Eigen schuld

Eens per maand bestel ik koffie bij het bedrijf waar Meneer G. Clooney reclame voor maakt. 110 cups verdeeld over vier verschillende sterktes / smaken en 40 cups decafé. De decafé cups zijn paars met een rode stip. Rood staat voor decafé. Iets wat Zoon wel eens vergeet en dan heeft koffie drinken om wakker te worden geen enkele zin.

Een paar weken geleden viel mijn oog op een gebruikte paarse cup. Zonder rode stip. Ik checkte de inhoud van de koffie cups pot en zag paarse cups met en zonder rode stip. Productiefoutje, dacht ik en liet het los. Er kwam een moment waarop er geen enkele rode stip meer te bekennen was. Ik pakte een nieuwe verpakking om de voorraad bij te vullen en zag dat ik geen enkele verpakking met rode stip had.

Voordat ik een boze mail naar de baas van Meneer Clooney stuurde, keek ik even op mijn laatste besteloverzicht. De titel van dit blog zegt waarschijnlijk genoeg. Kuch. Nu sta ik al een paar weken vanaf ongeveer drie uur droog wat koffie betreft. Tot de volgende bestelling. Die wat langer op zich laat wachten dan anders want ja, ik drink door omstandigheden minder koffie.

Slow motion

De aardappelen koken, de wortels met doppers worden langzaam warm en de vissticks hoeven de pan nog niet in. Dat geeft mij mooi de tijd om de vaatwasser uit te ruimen en de nieuwe vuile vaat die zich al verzameld heeft van het aanrecht af te halen. Als laatste pak ik een groot glas uit de vaatwasser. Ik maak de boog richting de plek waar de glazen staan iets te klein en hoor tock.

Net wanneer ik denk, het valt mee, blijkt dat de wereld in stand slow motion is gegaan. Tergend langzaam, maar tegelijkertijd razendsnel, zie ik het glas versplinteren. Zo hoef je alleen maar op te passen om niet over een vliesje van een ui uit te glijden, zo sta je omringd door glas. Ben je bezaaid met glas.

Ik ben een held op sokken. Letterlijk. Voorzicht leg ik het laatste stukje glas wat ik nog in mijn handen heb op het aanrecht. Pluk de stukken glas uit mijn kleding. Stap dan uit de cirkel van glas en ga mijn balkon klompjes aandoen. Dan ga ik Zoon vertellen dat-ie voorlopig niet in de kamer hoeft te komen.

Mijn kind is nieuwsgierig. Ziet de ravage.. Haalt veger en blik en pakt de van zijn wortels en doppers ontdane fles en begint te rapen en te vegen. Eerst de vloer, dan het aanrecht, de spoelbak, de vaatwasmachine, de servies la. Alles zit vol. Het glas zit zelfs tussen de opgestapelde borden in. Al het losse glas wordt zo veel mogelijk opgeruimd. De borden, met mogelijke laatste minuscule splinters verdwijnen in de vaatwasser.

De stofzuiger wordt tevoorschijn gehaald en alle oppervlaktes worden gezogen. Dan … ‘Ik weet dat je wilt dat ik wat meer in het huishouden doe, maar dat kan je ook gewoon vragen hoor. Je hoeft niet met glazen te gooien.’

Als er geen glas meer te vinden is verdwijnt Zoon naar zijn kamer en ga ik verder met koken. Natuurlijk vind ik op de grond nog meer glas. Echt, splinterend glas is net een konijn. Het vermeerderd waar je bij staat. Voorlopig zijn de balkon klompen mijn beste vrienden.

Ouch ugh..

Op Instagram zag ik een advertentie voorbij komen van plantje_punt_nl. Een online plantenzaak waar je, naast de plant van je dromen, ook een doos met kneusjes kunt kopen. Of een halve doos. Hoewel ik nog steeds van mening ben dat het met mijn groene vingers zwaar tegenvalt, dacht ik serieus na over een halve doos. Er stond dan wel bij dat niet uit te sluiten was dat in een doos een voor kinderen of huisdieren giftige plant zat, maar bij gebrek aan (kleine) kinderen en huisdieren zag ik het probleem niet zo. De enige reden dat ik niet op bestellen drukte was de afwezigheid van een voorraad lege plantenpotten. Je wil zo’n plant toch wel een mooi jasje geven.

