Zwijgende meerderheid

Al vanaf dag één dat de corona maatregelen van kracht zijn gegaan ben ik een brave burger en houd mij aan de regels. Ik werk voornamelijk thuis, kom alleen voor wandelingen en essentiële boodschappen mijn huis uit. mijd mensen, schud geen handen en sinds een aantal maanden draag ik een mondkapje. Zelfs de avondklok raak mij niet.

Hoewel het volgen van de maatregelen mij weinig moeite kost, voel ik wel een gemis. Even spontaan bij iemand aanwaaien voor koffie is er niet bij. Uit eten gaan, toch echt wel een hobby van mij, kan ik net als de rest van Nederland wel vergeten. Groningse Vriendin heb ik door alle maatregelen (en mijn zwakke blaas) al veel te lang niet gezien.

Buiten dat ik van nature een huismuis ben, werk ik binnen de sector Zorg en Welzijn en hoef niet echt bang te zijn om mijn inkomen te verliezen. Dit in tegenstelling tot een groot deel van ondernemend Nederland. Ik maak mij zorgen over de toekomst van mijn kapster, de winkel van vrienden, de horeca en alle anderen voor wie het werk door dit onvoorspelbare virus stil is komen te liggen. Dus ging ik toen het mocht een keertje extra naar de kapper, kocht die ene keer dat ik in een kledingwinkel was iets meer kleding dan ik echt nodig had, en bestel wat vaker eten bij de lokale horeca ondernemers. En ik houd mij aan de regels om op die manier zo snel mogelijk uit deze ellende te komen. Ik weet het. Het zijn slechts druppels op een gloeiende plaat, maar het gaat om het idee.

Hoewel ik niets kan met de virus (en daarmee pandemie) ontkenners, de 5G en microchip complotdenkers, om over Q-anon nog maar te zwijgen, heb ik begrip voor mensen die bang zijn voor het vaccin. Maar ook voor boze ondernemers die hun levenswerk ten onder zien gaan. Kwetsbare kinderen die door het thuisonderwijs tussen wal en schip belanden. Mensen van alle leeftijden die vereenzamen. Zieken die hun noodzakelijke onderzoeken en behandelen uitgesteld zien, omdat de zorg overbelast raakt en het beschikbare (IC-)personeel de handen vol heeft aan het verzorgen van coronapatiënten.

Heel plastisch gezegd is de situatie in Nederland, Europa, de wereld ronduit KUT. Momenteel is het leven voor niemand een lolletje, al is de ene persoon beter gewapend tegen het leed wat de maatregelen met zich meebrengt, dan de ander.

En toen brak de pleuris uit in Nederland. Besloot een groepje ontevreden Nederlanders, onder andere opgehitst door een aantal politici (he, waar heb ik dat eerder gezien) het heft in eigen hand te nemen. In de media worden het nog uit de hand gelopen protesten en demonstraties genoemd, maar wat er op dit moment in Nederland gebeurt, heeft niets met demonstreren te maken. Dit is rellen om te rellen. Vandalisme pur sang. Op Urk is een teststraat in brand gestoken. In Enschede is de Eerste Hulppost bekogeld. In diverse steden, waaronder Venlo, zijn bewust vernielingen aangericht. Winkels vernield en geplunderd.

Nee lieve mensen, dit zijn geen demonstraties van winkeliers die hun levenswerk zien afbrokkelen. Dit zijn professionele coronahooligans die van stad tot stad trekken om te rellen. Een vreedzame demonstrant gaat niet van huis met vuurwerkbommen in de binnenzak, of een molotowcocktail in de rugzak. Ik denk dat de burgemeester van Eindhoven het goed heeft verwoord. Dit is het schuim der aarden.

Mijn begrip is op.

