Jeukwoorden

Samen met vriendin bekijk ik de net aangebrachte wijzigingen op mijn LinkedIn-profiel. Ik zie een berichtje binnenkomen. Van een recruiter. Het bericht begint met de melding dat de mooiste kansen uit onverwachte hoek komen. Ik lees verder en klik op de link naar de vacature die mijn leven gaat veranderen.

Ik herken de vacature. Hoe de beste man bij het idee komt dat ik met mijn CV binnen het gevraagde functieprofiel past, is mij een raadsel. Qua kennis en kunde match ik ongeveer 25%. De zaken waarop ik niet match (buiten kennis en kunde onder andere het aantal uren en de hoeveelheid tijd op de weg) zijn wat mij betreft onoverkomelijk en trekken het matchpercentage naar 0%. Ik wil de vacature al sluiten wanneer vriendin begint te lachen. Zij wijst op het onderdeel ‘wat krijg jij hier voor terug?’ Zover was ik niet eens gekomen.

Er staan een hoop jeukwoorden en bijbehorende acties op een rij. Vier wekelijks wordt ergens in den landen een borrel-uitje georganiseerd. Elk kwartaal komen alle stafmedewerkers bij elkaar op een inspirerende locatie. En last but not least… er wordt aandacht besteed aan de funfactor van mijn werk want genieten hoort erbij.

Ik schiet in de lach en het gevoelsmatige matchpercentage zakt spontaan naar -10%. Begrijp me niet verkeerd: ik vind het prettig om goed contact met mijn collega’s te hebben, en zo af en toe samen privétijd doorbrengen is prima. Leuk zelfs. Maar minimaal 16 keer per jaar? Daar zie ik de fun niet van in. Die tijd besteed ik liever aan mijn vrienden en familie.

Ik heb de recruiter vriendelijk bedankt voor zijn aanbod. Dankzij een hele fijne knop die LinkedIn daarvoor ontwikkeld heeft, hoefde ik niet eens na te denken over mijn bewoording. Ik word steeds handiger met LinkedIn.

Social Media en Personal Branding

Ik was nog niet zo gek lang werkloos toen ik besloot mijn aanwezigheid op de diverse social media drastisch te verminderen. Ik zette de rem op mijn Facebook, Instagram & YouTube gebruik, en beëindigde mijn Twitter account. Ineens hield ik een zee van tijd over. Tijd die ik kon besteden aan het vinden van werk. Het voelt daarom wel dubbel, dat ik steeds vaker het advies lees om bij het zoeken van werk gebruik te maken van social media en om mijzelf als merk weg te zetten. Geïntrigeerd meldde ik mij aan voor de workshop van Adecco.

Afgelopen donderdag was het zover. Mirjam Stoffels, Online Consultant bij Adecco, nam een grote groep geïnteresseerde aan de hand mee door de wondere wereld van social media en personal branding. Het lijstje don’ts bleek groter dan het lijstje do’s. Zet niet op social media dat je een avondje weg gaat, of op vakantie gaat lijkt een open deur, maar dat soort berichten is met name op Facebook schering en inslag, waarbij de privacyinstelling met enige regelmaat op openbaar staat, zodat de hele wereld mee kan lezen.

Een andere don’t is het plaatsen van foto’s van je kinderen en/of kleinkinderen. Niet eens zozeer vanwege het feit dat afhankelijk van je instellingen de hele wereld mee kan genieten, maar vooral vanuit privacy overwegingen van je (klein)kind(eren). Want hoe leuk is het om als achttienjarige je babyfoto’s op Facebook tegen te komen. Mijn zoon is daar bijvoorbeeld niet van gediend, en staat zelfs onherkenbaar op zijn Facebook profiel foto.

Bovenstaande geldt voor het gebruik van social media in het algemeen. Wanneer je het over personal branding hebt, oftewel het neerzetten van jezelf als merk, is het van belang dat je authentiek bent. Dat je jezelf op internet niet wezenlijk anders voordoet dan je hoe je in het dagelijks leven bent. Maar ook, dat de verschillen tussen hoe je bent op bijvoorbeeld Linkedin en Facebook niet te groot zijn. Profileer je op LinkedIn niet als verbinder of peacemaker, om op Facebook he-le-maal los te gaan in de Pieten discussie (om maar een dwarsstraat te noemen).

Het laatste deel van de workshop stond in het teken van LinkedIn. Van alle social media toch het meest gericht op het vinden van werk, en het bijblijven op je vakgebied. Zeker wanneer je werkzoekend bent is gezien worden op LinkedIn een must. Om dit te bewerkstelligen is het van belang dat je een volledig ingevuld profiel hebt, zodat je de status zeer deskundig krijgt. Die status zegt niets over je competenties en vaardigheden, maar zorgt er wel voor dat bijdragen van jouw hand (of dit nu een eigen artikel is, een bericht wat je deelt of een bericht wat je interessant vindt) door meer mensen wordt gezien. Dat je naam door meer mensen wordt gezien.