Die nacht droomde ik van wandeling door de woestijn, een zoektocht naar een wc (don’t ask) en allerlei giftige en niet giftige planten die ik tijdens die zoektocht tegenkwam. Inclusief allergische reacties op die planten. Ik stond op, maakte koffie en keek hoe de regen tegen het raam sloeg. Geen weer voor een hooikoorttabletje vond ik. De derde dag op rij. Terwijl ik mijn koffie dronk volgde de ene na de andere niesbui zich op, en mijn ogen werden dikker en dikker. Het lijkt wel of ik voor iets hier in huis allergisch ben dacht ik. Maar wat? De laatste aanvulling in mijn huis was mijn werkplek en als ik daar allergisch voor was dan had ik dat al veel eerder moeten merken. Oh ja, dan was er die plant die ik twee weken eerder had gekocht.

Ik bekeek de plant die heerlijk stond te bloeien. Zocht en vond het label, lepelplant. Gooide er een ecosia (inderdaad, de groene zoekmachine) zoektocht tegenaan. De lepelplant staat niet op de lijst van planten waar je een allergische reactie van kan krijgen, maar de bloemen lijken wel heel erg op die van een anthurium, en die staat er wel om bekend. Ik nam de proef op de som en de plant verdween naar buiten. Drie kwartier later had ik niet meer geniest, was mijn neus gestopt met lopen en werd de zwelling van mijn ogen minder.

Ik zocht en vond een goed tehuis voor plant en pot en weet nu dat ik niet alleen met snijbloemen maar ook met bloeiende potplanten heel voorzichtig moet zijn. Ik snap nu ook waarom ik het idee had dat mijn nieuwe hooikoortsmedicatie niet echt aansloeg. Of waarom de vorige tabletten niet meer leek te werken. Net zo min als het binnenblijven en het dichthouden van de balkondeur. Het reageren op buiten was dankzij mijn eigen actie naadloos overgegaan in reageren op binnen. Om met Maxima te spreken, ik was een beetje dom! Ouch ugh.

Je hebt het ..

Ik ken mensen, daar kan je onverwachts bij op de stoep staan en wanneer ze je dan koffie aanbieden, dan heb je keuze. Is de suikerpot gevuld en wil je melk in je koffie, dan kan dat ook nog geregeld worden. Heb je meer zin in een theetje of een frisje, dan is dat ook geen probleem. Koekje erbij. Het aanbieden van een tweede kopje of glaasje gebeurt spontaan. Het gastvrouwschap (m/v) is onderdeel van hun natuur.

Bij mij gaat dat anders. Het is niet dat ik geen gasten wil (echt wel) maar ik mis dat stukje ‘zorgen’ wat er bij hoort. ‘Kom binnen, doe je jas uit, wil je koffie,’ dat lukt nog wel. Maar dan…

Kijk, ik weet heus wel dat die ene vriendin suiker in de koffie neemt. En dat die anderen vriendin er ook graag een druppeltje melk in lust. Ik weet wie de theedrinkers zijn, en wie ik een keuze moet laten tussen koffie en thee. Ik weet wie er graag een tweede kopje koffie (of) heeft, en ik weet dat ik meestal een ander drinktempo heb dan de rest van de wereld. Echt, ik weet het allemaal wel. En ik doe mijn best.

Maar de uitvoering laat nogal eens te wensen over.

Zo kwam die ene vriendin in maart 2019, in de tijd dat dat nog mocht, op ziekenbezoek en kreeg ik in haar tweede kopje koffie vers geschaafde palmsuiker omdat de gewone suiker op was. Dat vers slaat trouwens op het feit dat het op dat moment geschaafd werd, want het blokje waar het verse schaafsel vanaf kwam was al drie jaar over datum.

Vergeet ik regelmatig iemand een tweede kopje of iets anders te drinken aan te bieden omdat ik er zelf niet aan toe ben.

En vrijdag kon vriendin het wolkje melk in de koffie op haar buik schrijven. Al had zij wel het geluk dat ik eraan dacht om te checken of de melk nog goed was. Echt he. Krijg je voor het eerst in drie maanden iemand op de koffie… Need I say more?

In die zin zit er toch wat vooruitgang in mijn gastvrouwschap. Maar of het ooit helemaal goed komt. Ik waag het te betwijfelen. Je hebt het, of je hebt het niet. Ik val in die laatste categorie.

Geintje ;-)

Mijn corona-test herkansing heeft niet tot een positief resultaat geleid. Daar ben ik enorm blij mee, want als het klopt dat ik nu nog bezig ben met het trotseren van de restklachten van een infectie in maart, dan zit ik niet op een nieuwe besmetting te wachten. Een nog slechtere weerstand en je kunt mij opdweilen.

