Slapend rijk

In 2011 kocht ik een appartement (85m2). Hoewel het toen nog mogelijk was om een volledig aflossingsvrije hypotheek te nemen, liet ik die optie aan mij voorbij gaan. Met in mijn achterhoofd mijn vermogen om met enige regelmaat geld opzij te zetten ging ik voor de combinatie 50% spaar- en 50% aflossingsvrij. Dat zou wel goed komen. Het eerste wat kwam was een economische crisis en kelderende huizenprijzen. Het aflossen van het aflossingsvrije deel werd een doel op zich.

In maart 2018, toen ik overwoog om gebruik te maken van de reorganisatie om afscheid te nemen van mijn werkgever, bracht ik een bezoek aan de hypotheekadviseur om uit te zoeken of mijn hypotheek goedkoper kon. Ondanks de lage rentestand kon het niet goedkoper. ‘Ik zou op deze weg verder gaan,’ zei de adviseur. ‘Aflossen wanneer je dat kunt. In 2021 krijg je een aanbod van de hypotheekverstrekker en dat is altijd goedkoper dan wat je nu betaald, en dan kan je stilzwijgend verlengen.’ Een geruststellende gedachten.

Ondertussen zijn we drie jaar verder. Heb ik het aflossingsvrije deel van mijn hypotheek gehalveerd en heb ik het aanbod van mijn hypotheekverstrekker binnen. Een heel mooi aanbod. In eerste instantie dacht ik er nog over om toch even met mijn adviseur te gaan babbelen. Ik maakte zelfs een afspraak. Nadat ik mijn pensioen en het aanbod eens goed had doorgenomen heb ik de afspraak afgezegd. Misschien dat ik met een hele andere hypotheekvorm en een kortere loopperiode nog goedkoper uit ben, maar eigenlijk zit ik daar niet op te wachten. Per 1 augustus kelderen mijn maandelijkse bruto hypotheeklasten voor de komende tien jaar van € 426,54 naar € 251,75.

Ik weet het. De HRA zal ook wel flink kelderen. Maar zelfs wanneer ik helemaal geen HRA meer krijg, ben ik met het nieuwe maandbedrag nog steeds voordeliger uit dan nu. Het voelt een beetje als slapend rijk worden.

Vijf kilo geleden

Een kilo of vijf (en een jaartje of zeven geleden) kocht ik een skinny jeans maat 42. Niet dat ik perse een skinny jeans wilde (verre van) maar ik had een broek nodig, zag geen andere modellen liggen en dacht, vooruit dan maar. Op zich zat de broek niet verkeerd, zelfs niet toen het wat kilootjes extra moest verbergen. Dat er spanning op de naden ontstond dat realiseerde ik mij pas toen ik een jaar of drie geleden een nieuw exemplaar (in dezelfde maat van hetzelfde merk) kocht. Die broek heeft nooit makkelijk gezeten en ligt klaar om naar de kringloop te gaan.

Dat ik een tweede exemplaar kocht had trouwens een reden. Die blauwe skinny jeans, die kon echt niet meer. Spanning op de naden en de stof werd op meerdere plaatsen dun. In het kader van de duurzaam- en zuinigheid bleef ik het blauwe exemplaar wel dragen. Droeg dat vaker dan de vervanging. Ondertussen keek ik uit naar iets anders maar vond niets. Corona kwam en ik ging online kijken. Ik vond iets moois *) maar hing tussen twee maten in. Bovendien droeg ik al thuiswerkend vooral joggingbroeken dus wie doet me wat.

Een paar weken geleden, en weer wat meer kilo’s zwaarder, stond er een bezoek aan de grootgrutter op het programma. Voorzichtig trok ik de broek aan en deed mijn best tijdens dat proces zo min mogelijk spanning op de zijnaden te zetten. Als een sardines in een blik ging ik de boodschappen doen. Ik shop meestal op ooghoogte behalve wanneer het op noodlesoep aankomt. Zoon vindt die van de onderste plank het lekkerst. Soepel ging ik door de knieën en hoorde een scheurend geluid. Mijn naden! dacht ik geschrokken en zag mijzelf al in mijn onderbroek naar huis moeten wandelen.

Ik had geluk. De scheur liep dwars over de knie. Ik had ineens een supermoderne broek aan. Thuis trok ik mijn joggingbroek weer aan en de jeans verdween in de prullenbak. Die avond ging ik tot bestellen over. Dankzij de extra kilo’s en centimeters viel ik niet langer tussen twee maten. Ik had de grootste nodig.