Daarvoor heb je trouwens wel iets meer nodig dan alleen de status zeer deskundig. Het eerste uur na het plaatsen van een artikel, het delen van een bericht of reageren op een bericht van een ander, is van cruciaal belang. Verricht je één van die acties op een tijdstip dat jouw netwerk niet online is, dan heeft dat negatieve gevolgen voor het aantal mensen wat jouw bijdrage(n) op hun tijdlijn gaan zien.

Verder is het van belang dat je met enige regelmaat op LinkedIn laat zien dat je aanwezig bent. Dit doe je door te berichten (al dan niet origineel) te delen en te reageren bij derden. Het beste is om dit tussen de 5 en 10 maal per week te doen, maar probeer wel het aantal bijdragen per dag te beperken tot 2. Meer leidt tot overkill, overkill kan er toe leiden dat je connecties je gaan ontvolgen, of zelfs de link opheffen.

Ook het aangaan van connecties kan je zichtbaarheid op LinkedIn vergroten. Zaak is wel om, wanneer je een link-verzoek stuurt naar iemand die je niet kent, een berichtje toe te voegen met de uitleg waarom je het link-verzoek gestuurd hebt. Om een berichtje toe te voegen aan een connectie verzoek, verstuur je dat verzoek vanuit het profiel van je mogelijk nieuwe connectie (en niet vanuit de Mijn netwerk // mensen die u wellicht kent pagina).

Ondanks het feit dat de hele workshop slechts twee uur duurde en ik dacht alles wel te weten omtrent social media in het algemeen en LinkedIn in het bijzonder, heb ik toch een aantal dingen geleerd*). Ten eerste dat ik dankzij mijn natuurlijke drang naar authenticiteit goed bezig ben. Ten tweede, dat het in de kader van mijn zichtbaarheid op LinkedIn handig is dat ik een aantal maal per dag ‘zinloos’ door mijn LinkedIn tijdlijn scroll en mijn aanwezigheid kenbaar maak. Met mate! Dat dan weer wel. 😉

*) NB. De technische tips laat ik hier buiten beschouwing. Misschien dat ik ooit eens alle tips op een rijtje zet, maar voor nu laat ik dat aan de experts over.

Het laatste studieresultaat is binnen ..

Persoonlijk

Toen begin 2018 de reorganisatie van de afdeling ICT werd aangekondigd, was dat voor mij een reden na te denken over mijn toekomst. Wilde ik als HR/ICT-er met pensioen gaan, of ging ik nog eenmaal voor een carrièreswitch? Ik was klaar met het HR/ICT-erschap en koos voor dat laatste, en in oktober 2018 begon ik aan de opleiding Online Communicatie & Social Media. Om op die manier van mijn hobby mijn werk te maken.

Al studerend en solliciterend, met de modules webdesign en social media in de pocket, duurde het even voordat het tot mij doordrong, dat alle switches in mijn carrière van organische aard waren. Het gevolg van bewust ja (of nee) zeggen tegen een aanbod, maar nooit een verandering met voorbedachte raden.

Rondom de tijd dat ik aan de laatste module online marketing begon, groeide het besef dat ik nooit een hekel aan mijn werk heb gehad, maar teleurgesteld was in de organisatie. Terwijl elke HR en/of ICT sollicitatiebrief zo uit mijn vingers rolde lukte het reageren op communicatiefuncties niet. Een veeg teken. Vooral omdat mijn blogspiratie steeds minder werd, tot ik van de zomer er zelfs over dacht mijn blog aan de wilgen te hangen.

Een moduleopdracht schrijven is lastig. Een moduleopdracht schrijven voor een onderwerp wat je niet ligt, is lastiger. Wanneer je dan ook nog tot de conclusie komt, dat (online) marketing echt niets voor je is, en je halverwege de module een andere docent krijgt, die de stof op een heel andere manier behandeld, en op andere punten de nadruk legt, is het bijna ondoenlijk.

Even heb ik overwogen dat ding maar niet te schrijven. De opleiding de opleiding laten. Maar zo zit ik niet in elkaar. Ik wilde de opleiding afmaken. Ik wilde slagen. Ik wilde mijn droom, mijn plan, nog niet opgeven. Bovendien ben ik op studiegebied een strebber.