Nee. Ik heb gewoon last van een verkoudheidsvirus wat met een beetje aanmoedigen vast wel over zijn verlatingsangst heen komt. Hoop ik. Het snotteren is gelukkig aan het minderen. Zoals altijd wanneer het niet echt uitkomt, heeft zich een puistje ontwikkeld in mijn neus. Geen ideale plek wanneer je met enige regelmatig je neus moet snuiten.

Om het te vieren hebben we vandaag pizza besteld. Doe die Mexicaanse maar, zei ik tegen Zoon. Voor de verandering deed de pizza de term hot & spicy eer aan. Mijn neus ging lopen en mijn smaakvermogen rende er achter aan. Tja, zei Zoon, verlies van smaak- en reukvermogen. Dat wordt nog een keer testen.

Sommige geintjes zijn zowel leuk als niet leuk. Maar als het aan mij ligt, zien ze mij voorlopig niet meer in de teststraat.

Fijn weekend allemaal ❤

Oh! Oh! Ho! Ho! Ohwww!

Oh! oh! oh! wat had ik aan het begin van de lockdown een lol om al die medeburgers die ineens met de handen in het haar zaten toen de kappers hun schaar in het vet moesten opbergen. Inderdaad, lol, want waar kan een mens zich toch druk over maken. Nu heb ik natuurlijk makkelijk praten en lachen, want mijn semi-bob met scheve pony (niet de schuld van de kapster btw) ziet toch niet zo vaak de kapper.

Omdat ik ben wie ik ben begon die semi-bob met scheve pony mij te irriteren. Iets met droogtijden van meer dan een werkdag. Na de heropening van de kappers wachtte ik nog een paar weken, maar uiteindelijk eindigde ik bij de kapster in de stoel. Ging ik, gezien de situatie waarin wij nog steeds verkeerden, voor gewoon een flink stuk korter?

Natuurlijk niet. Ik ging voor een a-symmetrische coupte!

Met andere woorden, ongeveer net zoveel onderhoud als een kort kapsel. Vorige week kwam ik tot de conclusie dat het de hoogste tijd werd om mijn coupe bij te laten werken in de vorm van weer een stukje minder. Ik besloot te wachten tot na de kerst.

Ho! Ho! Ho! Gooide Mark en het RIVM even roet in het eten zeg!

ik heb geen hekel aan de kapster, dat is een tof mens, maar wel aan haar beroep. Waarom weet ik eigenlijk niet. Wat ik wel weet is dat wanneer ik naar de kapper wil, ik ook echt moet omdat mijn haar niet meer doet wat ik wil. Inderdaad. Mijn haar zit niet meer. Het ligt waar het niet liggen moet en het springt waar het maar beter niet kan springen. En toen ging ik donderdag ook nog met vochtig haar naar bed…

Ohwwwww! Binnen één nacht van zo zo zo zo zo naar hier kan je je niet mee in het openbaar vertonen.

Gelukkig had ik vrijdag geen afspraken. Dat scheelt. Aan het eind van de dag had ik er drie video gesprekken op zitten. Telkens dacht ik niet je camera aanzetten maar dan stond de camera al aan. Owwww!!!!

Er zit maar één ding op. Tot aan het einde van de lockdown een kerstmuts dragen. Niet alleen in het openbaar maar ook thuis. Maar ja, ik heb geen kerstmuts in bezit en alle winkels waar je die mutsen kunt krijgen zijn gesloten, want niet essentieel.

Nou meneer Rutte, dan heb je mijn coupe nog niet gezien. Een kerstmuts is wel degelijk essentieel!!

Maar goed. Bij deze bied ik mijn excuses aan voor alle mensen met kort haar. Ik voel jullie pijn!

Oeps :-/

Ik ben de eerste om toe te geven dat ik mijn momenten heb. Dat ik iets doe waarvan ik na 3 seconden denk, Oeps, dat was niet handig. Zoals vandaag. Ik kreeg een appje van een vriendin. Ik stop met Ommetje en heb de app verwijderd, schreef zij onder andere. Ik keek in de app en zag haar nog gewoon staan en dat schreef ik haar ook. Dus zij zet de app terug, maar helaas, er was voor haar geen team meer om te verlaten.

Misschien als ik mijn telefoon even uit en aanzet, dacht ik als bijna professioneel ICT-er. Het mocht niet baten. Dan maar even de app verwijderen, dacht ik als volleerd digi-zetje. Op het moment dat ik op verwijderen druk denk ik, is dit slim? Nou ja, gebeurd is gebeurd. De app was verwijderd, ik zette nogmaals de telefoon uit en weer aan, en her-installeerde de app. So far so good.