En tegelijkertijd voel ik mij schuldig. Schuldig omdat ik al sinds maart vorig jaar deel uitmaak van de zwijgende meerderheid. Een meerderheid die het niet per definitie eens is met de maatregelen maar de achterliggende noodzaak wel ziet. Een meerderheid die niet meer in gesprek gaat met de ontkenners, de twijfelaars, de dor-hout roepers, de mensen die het dragen van een mondkapje vergelijken met de Jodenster. Door het zwijgen van de meerderheid lijkt de schreeuwende minderheid te denken dat zij de wil van het volk vertegenwoordigen en voelen de raddraaiers zich gesterkt in het gebruiken van geweld.

Ik ga geen begrip meer opbrengen voor corona ontkenners, viruswaanzinnige en zeker niet voor coronahooligans. Mijn begrip is op en ik zwijg niet langer. Wat er nu in Nederland gebeurt is niet de wil van het volk. De wil van het volk is zo snel mogelijk uit deze shit komen, en het gedrag van de schreeuwende minderheid werkt dat juist tegen.

Vandaar mijn oproep aan de zwijgende meerderheid: lieve mensen, het wordt tijd dat wij niet meer zwijgen maar onze stem verheffen. Niet omdat we het per definitie eens zijn met de maatregelen, of vinden dat het kabinet het zo goed doet, maar omdat we ondanks alle het gezwalk het nut van de (meeste) maatregelen inzien, en zo snel mogelijk uit het corona-dal willen klimmen, zodat het leven weer leefbaar wordt.

Een planning van niets …

Je hebt van die dagen, dan loopt alles net iets anders dan gedacht. Zo ook vrijdag. De wandelingen naar en van het nieuwe hoofdkantoor waren goed te doen. De wandelingen intern, inclusief het vele staan of op het puntje van een stoel mensen wegwijs maken in de wondere wereld van het www, maakte mijn rug ongelukkig. Net als de verdwaalde gluut in het avondeten die maakte dat rechtop zitten tijdens de nieuwjaarsborrel van de PV een ware hel was. Uiteindelijk heb ik de camera tijdens de bijeenkomst maar uitgedaan, zodat niemand zag dat ik zo af en toe dubbelklapte van de pijn in mijn darmen.

Zaterdag werd daardoor een dag van herstel. Beetje lummelen, beetje lezen, beetje youtube kijken, een kort ommetje maken, koken. De rest zou ik zondag doen. Als ik weer wat verder was opgeknapt. Ik begon de zondag met lezen in bed. Iets na 9 uur keek ik voor het eerst naar buiten en dacht, een perfecte dag om niets te doen.

Dus haalde ik de was af, en zette een andere was in. Haalde de vaatwasser leeg, hing er een schoonmaakblok in, en terwijl de vaatwasser druk bezig was zichzelf spic en span te maken, deed ik de rest van de afwas en poetste de keuken. Omdat ik toch bezig was nam ik ook de wc even onder handen. Verder zou ik he-le-maal niets doen. Zelfs geen ommetje. Want dat witte spul begon al aardig te veranderen in pratsch.

Het blijft mij verwonderen hoe ik er geen moeite mee heb een hele to do lijst te negeren om mijn dag te verlummelen, maar wanneer ik bewust wil lummelen er juist van alles uit mijn handen komt. Maar nu doe ik verder niets meer. Nou ja, straks even koken, maar daarna… 😉

Nutteloze feitjes

In de tijd dat ik opgroeide was internet geen ding. Als ik iets wilde weten had ik een aantal hulpbronnen. Mijn ouders, de Dikke van Dalen, een encyclopedie en de non-fictie afdeling van de bibliotheek. De weetjes die ik wilde weten kwamen overal vandaan. Uit de boeken die ik las en de programma’s die ik op TV zag. Mijn ouders waren dol op kennis-programma’s, documentaires en het nieuws inclusief de achtergronden. Algemene ontwikkeling, noemde mijn ouders die kennis en voor hen was algemene ontwikkeling een belangrijk onderdeel van de opvoeding. Jezelf in een gesprek mengen zonder enige kennis van zaken, was in hun ogen not done. Luisteren was prima, vragen stellen om er van te leren ook, maar wilde je meepraten, mocht je je eerst in de achtergronden verdiepen.