Het schrijven van de opdracht was een martelgang. Of beter gezegd, het denkwerk. Op de valreep leverde ik mijn opdracht in. Op dat moment viel er een last van mijn schouder. De blogspiratie kwam terug. Mijn droom bleek ineens geen droom meer. Terwijl de ene na de andere van mijn medestudenten een onvoldoend kreeg wist ik twee dingen. Ik heb het niet gehaald, en ik ga geen tijd en geld in een herkansing steken.

Ondanks dat ik eigenlijk wel wist dat ik het niet gehaald had, bleef ik tegen beter weten in hoop houden. De 4 die ik kreeg kwam, na de 9 voor webdesign en 7 voor social media, best hard aan. Toch blijf ik bij mijn eerdere besluit om niet te herkansen. Net als mijn medestudenten heb ik er niets van begrepen. Herkansen voelt daarom zinloos. Mocht ik ooit op organische wijze het communicatie of marketing vak inrollen, kan ik altijd nog uitzoeken of ik iets met dit open einden kan of moet.

En dan is het nu tijd voor een schoolvakantie!!

Nu loop ik als een oud vrouwtje

Persoonlijk

Aan het eind van een lange dag vol 100.000 dingen uitzoeken voor de aanstaande badkamer- en keuken verbouwing, zei Nicole (INNIC: Ontwerper van ruimte) ‘Ik heb misschien een stageplek voor je.’ Wat zij daarna allemaal uitlegde ging een beetje langs mij heen. Wat bleef plakken was Levensloopbestendig Wonen Limburg, MKB-ers, platform, website, & social media. Ik beloofde erover na te denken. Het duurde niet lang voordat ik ja zei. Wel met de toevoeging dat ik er, zodra ik een baan zou vinden, mee zou stoppen. Logisch volgens Nicole.

Als stagiaire Communicatie deed ik mee aan een workshop Intercollegiaal overleg. Ik leerde hoe een aantal MKB-ers met een bouwgerelateerde achtergrond, allen met een passie voor duurzaamheid en levensloopbestendig wonen, elkaar een aantal jaren geleden hebben gevonden en samen met de gemeente Horst aan de Maas, de Hogeschool Zuyd en een ergotherapeut in het project Levensloopbestendig Wonen Limburg zijn gestapt. Ik was bij de afsluitende bijeenkomst van het project. Ik hoorde de vraag: ‘Hoe nu verder?’

Anke van Horne heeft de hele gedachtevorming tijdens de presentaties en workshops op papier gezet. De tekening is inmiddels te bewonderen in het gemeentehuis van Horst aan de Maas.

Het ‘hoe nu verder’ is een tweesporenbeleid. Een deel van de MKB-ers en een ergotherapeut bundelen hun kracht en expertise om individuele particuliere woningbezitters middels een adviesgesprek te informeren over de (on)mogelijkheden om hun woning te verduurzamen en/of levensloopbestendig te maken (of voorbereidingen te treffen). Dit gesprek zal (vaak) plaatsvinden op het moment dat de particuliere woningebezitter bij één van de aangesloten MKB-ers aanklopt met verbouwplannen en vaak nog helemaal niet bezig is met later als ik oud ben. Door in een vroegtijdig stadium na te denken over mogelijke opties om het huis nu of in de toekomst aan te passen zodat men langer thuis kan blijven wonen, voorkom je paniekvoetbal wanneer later ineens voor de deur staat.

Is de noodzaak tot levensloopbestendig verbouwen wel al aan de orde, kunnen deze MKB-ers ook meedenken over mogelijke oplossingen. Dankzij het samenwerkingsverband beschikt de individuele MKB-er niet alleen over de eigen expertise, maar kan of één op één overleggen met een collega, of de casus inbrengen tijdens het intercollegiaal overleg, om op die manier de klant een zo optimaal mogelijke oplossing aan te bieden.

Daarnaast gaat een aantal projectdeelnemers (waaronder een aantal MKB-ers maar bijvoorbeeld ook de gemeente Horst aan de Maas) aan de slag met een nog op te richten platform Levensloopbestendig Wonen Limburg. Het platform moet de plek worden waar iedereen terecht kan met vragen maar ook mogelijke oplossingen omtrent levensloopbestendig wonen. Halen en brengen is het motto.

Deelnemen aan De Greune Mért, een duurzaamheidsmarkt georganiseerd door de gemeente Horst aan de Maas, leek (en bleek) een mooie manier om de bewoners uit de regio Horst aan de Maas bekend te maken met het bestaan van de Expertgroep MKB en om mensen te vinden die mee willen denken over de vorm en inhoud van het nog op te richten platform Levensloopbestendig wonen.

‘Kom je ook?’ vroeg Nicole, en ik zei ja. En zo kwam het dat ik zondagochtend vroeg richting Horst vertrok.

