Blinde duif

Ik heb het richtingsgevoel van een blinde duif. Het is niet dat ik constant verdwaal, maar het lijkt er soms wel op. Vandaar dat ik tijdens wandelen op (redelijk) onbekende locaties graag achter iemand anders aanhobbel. Ernaast mag ook, maar dan moet ik wel op tijd ‘rechts’ of ‘links’ horen want anders gaat het he-le-maal fout.

Vandaag werkte ik samen met een collega op locatie. Tussen de middag zouden we aan de wandel gaan. Beter gezegd, hij wandelde en ik sukkelde er naast. Nadeel van niet precies weten waar je bent, is dat je ook niet precies weet hoe laat je weer terug bent op de plek waar je met wandelen begon.

Zes minuten te laat bleek toen ik het kantoor opliep. Stond er vroeger een ongeduldige collega aan je bureau, nu hoor je de laptop op al afstand jammeren. Enigszins vermoeid val ik op de stoel neer en open de laptop. Wandelcollega, tot wie het net is doorgedrongen dat ik ook nog naar huis moet wandelen, biedt mij een lift aan. Terwijl ik mijn laptop open sla ik zijn aanbod af. ‘Jij hoeft geen uur te wachten hoor, ik loop wel.’

Mijn gesprekspartner begint met de melding dat collega nummer drie niet bij het overleg aanwezig kan zijn en dat we het kort houden. Ik bedenk mij geen ogenblik en vraag Wandel-collega of zijn aanbod nog geldt omdat het een kort overleg wordt. Een kwartier later ben ik thuis. Dat scheelt mooi driemaal mislopen tijdens de terugweg. Blinde duif, weten jullie nog!

Beetje verbaasd

Toen het idee om mijn balkon nu al te pimpen eenmaal in mijn hoofd zat, kon ik niets anders doen dan op zoek gaan naar passend buitenmeubilair. Ik begon bij de Zweedse doe-het-grotendeels-zelf gigant. Tot mijn verbazing las ik dat het meubilair van mijn dromen in de wintermaanden beter binnen opgeslagen kon worden. Ik krapte mij eens achter het oor. Ik kom uit een tijd dat buitenmeubilair of opvouwbaar was waardoor het makkelijk binnen kon overwinteren, of tegen weer en wind kon. Hoewel ik van mening ben dat mijn huis meer dan groot genoeg is voor Zoon en mij, is er geen opbergruimte voor een loungebank beschikbaar.

Denkend dat de ontwerpers bij de Zweedse doe-het-grotendeels-zelf gigant een steekje los hebben zitten zocht ik verder. Het blijkt tegenwoordig haast standaard te zijn. Alleen dat witte plastic spul kan onbeschermd buiten staan. Voor de rest wordt geadviseerd om, wanneer er geen opslagplek beschikbaar is, het meubilair af te dekken met een weerbestendige hoes. Plastic dus. Zucht.

Ik was het er niet mee eens, maar wat ben ik blij dat ik wel een hoes erbij heb gekocht.

Luxe

Ondanks het verzetten van de klok poog ik mijn dagelijkse wandeling onder werktijd te doen. Even afschakelen op een tijdstip dat de meeste mensen aan het werk zijn. Het lukt niet altijd. Bijvoorbeeld wanneer het water met bakken uit de hemel komt. Nee, ik ben niet van suikergoed en was ik dat wel… een klein beetje smelten kan geen kwaad. Maar zeiknat terugkomen na een wandeling vraagt om een warme douche, en om nu onder werktijd ook nog onder de douche te gaan. Nope. En al helemaal niet wanneer ik telefoondienst heb. Tijdens het wandelen kan ik best de telefoon beantwoorden, maar onder de douche. Echt, er zijn grenzen.

Zo viel die ene middag mijn wandeling in het water. Tegen de tijd dat het droog was wilde ik dat ene vervelende karweitje gewoon af hebben, en ineens was het vijf uur. Dat heugelijke feit werd gevolgd door de zon die doorbrak en mij uitnodigde om naar buiten te gaan. De zin was er, maar ja, er moest ook gekookt worden. Noem mij burgerlijk, maar ik mag graag rond zes uur eten. Dus vroeg ik Zoon of hij wellicht tijd, zin etc had. Voor hij ja zei checkte hij eerst wat er op het menu stond. Risotto. Een van zijn specialiteiten.

