Ze doen het nog ..

Met nog maar één paar maandlenzen op voorraad, wist ik dat het de hoogste tijd was om eens bij de Parel binnen te wandelen. Maar ja, zelfs zonder corona is dat een afspraak die ik graag voor mij uitschuif. Niet omdat het belastend is, maar omdat ik altijd het idee heb dat het geen fluit uitmaakt en ik, zeker bij de groen/rode vlakken, negen van de tien keer geen verschil zie.

Maandag wandelde ik een stukje door het centrum van Venlo en zag dat de Parel open was. Helaas alleen voor mensen met een afspraak. Die ik niet had. Ik besloot even burgerlijk ongehoorzaam te zijn, zette mijn mondkapje op, stapte naar binnen, desinfecteerde mijn handen, zag het bord hier wachten en bleef op de mat staan. ‘Je mag doorlopen hoor,’ zei de dame achter de toonbank. ‘Ik heb geen afspraak,’ biechtte ik op en wandelde dichterbij. ‘Maar ik was in de buurt, zag dat jullie open zijn, en ik heb nog maar één maandset lenzen op voorraad en dacht, even bijbestellen.’

Volgens de dame kon ik beter toch eerst een controle afspraak maken. Ik zei dat ik dat niet nodig vond, want ik zag alles nog goed, maar de dame wist mij te overtuigen van het feit dat het zicht slechts een klein deel van mogelijk problemen was. Haarvaatjes, netvliezen, oogdruk en zo. Dan maar een afspraak maken.

Ik bleek geluk te hebben. De andere aanwezige bleek een optometrist zonder afspraken, dus ik mocht doorlopen. Toen maakte ik de eerste fout. Ik maakte mijn jas wel los, maar hield die aan. Al uitwasemend van de wandeling nam ik plaats in de stoel, en zag hoe de apparatuur werd ontsmet. Daarna werden mijn gegevens erbij gezocht. Ik bleek in december 2019 voor het laatst te zijn geweest. Nu draag ik vaak een bril, maar dit is toch wel heel erg veel te lang. Maar goed..

De controle begon, en de glaasjes besloegen. ‘Doe het mondkapje maar even af,’ zei de optometrist, maar mijn zicht bleef naadje pet. Ik kreeg het er warm van, en kon geen letter lezen. ‘Ik kijk nog even met het andere apparaat naar pasvorm en zo, en daarna wil ik even het onderzoek doen zonder dat je lenzen in hebt.’ Somber stemde ik toe. Gelukkig bleek er verder niets mis te zijn met mijn ogen, en paste de lenzen alsof ze voor mijn ogen gemaakt waren.

Hij maakte het licht aan, en ik kon spontaan de letters lezen, en deed dat ook. Zonder iets te zeggen wijzigde hij kaart na kaart maar mijn ogen bleven het doen. Toen drukte hij mij de kaart voor het leesgedeelte in de handen. Zonder haperen begon ik aan het middelste stukje tekst, stapte over, naar de een na laatste regelen en las uiteindelijk de onderste regel. ‘Niks mis met jouw ogen,’ zei de beste man, en bestelde voor zes maanden lenzen inclusief vloeistof.

Gelukkig. Ze doen het nog gewoon.

Zwijgende meerderheid

Al vanaf dag één dat de corona maatregelen van kracht zijn gegaan ben ik een brave burger en houd mij aan de regels. Ik werk voornamelijk thuis, kom alleen voor wandelingen en essentiële boodschappen mijn huis uit. mijd mensen, schud geen handen en sinds een aantal maanden draag ik een mondkapje. Zelfs de avondklok raak mij niet.

Hoewel het volgen van de maatregelen mij weinig moeite kost, voel ik wel een gemis. Even spontaan bij iemand aanwaaien voor koffie is er niet bij. Uit eten gaan, toch echt wel een hobby van mij, kan ik net als de rest van Nederland wel vergeten. Groningse Vriendin heb ik door alle maatregelen (en mijn zwakke blaas) al veel te lang niet gezien.