Omdat beide groepen nog niet over folder (of ander promotie) materiaal beschikken, is er voor gekozen om op ludieke wijze het gesprek met het publiek in gesprek aan te gaan. Door de stands van beide groepen werd een rolstoel annex rollator parcour uitgezet. Deel één van het parcour was zo ingericht als de meeste huizen. Dat wil zeggen, met drempeltjes en (vaak) smalle doorgangen. Aan het eind van het parcour stond één deurpost die wel aan de voorwaarden levensloopbestendig voeldoet. Daar was ook een ‘halletje’ gemaakt, wat groot was om een rolstoel in te draaien. Mensen uit het publiek mochten door middel van een rollator wandeling of een ritje in de rolstoel, de verschillen ervaren.

Klinkt simpel, nietwaar? Te simpel eigenlijk. Dat is ook zo. Twee Ergotherapie studenten van de Hogeschool Zuyd kwamen to the rescue. In hun koffertje zat een zogenaamd ouderdomspak. Het pak bestaat uit een verzwaard vest, enkel-& polsbanden en een nekband. Bij elkaar ongeveer 18 kilo. Dit om het gevoel van krachtsverlies dat veel mensen bij het ouder worden ervaren, te simuleren. Daarnaast kreeg de proefpersoon ook nog een geluidswerende koptelefoon op, een hadden zij een aantal brillen bij zich, waarmee veelvoorkomende zichtproblemen bij het ouder worden nageboots werden. Dankzij de twee studenten en hun koffertje konden mensen bij ons een ervaring opdoen.

Maar eerst moest het publiek geïnformeerd worden over de mogelijkheid deze ervaring op te doen. Nicole had het ouderdomspak voor aanvang van de mért al getest, dus liet ik mij, een half uurtje na de start van de mért, in het pak hijssen. Vooral door de bril met beperkend zicht, was het een ware martelgang. Het was maar goed dat de muren uit op de grond geplakt ducttape bestonden, want anders was ik bont en blauw geweest. Na de eerste bocht was ik dankbaar dat één van de studentes naast mij liep, om bij problemen meteen in te kunnen grijpen. Onder groeiend bekijks van het publiek bewandelde ik het parcours viermaal. Toen was het tijd geworden, nog steeds allercharmanst uitgedost, het gesprek met het publiek aan te gaan.

Godzijdank wilde iemand uit het publiek, een medewerker van de thuiszorg, het pak wel eens proberen om een beeld te krijgen van wat haar cliënten dagelijks ervaren. Het bleek een eye-opener en wel dusdanig dat zij tijdens het eerstkomende werkoverleg gaat voorstellen dat al haar collega’s dit ook eens gaan ervaren.

Het bleef niet bij deze ene mevrouw. Het bleef (gelukkig) niet bij een goed gesprek.

Al met al was het een geslaagde dag. Alleen jammer van de spierpijn die ik aan het sjouwen met al dat gewicht heb overgehouden. Nu loop ik als een oud vrouwtje, zelfs zonder die achttien kilo extra. Nou ja, het was voor een goed doel.

Mijn ‘voorland’

Ze zien alleen maar dat je dinsdagmiddag bij de kapper zit…

Persoonlijk

Al scrollend door mijn LinkedIn tijdlijn zag ik bovenstaand bericht staan. Het gelinkte artikel betreft een ode van Japke-d. Bouma aan alle zzp’ers, maar het is de samenvatting van Bastiaan Heijne (een zin uit het artikel) die iets triggert. Een herinnering uit een grijs werkverleden. Ik wilde al typen, ‘dat werkt niet alleen zo voor ZZP-ers hoor!!’ toen ik mij bedacht dat het wellicht beter was wanneer ik het artikel eerst even las.

Ja lieve mensen, ik ben duidelijk een stuk verstandiger dan mijn jongere zelf.

Ik wilde dus schrijven, ‘niet alleen de mensen in de omgeving van een ZZP-er zien alleen maar je kappersbezoek, en niet hoe hard je werkt. Ook leidinggevenden kunnen er soms wat van. Ik heb met zo’n exemplaar mogen samenwerken.’

Enfin, ik las dus eerst het artikel en zag dat mijn gevoelens gedeeld worden. In Dit is een ode aan alle zzp’ers stipt Japke-d. ook de niet altijd even prettige werksfeer waar werknemers in loondienst mee te maken krijgen, aan. Noemt het zelfs als één van de redenen waarom mensen alle ‘zekerheid’ achter zich laten, en aan een onzeker bestaan als zzp’er beginnen.

Misschien wel verstandiger, maar toch zit er nog wat oud zeer

Oud zeer, waar ik, realiseer ik mij ineens, nu tijdens bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken nog wel eens last van heb, omdat sommige vragen dat oude gevoel van ‘hoe kan ik het ooit goed doen, wanneer ze alleen maar zien wat ze willen zien’ boven komt drijven. Met dat gevoel komen de stekels, met de stekels onzekerheid, met de onzekerheid de neiging dat te verbloemen door iets te veel bravoure in de strijd te gooien.

