Hypodinges

Ik ben nog uit de tijd dat melk in een glazen fles zat. Met een aluminium dop die je zo fijn kon verfrommelen. Voor een week melk halen leverde een mens spierballen op. Toen bedacht iemand dat kartonnen pakken met een plastic binnenkantje veel beter was. Volgens mij werkte die persoon bij of voor Campina.

Qua gewicht scheelde het een slok op een borrel, maar man man, wat een ellende om was het om zo’n pak open te maken. Precies genoeg druk zetten op de punten en dan maar hopen dat er een opening ontstond die je voorzichtig verder open kon peuteren. Net toen ik het trucje onder de knie had, kwam meneer C. met een nieuwe uitvinding. Een plastic dop. Vooruitgang noemen ze dat.

Van de week keek ik TV en zag een reclame van Campina voorbij komen. In het kader van de duurzaamheid hebben ze iets nieuws bedacht. Kartonnen verpakkingen met een zijsluiting. Zoals ooit. Precies op het juiste punt drukken en zo. Geen plastic dop meer. Veel beter voor het milieu.

Natuurlijk hebben ze gelijk maar mag ik ze een beetje hypodinges vinden. Zonder hen was die plastic dop er nooit gekomen. En dan nu een uitvinding van 40 misschien wel 50 jaar geleden presenteren als iets nieuws… Mwah.

Zakdoekje leggen

Zij die mij al een tijdje volgen weten dat ik zonder morren, mitsen en maren de corona-maatregelen opvolg. Niet slaafs trouwens. Ik denk echt wel na over de maatregelen en of die in mijn ogen al dan niet hout snijden. Eigenlijk is er slechts één regel die ik met voeten treed. Sterker nog, het is een maatregel die ik weiger na te komen. Die maatregel is het gebruik van papieren zakdoekjes.

Kijk, ik snap de redenatie. Wanneer je na het snuiten dat ding meteen weggooit, is de kans dat iemand per ongeluk die zakdoek vastpakt erg klein. Maar ja, in het kader van het milieu, duurzaamheid en zwerfvuil krijg ik het gebruik van papieren zakdoeken aan mijzelf niet verkocht.

Misschien omdat ik een triljoen katoenen zakdoeken heb. Uit de erfenis van Pap. Nu zie ik jullie denken, waarom had jouw vader een triljoen zakdoeken? Dat komt door mijn moeder. Voordat zij in 2010 aan haar rug geopereerd werd, had zij al jaren last van haar rug waardoor bukken of op de hurken zitten geen mogelijkheid was. Voordat mijn vader in 2010 de diagnose Alzheimer en vasculaire dementie kreeg, was hij al een tijdje euh verstrooid. Omdat Mam moeite had met staan, en hurken nam Pap het strijken en opruimen van de was van haar over.

De zakdoeken van Pap lagen in zijn nachtkastje, die van Mam in haar nachtkastje. Alleen vergat Pap dat wel eens en zijn favoriete opbergplek werd de commode, links onderaan. Een plekje waar Mam nooit zou zoeken. Na verloop van tijd waren de zakdoeken op en kocht Mam een nieuwe voorraad. Dat gold trouwens ook voor thee-, hand- en gastendoeken. En washandjes. En ondergoed. Het is ongelooflijk hoeveel mijn vader in die linkerhoek heeft weten te proppen.

Na het leeghalen van hun appartement had ik dus ineens een triljoen zakdoeken. En ik heb een wasmachine. En ik doe net of mijn katoenen zakdoeken van papier zijn en gooi ze na één keer gebruikt te hebben weg. In de wasmand wel te verstaan. Maar goed; na een jaartje covid en elke week gewassen worden op minimaal 60 graden beginnen de zakdoeken toch wel sleets te raken. Nog even en ik moet aan de papieren zakdoeken.

Of koop een nieuwe voorraad. 😉

Mindset

Al mijn hele leven heb ik een haat-liefde relatie met kleding. In principe gaat mijn voorkeur uit naar kleurrijk en apart, maar dat zie je in mijn kledingkast niet terug. Ja, een deel van mijn kleding valt in die categorie, maar momenteel bestaat het overgrote deel (van mijn kleine collectie) uit euh… gemakskleding. Een paar truien, een jeans, wat rokjes. Normaal hangt mijn kledingkeuze af van mijn stemming, maar de laatste twee jaar grijp ik standaard naar de gemakskleding. De leuke jurken en kleurige petticoats komen nauwelijks de kast uit, en corona is natuurlijk niet echt motiverend.