Ik ging aan de wandel en hij raakte aan de kook. Buiten rook het vochtig en fris. Lenteachtig met een vleugje herfst. Niet voor de eerste keer concludeerde ik dat het tussen vijf en zes ook goed (en rustig) wandelen is. Maar het allerfijnste aan wandelen op dat tijdstip. Thuiskomen in een huis waar een heerlijke etensgeur je tegemoet komt. Je alleen maar je handen hoeft te wassen en aan tafel kunt gaan. Een klein maar oh zo fijn gevoel van luxe.

Volle maan

Wanneer ik vroege een tijdje slecht sliep, dan was dat gewoon zoals het was. Zonder aanwijsbare reden. Tegenwoordig slaap ik slecht omdat het volle maan is, afnemende maan, nieuwe maan, wassende maan, Weegschaal in Mars staat, Pluto is gedegradeerd van planeet naar dwergplaneet en Boogschutters op leeftijd te eigenwijs zijn om op tijd naar bed te gaan. Andere bekende oorzaken zijn: teveel naar een schermpje staren, te laat eten en bijwerkingen van medicijnen. Als je een reden zoekt zal het internet je die reden geven.

Buiten het verminderen van schermtijd en niet mee vlak voor het slapen nog wat eten, poog ik, met redelijk succes, voor half elf in bed te liggen en slik ik op dagen dat het niet nodig is geen hooikoortsmedicatie. Voeg daar mijn yoga- en wandelactiviteiten aan toe en je zou denken dat ik de laatste week geslapen heb als een baby.

Dat deed ik trouwens ook. Hoewel het gezegde ons anders wil laten geloven, slapen baby’s misschien wel vaak, maar maar zelden een hele nacht achter elkaar. Ik dus ook niet. Ik heb altijd een aantal nachten nodig om te wennen aan zowel de verandering winter/zomertijd als aan de overgang van de seizoenen.

Ondanks voldoende uren in bed word ik duffer en duffer. Ik stuur een collega een uitnodiging voor een afspraak en schrijf er bij, ik wil niet dat je hier vandaag op je vrije dag op reageert. Pas wanneer hij reageert realiseer ik mij dat het al donderdag is. Tot straks bij de vergadering, eindigt hij onze chat. Ik schrik. Heb geen vergadering in mijn agenda staan. Ik kijk in die van hem. Ik ben duidelijk niet de enige die niet bij de les is. Ik wist niet dat ik tegenwoordig een andere functie heb, reageer ik terug. Bij deze vergadering ben ik standaard niet aanwezig.

Dit soort momenten laten mij de waarheid achter gedeelde smart is halve smart beseffen. Hoewel ik het jammer vind voor hem, ben ik wel blij dat ik niet de enige ben die soms te duf voor woorden is.

Idee-temperatuur

Ooit begon een weerman op TV er mee. Tegenwoordig staat het zelfs in de diverse weerapps. Gevoelstemperatuur. Het is min vier maar door een straffe noordoosten wind voelt het als min twintig. Of het is vijfentwintig graden maar door gebrek aan wind en een hoge luchtvochtigheid voelt het als vijfendertig. Dankzij weerman en apps is het woord gevoelstemperatuur ingeburgerd in Nederland.

Ik wil een nieuwe term aan de meteorologisch woordenboek toevoegen. Idee-temperatuur.

In de wintermaanden staat de thermostaat in huize Digitalix overdag op 19,5 graden. In combinatie met mijn warme winterkledij is dat (voor mij) een comfortabele temperatuur. Eind maart, wanneer de tweede lenteperiode van het jaar zich aandient, geeft de thermostaat ‘s-morgens bij het opstaan nog steeds 19,5 graden aan. De hoogste tijd om de lente kleding uit de kast te trekken. Niet te dik. met korte mouwen.

En dat, lieve lezers, is idee-temperatuur. Eén temperatuur, en afhankelijk van het jaargetijden een heel andere ervaring.