Ineens dringt het tot mij door hoe bijzonder het is dat ik tijdens een sollicitatiegesprek onbewust vooral de negativiteit van die ene leidinggevende bij mij draag, en niets doe met alle positieve feedback van alle overige leidinggevenden. Het schijnt iets heel menselijks te zijn, maar nu ik het weet, kan ik ervoor zorgen dat ik voor het volgende gesprek mij ervan bewust ben, dat die ene man slechts één van de weinige was, en zeker niet maatgevend.

Kijk… Heeft dat ‘even doelloos door mijn tijdlijn op LinkedIn’ toch iets heel belangrijks opgeleverd!

———————

Voor de geïnteresseerden rest mij nog te eindigen met de herinnering die werd getriggerd.

Ik werkte als bibliothecaris voor een informatiecentrum binnen Philips. De mensen die gebruik maakte van het informatiecentrum woonde en werkte verspreid over de hele wereld. De openingstijd van het informatiecentrum was gelijk aan mijn werktijd, van acht tot half vijf. Nu ben ik een Joris Goedbloed, dus wanneer een collega uit Groningen, Madrid, Singapore (you get the picture) tegen half vijf het informatiecentrum binnenliep zei ik altijd, ‘U mag tot zes uur blijven.’ Ikzelf deed dat dan ook.
Ik werd geacht te ‘klokken’ en de overwerkuren op mijn ‘tikkaart’ stapelde zich op.
Mijn eerste twee leidinggevende wisten dit, en stuurde mij ter compensatie van mijn uren, regelmatig vroeger naar huis.
Er volgde een reorganisatie en ineens had ik baas nummer drie. Die tijdens het eerste functioneringsgesprek zei ‘dat hij geen klachten had over mijn werk, maar dat ik te sportief gekleed was.’ Mijn opmerking dat-ie dan maar voor bedrijfskleding moest zorgen, viel niet in goede aarde.
Een week later ging ik niet om half vijf of later naar huis, maar vertrok om vier uur. Toen ik zijn kantoor voorbij liep, waar zijn koffertje al ingepakt klaar stond, om klokslag half vijf te vertrekken, riep hij mij zijn kantoor binnen. ‘Waar ga jij naar toe? Wij werken hier tot half vijf.’
Zonder iets te zeggen heb ik mij omgedraaid, ben naar mijn eigen kantoor gelopen, heb voor tien jaar ‘tikkaarten’ met een plus saldo van om en de nabij tienduizend plustikken (elke tik is zes minuten waard) gepakt en die even later, met de woorden, ‘naar huis’, met een zwierig gebaar over zijn bureau uitgestort.
Mijn kledingkeuze en mijn komen- en gaan zijn nooit meer onderwerp van gesprek geweest. En toch…. was het vooral het stukje negativiteit dat was blijven plakken.

Dat stomme brein ook!

Ik en mijn grote mond: Inspiratiedag Werkzoekenden Peel en Maas 22 oktober a.s.

Sinds ik begin dit jaar voor het eerst naar een Ontmoetingsochtend voor Werkzoekenden in de bibliotheek van Panningen ben geweest, houd ik de ochtend van de vierde dinsdag van de maand zoveel mogelijk vrij. Na elke bijeenkomst groeit mijn bewondering voor de stuurgroep die elke maand weer een programma neerzet wat klinkt als een klok. Toen in mei de Inspiratiedag Werkzoekenden werd aangekondigd, schreef ik dit evenement meteen in mijn agenda. Alleen een baan kon tussen de Inspiratiedag op 22 oktober a.s. komen.

Tijdens de laatste Ontmoetingsochtend werd aan de aanwezigen gevraagd of iemand tijd en zin had om tot de stuurgroep toe te treden. Enthousiast als ik ben, en altijd bereid mijn steentje bij te dragen, bovendien kan ik er alleen maar slimmer van worden, meldde ik mij aan. Afgelopen dinsdag stond mijn eerste stuurgroepvergadering gepland. Hét onderwerp van de vergadering was de Inspiratiedag Werkzoekenden. Ik nam alle ontvangen stukken ter voorbereiding door, en werd enthousiaster en enthousiaster. Het gaat een topdag worden.

Een topdag waar ik wel bij ben, maar niet aan deelneem. Als lid van de stuurgroep heb ik andere taken. Ik en mijn grote mond. 😉

Nieuwsgierig geworden? Voor meer informatie en aanmelden, klik hier.