Twee dagen later werd de broek bezorgd. Hij zat als gegoten. Een van de dames zei nog, een beetje ruim maar de andere twee en ik waren het eens dat na die te kleine skinny alles als ruim aanvoelde. Hij was ook te lang. Ik maakte een foto, stuurde die naar Vriendin, schreef over zomen en zij zei, Ik zou hem eerst even wassen. Die dingen willen nog wel eens krimpen..

Ik draaide nog een keertje rond, ging driemaal door de knieën, trok de broek uit, knipte alle labels los en de broek verdween in de wasmachine. De broek bleek niet gekrompen en mijn hoofd zei, hum, toch een beetje ruim maar wel makkelijk. Toch verdween de broek aan het einde van de dag terug in de wasmachine. Dit keer op 60 graden inclusief droogtrommel. Dat scheelde een millimeter, misschien twee. De broek verdween in de kookwas. Dat scheelde iets meer, maar nog niet voldoende.

Vroeger had ik het opgegeven. Had ik gedacht, zonde van het geld maar deze broek samen met het te kleine exemplaar toch naar de kringloop gebracht. Maar dat was vroeger. Tegenwoordig kijk ik dus regelmatig naar naai-video’s. Video’s waarin het oude handwerk wordt getoond. Video’s waarin uitleg wordt gegeven over hoe mensen vroeger, toen het leven echt niet beter en waarschijnlijk niet eens zoveel langzamer was, hun kleding vermaakte *).

Ik kijk vooral voor de mooie plaatjes en om mij aan de mooie kledingstukken te vergapen, maar onbewust leer ik er ook nog wat van. Ik bekeek de broek eens goed en zag dat de naden die over de voor- en achterkant lopen ter hoogte van de lies stopte. Als ik twee van die naden door zou laten lopen, had ik waarschijnlijk genoeg stof weggewerkt om de broek passend te maken. Ik bleek gelijk te hebben. Aansluitend ging de zoom erin en heb ik een goed passende broek. En het leuke is: val ik af, kan ik aan de achterkant de naden ook door laten lopen en de broek zo nog wat langer doordragen. Kom ik aan, toorn ik de naden los en pas nog steeds in mijn broek.

Is al dat zinloze scrollen toch nog ergens goed voor. 😉

*) De eerste link verwijst naar de website van een winkel; de tweede link naar een youtube filmpje.

Synchroon met de maan

Ondanks het thuiswerken draai ik maar zelden een was onder werktijd. Vanmorgen bekeek ik beide uitpuilende wasmanden en dacht, ik moet eraan geloven. Zowel de witte als de bonte was paste niet in één keer in de wasmachine. Splitsen dus. Tegen de tijd dat ik deel één van de witte was kon ophangen, scheen er een heerlijk zonnetje. Die was verdween naar buiten en de afgeefjurk verdween in de wasmachine. Gevolgd door een deel van de bonte was.

Nog voor de klok van zes uur zijn de witte en het grootste deel van de bonte was droog en verdwijnt was nummer vier in het machine. Dan is het tijd om een boek buiten op de bank in de zon te gaan zitten. Om de vraag, trek ik de hoes straks weer over de bank ja of nee te beantwoorden, controleer ik de weerapp. Ik kan de hoes opvouwen en binnen leggen, zie ik.

Wat ik ook zie is dat het wassende maan is. Aangezien ik vandaag een wassende vrouw ben, lopen we synchroon. Dat is vast een goed teken, denk ik zo.

Het begon klein

Tijdens mijn eerste bullet journal jaren gebruikte ik slechts een notitieboekje en een pen. Meer had ik niet nodig. Tot ik eens op het wereld wijde web ging rondneuzen op zoek naar planning slimmigheidjes. Ik vond vooral heel mooi gedecoreerde bullet journals en planners. Vol bewondering bekeek ik het ene na het andere kunstwerkje en vroeg mij vol verbazing af wat dat met plannen te maken had.

In 2018 stapte ik over naar een agenda. Die tegenwoordig planner heet Mijn planner was voorzien van een velletje met stickers. Gewoon voor de leuk. Het duurde ruim een half jaar voordat ik de eerste sticker gebruikte. Dat deed iets met mij. Niet in de zin dat ik mij ineens wel aan mijn vooraf gemaakte schema hield. Verre van. Nee, ik keek ineens met plezier naar de inhoud van mijn planner.

