang ‘em op. Je weet dat er nauwelijks voorraad is, dus een vervangend exemplaar zit er niet in.

Ik leg hem mijn probleem voor. Hij heeft geen andere oplossingen dan dat wat ik al gedaan heb. Samen kunnen we nog één ding bedenken: Naar locatie gaan in de hoop dat een van de collega’s van de buitendienst aanwezig is en een oplossing heeft.. Of dat rechtsreeks op het bedrijfsnetwerk inloggen misschien al voldoende is.

Terwijl ik mijn spullen bij elkaar zoek zie ik een chatmelding verschijnen. Het is de collega voor wie ik aan het werken was toen het programma verdween. Ik zeg hem dat-ie waarschijnlijk pech heeft. Niets opgeleverd krijgt. Ik gooi mijn frustratie in de groep en meld dat ik op het punt sta om naar locatie te gaan. Zit jij in de testgroep? vraagt hij. De testgroep mag onder andere het programma waarin ik werk via een andere omgeving openen. Eentje die stabieler schijnt te zijn. Ik zit niet in de testgroep.

Ik heb tegen de juiste persoon zitten klagen, want tien minuten later maak ik onderdeel uit van de testgroep. Weer tien minuten later staat de software op mijn laptop; ben ik up and running en de koningin te rijk. Alles doet het weer. Later die dag, wanneer ik per ongeluk het programma sluit, ben ik helemaal een gelukkig mens wanneer blijkt dat ik niet uit hoef te loggen om mijn programma opnieuw op te starten. Wat mij betreft is de test geslaagd.

Anderhalve kilometer

Het is al een paar weken rustig op het werk. Niet dat Collega en ik niets te doen hebben, verre van. Er ligt genoeg op ons bordje. Neen, het is rustig met bellers, mailers en calls/tickets. Dus geen paniek, bijzondere vragen en grote storingen. Dus besloot ik het die warme dag eind maart op te wagen en ging te voet mijn medicijnen ophalen. Op- en neer kan in de tijd die ik nodig heb voor een ommetje en een pauze.

Ik was al bezig aan de terugweg toen mijn telefoon ging. Voordat ik door had dat het mijn telefoon was, en dat ding uit de rugzak had gevist, was er opgehangen. Het bleek één van de collega’s van de Helpdesk. Ik belde terug en kreeg niet de beller aan de lijn. Mijn gesprekspartner wist gelukkig wel wat er aan de hand was. Dat ene ticket van vanmorgen is nog niet opgepakt, zei hij.

Ik wist over welk ticket hij het had. Daar had ik al eens over gebeld met onze ICT dienstverlener. Na tien minuten zoeken was het ticket gevonden en kreeg ik de belofte dat het meteen opgepakt zou worden. Niet dus.

Ik besloot weer te bellen, duimde dat het niet meer zo druk was als ‘s-morgens maar eindigde wederom de wacht. Al wandelend hoorde ik meerdere malen de wachtboodschap aan. Kon hem al woordelijk meebabbelen. Eindelijk, eindelijk kreeg ik iemand aan de lijn. Niet dezelfde persoon als eerder die ochtend. Daardoor bleef ik netjes. Is het druk bij jullie? vroeg ik. Ik hang al anderhalve kilometer in de wacht.

Het bleek inderdaad druk. Maar niet zo druk dat er niet (weer) gezocht kon worden naar het overgeslagen ticket. Toen ik tien minuten later thuis inlogde zag ik dat het ticket niet alleen was opgepakt, maar ook afgehandeld. Inderdaad, een karweitje van niets. Waar we met z’n allen, bij elkaar opgeteld, uiteindelijk een dik uur mee bezig zijn geweest.

Un goei vakansie

Een week vakantie stelt niet veel voor en zelfs tijdens een lockdown, wanneer je gevoelsmatig he-le-maal niets kunt of mag, vliegt zo’n week voorbij. Het beviel me wel, die vakantie. Dusdanig goed, dat ik geheel tegen mijn principe in pas op dinsdagochtend om half acht mijn werkplek uit de tas pakte en de telefoon aan de oplader hing. Eenmaal opgestart vroeg de laptop om een wachtwoord. Euh….