Ik denk dat duidelijk moge zijn dat het maar goed is dat beide oudjes nooit kennis hebben genomen van het internet. De hoeveelheid stellige onwetendheid die daar wordt geponeerd, was hen vast te veel geworden.

Mijn dat zoeken we op mentaliteit kwam mij begin jaren 80 als student aan de Bibliotheek- en Documentatie Academie goed van pas. Om ons aanstaande bibliothecarissen voor te bereiden op de wereld aan vragen die wij ooit zouden mogen beantwoorden bleek uitbreiden van onze algemene ontwikkeling één van de belangrijkste onderdelen van de opleiding. Dankzij opvoeding en opleiding heb ik een eeuwigdurende drive om te leren, en het vermogen om snel en gericht kennis, over onderwerpen die mijn interesseren, op te doen. En nog altijd hanteer ik bij nieuwe onderwerpen het principe, luister, leer en informeer voordat ik mij er mee ga bemoeien*).

Algemene ontwikkeling dus. Gisteren, tijdens de derde virtuele nieuwjaarsborrel met pubquiz hoorde ik iemand zeggen, Goh [naam collega], komen al die nutteloze feitjes die jij in je hoofd hebt zitten toch nog van pas. Zucht. Bij twee van de die quizzen ben ik in de top drie geëindigd. Achtenvijftig jaar lang kennis vergaren heeft ertoe geleid dat mijn hoofd vol zit met nutteloze feitjes. Ik voel mij een beetje een fossiel. Een relikwie uit vervlogen tijden, toen kennis er nog toe deed, en soms zelfs een voorwaarden was om deel te nemen aan een gesprek.

Hoe zit het met jouw algemene ontwikkeling?

*) Wat niet wil zeggen dat ik altijd mijn mond houd. Soms open ik mijn mond tegen beter weten van mijn brein in. Niets menselijks is mij vreemd.

Twee zwaluwen …

Twee en een halve week geleden sloeg ik voor het eerst mijn yoga leerboek open. Nou ja, ik opende de les via internet. Het fysieke boek arriveerde pas op dinsdag. Sinds die eerste keer begin ik mijn dag met een minuutje rekken. Terwijl de slaap nog duimdik in mijn ogen zit rek ik mij uit alsof ik poog het plafond aan te raken. Iets wat met mijn 1.70m echt niet gaat lukken.

Sinds vorige week maandag ligt mijn yogamatje dagelijks een minuutje of tien in de kamer, en ik lig, zit of sta op dat matje terwijl ik al mijn gewrichten even een actiemomentje geef. Al twee maandagen op rij heb ik keurig netjes huiswerk gemaakt en ingeleverd. Beide maandagen hebben een mooi punt opgeleverd.

Drie keer per week zit ik met mijn neus in de theorie. Sinds dinsdag ben ik niet alleen bezig met fysieke oefeningen, maar verricht ik ook wat soulsearching. Ik heb het idee dat mijn enkels soepeler worden, net als mijn polsen en kaken. En… het soulsearchen levert leuke inzichten op.

Ik weet het. Een zwaluw maakt geen zomer, en twee zwaluwen ook niet. Maar twee en een halve week op rij zonder dipjes met een studie bezig zijn, dat noem ik een goed begin. En een goed begin… Is het halve werk.

Bizar is denk ik het juiste woord

Sinds ik bij mijn huidige werkgever werk maak ik gebruik van twee telefoons en twee laptops. Een setje voor het werk, en een setje privé. Ik probeer beide setjes strikt gescheiden te houden. Met de laptops is dat prima gelukt, maar met de telefoon is iets fout gegaan. Tijdens mijn eerste werkdag moest ik een app downloaden die niet in het zakelijk profiel zit, en dus met mijn werkprofiel niet te downloaden was. Ik logde braaf met mijn Google account in en installeerde de app. Een paar weken later herinnerde ik mij die verbinding en logde op mijn werktelefoon uit mijn Google account uit. So far, so good.