Omgaan met sollicitatiestress

Het onderwerp van de Ontmoetingsochtend voor Werkzoekenden (bibliotheek Panningen) leest als een open deur. ‘Sollicitanten ervaren stress bij de zoektocht naar werk, in de voorbereiding en tijdens het schrijven van sollicitatiebrieven en het sollicitatiegesprek. Maar ze ervaren ook stress bij de afwijzing(en) en de gevolgen die het verlies van werk met zich meebrengt. ‘ Dan volgt het echte onderwerp van de ontmoetingsochtend. Een workshop, gegeven door Violette Hoeijmakers (coach positieve gezondheid) om een positieve mindset te creëren.

Ik twijfel of ik zal gaan. Sinds mijn burn out in 2007 heb ik van de bedrijfspsycholoog geleerd dat door anders over zaken te denken, mijn gevoel, en aansluitend mijn gedrag, hierdoor beïnvloed wordt. Daarnaast heb ik een cursus NLP, een cursus mindfulness en een reiki-cursus gedaan.  Om er maar een paar te noemen. Gevoelsmatig ben ik zo positief als het maar zijn kan. Op het irritante af. Ik ervaar geen stress bij het schrijven van een brief, en een afwijzing haalt mij echt niet uit mijn evenwicht. 

Toch stap ik dinsdagochtend in de auto en rijd naar Panningen. Een kwartier eerder had ik een afwijzing op een sollicitatie ontvangen, en ik was lichtelijk uit mijn doen. Ik kon wel wat positiviteit gebruiken. Ik ben  duidelijk minder in balans dan ik dacht te zijn.

Na een korte introductie ging de workshop van start. De eerste opdracht was het scoren van de vier kwadranten (Gezondheid, Relaties, Carrière en Zelf) van mijn leven. Met de Relaties met vrienden en gezin zit het wel snor, net als mijn fysieke en mentale Gezondheid. Ook de onderdelen spiritueel, hobby, zelf-ontwikkeling en leren (Zelf) scoren prima. Het had een bijna perfecte cirkel kunnen worden, ware het niet dat het qua werkinhoud en werkRelaties niet geweldig gaat. Het autiomatische gevolg van werkloos zijn.

Er volgt een tweede oefening. Het benoemen van een negatieve gedachte, het bijbehorende gevoel en gedrag beschrijven en een manier om deze negativiteit positief om te denken, inclusief gevoel en gedrag. Ik dacht aan die ene, mij op het lijf geschreven vacature, die ik de dag ervoor had gezien, bij een organisatie waar ik een paar weken eerder, na een sollicitatiegesprek, ben afgewezen. 

Ik schreef als negatieve gedachten, Ik hoef op die vacature niet te solliciteren want ‘ze motten me nieh’. Als gevoel schreef ik onmacht. Dat verbaasde mij want ik had constant het idee dat ik boos was. Boos op vier mensen die een half uur lang vragen afvuren, en je daarna afserveren omdat je die vragen beantwoord hebt. Toch kwam boos ook bij mijn gedrag niet terug. Daar schreef ik lacherig. ‘Die ambtenaren zijn zeker bang dat ik hen uit hun slaap houd,’ was mijn reactie geweest.  

Ik moet gaan omdenken. Hoe kon ik deze gedachten ombuigen. Het voelde zinloos. Ook omgedacht blijft de oorzaak van mijn afwijzing hetzelfde. Ik ben niet afgewezen vanwege een gebrek aan kennis en kunde, maar om hoe ik ben. Daar is de laatste twee weken niets in veranderd. Ineens dringt het tot mij door, dat deze organisatie duidelijk niet de organisatie voor mij is. Dat ik in een meer dynamische omgeving beter tot mijn recht kom. Ik heb mijn positieve gedachten te pakken. Ineens voel ik mij opgelucht. Het voelt minder erg om afgewezen te zijn. Het lag niet aan mij. We zijn gewoon geen match. 

Bij het maken van de doelen spin (doel in het midden, de middelen om mijn doel te bereiken eromheen) dringt het tot mij door dat ik de vacatures nog scherper moet voorselecteren. Niet alleen naar de functie kijken, maar ook naar het type organisatie. Verder besef ik dat het totaal geen zin heeft mij tijdens een sollicitatiegesprek anders voor te doen dan ik ben. Ik ben nu eenmaal een druktemaker. Wel kan ik bij mijn sterke punten aangeven dat ik tijdens het werk een stuk rustiger ben. Geconcentreerd en gedreven. 