Wachtwoord, wachtwoord, wachtwoord. Dat had ik op vrijdag voor de vakantie aangepast. Maar wat was het nieuwe wachtwoord geworden. Geen nood, ik pakte mijn agenda erbij. Daar stond geen wachtwoord. Hum. In mijn notitieboekje dan. Ik zag dat er een pagina uit het boekje gescheurd was en herinnerde mij hoe ik die pagina versnipperd had en deels en vuilniszak één en deels in vuilniszak twee had laten verdwijnen. Iets met een delicate zaak, iets te veel aantekeningen inclusief naam, en een wet op de privacy. Het oud papier ligt hier vaak een uur of 20 buiten en de meeste aantekeningen in mijn notitieboek zijn of niet leesbaar of niet van belang, maar dit was informatie die niet op straat mag liggen.

Daar zat ik dan. Vijf over half acht, en de helpdesk is pas vanaf acht uur bereikbaar. Ik pakte mijn telefoon in de hoop via dat ding een mailtje te kunnen sturen naar de collega’s van de Helpdesk met de vraag of ze mij wilde bellen. Helaas. Ook de telefoon vroeg voor de verandering om een wachtwoord. Ik kon alleen nog appen. Dat deed ik met mijn collega, die er wel om kon lachen en van mening was dat ik dan een goede vakantie had gehad, als ik zelfs mijn wachtwoord niet meer wist.

Zo dacht de collega van de Helpdesk die ik om 20 seconden over acht aan de lijn had, er ook over. Hij veranderde mijn wachtwoord, en ik kon inloggen en mijn wachtwoord wijzigen. Dat deed ik, heel slim, via het sim-kaartje wat in mijn laptop zit. Op die manier log ik in op het netwerk van mijn werkgever en is wachtwoord wijzigen een fluitje van een cent. Aansluitend kan ik, normaal gesproken, gewoon via de thuiswifi verder werken. Wel moet ik dan een keertje extra inloggen, maar dat is geen probleem. Eén keertje werd twee keer, drie keer, vier keer. Documenten en mail werden niet gesynchroniseerd. Waarom ga je niet even naar een locatie, logt daar in en laat de synchronisatie draaien, vroeg Collega. Het advies wat ook de Helpdesk regelmatig geeft wanneer iemand inlogproblemen heeft. Iets met een inrichting van laptops die het op prijs stelt wanneer elke afzonderlijke laptop zo af en toe via het bedrijfsnetwerk mag draaien.

Tien minuten later was ik onderweg naar een locatie. Drie kwartier later was ik weer thuis met een nu goed werkende laptop. Maar wat een gedoe allemaal. Dankzij de goei vakansie die ik heb gehad, was ik binnen no time het vakantiegevoel kwijt.

Eind mei heb ik weer vakantie. Ik denk dat ik tegen die tijd mijn wachtwoord met stift op de muur schrijf. Dat scheelt een hoop gedoe.

Ambtenaar

Ik weet het, een flauwe titel maar ik denk dat iedereen de stereotypering van de ambtenaar wel kent, waardoor mijn relaas verder weinig uitleg behoeft. De aanloop naar mijn eerste vakantieweek van 2021 beloofde rustig te zijn. Alle tijdrovende werkzaamheden lagen achter mij, en met nauwelijks afspraken in mijn agenda zou er ook niet veel werk bij komen.

De dinsdag deed mij die belofte. De rest van de week weigerde mee te werken. Een telefoontje waarin ogenschijnlijk een simpele vraag gesteld werd, leverde mij een uurtje of vijf werk op. Inclusief overleggen met tweede, derde, vierde en vijfde partijen. Iets met gedeelde smart is halve smart.

Dan was er nog een rapport wat ik wel even zou doen maar door gebrek aan basisinformatie kon even met een sierlijke boog de prullenbak in. Wat volgde waren twee lange dagen en drie dagen zonder pauze. Zonder mijn zwakke blaas had ik mijn werkplek die dagen niet verlaten.