Ik schreef laatst al, mijn jeans verkeerd in een armoedige staat, en ik heb nog wel wat spullen die dringend aan vervanging toe zijn. Maar ja, daar komt het c-woord weer om de hoek kijken. Ik mag niet shoppen, en online bij een grote webwinkel iets kopen, voelt niet goed. Juist omdat er in Venlo een aantal hele leuke zaakjes zitten waar ik graag koop. Alleen hebben die weer geen webshop.

Maandag moest ik in het centrum zijn, en liep voorbij de etalage van winkel A. Ik zag dat ze tegenwoordig iets met Facebook doen, en maakte mentaal een notitie. Ik wandelde verder en stopte even om het hoge water en de ondergelopen restaurants op de gevoelige plaat vast te leggen. Inderdaad, ramptoerist. Ik stond er niet alleen. Eén van de aanwezige zei, ‘Verschrikkelijk toch, en ze hebben het al zo zwaar.’ Ik keek haar aan en dacht, ik ken jou. Toen viel het kwartje. De mede-eigenaresse van dat ene leuke winkeltje helemaal aan het einde van het centrum. ‘Jullie hebben het anders ook niet makkelijk,’ antwoordde ik.

We raakte in gesprek en zij vertelde dat ze tegenwoordig hun kleiding via Facebook verkopen en alles opsturen. ‘Als ik thuis ben, kijk ik even,’ beloofde ik haar. Ooit kocht ik heel veel bij hen, maar sinds ik twintig kilo ben verloren (nu nog maar vijftien btw) slaag ik niet altijd meer. ‘We hebben tegenwoordig ook kleding in de wat kleinere maten,’ zei zij. We namen afscheid. Ik ging naar huis, zij naar de winkel om wat setjes samen te stellen en foto’s te maken.

Weer thuis bekeek ik hun Facebookpagina en zag het ene leuke setje na het andere voorbij komen. Om hebberig van te worden. Tien minuten later had ik twee setjes besteld. Een kwartier later schreef ik, ‘Doe die jas er ook maar bij.’ Er volgende een bedankje en Ik kom de kleren donderdag afgeven, is dat goed? Natuurlijk is dat goed.

Vanmiddag was het zo ver. Er werd gebeld en ik zag twee tassen kleding staan. ‘Als het niet past, dan moet je het gewoon terug brengen hoor,’ werd mij op het hart gedrukt. ‘Zaterdag zijn we in de winkel.’

Soms zit het mee, soms zit het tegen. Zowel de bloes van foto één als foto twee bleken veel te groot. De broek van foto één was het ook niet helemaal, maar de rode harembroek zit heerlijk. En de jas… De jas is liefde op het eerste, tweede en derde gezicht en hoewel hij iets te groot is, past hij wel goed in de schouders en zijn de mouwen perfect qua lengte. Iets meer ruimte rondom mijn middel betekent dat ik er ook een dikke trui of zo onder kan dragen.

Terwijl ik de jas aantrok en doorvoelde, gebeurde er twee dingen. Als eerste kwam een deel van de tips van Indiaan in je kast over maten en kleding je eigen maken terug en verder blijk de jas precies het zetje te zijn wat ik nodig had. De volgende aparte en kleurrijke fase is begonnen. Ik heb al laten weten dat ik zaterdag een aantal kledingstukken kom retourneren en heb meteen gevraagd of ze nog wat andere kleurige tuniekjes hebben die iets kleiner zijn. Dus wie weet komt er nog een vervolg.

Pure arremoe

Drie jaar lang deed ik het met een spijkerbroek. Te weinig, dacht ik in mei 2019 (zo fijn dat bloggen) en kocht er een zwart exemplaar bij. Het was even wennen, vooral omdat dit exemplaar net iets steviger is dan het blauwe exemplaar. Mijn hoop, dat regelmatig dragen en wassen de zwarte broek net zo soepel zou maken als de blauwe, bleek ijdel.

Mei is natuurlijk geen goede maand om een nieuwe jeans te kopen. In de zomer draag ik vooral rokken en shorts en beslist geen super dikke zwarte jeans. Tegen de tijd dat het kouder werd was ik half-half vergeten dat ik die zwarte broek had. Wat mij bij was gebleven was ‘iets te strak’. En dan was ik ook nog iets aangekomen.