Aan het begin van de zomer zat ik op een collega te wachten, en opende het adresboek op mijn zakelijke telefoon. Het verkeerde adresboek zag ik, toen ik de namen van vrienden voorbij zag komen. Zonder verder na te denken haalde ik digitaal gezien een strakke actie uit, en verwijderde de volledige inhoud van het adresboek. De telefoon vroeg nog of ik het zeker wist, omdat er gesynchroniseerd was, maar ik heb mijn momenten en zei ja en in een flits zag ik al mijn privé contacten van mijn zakelijke telefoon verdwijnen.

Een paar uur later zag ik waar mijn zakelijke telefoon mij voor had willen waarschuwen. Ook op mijn laptop en mijn privé telefoon was de contactenlijst leeg. Dankzij what’s app wist ik nog een aantal belangrijke contacten terug te vinden.

Soms krijg ik appjes van mensen die ik niet zo heel vaak spreek. Dan zie ik een profielfoto en een nummer, en poog op basis van die gegevens en de tekst een contact te herstellen. Soms kom ik er niet uit en stuur een berichtje terug met de vraag wie is u?

Vandaag had ik weer zo’n appje. Zes meldingen op rij, waaronder een paar foto’s. De profielfoto zei mij niets dus keek ik via meldingen beheer even naar de tekst. Hoi. Ik zit vandaag in de garage want mijn vrouw heeft een ongeluk met de Jimny gehad, en de schade wordt nu hersteld. Toen dacht ik dat jij het wel leuk zou vinden wat foto’s van je oude auto te zien. De rest heb ik niet gelezen, en de foto’s niet bekeken. Niet dat ik niet nieuwsgierig ben naar Suvvertje, maar ik zit niet te wachten op een virus of contact met wildvreemden. Ik heb het appje meteen verwijderd.

Maar het bleef wel door mijn hoofd spoken. Want die auto, die heb ik in 2017 al verkocht. Niet particulier, dus zonder uitwisseling van gegevens. Dat de nieuwe eigenaar mijn nummer heeft, is dus bijzonder. Dat hij mijn nummer al vier jaar heeft bewaard, apart. En dat hij na zoveel tijd nog weet dat mijn naam en nummer bij zijn auto hoort, is euh…

Bizar is denk ik het juiste woord, of hebben jullie een andere suggestie?

Sneeuwbelofte

Het KNMI voorspelde sneeuw, en mijn weer app was het er mee eens. Ergens tussen vijf en negen uur zouden er vlokken vallen. Hoelang en hoeveel, en of het zou blijven liggen, was onduidelijk. Met sneeuw in het vooruitzicht huppelde het kind in mij. Wat is er mooier dan door vers gevallen sneeuw te wandelen? Niets toch. Nou ja, lekker hard in een regenplas stampen heeft ook wel wat.

De volwassene in mij wil ook door ongerepte sneeuw wandelen maar heeft meestal weinig zin om na zessen door de uiterwaarden van de Maas te banjeren. Zo kwam het dat ik rond half zes het door het eten roeren overdroeg aan Zoon, mijn schoenen aantrok en richting Maas wandelde. Mijn rondje zat er bijna op toen ik iets over mijn gezicht voelde kruipen. Een ienieminie sneeuwvlokje. Er vielen meer vlokjes zag ik toen ik met flitslicht een foto maakte.

Ook al zette die kleine vlokjes geen zoden aan de dijk, ongereptere sneeuw dan vallende sneeuw is er niet. Tevreden keerde ik huiswaarts, alwaar het eten klaar was. Perfecte timining.