Al met al was ik blij toen het vrijdag half vijf was. Het rapport was opgeleverd en de simpele vraag beantwoord. De hoogste tijd om de laatste update te installeren en aansluitend mijn wachtwoord te wijzigen. Ik nam de laatste mail door, sloot een laatste ticket af en om twee minuten over vijf, twee minuten later dan gepland, deed ik een ambtenaartje. Telefoon en laptop gingen uit. Aansluitend verdwenen laptop, telefoon en muis in mijn werktas, en rolde ik de kabel op. Mijn werkplek ging naadloos over in mijn huiskamer. Werk ging geruisloos over in anderhalve week vakantie.

Ik ben er aan toe. Hoewel, tegen de tijd dat jullie dit lezen moet ik was schrijven en zit mijn vrije tijd er al weer bijna op.

BTW. De keuken / eettafel in de headerfoto bevinden zich niet in mijn huis. Het is een foto van één van de ontmoetingsruimtes / flexplekken op mijn nieuwe werklocatie. Over de brug, aan de andere kant van het water.

Digitale nomade

Voorafgaand aan mijn sabbatical (aka werkloos zijn) heb ik heel wat mogelijke vervolgstappen overwogen. Ik had niet alleen een plan A, B en C. Neen, ik had zelfs de plannen X, Y en Z. Alle drie de plannen gingen uit van het ZZP-schap, waarbij X stond voor tekstschrijver, Y voor virtuele management assistent en Z voor projectleider/applicatiebeheerder. Het moge duidelijk zijn dat ik niet om het ZZP-schap zat te springen. Eigenlijk hadden die drie opties slechts twee voordelen: vrijheid en de mogelijkheid om dankzij de moderne technieken remote te werken. Teksten schrijven vanaf een bankje in het bos, een terrasje aan zee, of ergens midden in een inspirerende stad. Ik zag het helemaal voor me, ware het niet dat ik liever in loondienst wilde werken.

Een paar weken na het beëindigen van mijn sabbatical schoot de wereld een pandemie in. Ik ging thuiswerken. Moest thuiswerken. De eerste paar dagen switchte ik qua werkplek van keukentafel naar bank en weer terug, en voelde mij een een soort van digitale nomade. Van een werkplek met twee grote schermen naar een 14 inch laptop, da’s behelpen. Dat vond ook Zoon en hij sloot één van zijn beeldschermen op mijn laptop aan. De keukentafel werd mijn werkplek, inclusief verlengsnoeren want ja… laptop en beeldscherm gebruiken stroom. Hoewel ik de laptop nog steeds los kon koppelen om even op een andere plek te gaan werken, gebeurde dat minder en minder. De pandemie hield aan, en er kwam een echte werkplek. Met ergonomische bureaustoel.

Van de zomer heb ik eenmaal gepoogd buiten op het balkon te werken. Dat bleek geen succes. Iets met teveel licht voor een scherm. Ik realiseerde mij dat werken op een terrasje in de zon, op het strand of in het bos, nooit echt een optie was. Wat beleef was het gemak van ‘s-morgens de laptop opstarten, automatisch connectie maken met het internet, inloggen en gaan werken. Digitaal zonder nomade.

Toen haperde de wifiverbinding. Het begon met zo af en toe een paar seconden, gevolgd door regelmatig een paar seconden en eindigde met tien keer op een dag opnieuw in moeten loggen omdat mijn laptop te lang en te vaak de connectie met de buitenwereld kwijt raakte. Met dank aan z.ggo. Mijn back-up, een SIM-kaart van KPN, bleek in de blokkendoos van gewapend beton waar ik woon ook geen stabiele oplossing. Er zat volgens Zoon maar één ding op. Een kabel. Wat? EEN KABEL!

Het voelt of ik terug ben in 2004. Mijn eerste laptop en modem. Internet via de telefoonkabel. Dat was toen de ultieme vrijheid. Nu voelt het haast prehistorisch. In ieder geval retro. Niks digitale nomade. Mijn vrijheid is aan banden gelegd. De beperkende band van de bandbreedte van z.ggo. Nou ja. Ik kan (en mag) tenminste thuis werken. Ik heb dus niets te klagen. Zullen we dit blog een constatering noemen? Kuch.