Maar toch, plannen met stickers. Het voelt als overbodige luxe. Toch stond ik mijzelf heel af en toe een velletje stickers toe. Van het een komt het ander; toch wist ik mijn hebberigheid in bedwang te houden. Tot ik tijdens mijn blogpauze op de website TheCoffeeMonsterzco stuitte. Ik bestelde wat stickers en werd lid van de bijbehorende Facebookgroep.

Ondertussen ben ik wat bestellingen verder (al vallen mijn bestellingen in het niet bij die van mijn groepsgenoten, en heb ik mijzelf beter in de hand). Een van de veel gestelde vragen in de groep is, waarom besteden we zoveel geld aan stickers? Ik heb de vraag proberen te beantwoorden en ben tot de conclusie gekomen dat het kind in mij blij wordt van stickers… omdat ooit een sticker stond voor goed gedrag of een goed uitgevoerde opdracht. Ik weet het, tegenwoordig heet die beloning salaris (en daar ben ik erg blij mee) maar toch… de blijdschap die een mooie sticker bij mij oproept… Dat is pure nostalgie.

Waar wordt jij nostalgisch van?

Bestelling geplaatst

Tussen schrijven en publiceren van Zweeds karma zat een paar weken. Weken waarin ik niet met mijn balkon bezig was. Anders dan dat k hoopte dat de planten niet alsnog kapot zouden vriezen. Het blog verscheen, ik las jullie reacties en ik vertelde tegen Zoon over de onmogelijkheid van iets bestellen bij IKEA, tenzij je het zelf op ging halen.

‘Onder mijn auto zit een trekhaak’, zei hij. ‘Dus jij wilt het wel gaan ophalen?’ vroeg ik. Niet helemaal. Volgens hem konden we wel samen gaan en dan even een stop maken bij de MacDrive in Veldhoven. Daar verkopen ze glutenvrije hamburgers.

Met een dubbel uitje in het vooruitzicht, en een zon die pijnlijk fel naar binnen schijnt zodat het uitblijven van ramen lap vibes van mijn kant enorm opvalt, bezocht ik de website. Ik gooide het bankje, solar verlichting, afdekhoes en 6 pootjes voor de TV-kast in het winkelwagentje en ging over tot bestellen. Helaas. Het bankje was online niet meer te bestellen. Dan maar zelf ophalen. Wederom helaas. Ook in Eindhoven en Heerlen is het niet meer op voorraad.

Ik gooide ‘het’ bankje uit de winkelwagen en voegde het andere bankje toe. Ik begon met te checken of we het op konden halen maar helaas. Online bleek het wel leverbaar. Om niet buiten de boot te vallen ging ik over tot bestellen. Als het goed is heb ik tegen de tijd dat dit blog verschijnt al een paar uur op het bankje gezeten (of gelegen). Maar in de huidige tijd van een overvloed aan online bestellingen, is dat niet helemaal zeker.

Wat het bezoek aan Mac-Drek betreft: We hebben besloten dat alleen een bezoek aan de Mac ook al als uitje telt en meer dan voldoende spanning en sensatie voor één dag is. Een beter bewijs dat het vreemde tijden zijn, kan ik zo één twee drie niet geven. 😎

One step Beyond

Ik las ergens dat de Nederlander gemiddeld 73 kilo vlees per jaar eet. Twee ons per dag. Daar komen wij lang niet aan, dacht ik tevreden. Toen ging ik tellen. Ik begon met de kip want dat eten een aantal maal per week. Ongeveer 160 gram per keer. Da’s 80 gram per persoon. Een schijntje. Maar ja, we eten niet altijd kip. Soms eten we gehakt. Kijk, dan doen we het nog beter. 300 gram is al snel goed voor drie porties. Das dus 50 gram per persoon. Ik verlaagde de 80 naar 75 gram per persoon.

Als we draadjesvlees eten, eten we meer dan een ons per persoon per keer, wist ik. En we beperken ons meestal niet tot één snack per persoon als we friet eten. Als we kebab halen, krijgen we helemaal veel vlees binnen. 75 gram werd weer 85 gram. Ik dacht aan de vleeswaren die er eigenlijk altijd in huis zijn. En de spekkies die door de risotto, de stamppot en de snert gaan. Ik verhoogde mijn vleesconsumptie naar 100 gram per dag. Want soms eten we geen vlees.