Ik vulde mijn email adres in, en stuitte op een probleem. Wachtwoord. Wat was het wachtwoord ook al weer? Natuurlijk had ik het nergens opgeschreven. Ik groef in mijn geheugen en deed een aantal pogingen, maar helaas, pindakaas. Het leverde niets op. Dus klikte ik op de knop, wachtwoord vergeten.

Dit email adres bestaat niet, vertelde de app mij.

Ik heb sinds kort een microsoft account en heb al op een aantal plaatsen het nieuwe email adres doorgevoerd. Wellicht bij Ommetje ook. Ik deed een poging, maar nee, Dit email adres bestaat niet. Ook de andere twee adressen die ik nog (vaag) in gebruik heb, leverde hetzelfde antwoord op.

Er zaten maar twee dingen op. Ik stuurde een mail naar info@Ommetje om te pogen mijn oude account te herstellen, maakte voor nu een nieuw account aan, en werd weer lid van beide teams.

En wat denk je: In beide teams sta ik nog gewoon in de ranglijst, net als vriendin in dat ene team. Terwijl ik weet dat ik wel eens een team verlaten heb, en ook wel eens iemand uit een van de teams heb zien verdwijnen. Dat deed ik via teambeheer, door op het kruisje achter het team te klikken. Doe je dat niet is wellicht het verwijderen van je account nog een optie. Maar daarvoor moet je wel in kunnen loggen in de app.

Nou ja, misschien wordt mijn oude account door de Hersenstichting in ere hersteld. Zo niet, kan ik pogen mijzelf voorbij te streven. Elk nadeel hep s’n voordeel. BTW. Wil je tot team Changing Lanes toetreden, de code is BCAH3. Wil je met het werkteam meewandelen, stuur mij dan even een appje op mijn zakelijk nummer. Dan app ik je de code.

Modder gooien

Hoewel de Hersenstichting liever heeft dat ik elke dag een andere route wandel, kies ik er zelf voor met enige regelmaat hetzelfde rondje te lopen. Ik ken de weg, de tijd die het mij kost om het pad te bewandelen en ik hoef slechts tweemaal op te letten of er geen verkeer aankomt.

Het pad leidt mij grotendeels over onverharde paden. Gedachteloos wandelen is er in de tijd van regelmatige regenval niet bij. Mijn weg is modderig en glad. Bij thuiskomst maak ik op de bovenste trede van het trappenhuis mijn schoenen los, en laat deze in de hal achter. Ik zit namelijk niet te wachten op een modderspoor door mijn huis. Ja, daar is over nagedacht.

De afgelopen drie dagen heb ik andere routes gelopen dus ik vond vanmorgen dat het de hoogste tijd was om weer eens langs de Maas te wandelen. Ik pakte mijn schoenen uit de gang, ging op de stoel het verst bij de voordeur vandaan zitten, trok mijn schoenen aan en wandelde naar de voordeur waarbij ik een spoor van opgedroogde Maasklei achter liet.

Zucht. Soms vraag ik mij af waar mij hersenen zitten. 😉

Het garen wat geen trui wil worden

Gave titel hé! Daarmee geef ik voor de volle 1000% de schuld aan het garen dat ik voor de tweede keer mijn breiwerk uit heb getrokken. Ik was dit keer alleen weer verder dan de vorige keer. Het gezegde gaat, we live and learn maar soms twijfel ik een beetje over het tweede gedeelte.

Het begon er dus mee dat ik in eerste instantie iets te weinig garen had gekocht omdat ik te ijdel was om in de winkel mijn leesbril op te zetten. Dat euvel heb ik nog dezelfde dag recht gezet.

Voortvarend begon ik met breien. Eerst een proeflapje en op basis daarvan berekende ik hoeveel steken ik nodig heb voor de boord van voor een pand. Of ik maakte een telfout, of mijn proeflapje was beduidend strakker gemaakt dan de echte boord. In ieder geval kwam ik er na het afwerken van het eerste pand achter, dat de lap die ik had gebreid euh.. iets te veel van het goede was.

Ik trok het pand uit, maakte een herberekening en begon vol goede moed aan de tweede ronde. Dit keer met 1/3 van de beginsteken minder. Het eerste pand was redelijk vlot klaar. Voor het tweede pand zette ik iets meer steken (een stuk of 4, want je moet niet overdrijven) steken op. Ik deed iets langer over pand twee dan over pand één, maar dat mag de pret niet drukken. Tijd voor de eerste mouw.