De volgende opdracht is het maken van een spin van jezelf. Wat zijn je goede eigenschappen, wat zijn je valkuilen. De goede eigenschappen heb ik zo op papier staan en met de feedback van een aantal sollicitatiegesprekken in mijn achterhoofd realiseer ik mij, dat diezelfde eigenschappen een valkuil zijn. Zeker wanneer ik, door de spanning van het sollicitatiegesprek, deze eigenschappen verkeerd uit. Dan kan ik heel arrogant overkomen. Een eyeopener! Hier kan ik iets mee. Sterker nog, hier moet ik iets mee. 

Als laatste mag ik nog opschrijven waar ik trots op ben, wat energiegevers zijn (en waarom het energiegevers zijn), wat energievreters zijn, waar ik mij op ga focussen de komende tijd en wat ik ga loslaten. Het gevonden besef, dat ik wel degelijk last heb van een afwijzing, komt bij de laatste vraag te staan. Als ik er alles aan heb gedaan een goede brief te schrijven, en/of  een prettig gesprek te voeren, en ik word afgewezen… Dan kan ik daar verder niets aan doen. Mij druk maken over die afwijzing heeft geen enkele zin. Daarmee wordt de uitslag niet anders. 

Aan het eind van de workshop bedank ik Violette voor het geven van de workshop. Wijzer geworden rijd ik door naar de volgende afspraak. Daar neem ik even de tijd om mijn mail te checken. Niet slim, want ik zie wederom een afwijzing voorbij komen. In de wetenschap dat stressen, boos of verdrietig worden, niets aan dat mailtje en de uitslag gaat veranderen, sluit ik mijn mail en telefoon en begin een geanimeerd gesprek met mijn buurvrouw. Het begin van een leerzame en nuttige middag. 

Aan het eind van de dag, wanneer ik mijn sollicitatie administratie bij werk, realiseer ik mij hoe blij ik ben dat ik wel naar Panningen ben gereden, en serieus aan de workshop mee heb gedaan. Waarschijnlijk blijft niet alles plakken, maar in het hier en nu ben ik blij met het verkregen inzicht. Ik ben soms mijn grootste valkuil. 

Ik blijf het bijzonder vinden, hoe die korte presentaties tijdens een ontmoetingsochtend, met enige regelmaat tot  eye openers leiden. Misschien wel door het informele en vrijblijvende karakter. Wie zal het zeggen. 😉

Dan is het nu tijd om de eerste tip van Violette toe te passen en met onverdeelde aandacht van mijn kopje koffie te gaan genieten. Even nergens over nadenken, en alleen genieten van de geur en dat heerlijke vocht.

Recruiter: pain in the ass of niet sterk in verwachtingenmanagement?

Afgelopen donderdag werd ik binnen het tijdsbestek van zes uur, driemaal benaderd door een recruiter*).  Het telefoontje van de eerste recruiter bezorgde mij een goed gevoel. Het is altijd prettig wanneer je ‘gezien’ wordt, zeker wanneer functie, sector, regio en aantal uren aansluit bij wat je zoekt.  

Het bericht van recruiter nummer twee op LinkedIn maakte dat ik even zoiets had van, Wow, ik ben populair vandaag. Dat gevoel duurde maar heel even. Na het lezen van functie, sector, regio en het aantal uren wist ik dat het om dezelfde vacature ging.  Na het lezen van het mailtje van recruiter nummer drie die avond, ben ik in lachen uitgebarsten, en heb ik lachend gereageerd met ‘bij bedrijf x? Je bent nummer drie vandaag.’ 

De volgende ochtend las ik het bedankje voor mijn ‘openheid’ van recruiter nummer drie en voor het eerst sinds ik met recruiters in aanraking ben gekomen dacht ik, wat een hondenbaan is het  eigenlijk. 

Noem mij maar naïef

Mijn eerste ervaring met een detacheringsbureau was bijzonder. Oké, ik had een sollicitatiegesprek met een van de medewerkers van het bureau gehad, en ik neem aan dat de accountmanager haar op haar mooie blauwe ogen vertrouwde dat ik echt een geschikte kandidaat was, maar het tempo waarin alles ging, inclusief ons kennismakingsgesprek drie kwartier voor het daadwerkelijke sollicitatiegesprek… Bijzonder dus.  

Achteraf bezien is er niets mis met bijzonder. Zeker in vergelijk met mijn volgende drie ‘recruiter ervaringen.’ Niet dat die op het moment suprême slecht waren. Integendeel zelfs.  Ik was er trots op dat ik na het schrijven van een bevlogen sollicitatiebrief, binnen een paar dagen uitgenodigd werd voor een gesprek. Dat de gesprekken, nooit om de hoek van de deur, maar altijd op ruim een uur rijden van mijn woonplaats, eigenlijk best vreemd verliepen, en weinig tot niets met de vacature waarop ik had gesolliciteerd te maken hadden, drong dankzij de spanning niet echt tot mij door.  