Da’s geen 73 kilo op jaarbasis, meer het omgekeerde, maar toch. 37 kilo. Het klinkt als heel veel. Ik weet het. Een beetje koe of varken weegt meer dan 37 of zelfs 73 kilo. Maar het zijn wel heel veel kippen. En dan heb ik de kaas, de melk, room, vis en eieren niet eens meegeteld. Buiten beschouwing gelaten.

Plantaardige melk en margarine gebruiken klinkt heel mooi, maar zet nauwelijks zoden aan de dijk. Ondanks mijn lichte horror zie ik mijzelf geen veganist of zelfs vegetariër worden. Daarvoor vind ik vlees te lekker. Bovendien, mag ik mijzelf even zielig vinden, is boodschappen doen en zomaar een recept uitproberen, dankzij mijn glutenintolerantie sowieso geen sinecure. Ik weet het. Smoesjes. Maar laat mij nou maar even.

Het werd de week van alleen eten. Ik bedacht makkelijke recepten. Gebakken piepers, sla, hamburger. Dat soort dingen. Ik herinnerde mij een recensie van Schrijfselsvanmij van meerdere glutenvrije hamburgers. Ik zocht het blog erbij en zette de ruigburger op mijn lijstje. Die bleek mijn GrootGrutter niet te hebben en ik wilde al naar de hamburger-hamburgers lopen toen ik de beyond burger zag liggen. Die is door Schrijfselsvanmij ook goedgekeurd.

Ik heb de eerste gehad en ik moet zeggen: hoewel het er in de pan op een gegeven moment een beetje uit zag als gebakken spam is het zeker voor herhaling vatbaar. Wat maar goed is, want morgen mag ik weer zo’n ding wegwerken. En ik vermoed zomaar, dat we volgende week friet met een hamburger de luxe eten. Zoon doet niet moeilijk over wat hij eet. Als het maar lekker smaakt.

Dat zit wel goed bij een hamburger de luxe. U weet wel. Met gebakken uienringen, een schijfje tomaat, wat augurk, een plak uitgebakken spek en een plak gesmolten kaas. Ik zei toch dat ik mijzelf geen veganist of vegetariër zie worden. Maar alle kleine beetjes helpen.

Picasso

Ik ben geen make up smeerder. Veel verder dan het smeren van een dagcrème en een lijntje in de buurt van mijn ogen kom ik niet. Soms een vleugje lipstick, een likje mascara en/of een haal met een eyeliner maken het geheel compleet. De laatste keer lipstick kan ik mij niet meer herinneren. Eyeliner en mascara wel. Dat was op de dag van schrijven.

Ergens in mijn poging te verduurzamen heb ik een afslag gemist. Daar waar ooit mijn oogpotlood aan de naam voldeed, bestaat mijn oogpotlood al enige tijd uit een plastic omhulsel met daarin een staafje kleur. Het groene omhulsel is leeg, het grijze bijna. Waarschijnlijk dé reden waarom ik naar de eyeliner grijp. Een miskoop want niet voorzien van een dunne punt, maar een platte punt. Met een dunne punt maakt het niet uit hoe je het potlood vasthoudt bij een platte punt wel. Zeker wanneer je poogt beide ogen van eenzelfde lijn te voorzien.

Hoewel ik beide keren op dezelfde wijze op mijn ooglid heb geplaatst. Beide keren eenzelfde lijn heb getrokken, zien mijn ogen er behoorlijk verschillend uit. Het rechteroog ‘wijst’ naar beneden terwijl mijn linkeroog redelijk recht in mijn gezicht staat. Doe ik mijn ogen half dicht, zijn de lijnen gelijk. Doe ik mijn ogen open, lijk ik op een schilderij van Picasso. Die dus natuurgetrouwer bleek te schilderen dan ik altijd heb geleerd. Die scheve ogen, da’s gewoon echt en geen fantasie.

Met water, olie en een wattenstaafje ‘trek’ ik het geheel recht. Voor zover dat gaat want nu ik er op let zie ik pas hoe scheef dat ene oog staat. Hoever het ooglid aan het zakken is. Ik dacht altijd dat ik zo scheef op foto’s sta omdat ik gekke bekken trek, maar zijn de foto’s met de gekste bek het rechtst.