Buiten dat ik van nature een huismuis ben, werk ik binnen de sector Zorg en Welzijn en hoef niet echt bang te zijn om mijn inkomen te verliezen. Dit in tegenstelling tot een groot deel van ondernemend Nederland. Ik maak mij zorgen over de toekomst van mijn kapster, de winkel van vrienden, de horeca en alle anderen voor wie het werk door dit onvoorspelbare virus stil is komen te liggen. Dus ging ik toen het mocht een keertje extra naar de kapper, kocht die ene keer dat ik in een kledingwinkel was iets meer kleding dan ik echt nodig had, en bestel wat vaker eten bij de lokale horeca ondernemers. En ik houd mij aan de regels om op die manier zo snel mogelijk uit deze ellende te komen. Ik weet het. Het zijn slechts druppels op een gloeiende plaat, maar het gaat om het idee.

Hoewel ik niets kan met de virus (en daarmee pandemie) ontkenners, de 5G en microchip complotdenkers, om over Q-anon nog maar te zwijgen, heb ik begrip voor mensen die bang zijn voor het vaccin. Maar ook voor boze ondernemers die hun levenswerk ten onder zien gaan. Kwetsbare kinderen die door het thuisonderwijs tussen wal en schip belanden. Mensen van alle leeftijden die vereenzamen. Zieken die hun noodzakelijke onderzoeken en behandelen uitgesteld zien, omdat de zorg overbelast raakt en het beschikbare (IC-)personeel de handen vol heeft aan het verzorgen van coronapatiënten.

Heel plastisch gezegd is de situatie in Nederland, Europa, de wereld ronduit KUT. Momenteel is het leven voor niemand een lolletje, al is de ene persoon beter gewapend tegen het leed wat de maatregelen met zich meebrengt, dan de ander.

En toen brak de pleuris uit in Nederland. Besloot een groepje ontevreden Nederlanders, onder andere opgehitst door een aantal politici (he, waar heb ik dat eerder gezien) het heft in eigen hand te nemen. In de media worden het nog uit de hand gelopen protesten en demonstraties genoemd, maar wat er op dit moment in Nederland gebeurt, heeft niets met demonstreren te maken. Dit is rellen om te rellen. Vandalisme pur sang. Op Urk is een teststraat in brand gestoken. In Enschede is de Eerste Hulppost bekogeld. In diverse steden, waaronder Venlo, zijn bewust vernielingen aangericht. Winkels vernield en geplunderd.

Nee lieve mensen, dit zijn geen demonstraties van winkeliers die hun levenswerk zien afbrokkelen. Dit zijn professionele coronahooligans die van stad tot stad trekken om te rellen. Een vreedzame demonstrant gaat niet van huis met vuurwerkbommen in de binnenzak, of een molotowcocktail in de rugzak. Ik denk dat de burgemeester van Eindhoven het goed heeft verwoord. Dit is het schuim der aarden.

Mijn begrip is op.

En tegelijkertijd voel ik mij schuldig. Schuldig omdat ik al sinds maart vorig jaar deel uitmaak van de zwijgende meerderheid. Een meerderheid die het niet per definitie eens is met de maatregelen maar de achterliggende noodzaak wel ziet. Een meerderheid die niet meer in gesprek gaat met de ontkenners, de twijfelaars, de dor-hout roepers, de mensen die het dragen van een mondkapje vergelijken met de Jodenster. Door het zwijgen van de meerderheid lijkt de schreeuwende minderheid te denken dat zij de wil van het volk vertegenwoordigen en voelen de raddraaiers zich gesterkt in het gebruiken van geweld.

Ik ga geen begrip meer opbrengen voor corona ontkenners, viruswaanzinnige en zeker niet voor coronahooligans. Mijn begrip is op en ik zwijg niet langer. Wat er nu in Nederland gebeurt is niet de wil van het volk. De wil van het volk is zo snel mogelijk uit deze shit komen, en het gedrag van de schreeuwende minderheid werkt dat juist tegen.

Vandaar mijn oproep aan de zwijgende meerderheid: lieve mensen, het wordt tijd dat wij niet meer zwijgen maar onze stem verheffen. Niet omdat we het per definitie eens zijn met de maatregelen, of vinden dat het kabinet het zo goed doet, maar omdat we ondanks alle het gezwalk het nut van de (meeste) maatregelen inzien, en zo snel mogelijk uit het corona-dal willen klimmen, zodat het leven weer leefbaar wordt.