Rond een uur of negen ‘s-avonds hoorde ik ineens een hoop gejoel van buiten. Ik wierp een blik uit het raam. De straat was vochtig, maar de auto’s waren bedekt met een laagje sneeuw. Sneeuw die door de onderburen werd gebruikt voor een sneeuwballengevecht. Hun innerlijk kind had de strijd met de stoffige, op gemak gestelde volwassen, wel gewonnen.

Love my dealer

Zoals elke verslaafde ben ook ik in bezit van een dealer. Aangezien mijn verslaving legaal is, is mijn dealer dat ook. Een gerespecteerde webshop met meerdere levermogelijkheden. De levermogelijkheid ophalen in de shop is aan mij niet besteed. Als ik die optie had, zou ik niet via een webshop bestellen. Duhuh. Neen, ik laat het bezorgen. Door negatieve leverervaringen uit het verleden kies ik het liefst voor een afhaalpunt in de buurt. Maar ja, strengere lockdown betekend gesloten kappers en boekhandels, dus … dan maar thuisbezorgen.

Donderdag kreeg ik een uur na verstrijken van de levertermijn de melding we gaan het vandaag niet halen. Morgen een nieuwe ronde met nieuwe kansen. Vrijdag keek ik hoe laat ze zouden komen en zag dat het pakket tien minuten eerder bezorgd was. Euh… Zowel Zoon en ik waren op het genoemde tijdstip en beide waren onschuldig. Dus… schoenen en jas aan, sprintje naar beneden om de brievenbus te checken. Geen kaartje.

AHHHHHHH !!!! WIE HEEFT MIJN KOFFIE!!!!!

Ik wachtte nog een uur, maar er verscheen geen bezorger. Ik vond het tijd worden om een klacht in te dienen. Wij nemen geen klachten van particulieren in behandeling. Ga naar uw webshop en… Ik ging naar mijn dealer. Deed mijn verhaal. Ik ga nu namens u een klacht indienen. Wilt u nog even checken of het misschien bij één van de buren is afgegeven? Zo niet, dan stuur ik een nieuw pakket! Mijn dealer weet hoe om te gaan met verslaafden, dat is duidelijk.

Ik belde bij de twee buren waar licht brandde aan. Beide moesten mij teleurstellen. DHL zeker, zeiden beide buren. Ja, wij kennen onze bezorg pappenheimers. Stuur maar een nieuw pakket, zei ik tegen mijn dealer. Zonder zeuren of zaniken werd mijn verzoek ingewilligd. Dat heb ik bij andere winkels wel eens anders meegemaakt.

Het was al zaterdag toen ik een mailtje van DHL kreeg. Uw pakket wordt morgen tussen 10.00 en 15.00 uur geleverd. En inderdaad, om 11 uur was ik in bezit van mijn nieuwe dope. Juich juich. Alleen jammer dat de bezorger weigerde de recycle zakken met gebruikte cupjes… cupjes ja, geen naalden of andere scherpe meuk, mee te nemen.

Voor de gein klikte ik ook nog een keer op de link behorende bij het oorspronkelijke pakket. De klacht had het betreffende centrum bereikt en buiten bezorgd stond er ineens ook uw zending is vertraagd. Verwachte bezorging: zaterdag tussen 16:00 en 21:30 uur. De klacht van Nespresso lijkt te hebben gewerkt. en ik ben in afwachting van een tweede maandvoorraad shit. Om vier uur zet ik de recycle zakken alvast bij de deur. Anders moet de volgende bezorger vier van die zakken meenemen… Iets zegt mij dat die daar niet blij van wordt.

Nou ja, hij of zij, aka de bezorger, zal eerst nog moeten komen. Voorlopig is het bezorgmoment doorgeschoven naar aanstaande maandag.

En inderdaad. Je zal maar verslaafd zijn. De eeuwige strijd. Zucht!

Het werd saai

Hoewel ik koken leuk vind, merk ik dat ik meestal terugval op een aantal standaard gerechten. Op zich niet erg denk ik, want de pannen gaan altijd schoon leeg, maar soms wil een mens wel eens wat anders. verandering van spijs en zo. Ik heb alleen nooit zo’n zin in het zoeken van recepten.