Ter plekke besluit ik om afscheid te nemen van mijn miskoop. Daarnaast schaf ik ter vervanging van de in plastic gehulde staafjes kohl een ouderwets oogpotlood aan. Omdat ik toch duurzaam bezig ben, gooi ik ook twee oogschaduwpotloden in mijn winkelmandje. En een puntenslijper. Soms is verduurzamen zo simpel. Je hebt er alleen een vleugje Picasso voor nodig.

Zweeds karma

Tijdens de schoonmaakactie van mijn balkon plopte de wens voor een lounge bank weer op. Met de gedachten over een paar jaar wanneer ik het hele balkon onder handen neem schoof ik het idee aan de kant. Bovendien, dacht ik erachter aan, stel dat de lockdown van de zomer al is afgelopen, dan maak ik nauwelijks gebruik van mijn balkon.

Ja lieve lezers, soms heb ik hele vreemde ideeën over mijzelf. Ik behoor namelijk tot de mensen die nauwelijks hinder van de lockdown ondervinden en er in bepaalde opzichten zelfs voordeel bij hebben. Ik ben geen festival bezoeker, ga niet graag op vakantie, etentjes het liefst in kleine kring en een terrasje pikken is leuk, maar ik geef de stoel na een uurtje of wat graag weer terug. Ik ben een blije thuisblijver en afgelopen zomer heb ik mijn er niet op uit gaan bij niemand hoeven te verdedigen.

Het idee dat mijn balkon door mij te weinig wordt gebruikt zit voor 100% tussen mijn oren. De eerste lentedag ging over in een herfststorm en ik amuseerde mij kostelijk met het binge-watchen van balkon make-overs. Met een hoofd vol ideeën ging ik naar http://www.ikea. u weet wel en maakte een keuze. Herzag mijn keuze. Herzag de herziening van mijn keuzen. Herzag de herziening van de herzaging euh.. Oké, ik twijfelde enorm, maar na twee weken wikken, wegen en heroverwegen was ik er uit. Ik hevelde de inhoud van mijn favorietenlijst over naar de winkelwagen en drukte op bestellen.

Natuurlijk had ik de waarschuwing gezien. Ikea heeft het druk en kan niet alle bestellingen in behandeling nemen. Ik dacht dat het zo’n vaart niet zou lopen. Dus wel. Ophalen was wellicht een optie, maar juist de loungebank die ik heb uitgekozen is geen bouwpakket en past niet in mijn auto. Uitermate teleurstellend dit.

Volgens mij is het karma; is het universum van mening dat ik het nog wel een jaartje zonder lounge bank kan. Waarschijnlijk heeft het universum gelijk. Zo niet, zie ik over een paar maanden wel weer. Voor nu laat ik het los.

Structuur

Ik twijfel een beetje hoe ik mij moet omschrijven. Welke volgorde de lading beter dekt. Ben ik een structuur-junk met chaotische inslag, of ben ik een chaoot met een voorliefde voor structuur. Ligt de waarheid in het midden? Wie het weet mag het zeggen.

De laatste maanden, zeg ongeveer een jaar, eigenlijk dus zolang ik niet meer spontaan onder de mensen mag komen, lijkt er meer structuur in mijn leven te komen. Denk ik beter na voordat ik tot actie over ga. Ren niet meer als een kip zonder kop achter mijn ingevingen aan.

Tenminste, wanneer de eerste twee dagen van mijn korte voorjaars/herfstvakantie als representatief kunnen worden beschouwd. Maandag maakte ik gebruik van mijn ritje naar de winkel om ook even de niesbui opwekkende plant bij vriendin te dumpen. En dinsdag reed ik na mijn kappersbezoek niet line recta naar huis maar stopte eerst in het tussenliggende kerkdorp om vitamine D pillen te kopen om vervolgens via het tuincentrum naar huis te rijden. Dat laatste bleek niet nodig, want nog gesloten, maar het idee was goed. Gestructureerd..

Vorig jaar had die rit er heel anders uitgezien. Was ik al bijna thuis geweest wanneer ik bedacht dat ik ook nog vitamine D pillen nodig had, was (misschien wel op het eigen parkeerterrein) omgekeerd en naar de drogist gereden. Weer bijna thuis had ik aan de potgrond gedacht, mij afgevraagd of de winkel wel open was, de auto geparkeerd, mijn boodschappen binnen gelegd, niet gecheckt of de winkel al open mocht zijn, om teleurgesteld voor een gesloten deur te eindigen.