Een planning van niets …

Je hebt van die dagen, dan loopt alles net iets anders dan gedacht. Zo ook vrijdag. De wandelingen naar en van het nieuwe hoofdkantoor waren goed te doen. De wandelingen intern, inclusief het vele staan of op het puntje van een stoel mensen wegwijs maken in de wondere wereld van het www, maakte mijn rug ongelukkig. Net als de verdwaalde gluut in het avondeten die maakte dat rechtop zitten tijdens de nieuwjaarsborrel van de PV een ware hel was. Uiteindelijk heb ik de camera tijdens de bijeenkomst maar uitgedaan, zodat niemand zag dat ik zo af en toe dubbelklapte van de pijn in mijn darmen.

Zaterdag werd daardoor een dag van herstel. Beetje lummelen, beetje lezen, beetje youtube kijken, een kort ommetje maken, koken. De rest zou ik zondag doen. Als ik weer wat verder was opgeknapt. Ik begon de zondag met lezen in bed. Iets na 9 uur keek ik voor het eerst naar buiten en dacht, een perfecte dag om niets te doen.

Dus haalde ik de was af, en zette een andere was in. Haalde de vaatwasser leeg, hing er een schoonmaakblok in, en terwijl de vaatwasser druk bezig was zichzelf spic en span te maken, deed ik de rest van de afwas en poetste de keuken. Omdat ik toch bezig was nam ik ook de wc even onder handen. Verder zou ik he-le-maal niets doen. Zelfs geen ommetje. Want dat witte spul begon al aardig te veranderen in pratsch.

Het blijft mij verwonderen hoe ik er geen moeite mee heb een hele to do lijst te negeren om mijn dag te verlummelen, maar wanneer ik bewust wil lummelen er juist van alles uit mijn handen komt. Maar nu doe ik verder niets meer. Nou ja, straks even koken, maar daarna… 😉

Nutteloze feitjes

In de tijd dat ik opgroeide was internet geen ding. Als ik iets wilde weten had ik een aantal hulpbronnen. Mijn ouders, de Dikke van Dalen, een encyclopedie en de non-fictie afdeling van de bibliotheek. De weetjes die ik wilde weten kwamen overal vandaan. Uit de boeken die ik las en de programma’s die ik op TV zag. Mijn ouders waren dol op kennis-programma’s, documentaires en het nieuws inclusief de achtergronden. Algemene ontwikkeling, noemde mijn ouders die kennis en voor hen was algemene ontwikkeling een belangrijk onderdeel van de opvoeding. Jezelf in een gesprek mengen zonder enige kennis van zaken, was in hun ogen not done. Luisteren was prima, vragen stellen om er van te leren ook, maar wilde je meepraten, mocht je je eerst in de achtergronden verdiepen.

Ik denk dat duidelijk moge zijn dat het maar goed is dat beide oudjes nooit kennis hebben genomen van het internet. De hoeveelheid stellige onwetendheid die daar wordt geponeerd, was hen vast te veel geworden.

Mijn dat zoeken we op mentaliteit kwam mij begin jaren 80 als student aan de Bibliotheek- en Documentatie Academie goed van pas. Om ons aanstaande bibliothecarissen voor te bereiden op de wereld aan vragen die wij ooit zouden mogen beantwoorden bleek uitbreiden van onze algemene ontwikkeling één van de belangrijkste onderdelen van de opleiding. Dankzij opvoeding en opleiding heb ik een eeuwigdurende drive om te leren, en het vermogen om snel en gericht kennis, over onderwerpen die mijn interesseren, op te doen. En nog altijd hanteer ik bij nieuwe onderwerpen het principe, luister, leer en informeer voordat ik mij er mee ga bemoeien*).

Algemene ontwikkeling dus. Gisteren, tijdens de derde virtuele nieuwjaarsborrel met pubquiz hoorde ik iemand zeggen, Goh [naam collega], komen al die nutteloze feitjes die jij in je hoofd hebt zitten toch nog van pas. Zucht. Bij twee van de die quizzen ben ik in de top drie geëindigd. Achtenvijftig jaar lang kennis vergaren heeft ertoe geleid dat mijn hoofd vol zit met nutteloze feitjes. Ik voel mij een beetje een fossiel. Een relikwie uit vervlogen tijden, toen kennis er nog toe deed, en soms zelfs een voorwaarden was om deel te nemen aan een gesprek.