Tot vrijdagavond. Ik zat een beetje doelloos door mijn Instagram tijdlijn te scrollen en eindigde onder het kopje voorgestelde berichten. Ik zag een aantal plaatjes van smakelijk uitziend eten voorbij komen, en ging, vanuit de gedachten, waar rook is is vuur, de foto’s opslaan.

Zondag nam ik alle opgeslagen plaatjes nog eens door. Een aantal zag er net na een stevig ontbijt toch iets minder lekker uit, een aantal andere voelde te bewerkelijk, of ik zag even niet hoe ik er een glutenvrije variant van kon maken. Ik bleef plakken bij kip stroganoff.

Vandaag maakte ik die kip klaar. Halverwege het dichtschroeien van de kip trok ik mijn schort aan. Niet alleen vanwege het spatten van de olie, maar ook omdat het voelde als echt koken in plaats van een standaard maaltijd bereiden. En ja, daar hoort het schort bij.

Het fijnste: het smaakte prima al hebben we al wel wat verbeterpuntjes bedacht. Maar dat hoort er bij. Dat is in mijn ogen koken a là le Chef. De rest van de week beperken we ons weer (redelijk) tot standaard. Een mens moet nu eenmaal niet overdrijven.

schort

Gewonnen

Het heeft even geduurd. Ik heb nog heel wat steken opnieuw moeten insteken, overhalen en af laten glijden. Ik heb geteld, verteld, nogmaals geteld, steken laten vallen, steken uitgehaald. You name it, I did it. Even leek het erop dat het garen ging winnen.

Toen werd ik koppig. Tanden op elkaar koppig. Rode waas voor de ogen koppig. IK GA WINNEN koppig. Dat is gelukt.

Is de trui perfect. Verre van. Maar hij is klaar. Past. Is lekker warm. Een waardige aanvulling op mijn garderobe.

Na het maken van de foto’s heb ik de hals nog iets smaller gemaakt, en alle losse draadjes weggewerkt. Ik ben een tevreden mens.

Nu alleen duimen dat-ie zijn eerste ritje in de wasmachine (o graden, nauwelijks centrifugeren) overleefd. Anders is al mijn werk voor niets geweest. 😉

Een beetje warmte

Gisteren draaide ik een bonte was. Niets bijzonders, dat doe ik vaker. Alleen zag ik bij het ophangen dat mijn beide winterpyjama’s nat waren. In plaats van er op te gokken dat, tegen de tijd dat ik naar bed wilde, zeker één pyjama droog was, viel ik terug op een trucje van mijn moeder. Kledingstukken op de verwarming drogen.

Terwijl de stoom er nog net niet vanaf kwam, dacht ik terug aan ooit. Hoe Mams in de wintermaanden onze pyjama’s voor de kachel hing zodat wij heerlijk warm ons bed in konden duiken. Later, toen Zoon een peuter, kleuter was, deed zij dat voor hem ook. Maar dan op de verwarming.

Even droomde ik over een beetje warmte voor het slapen gaan. Toen drong het tot mij door dat dat beetje warmte slechts op twee manieren werkt. De eerste is, de lucky one gaat eerder naar bed dan het moment waarop de verwarming voor de nacht naar beneden wordt gedraaid. De andere manier is de verwarming niet op tijd naar beneden draaien.

Dat eerste is nicht im Frage en dat andere, daar kan de ecologische vrek in mij niets mee. Het is bij een warme herinnering gebleven. Ook niets mis mee als je het mij vraagt.

Dahag, goed voornemen

Ik had dus ineens een flinke stijve nek. Om verder leed te voorkomen, maak ik net voor ik ga slapen het raam op mijn slaapkamer dicht, met als gevolg dat ik elke ochtend met een forse hoofdpijn opsta.