Bij poging één was de boord te wijd, poging twee te strak. Tijdens poging drie vermeerderde ik de steken na de boord niet voldoende voor de pofferige mouw die ik wil produceren. Poging vier voelde goed alleen had ik op een gegeven moment meer steken op mijn naald staan dan voor de panden.

Bij gebrek aan naald haakte ik het voor- en achterpand bij de schouders aan elkaar en sloeg de cape om. Conclusie: De boord leek iets te strak om comfortabel te zijn, door een te beperkte vermeerdering van de steken aansluitend op de boord was de trui vrij model loos en waarschijnlijk iets te aansluitend en als klap op de vuurpijl had ik in de bovenste boord van het voorpand een fout gemaakt waardoor een rij dan wel twee rechts twee averechts was, maar niet synchroon liep met de rijen er onder en er boven.

So I did what I had to do en waarschijnlijk al een dikke maand eerder: ik trok de hele handel weer uit. Vanmiddag of zo begin ik aan de derde ronde. Noem het maar bezigheidstherapie. Dat klinkt een stuk beter dan wah een stomme streek was dah weer.

Anders dan anders

Vanaf twee uur voor de scan moet ik nuchter blijven. Niet meer eten of drinken. Om (gevoelsmatig) geen afkickverschijnselen te krijgen sta ik op tijd op en maak een kop koffie. Ook koffie nummer twee maak ik rond dezelfde tijd als anders.

Dat tweede kopje is leger dan anders. Vast op de verkeerde knop gedrukt denk ik, en sla de koffie achterover. Ik heb nog een uur de tijd om koffie nummer drie weg te werken.

Helaas. Mijn Nespresso apparaat is kapot. Krijgt om de één of andere reden het folietje niet kapot en er verschijnt geen koffie in mijn kopje. Ik probeer een ander cupje. Van hetzelfde laken een pak. Ik snap er niets van. Wat een tijdstip om kapot te gaan zeg.

Dan valt mijn oog op het waterreservoir. Leeg. He-le-maal leeg. Het halve kopje is verklaard. Het uitblijven van het standaard kabaal wanneer er te weinig water in het apparaat zit, niet. Maar dat kan mij niet schelen. Mijn Nespresso is niet kapot!

Nog twee pogingen verder zit er eindelijk weer genoeg water in de leidingen en begint het levensreddende vocht te stromen. Nog even rustig genieten voordat ik mij klaarmaak om de wereld recht in de ogen te kunnen zien.

Sterk spul, die desinfecteer gel…

Vandaag werkte ik op locatie. Mijn plan was om te gaan wandelen. Aan Collega, waarmee ik elke ochtend om 8 uur een afspraak heb, had ik al laten weten dat het wellicht een paar minuutjes later zou worden dan 8 uur. Tenslotte loop ik tegenwoordig wat langzamer.

Ik deed vanmorgen meer dingen wat langzamer; om kwart voor 8 trok ik de voordeur achter mijn gat dicht. Naar het werk wandelen zou betekenen dat ik rond half negen achter mijn bureau (lees: het bureau van een collega) zou zitten. Ik ging dus met de auto.

Maar eerst moest ik krabben.

Eenmaal aan het rijden trok de voorruit, met name voor mijn neus, wat minder snel schoon dan ik wenste. Ik wreef met mijn vingers over het verwarmingsrooster in de hoop overtollig stof te verwijderen. In plaats daarvan schuurde ik het vel van mijn linkervinger. Die ja. Al rijdend wurmde ik een zakdoek uit mijn zak om het bloeden te stelpen. Eenmaal op de plaats van bestemming aangekomen was bloed gestopt met vloeien.

Eenmaal boven haalde ik mijn laptop uit de tas, viste het snoer van de docking tevoorschijn en het bloed ging weer stromen. Hard. Er zat bloed op het bureau, de snoeren, mijn laptop, mijn vest en mijn broek.

Ik zat dringend verlegen om een pleister. Nu wist ik dat er een doosje pleisters in mijn tas zat. Iets met een welkom cadeautje van mijn werkgever. Het doosje was redelijk snel gevonden. Open krijgen was een tweede. Dichtgeplakt. Twee minuten later zat de wond ook dichtgeplakt, kon ik alles schoonmaken en aan mijn gesprek beginnen.

Tegen een uur of elf had ik zo vaak mijn handen gewassen dat mijn vinger heel vreemd voelde. Ik verwijderde de pleister om te ontrimpelen. Op wat losse velletjes na was de wond gesloten.

Dacht ik.

Toen ik mijn handen met desinfecteer gel ontsmette, wist ik wel beter. De volgende keer wanneer ik bedenk te gaan lopen, ga ik lopen. Dan maar wat later beginnen.