De zomerkilo werd vervangen door de werkzoekstress kilo. Die maakte plaats voor een verbouwingskilo, en de lockdown deed mij de das om. Wat ik ook probeerde… ik raakte die ene kilo niet kwijt. Wat op zich niet zo erg is, behalve dat er voor de zomer van 2019 eigenlijk ook al een kilo af had gemoeten.

Enfin. Momenteel woon ik in een joggingbroek en de keren dat ik naar buiten ga heb ik de makkelijke blauwe spijkerbroek aan. Die er niet jonger en dikker op is geworden. Op sommige plaatsen is de broek zo dun dat ik er dwars doorheen kijk. Het is wachten op het moment dat die ene zijnaad het begeeft. Maar ja… lockdown dus kleren shoppen is er niet bij, en ik zit niet te wachten op nog meer bezorgstress.

Toen zag ik de zwarte jeans liggen. Dik, stevig, nog niet uitgelubberd … en daardoor iets te klein. Ietsjes maar. Als ik voorlopig iedere dag draag wanneer ik een ommetje wandel, dan schat ik in dat de stretch volgend jaar rond deze tijd ver genoeg opgerekt is om makkelijk te zitten.

Zodra de winkels weer open zijn loop ik op een rustig moment bij de Hofleveracier met Eenheidsprijzen binnen, en koop ‘mijn’ broek, maar dan een maat te groot. Ik geef gewoon de schuld aan de lockdown.

En dan is het nu tijd voor koffie met chocolade… 🙂

Inconsequent

Ik heb een mening over advertorials. Het (al dan niet) aanprijzen van een item wat je door een bedrijf toegezonden hebt gekregen. Toen ik net begon met bloggen heb ik wel eens gedacht, dat zou ik ook wel willen. Het is er nooit van gekomen. Eerst omdat de items die mij aangeboden werden never nooit nieh op mijn verlanglijstje stonden en sinds ik al consuminderend minimaliseer heb ik besloten op geen enkel aanbod meer in te gaan. Neen, als ik een review schrijf, dan is dat item door mij persoonlijk aangeschaft. Het is maar dat jullie dat weten.

Een van mijn best lopende blogs heb ik in juni 2019 al geschreven. Het is zeker niet mijn beste blog, maar mensen blijven mijn review over werfzeep shampoo lezen. Op zich sta ik nog altijd achter dat blog. Zowel de shampoo als de zeep heb ik nog altijd in gebruik. Alleen in de keuken ben ik terug gegaan naar zeep in een flesje omdat dat toch net iets minder rommel oplevert. Bovendien wil zo’n blok zeep wat meerdere keren per dag, langdurig wordt gebruikt nogal snel zeperig worden. Smelten, zal ik maar zeggen.

Vandaag stond ik onder de douche met een nieuw blok werfzeep. De koffiescrub. Die minder sterk naar koffie ruikt dan ooit de dropscrub naar drop (en venkel) rook, maar dit terzijde. Wellicht komt het moment dat ik al douchend ineens in de koffiebar sta nog.

Goed, terwijl ik met dat nieuwe stukkie zeep in mijn hand stond, dacht ik even aan dat ene goedlopende blog. Als de helft van de mensen die dat blog hebben gelezen, een stukkie zeep van Werfzeep hebben gekocht, dacht ik, dan mag Werfzeep mij zo onderhand wel een gratis stukkie zeep sturen.

Wat natuurlijk een inconsequente gedachten is. Daarmee zou mijn review geen review meer zijn, maar een advertorial. En aan advertorials doe ik niet.

Bijna goed

Goed. Dit keer deed Yarden alles goed, maar maakte ik de fout om mijn jaarpremie 2020 voor de tweede maal te betalen. Ik stuurde een mailtje naar de klantenservice om mijn fout te melden en vroeg meteen wanneer ik de factuur voor de jaarpremie 2021 kon verwachten. Die bleek al verstuurd maar naar een mailadres wat ik iets minder gebruik.

Ik maakte een tweede fout en betaalde de volledige jaarpremie voor 2021. Dus zowel Zoon’s deel als mijn deel. Wat ik eigenlijk al betaald had, maar dan met het kenmerk van 2020. Omdat ik soms wel mijn momenten heb, beantwoorde ik de ontvangstbevestiging van Yarden en maakte melding van mijn actie.