Zo ook vandaag. Buiten de hoofdpijn was ik ook nog wat snotterig, en rond half negen dacht ik dat de verwarmingsketel kapot was, en door stookte. Zo warm was het in huis. Een blik op de thermostaat vertelde mij dat er niets mis is met de ketel. Een blik op de thermometer vertelde mij dat het euvel geheel aan mijn kant licht.

Om 11 uur vanmorgen ben ik naar de teststraat geweest. Conform de laatste complottheorieën heb ik nu een chip ingeplant gekregen, en kan de overheid mij gaan inzetten als 5G hotspot. Vanavond of morgen hoop ik van de GGD te horen dat ik nog steeds een negatief zonnetje in huis ben.

Ondertussen ben ik nog snotteriger dan vanmorgen, ging aan het eind van de dag mijn stem fietsen, en gaat de voorkeur van mijn hoofd uit naar een zittend beroep. Wat het goede voornemen betreft: jullie snappen vast wel dat ik vandaag geen ommetje heb gemaakt. 😉

Oh, en Zoon is aan het koken, en aan mijn reukvermogen mankeert nog niets. Het ruikt heerlijk.

Edit 9-1-2021: Ik ben inderdaad een negatief zonnetje in huis. Geen corona maar gewoon ouderwets fors verkouden.

Sirene

Er zijn van die dingen, daar kan je de klok op gelijk zetten. Zoals de sirene op de eerste maandag van de maand rond de klok van 12 uur. No matter wat ik aan het doen ben, ik hoor de sirene. Behalve vandaag. Vandaag, de eerste maandag van 2021, heb ik geen sirene gehoord. Iets wat ik mij rond de klok van drieën pas realiseerde.

Ik ging op onderzoek uit, want het wil er bij mij niet in dat het in december 2020 nog nodig was om de sirenes te testen, en nu niet meer. Ik kwam al snel een bericht tegen dat door een foutje de sirenes in Zeeland niet af zijn gegaan. Maar Zeeland en Limburg liggen niet bepaald bij elkaar in de buurt. Ik zocht verder.

Met een beetje speuren wist ik weer waar ik vandaag om 12:00 uur was. In het overdekte winkelcentrum bij de XL buurtsuper. Misschien een kwestie van Oost-Indisch doof zijn maar het zou ook kunnen dat je de sirene daarbinnen nooit hoort. Terwijl het juist wanneer je in de XL rondloopt prettig is wanneer je de sirene wel hoort. Kan je gelijk extra WC-papier inslaan. Oh, en levensmiddelen natuurlijk.

Bron: Gerrit de Jager (Instagram)

Stomme Muts

Toen ik nog een klein frutje was, was mijn moeder altijd bezig met het weghouden van de kou. Hemdje aan, kraagje of col(trui), sjaal om, muts op. Dat soort werk. Of zij voor zichzelf net zo streng was weet ik eigenlijk niet. Wat ik mij wel kan herinneren is een omgeknoopte hoofddoek op winderige herfst- of lentedagen en een muts in de winter. Een afgrijselijke muts. Een soort zwart nep-konijnenbont met van die lange oorflappen die je zo fijn onder je kin kon strikken. Ik had dus zo’n zelfde muts, maar dan in het wit.

Nee, er zijn geen foto’s van en dat is maar goed ook. De mutsen waren warm maar foeilelijk. En na slechts een regenbui (en wanneer regent het nu niet in Nederland) veranderde het zachte konijntje in een of ander punkexemplaar waar je de rest van de winter mee voor joker liep.

Ik haatte hemd, kraagje, col(trui), sjaal en muts en tegen de tijd dat ik naar de middelbare school ging konden al die onooglijke warmhouders mij gestolen worden al dacht ik wel eens met weemoed aan een hemdje wanneer de wind zo lekker koud over mijn blote rug (want lage broek en korte trui en jas) heen waaide, maar ik weigerde overstag te gaan.