Oh… En ik mis, heel nostalgisch, bij het opstarten het karakteristieke geluid dat hoorde bij het tot stand brengen van een internetverbinding.

Note to my future self

Sinds twee weken werk ik officieel niet meer Op de Berg maar Over het Water. Ons nieuwe pand werd vroeger bewoond door het waterschap en ligt aan de andere kant van de Maas. Nu wil dat weinig zeggen. Het grootste deel van Nederland ligt aan de andere kant van de Maas.

Niet alleen qua pand is het een enorme vooruitgang ten opzichte van hoe wij vroeger woonden. De indeling is ruim van opzet. Naast normale kantoorruimtes zijn er meerdere ontmoetingsplekken en hoekjes waar je lui kunt werken of in een informele sfeer, op een prettige bank gezeten, kunt overleggen.

Als klap op de vuurpijl staan er her en der door het pand verspreid nieuwe koffiemachines. De bonen worden gemalen waar je bij staat, en naast een standaard kopje zwarte koffie maakt dat apparaat zonder moeite een latte macchiatto, cappuccino, chocolademelk en nog wat lekkere varianten op koffie of chocolademelk.

Vorige week was ik een paar uur op locatie en liet mijn personeelspasje achter het dusdanig aangepast kon worden dat het vanaf het moment van aanpassen geschikt is om deuren te openen. Vandaag ging ik het pasje ophalen en nam mijn laptop mee. Iets met een klusje met veel dwarscontroles en hoe groter mijn schermen dan zijn, des te makkelijker dat de controle gaat.

Ik begon de ochtend met een cappuccino. Een paar uur later nam ik nummer twee, en rond de lunchpauze nummer drie. Lekker spul en het glijdt soepel weg. Kopje drie had een beetje een kruimelige afdronk. Suiker, dacht ik. Ik liep twee trappen af om even iets aan een collega te vragen. Ineens hadden we het over de koffie. Ik noemde de afdronk. Cappuccino zeker, zei een andere collega. Ik knikte. Daar zit 65 gram suiker in, wist zij mij te vertellen.

65 gram suiker. Geen wonder dat het zo soepel naar binnen glijdt. Ik maakte meteen een afspraak met mijzelf ook op het werk voor zwarte koffie te gaan, en de cappuccino en andere varianten voor zo af en toe te bewaren. Anders zet het wandelen of fietsen naar het werk, en zelfs het traplopen, geen enkele zoden aan de dijk.

Nu alleen nog onthouden. Als het om koffie gaat is mijn geheugen soms net een zeef.

Durf het bijna niet te zeggen …

Ik schreef het eerder. In het jaar dat ik geen collega’s had, heb ik mij voorgenomen niet meteen nee te zeggen tegen borrels, recepties en andere collegiale samenkomsten die niet helemaal of helemaal niet synchroon lopen met mijn werktijden. Zo nam ik van de zomer deel aan een (fysieke) afdelingsborrel, heb virtueel van twee collega’s afscheid genomen en zat ik gisteren én vandaag in mijn makkelijkste kleding onder/voor mijn laptop om te nieuwjaars-borrelen.

De fysieke borrel was gezellig, het virtueel afscheid nemen niet zoals het hoort en.. het digitaal nieuwjaars-borrelen is mij beide dagen 100% meegevallen. Ik durf het bijna niet te zeggen maar eigenlijk wil ik zo wel altijd het nieuwe jaar ingaan. Niks ongemakkelijk hangend aan een statafel. Geen luide muziek op de achtergrond. Nee, lekker gemakkelijk zitten. Favoriete hapjes en drankjes bij de hand en de gesprekken waren goed te volgen.

Maar bovenal. Geen zoenende mensen. Wat mij betreft houden we die er in!

Al wordt het wel weer eens tijd om de collega’s in het eggies op 1,5m te passeren en te spreken. Zeker omdat ik vanaf maandag niet meer Op de Berg werk, maar Aan de Overkant en ik toch wel heel nieuwsgierig ben naar ons nieuwe stekje. Nou ja, nog even de lockdown doorbijten, en dan zal het er echt wel een keer van komen.