Ik kreeg vrij vlot antwoord van mevrouw P. Op mijn eerste mail. De factuur stond klaar in MijnYarden en ik hoefde alleen de jaarpremie voor Zoon te betalen. Ik reageerde met een mea culpa en de melding dat ik de volledige jaarpremie al betaald had.

Een dag later had ik een mail van de debiteurenadministratie. De fout was gesignaleerd. Ik had én de jaarpremie van €38,28 betaald en €25,20 en dat laatste bedrag zou teruggestort worden. Kijk, met mevrouw B kon ik zaken doen. Alleen jammer dat er een week later door Yarden € 63,48 gestort werd. Had ik spontaan de jaarrekening voor 2021 toch niet betaald.

Even dacht ik, stik er maar in, maar ja, dat is vragen om moeilijkheden. Denk ik. Ik beantwoorde de mail van Mevrouw B met de melding dat er toch nog een klein foutje in de afwikkeling was geslopen en dat ik niet alleen de teveel betaalde premie over 2020 maar ook de premie over 2021 terug had gekregen. Dat was eind vorig jaar.

Gisteren had ik een mailtje van mevrouw P. We hebben helaas een fout gemaakt en u per ongeluk niet alleen de teveel betaald premie etc etc. Of ik de jaarpremie voor 2021, onder vermelding van, over wilde maken. Aangezien ik al op die mail zat te wachten, heb ik de rekening per omgaande betaald.

Ik ga ervan uit dat het nu is opgelost, maar helemaal zeker ben ik daar niet van. Dus misschien komt er nog een vervolg. Ik ga het zien.

Gaat het eindelijk goed…

Ik heb dus al een aantal jaar gefok met Y@rden over de jaarpremie van Zoon en mij. December 2017 vergat Y@rden de rekening te sturen. Door een opmerking van mijn moeder tijdens het kerstdiner kwam ik daar achter. Eenmaal thuis kroop ik in de pen, deed mijn verhaal en kreeg en betaalde de rekening in januari 2018.

In december 2018 ontving ik wederom geen factuur. Dat drong pas tijdens het schrijven van een blog ter ere van de eerste sterfdag van Mams, in februari 2019, tot mij door. Ik belde Y@rden en na mijn verhaal te hebben gedaan volgde er een kort onderzoek. Omdat ik in 2018 betaald had voor 2018 dacht het systeem dat ik al voor 2019 had betaald. Alles stond nu goed, en ik hoefde voor 2019 niets te betalen. Met de complimenten van.

December 2019 ontving ik wederom geen factuur. Ik maakte een account aan voor mijn Yarden maar ook daar kon ik niets vinden. Tijd om contact op te nemen met Yarden. Dit keer via de chat. Het resultaat: er verscheen een factuur voor de jaarpremie van Zoon. Die ik braaf betaalde. Drie dagen later stond er weer een factuur voor de jaarpremie van Zoon. Ik zwengelde de chat weer aan met de melding dat ik voor Zoon twee facturen jaarpremie 2020 had ontvangen.

De persoon aan de andere kant van het toetsenbord was een stuk minder vriendelijk dan de dame die ik ooit aan de lijn had. De rekening die ik betaald had was de jaarpremie 2019. die ik verzuimd had te betalen. Foei foei foei. De tweede factuur betrof de jaarpremie 2020. Ondanks de gruwelijk neerbuigende toon, controleerde ik de facturen, zag dat de persoon aan de andere kant van het toetsenbord gelijk had, en betaalde de tweede factuur ook.

Na een week wachten waren de facturen voor mijn jaarpremies nog niet verschenen. Ik bekeek mijn polis en daar stond dat deze premievrij was. Ik twijfelde en zwengelde nogmaals een chat aan. Y@rden werd overgenomen door D3la en ik had er geen zin in om na 57 jaar betalen uit de verzekering gegooid te worden. Natuurlijk trof ik weer dat chagrijn. Ik deed mijn verhaal, wees hem op het premievrij zijn van mijn polis, en vroeg of dat klopte. Nee. En u heeft al twee jaar geen premie betaald. Ik wees hem op de inhoud van mijn polis. Dat staat daar fout en u heeft al twee jaar geen premie betaald.