Echt. Het wordt nog wel eens wat met mij. 😉

Combinatie

In een grijs verleden heb ik met man en kind tien maanden in Amerika gewoond. Een hele belevenis en toch heel gewoon. Alleen eten en koken was een uitdaging. Iets met andere eetgewoonten. Het was een verademing toen ik verse boerenkool in de winkel zag liggen. Wel vreemd verpakt. Per tien – twaalf grote bladeren bij elkaar gebonden. Ik kocht regelmatig 4 of 5 van die bundels en dan aten we boerenkoolstamppot. Met hotdogs in plaats van worst, bacon in plaats van spek. Na een paar weken vroeg de kassière of ik vaak feestjes gaf. Nou nee. Wat bleek: in die tijd gebruikte Amerikanen boerenkoolbladeren als een soort garnering onder de hapjes. Een vleugje groen tussen alle etenswaar die tijdens feestjes op tafel komen. Dat ik er stamppot van maakte vond zij maar vreemd.

Tegenwoordig eten we niet meer zo vaak boerenkoolstamppot. Een keer of vier misschien vijf per seizoen. Door een foutje tijdens het boodschappen doen liggen er twee zakken van elk 300 gram boerenkool in de diepvries. Te wachten op een dag dat er piepers in huis zijn.

Natuurlijk kan je boerenkool voor veel meer recepten gebruiken dan alleen stamppot. Tenminste, als ik de diverse Amerikaanse foodies mag geloven. Boerenkool kan door de pasta, Italiaanse stoofpotjes, curries en Mexicaanse bonenschotels. Een deel van mij wil dat proberen maar het grootste deel van mij heeft zo haar twijfels. Tot ik een potje voor Me, Myself & I mocht koken en eigenlijk te weinig vulling voor de pastasaus had. Dus smoorde ik niet alleen een flinke hoeveelheid kastanje champignons in wat olijfolie; ik deed er een gelijke hoeveelheid boerenkool bij. Het geheel maakte ik af met een bordje glutenvrije spaghetti en een halve bak verse Carbonarasaus van de plaatselijke vestiging van de landelijke GrootGrutter.

Misschien een bijzondere manier van boerenkool eten, maar wel een blijvertje wat mij betreft. Je proeft gewoon dat het gezond is. Daarbij was het lekker. Win-win dus.

Even graven

De jaarrekening gas/elektriciteit over de periode oktober 2019/2020 was een tegenvaller. Ik moest bijbetalen. Ik snapte er niets van. De apparatuur in de nieuwe keuken was een stuk zuiniger dan de oude meuk die er eerst stond, en dan was ik ook nog elektrisch gaan koken. Oké, ik werkte sinds maart thuis, dus dat betekent een hoger verbruik. Aan de andere kant, het energie-jaarrekening-seizoen ervoor was ik werkloos, en dus ook heul veel thuis. Ik betaalde de leverancier het nog verschuldigde bedrag en hoogde mijn maandelijkse bijdragen op. Just to be safe. Hoewel het mij wel bleef verbazen, liet ik het ook los.

Twee maanden keek ik weer eens naar de verbruiksmanager. Qua elektriciteit verbruik zitten Zoon en ik net iets boven het verbruik van een eenpersoonshuishouden. Qua gas liggen we fors lager dan het gasverbruik van een gemiddeld appartement. Ik kreeg het advies om het maandbedrag wat naar beneden bij te stellen. Dat deed ik zuinigjes met €2,50 per maand.

Aan het begin van deze maand kreeg ik weer zo’n mailtje. Ik keek weer naar mijn verbruik, keek naar vorig jaar en realiseerde mij ineens dat zo’n verbouwing niet alleen qua menselijke energie een slurper is, maar ook qua gas en elektriciteit. Al die extra apparatuur. Al die pogingen mijn huis na een dagje in de kou te hebben gezeten weer warm te krijgen. Raadsel opgelost. Even overwoog ik mijn maandbedrag met de voorgestelde €20 per maand naar beneden bij te stellen maar heb besloten dat niet te doen. Ik gebruik mijn energieleverancier gewoon even als spaarpot. Bij mijn bank krijg ik ook geen rente dus iets mislopen is er niet bij.