Hoe zit het met jouw algemene ontwikkeling?

*) Wat niet wil zeggen dat ik altijd mijn mond houd. Soms open ik mijn mond tegen beter weten van mijn brein in. Niets menselijks is mij vreemd.

Twee zwaluwen …

Twee en een halve week geleden sloeg ik voor het eerst mijn yoga leerboek open. Nou ja, ik opende de les via internet. Het fysieke boek arriveerde pas op dinsdag. Sinds die eerste keer begin ik mijn dag met een minuutje rekken. Terwijl de slaap nog duimdik in mijn ogen zit rek ik mij uit alsof ik poog het plafond aan te raken. Iets wat met mijn 1.70m echt niet gaat lukken.

Sinds vorige week maandag ligt mijn yogamatje dagelijks een minuutje of tien in de kamer, en ik lig, zit of sta op dat matje terwijl ik al mijn gewrichten even een actiemomentje geef. Al twee maandagen op rij heb ik keurig netjes huiswerk gemaakt en ingeleverd. Beide maandagen hebben een mooi punt opgeleverd.

Drie keer per week zit ik met mijn neus in de theorie. Sinds dinsdag ben ik niet alleen bezig met fysieke oefeningen, maar verricht ik ook wat soulsearching. Ik heb het idee dat mijn enkels soepeler worden, net als mijn polsen en kaken. En… het soulsearchen levert leuke inzichten op.

Ik weet het. Een zwaluw maakt geen zomer, en twee zwaluwen ook niet. Maar twee en een halve week op rij zonder dipjes met een studie bezig zijn, dat noem ik een goed begin. En een goed begin… Is het halve werk.

Bizar is denk ik het juiste woord

Sinds ik bij mijn huidige werkgever werk maak ik gebruik van twee telefoons en twee laptops. Een setje voor het werk, en een setje privé. Ik probeer beide setjes strikt gescheiden te houden. Met de laptops is dat prima gelukt, maar met de telefoon is iets fout gegaan. Tijdens mijn eerste werkdag moest ik een app downloaden die niet in het zakelijk profiel zit, en dus met mijn werkprofiel niet te downloaden was. Ik logde braaf met mijn Google account in en installeerde de app. Een paar weken later herinnerde ik mij die verbinding en logde op mijn werktelefoon uit mijn Google account uit. So far, so good.

Aan het begin van de zomer zat ik op een collega te wachten, en opende het adresboek op mijn zakelijke telefoon. Het verkeerde adresboek zag ik, toen ik de namen van vrienden voorbij zag komen. Zonder verder na te denken haalde ik digitaal gezien een strakke actie uit, en verwijderde de volledige inhoud van het adresboek. De telefoon vroeg nog of ik het zeker wist, omdat er gesynchroniseerd was, maar ik heb mijn momenten en zei ja en in een flits zag ik al mijn privé contacten van mijn zakelijke telefoon verdwijnen.

Een paar uur later zag ik waar mijn zakelijke telefoon mij voor had willen waarschuwen. Ook op mijn laptop en mijn privé telefoon was de contactenlijst leeg. Dankzij what’s app wist ik nog een aantal belangrijke contacten terug te vinden.

Soms krijg ik appjes van mensen die ik niet zo heel vaak spreek. Dan zie ik een profielfoto en een nummer, en poog op basis van die gegevens en de tekst een contact te herstellen. Soms kom ik er niet uit en stuur een berichtje terug met de vraag wie is u?

Vandaag had ik weer zo’n appje. Zes meldingen op rij, waaronder een paar foto’s. De profielfoto zei mij niets dus keek ik via meldingen beheer even naar de tekst. Hoi. Ik zit vandaag in de garage want mijn vrouw heeft een ongeluk met de Jimny gehad, en de schade wordt nu hersteld. Toen dacht ik dat jij het wel leuk zou vinden wat foto’s van je oude auto te zien. De rest heb ik niet gelezen, en de foto’s niet bekeken. Niet dat ik niet nieuwsgierig ben naar Suvvertje, maar ik zit niet te wachten op een virus of contact met wildvreemden. Ik heb het appje meteen verwijderd.