  • In de winter, met warme kleding, meer dan warm genoeg.
  • In de lente voelt het als zomers warm, en vraagt het om kleding met korte mouwen.
  • In de zomer, zeker na een hittegolf, is het gewoon te koud, en is een vestje op zijn plaats.
  • In de herfst spreken we ij 19,5 graden van nazomer en is een t-shirt met lange mouwen de kleding.

Herkenbaar? Of ben ik gewoon een bietje maf?

Paniekvoetbal

Ik plaatste dus een bestelling bij IKEA. Zowel op de website als in de bevestigingsmail stond dat de spullen op donderdag 1 april tussen 09:00 en 21:00 uur bezorgd zouden worden. Op de dag zelf zou ik een iets specifieker tijdframe krijgen. Inclusief SMSjes en belletjes en weet ik wat. Prima wat mij betreft. Ik ben overdag toch thuis.

Woensdagochtend zag ik dat ik heel veel mailtjes had gehad. Allemaal van PostNL Extra. Verzonden tussen dinsdagavond 21:00 uur en woensdagochtend 04:00 uur.

  • Wij hebben een aanmelding van IKEA gehad. Het pakket wordt op 31 maart tussen 09:00 en 21:00 uur bezorgd.
  • Onze corona-voorzorgsmaatregelen zijn..
  • Wij hebben een aanmelding van IKEA gehad. Het pakket wordt op 31 maart tussen 10:00 en 13:00 uur bezorgd.
  • Onze corona-voorzorgsmaatregelen zijn…
  • Helaas, IKEA heeft de spullen nog niet aangeleverd. De levering op 31 maart gaat niet door.
  • Onze corona-voorzorgsmaatregelen zijn…
  • Ondanks eerdere berichtgeving komen wij vandaag geen pakket bezorgen. Neem contact op met de leverancier om een nieuwe afspraak in te plannen.
  • Onze corona-voorzorgsmaatregelen zijn…

Als ik ergens geen zin in heb, is het naar de klantenservice van IKEA bellen. Ik keek dus even op de site. Daar stond nog steeds 1 april als leverdatum. Paniekvoetbal van PostNL Extra, concludeerde ik, en wachtte rustig af. En inderdaad, rond negen uur ‘s-avonds kreeg ik een mailtje van PostNL Extra dat mijn pakket op donderdag 1 april bezorgd zou worden. Er volgende nog wat mailtjes, een SMSje en twee telefoontjes. Maar donderdag 1 april, om half elf ‘s-morgens, werden de pakketten bezorgd. Geheel conform de corona-voorzorgsmaatregelen.

Denk ik. Die zes mailtjes had ik nl niet gelezen. Iets met overkill.

De grens over

Het is niet dat ik bang ben of zo, maar naar de tandarts gaan is nooit een hobby van mij geweest. De snelheid waarmee ik het pand verlaat is tot de macht 5 groter dan het tempo waarmee ik naar binnen wandel. Voor de sociale contacten hoef ik het ook niet te doen. Hangend in een onmogelijke houding, met je mond verder open dan volgens mij gezond is, vervliegt elke behoefte aan een gesprek. Sowieso blijft mijn bijdrage in zo’n situatie beperkt tot euh, ah, i-ou-e-et-ie-een. Iets met een geblokkeerde tong.

In februari 2020 ging ik voor het laatst. Ik maakte een afspraak voor zes maanden later, maar toen was ik verkouden. Er werd een nieuwe afspraak ingepland en … jullie raden het al, ik was wederom verkouden. Ondertussen had Zoon een tandarts hier om de hoek gevonden en twijfelde ik of ik de stap ook zou wagen.

Uiteindelijk belde ik twee weken geleden naar mijn oude tandarts. Ik kon bijna meteen terecht. Twee weken wachten is niets bij mijn tandarts. Maandag was het zover. Keurig op tijd stapte ik in de auto. Haar in de plooi, make-up op en niet onder mijn ogen, knap jurkje aan. Ik betrapte mij op fluiten. Geheel tegen mijn gewoonte in wisselde ik zelfs wat koetjes en kalfjes met de mondhygienist uit. Aansluitend werd mijn gebit gereinigd en tussen de diverse apparaten door werden nog wat wetenswaardigheden besproken.