Een jaar geleden …

Ik was nog net geen jaar werkzoekend, toen een vriendin eind oktober 2019 een vacature naar mij stuurde. Volgens mij zoeken ze jou, stond in het begeleidend schrijven. Ik gaf haar volmondig gelijk, al wachtte ik even met schrijven. Ik was namelijk net elders op gesprek geweest en hoewel er wel wat haken en ogen aan de betreffende functie kleefde, was ik op een punt in het zoekproces aangeland waarbij ik vond dat je een gegeven paard niet in de bek moest kijken.

Op 1 november was ik een jaar werkzoekend. ‘s-Morgens kreeg ik te horen dat de keuze voor de baan niet op mij was gevallen. Buiten een stukje gekrenkte trots voelde ik ook opluchting. Die middag ging ik er eens goed voor zitten en solliciteerde naar de baan waar mijn naam op stond. Brief en CV werden ingediend en er verscheen een ontvangstbevestiging op het scherm. Wijs geworden maakte ik een printscreen.

Een paar dagen later zag ik de vacature weer voorbij komen. Wel met iets gewijzigde tekst en aangepaste data voor de eerste gesprekken. Ik snapte het niet. De oorspronkelijke data waren nog niet verstreken en ik had nog geen boe of bah gehoord.

Het werd december. Ik vierde mijn verjaardag met een aantal vriendinnen en kneuterde over het feit dat ik nog steeds niets gehoord had. Eerste kerstdag ging ik wederom met een aantal vriendinnen op stap en zanikte over het feit dat ik nog steeds niets gehoord had.

Op 29 december kon ik de vacature nergens meer vinden. Ook niet op de eigen site van de instelling. Ik werd boos. Niet omdat ik, ondanks mijn idee dat ik geknipt was voor die baan, niet was uitgenodigd. Daar was ik zo onderhand wel aan gewend. Nee, ik was boos omdat ze niet eens het fatsoen hadden om een afwijzing te sturen. Ik zocht de opgeslagen vacature erbij waarin het telefoonnummer van de recruiter stond, en zag tot mijn verbazing de vacature weer online komen. Terwijl de stoom uit mijn oren kwam belde de recruiter om te vragen of hij mij iets meer kon vertellen over de sollicitatieprocedure, omdat ik die, zwak uitgedrukt, hoogst bijzonder vond.

De recruiter was verbaasd. Hij had alle brieven en CVs doorgezet naar de betreffende afdeling. Ik zei dat in het portaal waarin ik mijn sollicitatie kon volgen iets anders stond. Hij zei van niet. Geef me je mailadres en ik stuur je een printscreen, zei ik boos. Momentje, zei hij en drukte op wat knoppen. Er is iets fout gegaan. Ik zie nu nog een paar sollicitaties verschijnen. Ik mompelde iets over ballentent en iemand met mijn capaciteiten goed kunnen gebruiken. Hij vroeg mijn naam en brief en CV werden gevonden. Ogenblikje, zei hij en viel stil. Toen, Ik zie wel mogelijkheden en heb je brief en CV meteen doorgezet naar de afdeling. Ik ga even met hen in overleg. Ik bel je morgen terug.

Ik dacht, jaja, dat zal wel en ik kreeg gelijk. Hij belde namelijk nog diezelfde middag terug. Ik weet nog niet precies wanneer, iedereen is nu met vakantie, maar we gaan je uitnodigen voor een gesprek. Begin januari weet ik meer, dan bel ik terug. Ook die afspraak kwam hij niet na; aan het eind van de ochtend van de 31ste december belde hij met de vraag of ik vrijdagmiddag 10 januari tijd had om op gesprek te komen.

Ik zei ja dan kan ik wel, en de rest is geschiedenis. En ondanks dat 2020 een vreemd jaar is gebleken, is de tijd omgevlogen.

Toch wel erg leuk

In de 100 werkzame jaren die al achter mij liggen, heb ik altijd een beetje dubbel gevoel gehad bij het idee kerstpakket. In ruil voor mijn tijd, kennis en energie ontvang ik salaris. Extraatjes in de vorm van een kerstpakket zijn gevoelsmatig niet nodig. Sinds ik in de zorg werk waar altijd sprake is van geldtekort is dat gevoel verdriedubbeld. Het feit dat ik de laatste jaren al minimaliserend probeer te consuminderen maakt dat ik zo mogelijk nog sceptischer tegenover het principe kerstpakket sta.