Maar het bleef wel door mijn hoofd spoken. Want die auto, die heb ik in 2017 al verkocht. Niet particulier, dus zonder uitwisseling van gegevens. Dat de nieuwe eigenaar mijn nummer heeft, is dus bijzonder. Dat hij mijn nummer al vier jaar heeft bewaard, apart. En dat hij na zoveel tijd nog weet dat mijn naam en nummer bij zijn auto hoort, is euh…

Bizar is denk ik het juiste woord, of hebben jullie een andere suggestie?

Pure arremoe

Drie jaar lang deed ik het met een spijkerbroek. Te weinig, dacht ik in mei 2019 (zo fijn dat bloggen) en kocht er een zwart exemplaar bij. Het was even wennen, vooral omdat dit exemplaar net iets steviger is dan het blauwe exemplaar. Mijn hoop, dat regelmatig dragen en wassen de zwarte broek net zo soepel zou maken als de blauwe, bleek ijdel.

Mei is natuurlijk geen goede maand om een nieuwe jeans te kopen. In de zomer draag ik vooral rokken en shorts en beslist geen super dikke zwarte jeans. Tegen de tijd dat het kouder werd was ik half-half vergeten dat ik die zwarte broek had. Wat mij bij was gebleven was ‘iets te strak’. En dan was ik ook nog iets aangekomen.

De zomerkilo werd vervangen door de werkzoekstress kilo. Die maakte plaats voor een verbouwingskilo, en de lockdown deed mij de das om. Wat ik ook probeerde… ik raakte die ene kilo niet kwijt. Wat op zich niet zo erg is, behalve dat er voor de zomer van 2019 eigenlijk ook al een kilo af had gemoeten.

Enfin. Momenteel woon ik in een joggingbroek en de keren dat ik naar buiten ga heb ik de makkelijke blauwe spijkerbroek aan. Die er niet jonger en dikker op is geworden. Op sommige plaatsen is de broek zo dun dat ik er dwars doorheen kijk. Het is wachten op het moment dat die ene zijnaad het begeeft. Maar ja… lockdown dus kleren shoppen is er niet bij, en ik zit niet te wachten op nog meer bezorgstress.

Toen zag ik de zwarte jeans liggen. Dik, stevig, nog niet uitgelubberd … en daardoor iets te klein. Ietsjes maar. Als ik voorlopig iedere dag draag wanneer ik een ommetje wandel, dan schat ik in dat de stretch volgend jaar rond deze tijd ver genoeg opgerekt is om makkelijk te zitten.

Zodra de winkels weer open zijn loop ik op een rustig moment bij de Hofleveracier met Eenheidsprijzen binnen, en koop ‘mijn’ broek, maar dan een maat te groot. Ik geef gewoon de schuld aan de lockdown.

En dan is het nu tijd voor koffie met chocolade… 🙂

Ommetje (9): Het aanbod

Een paar weken geleden had ik het met een collega over mijn gezondheid in combinatie met het wandelen. ‘De laatste keer dat ik te voet naar Op de Berg ben geweest, ben ik over mijn grens heen gegaan. Achteraf weet ik nog steeds niet hoe ik weer thuis ben gekomen,’ vertelde ik haar. ‘De volgende keer dat dit gebeurt bel je mij,’ zei zij gedecideerd. ‘Ik kom naar je toe en breng je thuis.’ Ik knikte. ‘Echt doen hoor,’ zei zij, ‘Het is geen loze belofte.’ Ik knikte nogmaals.

Ondanks dat ik weet dat het geen loze belofte is, nam ik mij voor geen gebruik van haar aanbod te maken. En niet alleen omdat vragen moeilijk is en blijft. Neen. Gebruik maken van haar aanbod betekent dat ik zelf een inschattingsfout heb gemaakt, en gruwelijk over mijn grens ben gegaan. Haar aanbod maakt dat ik nog bewuster omga met de beschikbare energie. Mijn grenzen langzaam oprek in plaats van er grandioos overheen gaan. Conditie opbouw in plaats van afbreek.

Langzaam mijn rondje ‘onder langs de Maas’ oprekken. Langer maken. Maar er zijn grenzen aan hoe ver ik het rondje kan oprekken zonder in herhaling te vallen. Maar ook zonder de hypochonder in mij te waarschuwen dat er een verhoging van het aantal meters aan zit te komen. Brug tot Brug (5,5 km) was ooit mijn standaard rondje, maar als ik er nu alleen maar aan denk schiet mijn hypochonder in de stress. Ik zelf moet er trouwens ook niet aan denken om mijn rondje ineens 2 kilometer te verlengen.