De schoonmaakbeurt zat erop. De stoel werd rechtgezet. Ik slingerde mijn benen naar één kant en zei, Zo, dit uitje zit er bijna op. We keken elkaar aan. Ja, zei zij, het zijn rare tijden dat een tandartsbezoek een uitje is. Iets om naar uit te kijken.

Zeg dat wel. Wat mij betreft ben ik de grens over gegaan. Tandarts en uitje in één zin… Pfff. Die lockdown moet niet te lang meer duren.

Tweede leven

Vier weken geleden, net toen het hooikoorts seizoen begon, kreeg ik een prachtige bos bloemen. Een deel van de bloemen maakte mij aan het niezen. Gelukkig was het mooi weer. Ik ruime het balkon op, en gaf de bos bloemen een strategisch plekje. Uit de wind, in de zon en… te zien vanaf mijn werkplek.

Het bleek een meerfase bos. Tegen de tijd dat de tulpen waren uitgebloeid gingen de rozen open. Toen de rozen het begaven opende de lelie zich in al haar glorie en toen ik er echt niets meer van kon maken bleken de takken geen wilgen te zijn maar iets fruiterigs, die langzaam bloesem krijgen.

De takken zijn te mooi om weg te doen, zei ik tijdens het wandelen tegen Vriendin. Ik denk dat ik de rest weg doe, en de takken in de pot laat staan. Misschien schiet er wel eentje wortel. Ik met alleen nog iets bedenken dat de takken fier recht op blijven staan.

Vriendin is van het type creatief. Wat haar ogen zien kunnen haar handen maken. Daarbij is zij qua materiaal van alle markten thuis. En zo vertrok ik aan het begin van de middag niet alleen moe en voldaan van het wandelen, maar ook met een stuk kippengaas waarmee ik de takken in de pot kon verankeren.

Maandag, de eerste dag van de tweede lente, ging ik met een vuilniszak, kniptang, kippengaas, potgrond en mooie takken aan de slag. 9 takken, uit elkaar gehouden door kippengaas, maken een aardig bos. Een tweede leven bos. En wie weet volgt er zelfs een derde leven. Dat zou helemaal bijzonder zijn.

Het ligt aan mij ..

Het leek zo ver weg, maar tijd vliegt en ineens stond 27 maart voor de deur. De dag van de virtuele Venloop. Ik had Vriendin bereid gevonden mee te wandelen en zij had ook een prachtige route uitgestippeld. Rondje met het Pontje. Iets meer dan tien kilometer maar niet gek veel.

Iets over tienen vertrokken we. Ik zette de app aan en die vroeg om een inschrijving. Dat had ik bij het installeren al gedaan, maar vooruit. Ik voerde mijn gegevens in, koos de afstand, en klikte op start. Aansluitend startte ik de Ommetjes app op. Niet voor de punten, en niet eens voor de serie (want de dag ervoor was de app blijven hangen waardoor mijn wandeling niet was geregistreerd) maar omdat ik hardleers ben.

Na ongeveer een half uur wandelen vond ik dat ik de Ommetjes-app wel uit kon zetten. Die vond wederom dat ik niet actief genoeg gewandeld had. Gelukkig werd de wandeling zelf wel geregistreerd. Voor de gein keek ik even in de andere app. Download de overige onderdelen, en activeer de app. Hiervoor heeft u wifi nodig. Yeah right. Wifi, in de middle of nowhere. Met een druk op de knop verdween de app in de prullenbak. Ik denk dat ik aan een andere telefoon toe ben, zei ik, ik word helemaal gestoord van die niet werkende apps op deze telefoon.

Al kletsend wandelde we verder. Namen het pontje. Lastte een rustmomentje in. Waaide bijna van de dijk. Vermeden andere wandelaars. Genoten van zon, wind en regen. Prezen ons gelukkig dat de hagel een uur voor ons vertrek was gevallen. Tegen de tijd dat we de trap van de Zuiderbrug opliepen begonnen we ons onderstel te voelen. Gelukkig zat de wandeling (10,4k) er toen bijna op.

Ik dronk koffie en ging naar huis. Ik opende mijn laptop en zag dat ik een mailtje had. Van de Venloop. Bedankt voor uw inschrijving. Klik op de link en lees de beschrijving van de app nauwkeurig door. Zucht. Misschien is in dit geval de telefoon toch niet de hoofdschuldige en ligt het aan mij.