Eind vorig jaar, ik was toen ongeveer een jaar werkzoekend, nam ik deel aan de kerstborrel van de ontmoetingsochtend voor werkzoekenden gemeente Peel en Maas. Aangezien ook borrels nooit hoog op mijn lijstje van favoriete bezigheden heeft gestaan, stond ik daar best wel van te kijken. Het jaar zonder werk had mij een andere kijk op zaken als afdelingsborrels en kerstpakketten gegeven. Ik realiseerde mij dat waardering verder gaat dan alleen de woorden ‘goed werk’, dat het niet om een loos gebaar gaat, en ik nam mij voor als ik ooit weer werk vond, met andere ogen naar borrels en pakketjes te kijken. Om de calvinist in mij te temmen.

Oude gewoonte leer je niet zomaar af. Ingesleten denkbeelden raak je niet zomaar kwijt. Maar ik werk eraan. Dus accepteerde ik tijdens de eerste coronagolf dat ik op mijn manier een zorgheld ben, nam deel aan een teamborrel bij een collega thuis en slikte slechts één keer toen ik de envelop met daarin een bouwpakket van een kerstboom en de inlognaam en code, nodig om je eigen kerstpakket samen te stellen, in de brievenbus vond. Accepteerde het gebaar van waardering wat mijn werkgever hiermee uit.

Woensdagavond ging ik er voor zitten. Eerst veranderde ik het bouwpakket in een kerstboom, daarna logde ik in op de site en snuffelde tussen de mogelijke cadeaus. Ondanks mijn voornemen te consuminderen zag ik diverse, meer dan leuke, artikelen verschijnen. De lijst favorieten groeide en ik voelde een aanval keuzestress opkomen. Terwijl ik mijn definitieve keuze bepaalde (een cadeautje voor mij en de rest voor de Alzheimer stichting) realiseerde ik mij ineens dit extra beetje waardering en aandacht, da’s is toch wel heel erg leuk.

Inderdaad. De calvinist is enigszins getemd. Oude gewoonte en overtuigingen kunnen soms zomaar poef verdwijnen en plaatsmaken voor iets nieuws. Ik denk dat ik hier wel aan kan wennen.

Kwartje is gevallen

Een maandje of wat geleden, besloot ik dat mijn werkplek te donker werd. Zo achter de kast, bijna in de raamloze keuken, moest ik aan het begin van de werkdag de lamp aanzetten. Niet erg duurzaam, vond ik en zo verhuisde ik mijn bureau naar een mooi plekje onder het raam.

Geen gelukkige keus, bleek al snel. Het uitzicht bleek voortreffelijk, maar de lichtinval was tijdens MS teams overleggen killing voor mijn toch al niet zo gekleurde snoet. Ik zag er overbelicht en ongezond uit.

Niet voor één gat te vangen verplaatste ik mijn bureau naar het uitzichtloze hoekje naast het raam. Dat was aan het begin van de herfst. Somber weer, veel regen, en de zon was op vakantie.

Ondertussen is de zon weer terug en blijkt het hoekje niet zo licht-neutraal als ik had gedacht. Vanaf ongeveer negen uur schijnt de zon mijn kamer binnen. Precies in dat hoekje. Dat houdt zij vol tot een uur of drie. Alleen de rolgordijnen laten zakken biedt uitkomst. Maar ja, dan wordt het wel heel donker in huis ;-/ en dat was nou net niet de bedoeling.

Ik overwoog mijn bureau wederom te verplaatsen. Dit keer naar de lange muur, tussen de eettafel en de kast in. Tegen een uur of drie trok ik het rolgordijn open, en zag dat de plant die nu op dat plekje staat, helemaal opfleurde door binnenvallend zonlicht.

Toen viel het kwartje. Ooit ben ik het met thuiswerken begonnen aan de eettafel. Met mijn rug naar de balkondeur. Ik draaide mijn werkplek al snel een kwartslag, omdat ik gestoord werd van het zonlicht op mijn scherm. Dat bleek maar deels te helpen, vandaar dat ik, toen ik een bureautje had gekocht, dat in de keuken heb geplaatst. Buiten het bereik van de zon.