Om de hypochonder in mij voor de gek te houden laat ik tijdens het oprekken van mijn grenzen het standaard rondje links liggen, en neem een compleet andere route. Zo ook vandaag. Tegen de tijd dat ik het oude slachthuis zag liggen was mijn tempo danig afgezakt en riep de hypochonder in mij, Ik ben zooooooooooo moe, Ik kan echt niet meer naar huis lopen. Bel haar maar hoor! Ik verzet geen sta….

Tja, toen viel de hypochonder stil en zag wat ik al wist. Dat we al bijna op bekend terrein waren aangekomen en dat de terugweg een stuk korter zou zijn dan de heenweg. Met hernieuwde energie wandelde ik naar huis. Ik zit al weer op 4 kilometer zonder kleerscheuren. En dat allemaal dankzij een aanbod waar ik geen gebruik van wil maken maar wel heel blij mee ben.

Sneeuwbelofte

Het KNMI voorspelde sneeuw, en mijn weer app was het er mee eens. Ergens tussen vijf en negen uur zouden er vlokken vallen. Hoelang en hoeveel, en of het zou blijven liggen, was onduidelijk. Met sneeuw in het vooruitzicht huppelde het kind in mij. Wat is er mooier dan door vers gevallen sneeuw te wandelen? Niets toch. Nou ja, lekker hard in een regenplas stampen heeft ook wel wat.

De volwassene in mij wil ook door ongerepte sneeuw wandelen maar heeft meestal weinig zin om na zessen door de uiterwaarden van de Maas te banjeren. Zo kwam het dat ik rond half zes het door het eten roeren overdroeg aan Zoon, mijn schoenen aantrok en richting Maas wandelde. Mijn rondje zat er bijna op toen ik iets over mijn gezicht voelde kruipen. Een ienieminie sneeuwvlokje. Er vielen meer vlokjes zag ik toen ik met flitslicht een foto maakte.

Ook al zette die kleine vlokjes geen zoden aan de dijk, ongereptere sneeuw dan vallende sneeuw is er niet. Tevreden keerde ik huiswaarts, alwaar het eten klaar was. Perfecte timining.

Rond een uur of negen ‘s-avonds hoorde ik ineens een hoop gejoel van buiten. Ik wierp een blik uit het raam. De straat was vochtig, maar de auto’s waren bedekt met een laagje sneeuw. Sneeuw die door de onderburen werd gebruikt voor een sneeuwballengevecht. Hun innerlijk kind had de strijd met de stoffige, op gemak gestelde volwassen, wel gewonnen.

Love my dealer

Zoals elke verslaafde ben ook ik in bezit van een dealer. Aangezien mijn verslaving legaal is, is mijn dealer dat ook. Een gerespecteerde webshop met meerdere levermogelijkheden. De levermogelijkheid ophalen in de shop is aan mij niet besteed. Als ik die optie had, zou ik niet via een webshop bestellen. Duhuh. Neen, ik laat het bezorgen. Door negatieve leverervaringen uit het verleden kies ik het liefst voor een afhaalpunt in de buurt. Maar ja, strengere lockdown betekend gesloten kappers en boekhandels, dus … dan maar thuisbezorgen.

Donderdag kreeg ik een uur na verstrijken van de levertermijn de melding we gaan het vandaag niet halen. Morgen een nieuwe ronde met nieuwe kansen. Vrijdag keek ik hoe laat ze zouden komen en zag dat het pakket tien minuten eerder bezorgd was. Euh… Zowel Zoon en ik waren op het genoemde tijdstip en beide waren onschuldig. Dus… schoenen en jas aan, sprintje naar beneden om de brievenbus te checken. Geen kaartje.

AHHHHHHH !!!! WIE HEEFT MIJN KOFFIE!!!!!

Ik wachtte nog een uur, maar er verscheen geen bezorger. Ik vond het tijd worden om een klacht in te dienen. Wij nemen geen klachten van particulieren in behandeling. Ga naar uw webshop en… Ik ging naar mijn dealer. Deed mijn verhaal. Ik ga nu namens u een klacht indienen. Wilt u nog even checken of het misschien bij één van de buren is afgegeven? Zo niet, dan stuur ik een nieuw pakket! Mijn dealer weet hoe om te gaan met verslaafden, dat is duidelijk.