Verstand komt met de jaren en tegenwoordig trek net zo makkelijk een muts over mijn oren als dat ik een hemdje aantrek. Alleen kraagjes en coltruien zitten nog altijd in mijn allergiezone. Zo gauw ik iets in de buurt van mijn keel voel krijg ik het al benauwd. Het meeste van mijn kleding heeft wijde halzen. Mijn nek en een deel van mijn schouders zijn eigenlijk altijd onbedekt.

Ook in bed. En wanneer het raam open staat (bijna altijd) waait de wind heerlijk over mijn rechterschouder. Een rechterschouder die de laatste dagen tijdens de winderige wandelingen ook al een tik had gehad. Vannacht schoot de kramp, de pijn erin. Mijn hoofd werd te zwaar, hoe ik ook ging liggen. Na dik twee uur moeizaam en pijnlijk draaien kon ik nog maar een ding doen. Ik maakte het raam dicht en draaide, in een poging die ene schouder en nekspier die aan het k&tten was te ontspannen, een tricot rokje als capuchon met kraagje om mijn hoofd zodat schouders, hals en nek warm konden worden. Na nog een uurtje draaien viel ik eindelijk in slaap. Vanmorgen bleek de ergste pijn verdwenen.

Ik draag al jaren hemdjes, sjaals en mutsen. Het lijkt erop dat ik mijn moeder over die verrekte kraagjes en colletje ook gelijk moet geven. Net als over een muts die je onder je kin vastknoopt ter bescherming van je nek. Zucht. Ik begin echt een fossiel te worden.

Gezegend

Eenieder die hier al wat langer leest, heeft de orchideeën van Mam wel eens voorbij zien komen. Onderdeel van de erfenis. Vooral omdat ik het niet over mijn hart kon krijgen een bloeiende plant weg te gooien. Na een bloeiperiode van zeker één jaar en negen maanden viel in november de laatste bloem op de grond. Ik pakte de schaar om de stengel eruit te knippen en zag aan het uiteinde van de stengel een klein, groen puntje. Ik liet de stengel zitten en de plant voor het raam staan. Met kerstmis stond zij weer in bloei, en ik vermoed dat de bloemen van de nieuwe stengel die is verschenen over een week of twee open gaan.

Leuk bericht natuurlijk, maar niet voldoende voor een blog. Net zo min als dat de Yarden-update voldoende is voor een heel blog. Ik kreeg een mailtje van Gerda van de debiteurenafdeling dat ik €25,20 terug gestort ging krijgen. In die mail werd ook de jaarpremie 2021 genoemd en wel €38,28. Vandaag zag ik dat Yarden €63,48 op mijn rekening had gestort. Met andere woorden: Ik heb de jaarpremie voor 2021 ineens niet meer betaald.

Natuurlijk heb ik Gerda een mailtje gestuurd met het verzoek een nieuwe factuur voor de jaarpremie 2021 te regelen. Inderdaad, gebed zonder einde.

Verder kocht ik vandaag twee 1/2 loten voor de oudejaarsloterij. Dat heb ik vaker gedaan. Meestal ging daar een dromen aan vooraf. Dromen over een doel. Auto, badkamer, keuken, (eerder) stoppen met werken, huis afbetalen. Dat soort dingen. Dit keer kocht ik de loten voor de droom en kwam tot de ontdekking dat ik een gezegend mens ben. Of een zielig mens, dat kan ook. Maar ik kon dus zo één twee drie geen dromen bedenken.

In eerste instantie liet ik het nadenken rusten want ik win toch nooit wat. Maar ja, stel dat ik dit jaar wel win. Pfff. Afhankelijk van het bedrag ga ik het balkon herinrichten, los wat hypotheek af, en doe wat donaties. Stichtingen en/of vrienden. Daar ben ik nog niet over uit. Maar ik heb nu wel wat te dromen de komende euh.. 30 uur of zo.

En, doe jij mee aan de oudejaarsloterij (of een andere loterij) en waar droom je van?