Zucht.

Maandag maar weer de huiskamer verbouwen. Zoals het was, met de tafel bij de deur en de kast richting de keuken, wil ik eigenlijk niet meer. Want die kast, die houdt bij het bureau al het daglicht tegen.

Nou ja,. een paar dagen langer het bureau in het hoekje red ik wel. Kan ik even rustig nadenken over de volgende opstelling. Ik blijf zo wel lekker bezig!

ps. Ja, de laatste foto is door een professional gemaakt die duidelijk en een andere hoek en een andere lens heeft gebruikt. Want echt, zo enorm diep is mijn huiskamer niet.

Corona en de eerste werkdag ..

Vier weken voor Corona the talk of the town werd, stapte ik voor mijn eerste werkdag bij mijn nieuwe werkgever over de drempel. Ik werd opgewacht door een collega die, ondanks een overvolle agenda, die ochtend alle tijd nam om mij te helpen met telefoon en laptop en een rondje langs de aanwezige collega’s te maken. Later nam een tweede collega het stokje van hem over en kreeg ik al babbelend een beeld van het park en de hoofdlocatie.

Deze ontvangst maakte dat ik, ondanks dat ik duidelijk een vreemde eend in de bijt was, mij wel enorm welkom heb gevoeld. Uiteindelijk heb ik drie weken lang, vier dagen per week, contact gehad met mijn collega’s. Ik kan je zeggen, als je al eens een kopje koffie met iemand hebt gedronken, wordt iemand via MS Teams aanspreken een stuk makkelijker.

Ondertussen zijn er diverse nieuwe collega’s begonnen. Heb ik al aardig wat kennismakingsgesprekken via MS Teams gevoerd. Onlangs is een nieuwe collega begonnen, die naast collega ook kamergenoot is. Diezelfde collega die voor mij tijd in zijn agenda had ingeruimd, heeft dat voor deze nieuwe collega ook gedaan. Net als ik mocht deze collega op maandagochtend tegen een uur of negen als werknemer de deur van de locatie passeren. Dankzij Corona was later niemand om het stokje over te nemen, maar dat eerste menselijke contact, dat is waardevol.

Vandaag werkte ik eens niet thuis, liet de roze stoel de roze stoel, maar was naar het pand waar Lokaal Beheer domicilie heeft gegaan. Zo vlak voor het begin van een nieuwe maand komen daar veel nieuwe medewerkers langs om hun laptop (en soms meer) op te halen. Ik was aan het werk en lette niet echt op de stroom nieuwe medewerkers. Tot ik de naam van een collega, die normaal in het kantoor naast dat van mij werkt, hoorde. Ik vroeg mij af of de man achter het mondkapje mijn (volgende) nieuwe collega was.

Terwijl de collega van Lokaal Beheer de man met zijn laptop hielp hoorde ik hem zeggen Ik begin maandag, maar weet niet precies wat de bedoeling is? Ik dacht aan mijn eigen warme welkom, en omdat ik soms best een bemoeizuchtig typetje ben, stelde ik mij voor en vroeg hem wie zijn contactpersoon is. Hij noemde een naam, en ik klom meteen in MS Teams in een poging bekende en onbekende collega met elkaar in contact te brengen. Dat is mij niet gelukt want zittende collega zat in een overleg, maar hij beloofde wel om nog diezelfde dag contact op te nemen om de maandag door te spreken.

Mijn nieuwe collega kon mijn actie wel waarderen, zeker toen even later op mijn verzoek nog een aanwezige collega even binnen liep om alvast een handzwaai te maken en een paar woorden te wisselen. Het welkom was niet zo warm als mijn eigen welkom, maar we hebben in ieder geval ons best gedaan.

Er kleeft trouwens één heel groot nadeel aan kennismaken tijdens een Corona golf. Ik betwijfel of ik de beste man zonder mondkapje ooit nog ga herkennen. Nu ik erover nadenk, met mondkapje waarschijnlijk ook niet. 😉