Ik belde bij de twee buren waar licht brandde aan. Beide moesten mij teleurstellen. DHL zeker, zeiden beide buren. Ja, wij kennen onze bezorg pappenheimers. Stuur maar een nieuw pakket, zei ik tegen mijn dealer. Zonder zeuren of zaniken werd mijn verzoek ingewilligd. Dat heb ik bij andere winkels wel eens anders meegemaakt.

Het was al zaterdag toen ik een mailtje van DHL kreeg. Uw pakket wordt morgen tussen 10.00 en 15.00 uur geleverd. En inderdaad, om 11 uur was ik in bezit van mijn nieuwe dope. Juich juich. Alleen jammer dat de bezorger weigerde de recycle zakken met gebruikte cupjes… cupjes ja, geen naalden of andere scherpe meuk, mee te nemen.

Voor de gein klikte ik ook nog een keer op de link behorende bij het oorspronkelijke pakket. De klacht had het betreffende centrum bereikt en buiten bezorgd stond er ineens ook uw zending is vertraagd. Verwachte bezorging: zaterdag tussen 16:00 en 21:30 uur. De klacht van Nespresso lijkt te hebben gewerkt. en ik ben in afwachting van een tweede maandvoorraad shit. Om vier uur zet ik de recycle zakken alvast bij de deur. Anders moet de volgende bezorger vier van die zakken meenemen… Iets zegt mij dat die daar niet blij van wordt.

Nou ja, hij of zij, aka de bezorger, zal eerst nog moeten komen. Voorlopig is het bezorgmoment doorgeschoven naar aanstaande maandag.

En inderdaad. Je zal maar verslaafd zijn. De eeuwige strijd. Zucht!

Ommetje (8): Weer vergeten

Drie dagen geleden besloot ik dat het tijd werd om weer een ommetje te lopen en het ook maar meteen aan het begin van de dag te doen. Ondanks dat het glad was, was het wel lekker, zo in het donker wandelen. Om de koude Maaswind een beetje te ontlopen, bleef ik weg van de dijk en in de buurt van gebouwen waaronder de kleine ‘buitenlandse’ groetenwinkel. Ook donderdag wandelde ik vroeg en kwam ik langs die groentewinkel. De waren lagen nog onder zeil, maar ik herinnerde mij het mooie fruit en dacht, morgen moet ik later gaan wandelen, en rugzak en beurs meenemen. Ik dacht er meteen achteraan dat dit niet de eerste keer was dat ik dat dacht.

Vanmorgen kwam het niet van wandelen. Iets met werk en aandacht vragen. Tussen de middag lukte het mij eindelijk om mijn aandacht van het scherm te rukken. Schoenen en jas aan, muts op. sjaal om, in beide achterzakken een telefoon, in mijn borstzakje de sleutels. I travel light. Te licht realiseerde ik mij toen ik eerst likkebaarden voorbij de groentewinkel wandelde en aansluitend drie supermarkten links liet liggen.

Ooit… ooit gaat het een keer goedkomen. Tot die tijd blijf ik wandelen.

BTW. ik heet alle nieuwe teamleden van Ommetjesclub Changing Lanes van harte welkom en wens julle veel wandelplezier!

Durf het bijna niet te zeggen …

Ik schreef het eerder. In het jaar dat ik geen collega’s had, heb ik mij voorgenomen niet meteen nee te zeggen tegen borrels, recepties en andere collegiale samenkomsten die niet helemaal of helemaal niet synchroon lopen met mijn werktijden. Zo nam ik van de zomer deel aan een (fysieke) afdelingsborrel, heb virtueel van twee collega’s afscheid genomen en zat ik gisteren én vandaag in mijn makkelijkste kleding onder/voor mijn laptop om te nieuwjaars-borrelen.

De fysieke borrel was gezellig, het virtueel afscheid nemen niet zoals het hoort en.. het digitaal nieuwjaars-borrelen is mij beide dagen 100% meegevallen. Ik durf het bijna niet te zeggen maar eigenlijk wil ik zo wel altijd het nieuwe jaar ingaan. Niks ongemakkelijk hangend aan een statafel. Geen luide muziek op de achtergrond. Nee, lekker gemakkelijk zitten. Favoriete hapjes en drankjes bij de hand en de gesprekken waren goed te volgen.