Aan de andere kant. Een app met een boekwerk van een handleiding, da’s tegenwoordig aan niemand meer besteed. Het goede nieuws: een nieuwe telefoon aanschaffen heeft ineens wat minder prioriteit. Kan ik op mijn gemak op zoek gaan naar een andere in plaats van overhaast.

Vroeger was ik een zaadje

We gaan terug naar eind vorige eeuw. Zoon en ik rijden over een kronkelende binnenweg van Baarlo naar Maasbree. De mais in het veld staat torenhoog. Ineens zegt Zoon, Mais was eerst een klein zaadje he? Ik bevestig zijn vermoeden. En toen groeide dat zaadje groter en groter, en nu is het een plant. Ik geef hem gelijk. Aansluitend wijst hij nog wat landbouwgewassen aan. Allemaal eerst een zaadje en nu groot.

Zoon valt stil. Iets wat ik prettig vind, want de weg is smal en kronkelig, en het loopt tegen etenstijd. Iets wat zelfs op binnenwegen wat meer verkeer oplevert. Dan zegt hij, Vroeger was ik ook een zaadje, en zat toen bij papa. Later werd ik een eitje en toen zat ik bij jou. Voordat hij de volgende vraag kan stellen zei ik, Ik zie de grote M. Zullen we daar gaan eten? Het bleek afleiding genoeg voor de altijd hongerige jongen. Eenmaal rond en euh gezond kan ik het niet noemen, is hij het hele zaad/ei-verhaal vergeten.

Mij is het altijd bijgebleven en soms borrelt het op. Zoals tijdens de (nieuwe) Paasreclame van de landelijke GrootGrutter. Die met het blauwe logo. Hoe komt die baby in mama’s buik. Uit het leven gegrepen.

Zo’n serie is leuk

Toen ik mijn blogpauze inlaste vroeg een collega plagend, las je ook een ommetjes-pauze in, dan kan ik je inhalen. Ik moest hartelijk lachen tot de hooikoorts mijn in haar greep kreeg en ik stopte met wandelen. Het feit dat ik de serie van 43 dagen op rij wandelen doorbrak deed mij maar net iets minder pijn dan het het missen van beweging en buitenlucht. Tussen stoppen en nu ging ik nog wel eens aan de wandel, maar echt structureel was het niet en regelmatig vergat ik de app aan te zetten.

Tijdens het werkoverleg van de afdeling melde de koploper van het afdelingsteam dat ik op moest passen want dat de plagende collega nog slechts 12 punten achter lag. Mijn rug gooide roet in het eten voor wat betreft mijn plan om nog diezelfde dag het wandelen weer op te pakken.

De volgende dag ging ik al vroeg aan de wandel. Natuurlijk maakte ik mijn collega’s deelgenoot van die wandeling. Ik voelde hoe er aan de andere kant van het scherm gerekend werd. Wandeling 5 punten, actief 4 extra, voor 9 uur nog eens 4 extra. Niet dus. De app had zichzelf uitgeschakeld. Ik kreeg niks, noppes, nadah aan punten.

Wat ik een uurtje later via de chat wel kreeg was een printscreen van het klassement. Ik was mijn derde plaats kwijt geraakt. Het werk van die dag was intensief en gilde om zo af en toe een pauze. Een pauze die ik benutte om mijn tweede wandeling van de dag te maken. Zelfde rondje, nog sneller gelopen. Aan het eind van de rit deelde ik voor het eerst tijdens mijn app-wandel-leven de stand van die dag via what’s app met mijzelf. Toen kon ik naar mijn punten kijken.

Echt, die app heeft een hekel aan mij want ik kreeg alleen de standaard 5 punten. Niks voor een actief gewandeld rondje, nog minder voor het delen van het resultaat. Ondanks dat ben ik collega toch weer voorbij gegaan*). En eigenlijk zal het mij aan mijn reet roesten. De serie van 43 dagen, dat was leuk. Maar verder gaat het om het wandelen. Iets wat nu lente 2 op komst is, leuker is dan ooit.

*)Niet voor lang. Hij loopt nu al zo ver voor, dat ik hem zelfs niet meer in de nek kan hijgen 😉