Pas nadat ik een maand na dato de stoute schoen aantrok om te informeren wat de status van de procedure was, en te horen kreeg dat de vacature was ingevuld (terwijl deze op de website van de recruiter nog open stond) viel bij mij het kwartje. Niks mooie vacature. Niks mogelijke nieuwe carrière. Ik was niet meer dan kaartenbak vulling.

Voor de kat zijn viool

Vanaf dag één dat ik solliciteer poog ik realistisch te zijn in het inschatten van mijn kansen. Wanneer ik denk dat ik iets niet kan, niet leuk genoeg vind, dan schrijf ik niet. Waarom zou ik mijn eigen tijd, en de tijd van de medewerker(s) die iets met mijn brief moeten doen, verspillen? Het feit dat ik in mijn naïviteit verleid was tot het steken van tijd en energie in het reageren op niet bestaande vacatures, maakte dat ik mij als werkzoekende geminacht voelde. Alsof mijn tijd, mijn energie, mijn creativiteit, er niets toe doet. 

Vanaf het moment dat ik besefte dat ik voor de kat zijn viool gesolliciteerd had, ging ik anders naar vacatures kijken. Alle sollicitaties die via detachering-, uitzend-, of werving & selectiebureaus liepen, negeerde ik. Mijn vertrouwen in dat soort organisaties was weg. En niet alleen bij mij. Ik hoor met enige regelmaat collega-werkzoekenden met bitterheid praten over recruiters en zo.

Kentering

Toen werd ik via LinkedIn door een recruiter benaderd. Niet met vage beloftes of fake vacatures. Na wat heen en weer gemail kwam het tot een telefoongesprek. Zij vertelde wat voor soort vacatures zij regelmatig had, ik vertelde wat ik zocht en samen kwamen wij tot de conclusie dat er enige overlap was. Het werd tijd voor een kennismakingsgesprek. Niets meer, niets minder. 

Er volgde meer uitnodigingen voor een kennismakingsgesprek.. Soms omdat de recruiter met een vacature in de maag zat (ik wil altijd weten om welke opdrachtgever dat het gaat, zodat ik een en ander na kan zoeken), vaker omdat ik een interessant CV heb. De gesprekken zijn voor ons beide van belang.  Hun belang is het toevoegen van een CV aan de kaartenbak. Voor mij is het voeren van een (indirect) sollicitatiegesprek van belang. Daar leer ik van. Bovendien bestaat er altijd de kans dat een opdrachtgever vraagt om iemand met mijn kennis, kunde en kwaliteiten, en dat de recruiter dan spontaan aan mij denkt. Of mij uit de kaartenbak vist. 😉

Terug naar het bedankje van recruiter nummer drie

Dankzij de kennismakingsgesprekken met diverse recruiters, en het bespreken van een mogelijke opdracht voor mij (een vacature die ik vier maanden geleden zelf al had gespot, maar waar ik niet op had gereageerd omdat op dat moment minder werken dan 40 uur niet bespreekbaar was) heb ik een wat beter beeld gekregen van de druk die opdrachtgevers op recruiters uitoefenen. Nadat ze eerst zelf een x-aantal maanden zonder enig resultaat lekker aan hebben gemodderd,  mag de recruiter het probleem binnen drie (werk)dagen oplossen**). Zonder goed gevulde kaartenbak een schier onmogelijke taak, al kan je altijd je toevlucht nemen tot LinkedIn en ander sites om mogelijke kandidaten te vinden.

Een opmerking in het antwoord op mijn lacherige mailtje richting recruiter nummer drie, liet mij nog iets anders beseffen. Vaak zijn de opdrachten op basis van no cure, no pay en is het de diverse opdrachtnemers niet (altijd) duidelijk bij hoeveel bureaus de opdracht is uitgezet. 

Ik zou bijna begrip krijgen voor de recruiters die met fake vacatures werkzoekende tot solliciteren uitnodigt. Bijna!

Maar zolang zij richting (toekomstige) sollicitanten niet aan verwachtingenmanagement doen (door bijvoorbeeld een disclaimer in de vacaturetekst,  of de uitnodiging voor een gesprek, te zetten) blijf ik bij hen een pain in the ass gevoel hadden. Een kwalificering waar andere bureaus aan ontkomen, doordat ik dankzij die negatieve ervaringen, niet meer reageer op vacatures op de site van een recruiter, of die via een recruiter lopen.  Zelfs nu niet. Als zij mijn CV interessant vinden, hoor ik het wel. 

*) recruiter, intercedent, consulent, accountmanager, etc. etc. ect.
**) Waarna het bedrijf met de ontvangen CV’s weer terug valt in hun ‘standaard’ tempo en de druk minder groot (b)lijkt dan naar de buitenwereld is gecommuniceerd.