Maar bovenal. Geen zoenende mensen. Wat mij betreft houden we die er in!

Al wordt het wel weer eens tijd om de collega’s in het eggies op 1,5m te passeren en te spreken. Zeker omdat ik vanaf maandag niet meer Op de Berg werk, maar Aan de Overkant en ik toch wel heel nieuwsgierig ben naar ons nieuwe stekje. Nou ja, nog even de lockdown doorbijten, en dan zal het er echt wel een keer van komen.

Inconsequent

Ik heb een mening over advertorials. Het (al dan niet) aanprijzen van een item wat je door een bedrijf toegezonden hebt gekregen. Toen ik net begon met bloggen heb ik wel eens gedacht, dat zou ik ook wel willen. Het is er nooit van gekomen. Eerst omdat de items die mij aangeboden werden never nooit nieh op mijn verlanglijstje stonden en sinds ik al consuminderend minimaliseer heb ik besloten op geen enkel aanbod meer in te gaan. Neen, als ik een review schrijf, dan is dat item door mij persoonlijk aangeschaft. Het is maar dat jullie dat weten.

Een van mijn best lopende blogs heb ik in juni 2019 al geschreven. Het is zeker niet mijn beste blog, maar mensen blijven mijn review over werfzeep shampoo lezen. Op zich sta ik nog altijd achter dat blog. Zowel de shampoo als de zeep heb ik nog altijd in gebruik. Alleen in de keuken ben ik terug gegaan naar zeep in een flesje omdat dat toch net iets minder rommel oplevert. Bovendien wil zo’n blok zeep wat meerdere keren per dag, langdurig wordt gebruikt nogal snel zeperig worden. Smelten, zal ik maar zeggen.

Vandaag stond ik onder de douche met een nieuw blok werfzeep. De koffiescrub. Die minder sterk naar koffie ruikt dan ooit de dropscrub naar drop (en venkel) rook, maar dit terzijde. Wellicht komt het moment dat ik al douchend ineens in de koffiebar sta nog.

Goed, terwijl ik met dat nieuwe stukkie zeep in mijn hand stond, dacht ik even aan dat ene goedlopende blog. Als de helft van de mensen die dat blog hebben gelezen, een stukkie zeep van Werfzeep hebben gekocht, dacht ik, dan mag Werfzeep mij zo onderhand wel een gratis stukkie zeep sturen.

Wat natuurlijk een inconsequente gedachten is. Daarmee zou mijn review geen review meer zijn, maar een advertorial. En aan advertorials doe ik niet.

Het werd saai

Hoewel ik koken leuk vind, merk ik dat ik meestal terugval op een aantal standaard gerechten. Op zich niet erg denk ik, want de pannen gaan altijd schoon leeg, maar soms wil een mens wel eens wat anders. verandering van spijs en zo. Ik heb alleen nooit zo’n zin in het zoeken van recepten.

Tot vrijdagavond. Ik zat een beetje doelloos door mijn Instagram tijdlijn te scrollen en eindigde onder het kopje voorgestelde berichten. Ik zag een aantal plaatjes van smakelijk uitziend eten voorbij komen, en ging, vanuit de gedachten, waar rook is is vuur, de foto’s opslaan.

Zondag nam ik alle opgeslagen plaatjes nog eens door. Een aantal zag er net na een stevig ontbijt toch iets minder lekker uit, een aantal andere voelde te bewerkelijk, of ik zag even niet hoe ik er een glutenvrije variant van kon maken. Ik bleef plakken bij kip stroganoff.

Vandaag maakte ik die kip klaar. Halverwege het dichtschroeien van de kip trok ik mijn schort aan. Niet alleen vanwege het spatten van de olie, maar ook omdat het voelde als echt koken in plaats van een standaard maaltijd bereiden. En ja, daar hoort het schort bij.

Het fijnste: het smaakte prima al hebben we al wel wat verbeterpuntjes bedacht. Maar dat hoort er bij. Dat is in mijn ogen koken a là le Chef. De rest van de week beperken we ons weer (redelijk) tot standaard. Een mens moet nu eenmaal niet overdrijven.

schort