Ik werd boos (zacht uitgedrukt) en schreef dat het ^((*%&^&(*&%$% bijna onmogelijk was om in dat k*t-systeem van hen in te loggen, en dat de fout met mijn polis toch echt aan hun kant gemaakt was. Het antwoord bleek voorspelbaar. U heeft tegen de regels in al twee jaar geen premie betaald. Ik schreef dat dit al het derde jaar op rij was dat zij hun f&^&^&*cking systeem niet op orde hadden en dat ik het op prijs zou stellen dat een en ander aangepast zou worden en dat ik de jaarpremies 2019 en 2020 zou betalen zodra ik de facturen had. Ik sloot de chat en beoordeelde het gesprek met een -10 . De facturen stonden een uur later in de mail.

Begin deze maand kocht ik een nieuwe laptop. Een windows exemplaar. Ik maakte een microsoft account aan, met een nieuw mailadres. Dat ik doorgaf bij Y@rden. Drie keer per week controleerde ik MijnY@rden om te zien of de facturen er al stonden. Helaas, pindakaas. Tot vanmorgen. Ik zag een verandering in het overzicht facturen. Ik downloaden beide facturen en betaalde de eerste. Ik opende de tweede factuur en zag hetzelfde bedrag staan. Ik controleerde de factuur die ik zojuist betaald had. Dat was de jaarpremie 2020.

Ik opende de mail en stuurde een berichtje naar de afdeling klantenservice want no way dat ik nog een keer met dat chagrijn ga chatten. Ik schreef dat ik per ongeluk voor de tweede keer de jaarpremie 2020 had betaald, noemde het factuurnummer en vroeg wanneer ik de jaarpremie voor 2021 kon verwachten. Na het verzenden van die mail zag ik dat ik een paar mail op mijn gmail account had ontvangen. Eentje bleek van Y@rden te zijn. Met de factuur jaarpremie 2021 voor Zoon en mij.

Zucht. Wanneer je je email adres bij Y@rden wijzigt, en je vinkt niet aan dat je de nieuwsbrief wilt ontvangen, verandert het systeem je mailadres niet. In mijn outlookmail was ondertussen de ontvangstbevestiging van mijn eerste mail binnengekomen. Ik betaalde de factuur en reageerde via een antwoord op de ontvangstbevestiging dat het tweede deel van mijn mail zich had opgelost. Dat ik de factuur heb ontvangen, en de premie betaald.

Gaat het aan hun kant eindelijk goed, maak ik zelf een fout. Benieuwd wanneer ik de jaarpremie 2020 teruggestort krijg.

Goed advies

Maandag is mijn poetsdag. Twee weken op rij poets ik met de Franse slag maar de derde week maak ik er een soort voorjaarsschoonmaak van. Met name de badkamer zet ik dan helemaal op z’n kop. Al het glimmend spul wordt (extra) ontkalkt, het rooster wordt aan twee kanten gepoetst en het putje wordt ontdaan van zeep en andere resten. Aansluitend haal ik een dweil over het plafond, de muren en de vloer.

Deze week is het zo’n derde week. Zoon heeft vroege dienst wat betekent dat ik qua schoonmaaklawaai met niemand rekening hoef te houden. Zoals altijd wanneer ik de badkamer goed poets, denk ik aan Nicole, aka INNIC ontwerper van ruimte. Zonder haar had de badkamer er heel anders uitgezien.

Zonder haar was ik voor een putje gegaan, in plaats van voor een gootje. Geloof me: gootjes zijn veel beter schoon te houden dan putjes.

Zonder haar had die prachtige tegel niet alleen tegen de achterwand gezeten, maar in het hele inloop-douche gedeelte. Een in het oog springende wand is mooi; een in het oog springende douche way too much.

Zonder haar was de vloer niet beige maar gebroken wit geworden, met alle lichtweerkaatsingsproblemen van dien.

En wanneer ik een natte doek over de kopse kant van het halve muurtje haal, en dan klaar ben met tegels poetsen, dank ik haar op mijn enigszins vochtige knieën dat ik ook qua muurbedekking naar haar geluisterd heb en voor behang ben gegaan, in plaats van de hele badkamer te (laten) betegelen. Ten eerste oogt het warmer, en ten tweede scheelt het 2/3 poetswerk.

Inderdaad. Nicole gaat niet alleen voor (heel) mooi; zij heeft ook een heerlijk praktische instelling. Een instelling die maakt dat ik nog steeds blij ben met haar goed advies en mijn prachtige badkamer. Bij deze, dank je wel Nicole!